top of page

IREN vs. Nebius: de verborgen reden waarom de één straks sneller kan groeien dan de ander

In het kort:

  • AI-infra groeit snel en klanten willen naast GPU’s ook zekerheid en snelle opschaling.

  • Het verschil zit steeds meer in software bovenop de hardware.

  • IREN moet die software nog uitbouwen, terwijl Nebius daar al een voorsprong heeft.


De markt voor AI infrastructuur groeit hard. Steeds meer bedrijven willen niet alleen toegang tot krachtige GPUs, maar ook zekerheid over beschikbaarheid, betrouwbaarheid en snelheid waarmee ze kunnen opschalen. In die wereld komen namen als IREN en Nebius vaak in hetzelfde gesprek terecht. Ze leveren allebei rekenkracht voor AI, maar ze doen dat vanuit een andere achtergrond en met een andere nadruk.


Het verschil zit niet alleen in wie de meeste megawatts kan aansluiten of de nieuwste chips het snelst kan plaatsen. Het gaat steeds vaker om de laag die bovenop die hardware ligt. Die laag bestaat uit software die klanten helpt om capaciteit te reserveren, machines te starten en te stoppen, teams te beheren, kosten te volgen en workloads soepel te laten draaien. Juist daar kan het onderscheid tussen IREN en Nebius groter worden.


Bron: Nebius
Bron: Nebius

IREN bouwt vanuit infrastructuur en zoekt verbreding

IREN is sterk in de fysieke kant van het verhaal. Het bedrijf heeft een duidelijke focus op energie, datacentercapaciteit en het leveren van rekenkracht op schaal. Dat past bij een markt waarin grote partijen graag in één keer veel capaciteit afnemen en daarbij precies willen weten waar die capaciteit staat en hoe die wordt gekoeld en gevoed.


Tegelijkertijd schetste IREN in zijn eigen toelichting een belangrijk punt over software. Bij heel grote klanten is de behoefte aan software van de leverancier vaak kleiner, omdat zulke klanten hun eigen systemen en hun eigen manier van werken meenemen. Zij willen vooral betrouwbare compute en duidelijke afspraken, en zij integreren dat vervolgens in hun eigen platform. Voor dat type klant is een uitgebreide selfservice omgeving van de leverancier niet altijd doorslaggevend.


IREN gaf echter ook aan dat het verhaal verandert zodra je niet alleen die grote, professionele klanten bedient, maar ook een bredere groep. Denk aan kleinere AI bedrijven en teams binnen ondernemingen die snel willen starten zonder een grote integratieklus. Dan ontstaat er behoefte aan een eenvoudige ervaring waarbij je met weinig stappen capaciteit kunt activeren en weer kunt afschalen. In die situatie wordt software ineens een belangrijk onderdeel van het product, omdat het bepaalt hoe makkelijk iemand klant kan worden en hoe lang iemand klant blijft.


Bron: The Wallstreet Journal
Bron: The Wallstreet Journal

Nebius vertrekt vanuit clouddenken en productervaring

Nebius zet zichzelf neer als een cloudplatform dat gericht is op AI workloads. De toon is vanaf het begin meer die van een aanbieder die niet alleen hardware levert, maar ook een gebruikservaring die lijkt op wat ontwikkelaars gewend zijn van cloud. Daarbij horen zaken als selfservice, het snel opleveren van clusters en tooling om training en inference praktisch te beheren.


Dat clouddenken is relevant, omdat de softwarelaag in deze markt niet zomaar een extraatje is. Het is vaak de reden waarom een klant voor een specifieke aanbieder kiest. Een klant wil niet alleen een GPU huren, maar wil vooral dat het beheer voorspelbaar is, dat teams veilig kunnen samenwerken, dat performance inzichtelijk is en dat je bij problemen snel kunt handelen. Als een aanbieder die processen al heeft verpakt in een duidelijk product, verlaagt dat de drempel voor nieuwe klanten en vergroot het de kans dat bestaande klanten blijven.


Nebius probeert die laag niet alleen te ondersteunen, maar ook te standaardiseren. Dat maakt het makkelijker om veel verschillende klanten te bedienen zonder telkens een maatwerktraject te starten. In een markt die snel groeit, kan die productmatige aanpak een belangrijk voordeel worden.


Bron: Nebius
Bron: Nebius

Waarom software in AI infrastructuur steeds belangrijker wordt

Bij AI compute zijn er grofweg twee soorten vraag. Er is vraag van heel grote afnemers die enorme volumes willen en die vaak al een eigen stack hebben. Voor die groep telt vooral capaciteit, prijs, betrouwbaarheid en contractzekerheid. Daarnaast is er vraag van een brede laag daaronder, met startups, onderzoeksclubs en interne AI teams die snel willen beginnen en flexibel willen blijven.


