Vergeet het dividend, bij deze VanEck-ETF telt de winst
In het kort
De VanEck Morningstar Developed Markets Dividend Leaders UCITS ETF had op 20 oktober een officiële intrinsieke waarde van €55,03 en stond sinds begin 2026 18,12% hoger. Het factsheet van 30 september noemt een koers-winstverhouding van 13,38, een twaalfmaands uitkeringsrendement van 3,13% en jaarlijkse kosten van 0,38%. Dat oogt aantrekkelijk naast veel brede aandelenindices, maar de lage waardering komt niet zonder reden: financiële waarden, telecom en energie leveren veel van de winst en die kan cyclisch zijn. Vanaf deze prijs moet het rendement daarom niet alleen van dividend komen, maar ook van winst die standhoudt wanneer rente, kredietverliezen of grondstoffenprijzen tegenzitten.
De aantrekkingskracht van TDIV is eenvoudig te begrijpen. Honderd grote bedrijven sturen ieder hun eigen dividend naar het fonds, waarna VanEck de ontvangen kas periodiek uitkeert. De belegger hoeft niet zelf te kiezen tussen HSBC, Verizon, Pfizer, Nestlé, Shell of Allianz. Toch is de economische bron van die uitkering minder gelijkmatig dan het aantal posities suggereert.
Het verschil tussen een dividendfonds en een spaarrekening blijft belangrijk. Een bankrente is vooraf afgesproken. Een dividend wordt pas betaald nadat een bedrijf lonen, leveranciers, rente en investeringen heeft gefinancierd. Als de winst daalt, kan het bestuur de uitkering verlagen. De ETF kan een zwakke onderneming vervangen, maar doet dat volgens de halfjaarlijkse indexcyclus en niet op het moment dat de markt voor het eerst onraad ruikt.
Een bescheiden waardering is een begin, geen antwoord
Een koers-winstverhouding van 13,38 betekent dat de portefeuille voor ongeveer dertien keer de verwachte jaarwinst wordt gewaardeerd. De omgekeerde verhouding is een winstrendement van circa 7,47%. Dat bedrag staat niet klaar om volledig te worden uitgekeerd. Een deel blijft in de bedrijven voor investeringen, buffers en schuldafbouw.
Dat maakt dit ook een lastige afweging. Bij een uitkeringsrendement van 3,13% lijkt de dividenddekking op portefeuilleniveau ruim. Tegelijk is de samenstelling gevoelig voor dezelfde economische variabelen. Banken verdienen vaak meer aan een gunstige rentemarge, maar lopen bij een recessie hogere kredietverliezen op. Energiebedrijven profiteren van hoge olie- en gasprijzen, maar moeten veel investeren. Telecombedrijven hebben voorspelbare abonnementen, terwijl spectrum en netwerken veel kapitaal vragen.
De rekenmodule laat zien waarom de P/E niet los van de kwaliteit van de winst mag worden gelezen. Bij 13,38 keer winst is het impliciete winstrendement aantrekkelijk. Als die winst in een zwakke cyclus echter 15% daalt, verdwijnt een groot deel van de waarderingsbuffer voordat de koers zelf beweegt. Voor een dividendbelegger telt daarom niet alleen hoeveel euro wordt uitgekeerd, maar hoeveel winst na de uitkering overblijft om volgend jaar opnieuw te verdienen.
In een eerdere analyse legden we uit waarom het kwartaaldividend van TDIV geen vaste rente is. Daarnaast blijft valuta relevant: de euro haalt dollars, ponden en andere munten niet uit de portefeuille. De huidige invalshoek voegt daar een derde laag aan toe. Na een sterk beursjaar moet de lage multiple worden gedragen door echte, houdbare winst.
Wat de huidige prijs van de bedrijven verlangt
Een reverse valuation draait de gebruikelijke waardering om. De vraag is niet welke koers TDIV zou moeten hebben, maar welke winstgroei de huidige NAV kan rechtvaardigen. Stel dat een belegger over drie jaar gemiddeld 8% totaalrendement verlangt. Ongeveer 3,13 procentpunt kan uit de uitkering komen, terwijl de lopende kosten 0,38% bedragen. Dan blijft een jaarlijks koersdeel van ongeveer 5,25% over.
