top of page

AI wordt 13 keer goedkoper en dat is niet automatisch slecht voor deze chip-ETF

54 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

Epoch AI berekende op 22 september 2026 dat de kosten van een vast niveau AI-prestatie sinds 2023 gemiddeld 47 procent per kwartaal daalden, oftewel ongeveer dertien keer per jaar. Dat klinkt ongunstig voor chipproducenten, maar lagere kosten kunnen juist veel meer gebruik uitlokken; de doorslaggevende vraag is of het volume sneller groeit dan prijzen dalen. De VanEck Semiconductor UCITS ETF noteerde op 23 september rond €98,11 op Euronext Paris, terwijl de portefeuille eind augustus 39,11 keer de winst kostte. Bij zo'n beginwaardering moet de winstgroei hoog blijven, ook wanneer inferentie per taak steeds goedkoper wordt.


Een chip kan ieder jaar krachtiger worden en toch minder omzet per berekening opleveren. Dat is geen tegenstelling. Het is de normale economie van technologie: prestaties stijgen, eenheden worden goedkoper en de markt probeert het lagere prijskaartje te compenseren met veel meer gebruik. Voor beleggers in een semiconductor-ETF is daarom niet alleen de vraag hoeveel AI er komt, maar hoeveel economische waarde de chipketen per euro eindgebruikersbesteding vasthoudt.


Epoch AI publiceerde op 22 september een opvallende vergelijking. De prijs van een vast niveau modelprestatie daalde sinds 2023 circa 47 procent per kwartaal. Dat tempo ligt volgens de onderzoekers vier keer hoger dan bij DNA-sequencing, zes keer hoger dan bij rekenkracht in het algemeen en achttien keer hoger dan bij lithiumbatterijen. De uitkomst is gemeten, maar de vertaling naar omzet voor Nvidia, TSMC, Broadcom, ASML en de andere fondsen in de ETF blijft een beleggingsaanname.




Goedkopere intelligentie kan de vraag juist vergroten

Wanneer de prijs van een taak dertien keer daalt, moet het aantal uitgevoerde taken dertien keer stijgen om de totale besteding gelijk te houden. Dat is de eerste rekensom. Bij een nog sterkere volumegroei stijgt de markt; bij een lagere groei krimpt de omzetpool. De geschiedenis van halfgeleiders kent beide krachten. Goedkopere transistoren maakten computers, smartphones en cloudsoftware massaal toegankelijk, maar vernietigden tegelijk de prijszetting van producenten die geen onderscheidend vermogen hielden.


AI kan hetzelfde pad volgen. Een klantenservice die vandaag slechts één op de honderd gesprekken door een duur model laat samenvatten, kan bij veel lagere kosten ieder gesprek verwerken. Softwarebedrijven kunnen modellen continu laten zoeken, controleren en plannen in plaats van alleen op expliciete gebruikersvragen te reageren. Lagere kosten zijn dus niet automatisch minder vraag naar chips; zij verlagen de drempel voor toepassingen die economisch nog niet uitkunnen.


Daar staat een sterk tegenargument tegenover. De daling komt niet alleen door betere hardware, maar ook door efficiëntere modellen, kleinere gespecialiseerde modellen, quantisatie en slimmere software. Als een taak dertien keer goedkoper wordt terwijl het aantal taken slechts vijf keer stijgt, daalt de totale besteding met ruim 60 procent. Bovendien kan prijsconcurrentie ervoor zorgen dat hyperscalers een deel van het voordeel houden in plaats van het door te geven aan chipproducenten.



De ETF verkoopt geen gemiddelde chip

We behandelen de in Ierland gevestigde VanEck Semiconductor UCITS ETF met ISIN IE00BMC38736. Het gaat om de accumulerende, fysiek replicerende en niet-valuta-afgedekte shareclass, met USD als fondsvaluta en 0,35 procent jaarlijkse kosten. De verhandelbare lijn in deze analyse is SMH op Euronext Paris in euro's. Dit is nadrukkelijk niet de gelijknamige Amerikaanse ETF.


Volgens VanEck bevat het fonds 25 posities en mogen alleen bedrijven mee waarvoor halfgeleiders of halfgeleiderapparatuur minstens de helft van de omzet uitmaken. Dat maakt de portefeuille zuiverder dan een brede technologie-index, maar ook smaller. Eind augustus bedroeg de koers-winstverhouding 39,11 en de koers-boekwaardeverhouding 11,55. De ETF was toen 68,33 procent hoger dan aan het begin van het jaar en had over drie jaar een geannualiseerd rendement van 53,15 procent behaald.


De samenstelling voorkomt dat één mislukt chipontwerp de volledige belegging breekt, maar niet dat de hele keten tegelijk wordt herwaardeerd. Nvidia kan profiteren van accelerators, Broadcom van netwerken en maatwerkchips, TSMC van productie en ASML van lithografie. Toch hangen zij allemaal af van investeringsbudgetten voor datacenters en elektronische eindmarkten. Spreiding over leveranciers is iets anders dan spreiding over economische drijfveren.



