top of page

Reken mee hoeveel minder je moet rijden om de duurdere pomp te verslaan

55 minuten geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

Actieve automobilisten kochten volgens een nieuwe raming van ABN AMRO minder brandstof, terwijl hun uitgaven eraan stegen. Een hogere literprijs kan een flinke volumebesparing dus volledig opslokken. Hoeveel ruimte iemand heeft om te reageren hangt af van inkomen, reisbehoefte en beschikbare alternatieven. De economische schade wordt pas duidelijk wanneer we naast de pompbon ook kijken naar gemiste mobiliteit en andere bestedingen.


Minder liters kopen en toch meer betalen lijkt tegenstrijdig. De rekening bestaat echter uit twee factoren: prijs maal hoeveelheid. Als de prijs sneller stijgt dan het volume daalt, gaat de rekening omhoog. Wie minder gaat rijden, voorkomt dan een deel van de tegenvaller, maar wordt daarmee niet automatisch goedkoper uit.


Dat is de spanning in het onderzoek dat ABN AMRO op 24 september publiceert. De bank raamt voor regelmatige tankers over maart tot en met juli ongeveer 12 procent minder getankte liters dan een jaar eerder. De brandstofuitgaven stegen tegelijkertijd met 6 procent. Dit betreft een geselecteerde onderzoeksgroep en een verstreken periode, niet het actuele verbruik van iedere Nederlandse automobilist.



Een lagere tankrekening kan een misleidend doel zijn

Stel dat brandstof eerst €2 per liter kostte en vervolgens €2,40. De prijsstijging is 20 procent. Wie eerst 100 liter kocht, betaalde €200. Na een volumevermindering van 12 procent worden het 88 liter. De nieuwe rekening is 88 maal €2,40, oftewel €211,20. Het resultaat is 5,6 procent meer kosten, ondanks aanzienlijk minder brandstof.


Dit is een redactioneel rekenvoorbeeld met ronde invoerwaarden. Het reconstrueert geen actuele pompprijs en reproduceert evenmin exact de databewerking van de bank. Het laat het mechanisme zien. Zonder gedragsverandering zou dezelfde automobilist €240 betalen. Door minder te tanken wordt €28,80 aan extra uitgaven voorkomen. Ten opzichte van de oorspronkelijke rekening resteert een tegenvaller van €11,20.


De vergelijking maakt ook duidelijk waarom procenten niet simpelweg kunnen worden afgetrokken. Twintig procent hogere prijzen min twaalf procent minder liters is niet acht procent hogere kosten. De volumevermindering geldt ook voor de liters die anders tegen de hogere prijs zouden worden gekocht. Daarom vermenigvuldig je 1,20 met 0,88. De uitkomst 1,056 betekent een toename van 5,6 procent.



Die aanpassing is niet kosteloos. Wanneer iemand zuiniger rijdt zonder reistijd of comfort in te leveren, kan het een efficiëntiewinst zijn. Wanneer dezelfde besparing ontstaat doordat familiebezoek wordt geschrapt, verdwijnt een activiteit die kennelijk waarde had. Beide gevallen geven minder liters op de rekening. Alleen in het eerste geval blijft de geleverde mobiliteit ongeveer gelijk.


De bank meet betalingen en schat het aantal liters

De methode verdient aandacht. ABN AMRO deelt tankbetalingen door de gemiddelde dagelijkse benzineprijs van het CBS. Het gebruikte brandstoftype is onbekend en grensregio’s zijn uitgesloten. Een verschuiving naar goedkopere tankstations kan daardoor als een sterkere volumedaling worden geschat dan werkelijk plaatsvindt. De gemeten transacties zijn dus concreet, maar de hoeveelheid brandstof blijft een raming.


Ook het tijdstip van een tankbeurt kan een kortetermijnvergelijking vertekenen. Wie vlak vóór een verwachte prijsstijging voltankt, verschuift een aankoop zonder noodzakelijk minder te rijden. Over meerdere maanden wordt dat probleem kleiner, maar het verdwijnt niet bij iedere vergelijking. Een lagere dagomzet aan de pomp is daarom een zwakke basis voor uitspraken over structureel reisgedrag.


Hetzelfde geldt voor verklaringen. Een samenloop van duurdere brandstof en minder liters ondersteunt het idee dat prijzen gedrag beïnvloeden. Toch kunnen thuiswerken, een andere auto, seizoenen en een verandering van werk eveneens een rol spelen. Voor een nauwkeurig effect van uitsluitend de prijs is een onderzoeksopzet nodig die zulke factoren voldoende uitsluit. Een zelfgekozen schuifregelaar is geen bewijs van prijselasticiteit.


Onze modules leggen daarom alleen boekhoudkundige verbanden vast. Jij bepaalt hoeveel kilometers of liters veranderen. Het model beweert niet dat iedere prijsstijging automatisch een voorspelbare daling van het rijden veroorzaakt. Die scheiding tussen rekenen en voorspellen is essentieel, zeker wanneer uit een berekening beleidsconclusies worden getrokken.


Dezelfde prijsstijging raakt drie automobilisten anders

Neem drie fictieve automobilisten met een verbruik van 6 liter per 100 kilometer. De eerste rijdt 500 kilometer per maand, de tweede 1.000 en de derde 2.000. Bij een voorbeeldprijs van €2,40 kosten alleen de brandstoffen respectievelijk €72, €144 en €288. Tegen €2 per liter waren dat €60, €120 en €240. De tegenvaller bedraagt dus €12, €24 of €48 per maand.


Voor de veelrijder komt €48 per maand neer op €576 per jaar, zolang zowel prijs als kilometers gelijk blijven. Maar diezelfde €576 weegt niet voor ieder inkomen even zwaar. Voor iemand die al weinig financiële ruimte heeft, kan het ten koste gaan van een andere noodzakelijke uitgave. Voor een huishouden met voldoende reserves kan vooral het spaarbedrag dalen.



