Goudmijn of valstrik, de dividendgroei bepaalt of de VanEck Dividend Leaders ETF de Amerikaanse staatsrente nog kan verslaan
In het kort
TDIV sloot op 23 september op €54,56 en levert op basis van de recente uitkeringen ongeveer 3,1 procent dividendrendement op. Dat is opvallend nu de Amerikaanse tienjaarsrente rond 5 procent ligt, maar de vergelijking is niet één op één: TDIV bezit aandelen met winstgroei, koersrisico en valuta-effect, terwijl een obligatie een contractuele kasstroom biedt. De ETF blijft een degelijk inkomensproduct, alleen moet een belegger nu vooral geloven in dividendgroei en niet in het huidige uitkeringspercentage. De waardering rond 12,6 keer de winst is redelijk, maar de concentratie in telecom, banken, farmacie en energie maakt het fonds minder neutraal dan de naam suggereert.
De VanEck Morningstar Developed Markets Dividend Leaders UCITS ETF heeft geen nieuw fondsbericht gepubliceerd sinds onze vorige analyse. De laatste officiële productinformatie is wel actueel genoeg om de rekensom opnieuw te maken. De koers van de Euronext Amsterdam-notering, ticker TDIV, sloot op 23 september 2026 op €54,56. VanEck publiceerde een netto-inventariswaarde van €54,64 per 22 september. Het verschil is klein, maar een beurskoers en NAV zijn niet hetzelfde.
Het fonds is een Nederlandse, fysieke en volledig replicerende UCITS-ETF met ISIN NL0011683594. De shareclass keert per kwartaal uit, noteert in euro en is niet valuta-afgedekt. De lopende kosten bedragen 0,38 procent per jaar. Daarmee is het instrument eenvoudig, maar de economische uitkomst hangt af van vier bewegende onderdelen: winst per onderliggend aandeel, waardering, dividend en vreemde valuta.
Een dividendrendement is geen rente
De recente kwartaaluitkering bedroeg €0,40 per aandeel en het lopende uitkeringsrendement ligt rond 3,1 procent. Dat oogt minder aantrekkelijk wanneer een Amerikaanse tienjaarslening bijna 5 procent biedt. Toch koop je met TDIV geen eeuwigdurende coupon. Je koopt winsten van honderd grote ondernemingen die hun dividend kunnen verhogen, verlagen of schrappen.
Dat onderscheid bepaalt de waarde. Een obligatiehouder heeft voorrang en krijgt bij normaal verloop de hoofdsom terug. Een aandeelhouder staat achteraan, maar profiteert wel wanneer winst, boekwaarde en uitkering meegroeien. Om 8 procent totaalrendement te halen bij 3,1 procent uitkering moet de koers ruwweg nog 4,8 procent per jaar stijgen. Als de koers-winstverhouding rond 12,6 blijft, vraagt dat ongeveer dezelfde groei van de winst per aandeel.
De vergelijking met Amerikaanse staatsrente bevat bovendien valutarisico. TDIV noteert in euro, maar een deel van de portefeuille verdient dollars, ponden, francs en andere valuta. Een Nederlander die rechtstreeks een dollarobligatie koopt, draagt eveneens dat wisselkoersrisico. De hogere coupon is dus niet gratis.
Het kwaliteitsfilter is nuttig maar geen garantie
Morningstar selecteert de hoogste dividendrendementen uit grote ondernemingen in ontwikkelde markten. Een kandidaat moet een geschiedenis van uitkeringen hebben en door een dividendgroei- en houdbaarheidstest komen. De forward payout ratio moet volgens de officiële indexmethodologie onder 75 procent liggen. Vastgoedfondsen vallen buiten de selectie, individuele posities worden op 5 procent begrensd en een sector mag niet boven 40 procent uitkomen.
Dat zijn verstandige vangrails. Ze voorkomen alleen niet dat een hoog dividend juist een waarschuwing kan zijn. Een koers die daalt door structurele winstproblemen jaagt het rendement omhoog voordat het dividend wordt verlaagd. Het halfjaarlijkse herwegingsmoment reageert niet onmiddellijk op ieder verslechterend kwartaal. Bovendien leunt de payout-test op winstverwachtingen. Een analistenraming kan te hoog blijken.
Verizon woog volgens de meest recente factsheet 4,90 procent, HSBC 4,58 procent, Pfizer 4,13 procent, Nestlé 3,82 procent en Shell 3,32 procent. De tien grootste posities waren samen 34,74 procent. Dat is veel minder geconcentreerd dan een enkel aandeel, maar genoeg om het resultaat merkbaar te laten afhangen van enkele defensieve sectoren en banken.
Waarom de lage multiple logisch kan zijn
De portefeuille noteert rond 12,57 keer de winst. Dat komt overeen met een winstrendement van bijna 8 procent. Op papier is dat een ruime opslag boven staatsrente. De markt geeft echter geen korting uit vrijgevigheid. Telecom vraagt veel investeringen, banken bewegen mee met rente en kredietverliezen, farmacie heeft patentrisico en energiebedrijven zijn afhankelijk van grondstofprijzen en politieke keuzes.
