Brent op $119 en gas 35 procent duurder: hoe de energiecrisis Shell en TotalEnergies tot winnaars maakt
- Jan Kuijpers

- 58 minuten geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort
Israël trof het grootste gasveld ter wereld in Iran, waarna de Europese gasprijs met 35 procent steeg en Brent olie tikte aan $119 per vat.
De bredere Europese beurzen sloten hard in het rood: de Stoxx 600 verloor 2,4 procent, de DAX daalde 2,8 procent en de FTSE 100 gaf 2,4 procent prijs.
Shell steeg dit jaar al 27 procent en geldt samen met TotalEnergies als directe profiteur van de oplopende energieprijzen, terwijl de ECB de rente ongewijzigd liet op 2 procent.
De Europese beurzen werden donderdag meegesleurd in een van de heftigste handelssessies van 2026. De aanleiding was concreet en bruut: Israël bombardeerde het South Pars-gasveld in Iran, het grootste gasveld ter wereld, en Iran sloeg direct terug met een raket op Ras Laffan, de grootste LNG-exportterminal op aarde, gelegen in Qatar. Energieprijzen schoten omhoog, centrale banken hielden de kat uit de boom en beleggers vluchtten massaal uit risicovollere posities.
Toch tekent zich binnen dit donkere plaatje een duidelijk onderscheid af. Terwijl de meeste Europese bedrijven last hebben van stijgende energiekosten en oplopende inflatieverwachtingen, staan de grote geïntegreerde olie- en gasbedrijven aan de andere kant van de weegschaal. Voor Shell en TotalEnergies is een Brent-prijs van $119 per vat geen probleem, maar een meevaller van formaat.
Wat er precies gebeurde op 19 maart
Woensdagnacht, Nederlandse tijd, voerde het Israëlische leger een aanval uit op het South Pars-gasveld in de Perzische Golf. Het veld, dat Iran deelt met Qatar, is verantwoordelijk voor een groot deel van de mondiale gasvoorziening en geldt als de ruggengraat van de Iraanse energie-export. De aanval was nauwkeurig gericht op productie-infrastructuur.
Iran reageerde snel en hard. Een raket trof Ras Laffan, de Qatarese terminal vanwaar een significant deel van het wereldwijde vloeibare aardgas (LNG) verscheept wordt. Tegelijkertijd lanceerde Iran drone-aanvallen op olie- en gasinstallaties in de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Koeweit. Het directe gevolg: de gecombineerde olieproductie van Kuwait, Irak, Saudi-Arabië en de VAE daalde met tenminste 10 miljoen vaten per dag, de grootste aanbodschok in de moderne geschiedenis van de oliemarkten.
De Europese gasprijs schoot bij de opening van de handelsdag meteen 35 procent omhoog, om later op de dag iets terug te zakken naar een stijging van 28 procent, ofwel 70 euro per megawattuur. Brent-olie tikte $119 aan, na een korte piek van $119 per vat eerder op de dag. Ter vergelijking: aan het begin van dit jaar stond Brent nog rond de $70.
De Europese beurzen betalen de rekening
De reactie op de aandelenmarkten was eenduidig negatief. De pan-Europese Stoxx 600 sloot 2,4 procent lager op 583,64 punten. De DAX in Frankfurt verloor 2,8 procent en eindigde op 22.839 punten, mede gedragen door forse verliezen bij Vonovia (min 12,1 procent), Infineon (min 7,3 procent) en Continental (min 6,7 procent). De Parijse CAC 40 leverde 2,0 procent in en de Londense FTSE 100 volgde met een verlies van 2,4 procent.
Stoxx 600

bron: Tradingview
De redenering van beleggers is begrijpelijk. Hogere energieprijzen verhogen de productiekosten voor vrijwel elke industrie. Ze verhogen ook de inflatie, wat de ECB in een lastig parket plaatst. ECB-voorzitter Christine Lagarde liet donderdag weten dat de centrale bank "goed gepositioneerd en toegerust is om een zich ontwikkelende grote schok het hoofd te bieden", maar handelde er niet naar: de rente bleef ongewijzigd op 2 procent. De ECB hanteert een basisscenario van 2,6 procent inflatie voor 2026, maar dat cijfer is berekend vóór de escalatie van deze week.
Shell en TotalEnergies: de andere kant van de medaille
Niet iedereen lijdt onder hoge energieprijzen. Voor grote geïntegreerde oliemaatschappijen als Shell en TotalEnergies geldt het omgekeerde: elke dollar die de olieprijs stijgt, vertaalt zich direct naar hogere vrije kasstromen en grotere winsten. Shell steeg dit jaar al 27 procent en liet ook donderdag een koersstijging noteren terwijl de bredere markt inzakte. Op jaarbasis noteert het aandeel inmiddels op een all-time high.
Aandeelkoers Shell PLC