Voor die tweede groep is software de voorkant van de dienstverlening. Het gaat dan om hoe snel je kunt onboarden, hoe makkelijk je resources kunt beheren, hoe je inzicht krijgt in kosten en performance, en hoe eenvoudig het is om op te schalen of weer af te schalen. Als dat goed werkt, voelt compute als een dienst die je direct kunt gebruiken. Als dat slecht werkt, wordt compute een project met veel handwerk, frustratie en operationeel risico.


Het is precies op dit punt dat IREN zelf erkende dat het bedrijf software nodig heeft als het de klantbasis wil verbreden. Het is ook precies op dit punt dat Nebius een voorsprong kan hebben, omdat het bedrijf zich al nadrukkelijk als cloudplatform positioneert en die productervaring centraal zet.


Het voordeel van Nebius als IREN nieuwe deals wil sluiten

Als IREN meer deals wil sluiten buiten de allergrootste klanten, dan moet het proces om klant te worden eenvoudiger en schaalbaarder. Dat vraagt om een softwarelaag die veel taken automatiseert die anders bij sales, engineering en support terechtkomen. Denk aan provisioning, accountbeheer, quota en toegangsrechten, monitoring en facturatie. Zonder die laag wordt elke extra klant relatief duur om te bedienen en duurt het langer voordat omzet echt kan versnellen.


Nebius heeft hier een potentiële voorsprong omdat de softwarelaag daar niet voelt als een bijbouwproject, maar als onderdeel van de kern. Dat kan leiden tot een kortere tijd tussen interesse en daadwerkelijke omzet. Het kan ook zorgen voor meer herhaalbaarheid, omdat onboarding en gebruik minder afhankelijk zijn van maatwerk. In een markt waarin klanten vaak snel willen experimenteren en snel willen opschalen, telt die tijdswinst.


Bovendien kan een volwassen softwarelaag de relatie met de klant sterker maken. Als een klant eenmaal workflows, monitoring en teamprocessen heeft ingericht op een platform, ontstaat er meer routine en dus meer trouw. Dat kan de prijsdruk verlagen, omdat je niet alleen concurreert op het tarief per GPU uur, maar op de totale ervaring en de betrouwbaarheid van het geheel.


Twee strategieën die allebei kunnen werken

IREN en Nebius lijken dus niet alleen twee bedrijven in dezelfde markt, maar ook twee verschillende benaderingen. IREN komt sterk uit de infrastructuurkant en kan daarmee aantrekkelijk zijn voor grote partijen die vooral compute op schaal zoeken. Nebius kiest duidelijker voor een cloudachtige productlaag die onboarding en dagelijks gebruik zo soepel mogelijk maakt.


Welke strategie wint, hangt af van waar de vraag de komende jaren het zwaarst gaat wegen. Als de markt vooral wordt gedomineerd door een kleine groep zeer grote afnemers, dan blijft de infrastructuurfocus van IREN een sterke positie. Als de markt juist breder wordt en steeds meer teams in de wereld direct compute willen afnemen zonder zware integratie, dan wordt de softwarelaag doorslaggevend en kan Nebius daar structureel voordeel uit halen.

In dat licht is het relevante punt niet dat IREN software nodig heeft omdat het bedrijf iets mist.


Het relevante punt is dat de markt in de richting beweegt waarin software steeds meer onderdeel wordt van de kern van de dienstverlening. Nebius lijkt die kern al eerder te hebben omarmd, en dat kan precies het verschil maken wanneer de strijd verschuift van alleen capaciteit naar gebruiksgemak, schaalbaarheid en klantretentie.

Ook voor particuliere beleggers die op dit soort structurele trends inspelen, geldt dat het uiteindelijke rendement niet alleen afhangt van de keuze voor het aandeel, maar ook van de frictie eromheen. Wie actief posities opbouwt of wereldwijd spreidt, doet er daarom goed aan kritisch te kijken naar handels- en valutakosten, omdat die op termijn net zo hard kunnen doorwerken als het verschil tussen winnaars en achterblijvers.


MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Bij MEXEM betaal je 0,005% valutakosten, tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Zo positioneert MEXEM zich als beste allround broker van 2025, met scherpe tarieven die het rendement van beleggers merkbaar kunnen verbeteren.


 
 
 

Opmerkingen


Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page