De lage multiple is daarom tegelijk kans en waarschuwing. Als de winst stabiel blijft en de uitkeringen groeien, kan een belegger een groot deel van het rendement als cash ontvangen. Als de winst bij meerdere zwaargewichten daalt, kan de lage waardering een correcte vergoeding voor beperkte groei zijn.
De index weegt op dividend en herbalanceert halfjaarlijks. Daardoor verkoopt het fonds automatisch aandelen die niet meer aan de regels voldoen en neemt het nieuwe hoogrentende namen op. Dat mechanisme maakt het proces gedisciplineerd, maar kan ook waarde-aandelen binnenhalen nadat hun koers door fundamentele problemen is gedaald.
[Lees ook: De beurs staat hoog, het vertrouwen ligt op de grond en waarom Box 3 het erger kan maken](/post/de-beurs-staat-hoog-het-vertrouwen-ligt-op-de-grond-en-waarom-box-3-het-erger-kan-maken)
Valuta en belasting veranderen het kassaldo
VanEck gebruikt voor de Nederlandse fondsen een bruto herbeleggingsindex, omdat Nederlandse beleggers de ingehouden Nederlandse dividendbelasting onder voorwaarden kunnen verrekenen. Dat zegt niet dat iedere belegger exact het bruto indexrendement ontvangt. Persoonlijke belastingregels, bronbelasting in de onderliggende landen, brokerkosten en de prijs rond ex-dividenddata bepalen het uiteindelijke bedrag.
Ook valuta werkt door zonder dat de shareclass zelf in dollars noteert. Wanneer de dollar 8 procent verzwakt tegenover de euro, daalt de eurowaarde van een onveranderde Amerikaanse positie ongeveer evenveel. Dividend kan dat dempen, niet ongedaan maken. Omgekeerd helpt een sterkere dollar de eurowaarde.
Wat de huidige koers moet waarmaken
De reverse valuation begint bij €54,56 op 23 september 2026. Voor 8 procent totaalrendement moet een belegger eind 2029 economisch ongeveer €68,72 hebben opgebouwd. Bij een constant jaarlijks cashrendement van 3,1 procent hoeft niet alles uit koersstijging te komen. Als de eindmultiple 12 keer wordt, is ongeveer 6 procent jaarlijkse winstgroei nodig. Bij 10,5 keer loopt die groeidrempel richting 10 procent. Bij 14 keer is veel minder groei voldoende, maar dan vertrouwt de belegger ook op waarderingsverruiming.
De drie scenario's houden dividend bewust buiten de koers. Bear veronderstelt min 3 procent winstgroei en een eindmultiple van 10,5. Midden gebruikt 5 procent groei en 12,5 keer de winst. Gunstig gebruikt 9 procent groei en 14 keer. De mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029 volgen telkens uit huidige koers maal winstgroei maal de geleidelijke verandering van de multiple. Totaalrendement is de koersuitkomst plus daadwerkelijk ontvangen en eventueel herbelegd dividend.
Het sterkste tegenargument
Het beste argument voor TDIV is niet dat 3,1 procent hoog is. Het is dat de portefeuille winstgevende bedrijven tegen een lage multiple combineert met regels die extreme payout ratios en positiegewichten beperken. Wanneer staatsrente later daalt, kan de relatieve aantrekkelijkheid van dividendgroei weer toenemen. De tienjaarsgeschiedenis van het fonds laat bovendien zien dat dividendfocus niet automatisch lage totaalrendementen betekent.
Het tegenargument blijft dat de koers al sterk is gestegen. VanEck meldde per 22 september een jaarrendement van 17,28 procent. Een belegger koopt de portefeuille dus niet na een zwak jaar, maar na een forse herwaardering. Tegelijk kan een 5 procent risicovrije rente multiples langer laag houden. Het fonds is daarom vooral geschikt voor wie schommelende inkomsten accepteert en dividend wil herbeleggen of uitgeven, niet voor wie een vaste coupon en hoofdsom nodig heeft.
Onze middenuitkomst komt uit op ongeveer €63 in 2029, exclusief circa drie jaar uitkeringen. De gunstige route komt rond €79 uit en de bearroute rond €40. Dat zijn geen koersdoelen, maar consequenties van expliciete aannames. Het belangrijkste signaal is eenvoudiger: bij €54,56 moet TDIV naast het dividend ook winstgroei leveren om obligaties te verslaan.
Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
Foto: Martijn Rozemuller, CEO VanEck Europe. Bron en archief: finanzwelt.de, geraadpleegd 24 september 2026.






































































































































Opmerkingen