Bron: tradingview
TotalEnergies bevestigde in een toelichting aan analisten dat de stijgende olieprijs de productieverliezen in Qatar, Irak en de VAE ruimschoots compenseert. Het Franse bedrijf heeft productieactiviteiten in een groot deel van de Golfregio, maar die activiteiten zijn deels tijdelijk stilgelegd vanwege de aanslagen. Toch verwacht het management per saldo een positief kwartaalresultaat, juist doordat de marktprijs voor olie en gas zo sterk is gestegen.
De analistenconsensus rond Shell is positief. Op basis van 20 analistenaanbevelingen staat het aandeel op Outperform, met een gemiddeld koersdoel van $42,89. De huidige koers noteert daar net boven. JPMorgan waarschuwde eerder al dat bij een langdurig conflict olieprijzen van $100 tot $120 per vat een realistisch scenario zijn, wat de bovenkant van de huidige bandbreedte bevestigt. Bij een deëscalatie zou de olieprijs kunnen terugvallen, maar analisten verwachten niet dat prijzen snel teruggaan naar niveaus van vóór het conflict.
Wat de Straat van Hormuz betekent voor Europa
Een factor die de impact op energieprijzen verdere context geeft, is de strategische positie van de Straat van Hormuz. Circa 20 procent van de wereldwijde oliehandel loopt door deze smalle doorgang tussen Iran en Oman. Zolang het conflict voortduurt, is die route voor veel tankers onveilig of volledig onbegaanbaar.
Nederland en de bredere Europese Unie zijn in hoge mate afhankelijk van LNG-import als aanvulling op pijplijngas. Ras Laffan in Qatar is daarin een van de belangrijkste schakels. De schade aan die terminal en de onzekerheid over herstel voeden directe zorgen over Europese gasleveringen voor de aankomende winter. Gasopslagfaciliteiten in Europa zijn momenteel wel relatief goed gevuld, maar de markt prijst toekomstige leveringsonzekerheid al in.
Lees ook:
Volkswagen als illustratie van de brede druk
Niet alleen de energieprijzen drukken op Europese bedrijven. Volkswagen publiceerde donderdag zijn jaarcijfers over 2025 en rapporteerde een daling van het operationele resultaat met 53 procent op jaarbasis. Het concern wees daarvoor op de tarieven van de Trump-administratie, valutaschommelingen en aanpassingskosten rondom de Porsche-productstrategie. De Duitse autogigant is daarmee symbool voor een bredere druk op Europese industriebedrijven: hogere grondstofkosten, geopolitieke tegenwind én een zwakkere vraag uit de VS.
Wat beleggers moeten weten
De gebeurtenissen van deze week illustreren hoe snel geopolitieke schokken doorwerken op aandelenmarkten en energieprijzen. Voor beleggers met een portefeuille die zwaar leunt op industrie, automotive of energieintensieve sectoren, is de huidige situatie een reden voor waakzaamheid. De ECB geeft geen renteverlichting zolang de inflatie onder opwaartse druk staat, en de onzekerheid over leveringszekerheid van gas en olie blijft voorlopig hoog.
Tegelijkertijd biedt het huidige klimaat kansen voor beleggers die zijn gepositioneerd in geïntegreerde oliemaatschappijen. Shell en TotalEnergies profiteren direct van hogere grondstofprijzen. Bij een verdere escalatie stijgen hun kasstromen mee. Bij deëscalatie en een daling van de olieprijs neemt die buffer weer af, maar zijn de aandelen nog altijd goedkoper dan de meeste groeiaandelen in de Europese index.
De cruciale onbekende is de tijdlijn van het conflict. Zolang de Straat van Hormuz niet volledig is geopend en de schade aan Ras Laffan niet is hersteld, blijft de energiemarkt gespannen. Beleggers die al blootstelling hebben aan olie- en gasbedrijven, zien hun positie versterkt. Wie overweegt in te stappen, doet er verstandig aan het geopolitieke risico nadrukkelijk mee te wegen, want wat snel omhoog gaat, kan bij een vredesovereenkomst of akkoord even snel terugvallen.
Advertorial
De recente schokken op de energiemarkt onderstrepen hoe gevoelig beursrendementen zijn voor geopolitiek en grondstofprijzen. Voor beleggers kan vastgoed met stabiele huurinkomsten en voorspelbare kasstromen in zo’n omgeving een rationele aanvulling vormen binnen een gespreide portefeuille.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed zoals supermarkten en zorgcentra, met een brede spreiding over solide huurders en een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar, waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. In maart geldt een actie waarbij beleggers bij een minimale deelname van € 10.000 een extra maand uitkering ontvangen bovenop het reguliere rendement.
Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.




































































































