De bank ziet bij lage inkomens bovendien 1,3 procentpunt minder groei van overige uitgaven dan bij de vergelijkingsgroep. Dat is geen daling van 1,3 procent van hun inkomen en ook geen bewijs dat iedere uitgavencategorie krimpt. Het wijst wel op een verdelingsvraag die een gemiddelde tankrekening kan verbergen.


Voor bedrijven in de lokale economie maakt het uit waar de aanpassing terechtkomt. Minder sparen beperkt op korte termijn de consumptie minder dan het schrappen van een restaurantbezoek of aankoop. Als noodzakelijke mobiliteit een groter deel van het budget opeist, kunnen andere ondernemers omzet mislopen. Hoe sterk dat gebeurt, hangt af van buffers en substitutiemogelijkheden; uit één tankonderzoek volgt geen exact effect op het bbp.


Hoeveel minder moet je rijden om quitte te spelen

De omgekeerde rekensom is scherp. Om een prijsstijging van €2 naar €2,40 volledig te neutraliseren, mag het volume nog maar twee gedeeld door 2,40 van het oude volume zijn. Dat is 83,3 procent. Er moet dus ongeveer 16,7 procent af, meer dan de 12 procent uit het eerdere voorbeeld.


Bij 1.000 kilometer per maand, 6 liter per 100 kilometer en een brandstofbudget van €120, ligt de nieuwe grens op ongeveer 833 kilometer. De formule is budget gedeeld door literprijs, maal 100 gedeeld door verbruik. De resterende 167 kilometer moeten vervallen, met ander vervoer worden afgelegd of door een efficiëntere auto worden opgevangen.



Alternatieven hebben hun eigen kosten. Een treinkaartje kan een deel van de brandstofbesparing opslokken. Een nieuwe auto vraagt kapitaal en brengt afschrijving met zich mee. Wie uitsluitend de bespaarde liters telt, kan een financieel aantrekkelijke keuze verwarren met een verplaatsing van kosten. Voor een eerlijke vergelijking moet de extra rekening van het alternatief erbij.


Een lager verbruik kan overigens ook uit beter gebruik van dezelfde auto komen. Bij 1.000 kilometer maakt een daling van 6 naar 5 liter per 100 kilometer precies het verschil tussen 60 en 50 liter. Tegen €2,40 blijft het budget dan €120. Dat is een voorbeeld van het benodigde resultaat, geen claim dat iedere bestuurder dit zonder investering of verlies aan bruikbaarheid kan bereiken.


Drie prijspaden laten zien waarom gedrag tijd nodig heeft

Voor 2027, 2028 en 2029 gebruiken we drie transparante gevoeligheidspaden, opgesteld op 24 september 2026. Er zijn geen kansen aan toegekend. Ze rekenen met dezelfde uitgangsauto van 6 liter per 100 kilometer en veranderen alleen de gekozen literprijs en jaarkilometers. Alle bedragen zijn nominale jaarlijkse brandstofkosten, zonder verzekering, onderhoud, belasting, aankoop of kosten van ander vervoer.


In het basisscenario blijft brandstof €2,40 en dalen de jaarkilometers geleidelijk van 12.000 naar 11.400 en 10.800. De rekening wordt achtereenvolgens €1.728, €1.642 en €1.555. Dit pad verbeeldt aanpassing bij aanhoudend hoge prijzen. Het lagere gebruik is een aanname, niet een voorspeld effect van de prijs.


Bij prijsontspanning rekenen we met €2,20, €2,10 en €2, terwijl het gebruik ieder jaar 12.000 kilometer blijft. Dat geeft €1.584, €1.512 en €1.440. In het derde scenario stijgt de prijs naar €2,60, €2,80 en €3. Omdat de reisbehoefte dan moeilijk aanpasbaar wordt verondersteld, blijft het gebruik eveneens 12.000 kilometer. De kosten lopen op van €1.872 naar €2.016 en €2.160.



Het sterkste tegenargument tegen de nadruk op de rekening is dat hogere prijzen juist nuttige aanpassing uitlokken. Dat klopt: schaarse brandstof krijgt een sterkere prijsprikkel en efficiënter vervoer wordt aantrekkelijker. Volgens de IEA blijft betaalbaarheid echter een belangrijke drempel bij de overstap naar elektrisch rijden. Een goedkoper gebruik maakt de benodigde aankoop niet vanzelf financierbaar.


Algemene prijsverlaging en gerichte ondersteuning lossen bovendien verschillende problemen op. Een korting per liter geeft de grootste absolute tegemoetkoming aan wie de meeste liters koopt. Ondersteuning gericht op financiële draagkracht kan anders uitpakken, maar vraagt een uitvoerbare afbakening. Een beleidsmaatregel moet daarom worden beoordeeld op bereik, kosten en het effect op alternatieven, niet alleen op de zichtbare daling van de pompprijs.


De conclusie is dat minder tanken de schok kan dempen, maar geen bewijs is dat huishoudens er goed doorheen komen. De relevante maatstaf is betaalbare bereikbaarheid: kunnen noodzakelijke reizen doorgaan zonder andere essentiële uitgaven weg te drukken? Een herstel van die ruimte, door lagere prijzen of bruikbare alternatieven, zou het beeld verbeteren. Een dalend aantal liters alleen doet dat niet.



Omslag: Fatih Birol, directeur van energieagentschap IEA, tijdens de World Nuclear Exhibition in Parijs op 30 november 2021. Archiefbeeld. Foto: Dean Calma / IAEA, via Wikimedia Commons; CC BY 2.0. Bronfoto.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page