Als de portefeuille in 2029 nog 12 keer winst waard is, iets lager dan de 13,38 van september, is in dit model ongeveer 8% jaarlijkse winstgroei nodig. Dat is geen voorspelling van VanEck. Het is een rekenvoorbeeld dat zichtbaar maakt hoeveel de onderliggende ondernemingen moeten doen wanneer de waardering een beetje terugloopt.
De sterkste tegenwerping is dat TDIV juist ontworpen is om het duurste deel van de aandelenmarkt te vermijden. Dertien keer winst is duidelijk minder veeleisend dan dertig keer winst. Bovendien selecteert de index op dividendweerbaarheid en een verwachte uitkeringsratio onder een vastgestelde grens. Er is dus een geloofwaardig scenario waarin bescheiden winstgroei en het ontvangen dividend samen al een goed resultaat opleveren.
Toch bewijst de selectie niet dat de winstverwachtingen kloppen. Een verwachte payout ratio gebruikt analistenramingen. Bij een bank kan een plotselinge voorziening voor slechte leningen de noemer verlagen. Bij een olieproducent kan een lagere prijs hetzelfde doen. Een fonds met lage P/E-aandelen kan daardoor goedkoop zijn, maar ook vroeg in een winstdaling zitten.
Kosten, belastingen en het verschil tussen koers en totaalrendement
TDIV is een Nederlandse, uitkerende UCITS-ETF met ISIN NL0011683594. Het fonds noteert onder ticker TDIV op Euronext Amsterdam in euro's, heeft EUR als basisvaluta en keert per kwartaal uit. VanEck meldde op 20 oktober €10,1 miljard fondsvermogen. Het septemberfactsheet noemt 100 posities en fysieke replicatie.
De 0,38% lopende kosten worden in de fondswaarde verwerkt. Ze verschijnen dus niet als losse factuur, maar verminderen het rendement dat de belegger overhoudt. Daar komen transactiekosten en mogelijk een bied-laatverschil bij. De fiscale uitkomst van de uitkering verschilt bovendien per belegger en woonland. VanEck wijst erop dat het Nederlandse fonds zijn prestaties vergelijkt met een bruto herbeleggingsindex, omdat Nederlandse beleggers ingehouden dividendbelasting onder voorwaarden kunnen verrekenen. Niet iedere belegger bereikt dezelfde netto-uitkomst.
Dat onderscheid is praktisch. De drie koersscenario's hieronder zijn jaareindekoersen exclusief ontvangen uitkeringen. Bij TDIV kan het totaalrendement daardoor hoger liggen dan alleen het koerspad, maar alleen voor zover het dividend werkelijk wordt betaald en na belasting en kosten beschikbaar blijft.
In het bear-scenario drukken lagere winst en een lagere waardering de koers naar €49 in 2027, €47 in 2028 en €50 in 2029. Het middenpad veronderstelt gematigde winstgroei en houdbare uitkeringen, met €58, €62 en €66. Het gunstige scenario combineert winstgroei, stabiele dividenddekking en waarderingsvertrouwen, met €63, €70 en €78. De formule achter ieder pad is winst per participatie maal de gekozen waardering; het ontvangen dividend staat daar los van.
De conclusie is nuchter. TDIV blijft tegen 13,38 keer winst een begrijpelijke manier om dividendbedrijven te bundelen. Na 18,12% rendement sinds begin 2026 is de makkelijke winst van een hogere koers echter al deels binnen. Het bewijs dat de huidige prijs aantrekkelijk blijft, is niet een volgend kwartaaldividend op zichzelf. Het is meerdere jaren van stabiele winst, een uitkering die zonder oplopende payout ratio kan groeien en een portefeuille die ook bij zwakkere banken of lagere energieprijzen overeind blijft.




































































































































Opmerkingen