De marge verhuist door de keten

Wie de winnaars zoekt, moet volgen waar schaarste zit. In de eerste fase van de AI-boom waren geavanceerde accelerators schaars. Daardoor konden ontwerpers hoge brutomarges realiseren. Daarna ontstonden knelpunten bij high-bandwidth memory, geavanceerde verpakking, netwerkcomponenten, stroom en koeling. Iedere verschuiving verandert welk bedrijf de hoogste economische rente vangt.


Goedkopere inferentie kan de totale markt groter maken, maar ook macht verplaatsen. Hyperscalers ontwikkelen eigen chips om kosten en afhankelijkheid te verlagen. Open modellen verminderen de prijs van software. Foundries investeren miljarden in capaciteit die later onderbenut kan raken. Apparatuurbouwers ontvangen orders voordat duidelijk is hoeveel eindvraag duurzaam wordt. Een ETF voorkomt dat je één specifieke verschuiving fout raadt, maar koopt juist het gemiddelde van al die kapitaalcycli.


Het tegenargument is dat de keten structureel complexer wordt. Geavanceerde packaging, meer geheugen per accelerator en snellere verbindingen verhogen de halfgeleiderinhoud per AI-systeem. Zelfs wanneer de kosten per berekening dalen, kan de hoeveelheid silicium per datacenter blijven stijgen. De belegger moet daarom niet kiezen tussen prijsdaling of volumegroei; hij moet de verhouding tussen beide expliciet modelleren.


[Lees ook: Kan Nvidia naar 400 dollar nu de chipreus de groei heeft maar de beurs de prijs bepaalt?](/post/nvidia-analyse-21-september-2026)


De euro bepaalt mee wat de belegger overhoudt

De portefeuille rapporteert in dollars, terwijl deze beurslijn in euro's noteert. Een sterkere euro verlaagt bij gelijke onderliggende koersen de waarde voor een eurobelegger. Een zwakkere euro doet het omgekeerde. Omdat het fonds niet is afgedekt, kan valuta in één jaar gemakkelijk meer verschil maken dan de 0,35 procent kosten.


De accumulerende structuur betekent dat ontvangen dividenden in het fonds blijven. Er is dus geen afzonderlijke uitkering die bij het koersrendement moet worden opgeteld. Het prijsrendement van deze shareclass benadert daardoor het totaalrendement vóór belastingen en transactiekosten, afgezien van kleine trackingverschillen. In onze module worden winstgroei, waarderingsmultiple, valuta en fondskosten afzonderlijk getoond om dubbeltelling te voorkomen.



Wat €98,11 al verlangt

Een portefeuille die 39,11 keer de winst kost, levert een omgekeerd winstrendement van slechts 2,56 procent. Voor een verwacht rendement van 10 procent moet veel waarde dus uit winstgroei komen of moet de multiple hoog blijven. Wanneer de waardering over drie jaar daalt naar 30 keer de winst, moet de onderliggende winst per participatie ongeveer 26 procent per jaar groeien om na 0,35 procent kosten rond 10 procent jaarlijks koersrendement uit te komen, bij een onveranderde EUR/USD-koers.


Onze drie scenario's beginnen bij €98,11 op 23 september 2026 en rekenen jaarlijks met winstgroei, een geleidelijke beweging naar een eindmultiple, valuta en 0,35 procent kosten. Bear gebruikt 3 procent winstgroei, een eindmultiple van 22 en 4 procent jaarlijkse versterking van de euro. Midden gebruikt 15 procent groei, 30 keer winst en een vlakke euro. Gunstig gebruikt 25 procent groei, 38 keer winst en 2 procent jaarlijkse verzwakking van de euro.


Dat levert in bear mogelijke koersen van €77 in 2027, €60 in 2028 en €47 in 2029. Midden komt uit op €105, €112 en €119. Gunstig geeft €125, €159 en €201. Het zijn scenario's, geen koersdoelen. Omdat de shareclass accumuleert, zijn koers- en totaalrendement vrijwel gelijk vóór belastingen en handelskosten; de module laat beide zien en trekt de fondskosten slechts één keer af.




Goedkoper AI-gebruik legt de lat juist hoger

De publicatie van Epoch AI is bullish voor het gebruik van kunstmatige intelligentie en dubbelzinnig voor de leveranciers ervan. Wie gelooft dat toepassingen veel sneller groeien dan kosten dalen, ziet een grotere chipmarkt. Wie denkt dat efficiëntie en maatwerkchips de volumegroei bij algemene accelerators overtreffen, ziet margedruk en overcapaciteit.


Bij €98,11 koopt de belegger geen goedkope cyclische mand, maar een geconcentreerde portefeuille die al uitzonderlijke groei veronderstelt. De ETF kan verder stijgen wanneer goedkoper AI-gebruik een explosie van nieuwe vraag ontketent. De veiligheidsmarge zit alleen niet in de waardering; zij moet uit de toekomstige winst komen.


Pak je kans! Word lid met de code INSIDER en krijg 50 procent korting.


Foto: Martijn Rozemuller, CEO van VanEck Europe · archiefportret via Investrends · geraadpleegd 24 september 2026.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 175:11:40

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page