top of page

Wie gaat de extra AI van Salesforce betalen?

28 minuten geleden
5 minuten om te lezen
Marc Benioff tijdens de Global Climate Action Summit.
Nikki Ritcher Photography / Global Climate Action Summit · archief 13 september 2018 · CC BY 2.0 (creativecommons.org/licenses/by/2.0) · commons.wikimedia.org/wiki/File:Salesforce_CEO,_Marc_Benioff_(44739768801).jpg

In het kort

Salesforce heeft zijn aanbod vereenvoudigd tot pakketten waarin meer AI, data en samenwerking zijn opgenomen. Dat kan klanten helpen sneller te beginnen en meer functies af te nemen. Voor aandeelhouders telt hoeveel extra inkomsten ontstaan nadat inbegrepen gebruik, kortingen en uitvoeringskosten zijn betaald. Bij $241,78 blijft de belangrijkste vraag of de structurele winst per aandeel snel genoeg kan groeien.


Een groter softwarepakket kan voor een klant aantrekkelijk zijn zonder dat ieder onderdeel afzonderlijk veel wordt gebruikt. Eén contract, minder losse facturen en een duidelijker budget zijn op zichzelf iets waard. Salesforce probeert die eenvoud te verkopen met zijn nieuwe pakketten. De afweging voor beleggers is minder eenvoudig: meer geleverde mogelijkheden kunnen hogere omzet opleveren, maar ook bestaande inkomsten samenvoegen en extra kosten veroorzaken.


De onderneming begint met een sterke positie. Klantgegevens, verkoopprocessen en serviceafdelingen zitten vaak diep in de organisatie verweven. Tegelijk verandert AI wat een gebruiker van die software verwacht. Een klant wil niet alleen een nieuw hulpmiddel, maar aantoonbaar meer werk gedaan krijgen. Het prijsmodel moet die waarde vervolgens naar Salesforce terugbrengen.



Van losse functies naar een groter contract

Op 3 september presenteerde Salesforce Core, Advanced en Max, met Amerikaanse lijstprijzen van respectievelijk $195, $395 en $550 per gebruiker per maand. De pakketten bevatten ook gebruikskredieten voor AI. De aangekondigde aantallen lopen van 500.000 tot 2,75 miljoen Flex Credits. Hoe die rechten worden toegewezen en gebruikt, moet uit de concrete overeenkomst blijken; ze zijn hier niet per gebruiker vermenigvuldigd.


De datum is belangrijk voor de commerciële gevolgen. Bestaande klanten krijgen niet door deze aankondiging automatisch een andere prijs. De veranderingen moeten bij nieuwe aankopen, uitbreidingen of contractkeuzes doorwerken. Het duurt dus voordat een nieuwe verpakking van het aanbod zichtbaar wordt in de totale omzet.


Bij honderd gebruikers kost Core op lijstprijs $234.000 per jaar en Max $660.000. De meerprijs is $426.000. Wanneer de duurdere functies per medewerker maandelijks vijf bruikbare uren besparen, tegen $60 economische waarde per uur, ontstaat $360.000 jaarwaarde. In dit rekenvoorbeeld dekt tijdwinst alleen de meerprijs nog niet.



Dat is geen oordeel dat Max te duur is. Het pakket kan ook andere software vervangen, fouten verminderen of extra verkoop opleveren. De berekening dwingt alleen tot een concretere vraag: welke kosten verdwijnen werkelijk en welke nieuwe opbrengst ontstaat? Een uur minder administratief werk wordt pas economisch waardevol wanneer de organisatie die tijd nuttig kan inzetten.


Inbegrepen gebruik verandert de eerste omzetdollar

Bij een traditioneel abonnement komt meer gebruik niet altijd met veel extra uitvoeringskosten. AI kan dat veranderen. Een agent die gegevens zoekt, meerdere modellen raadpleegt en acties controleert, vraagt rekenwerk. Ook wanneer een klant nog binnen zijn inbegrepen kredieten blijft, moet iemand die uitvoering betalen.


Dat maakt een bundel commercieel aantrekkelijk en financieel gevoelig. De klant kan beginnen zonder steeds een nieuwe aankoop te moeten goedkeuren. Salesforce kan daardoor meer toepassingen laten ontdekken. Maar gebruik dat binnen de bundel past, hoeft de factuur niet te verhogen. Het is bewijs van belangstelling, nog geen bewijs van meer opbrengst per klant.



De tweede module laat een vereenvoudigd contract zien. Bij één miljoen inbegrepen credits ontstaat pas boven die grens een aanvullende gebruiksfactuur. De prijs per extra credit is een eigen aanname. Het echte contract kan andere looptijden, rechten en tarieven bevatten. Het mechanisme blijft hetzelfde: de eerste extra activiteit en de eerste extra omzet vallen niet noodzakelijk samen.


Hier ligt ook een geloofwaardige kans. Als klanten merkbaar betere resultaten behalen, kan een groter vast pakket aantrekkelijker zijn dan losse verbruiksrekeningetjes. Salesforce krijgt dan eerder een hogere contractwaarde en de klant meer budgetzekerheid. De kwaliteit van die groei hangt af van verlenging en het gebruik ná de eerste kennismaking.


Rabi beschreef de spanning tussen menselijke gebruikers en geautomatiseerd werk in zijn artikel van 14 oktober. De bundels geven Salesforce een manier om die overgang vorm te geven. Ze lossen de economische afweging niet vanzelf op.


De cijfers laten ruimte voor beide verhalen

Over het kwartaal tot 31 juli rapporteerde Salesforce $11,3 miljard omzet, inclusief $456 miljoen van Informatica. De reguliere operationele marge was 20,5%, tegenover 34,1% op aangepaste basis. De jaarlijkse Agentforce-contractwaarde passeerde $1,5 miljard, waarbij vanaf dat kwartaal ook Slackbot en Headless 360 meetellen. Deze cijfers komen uit de publicatie van 26 augustus.


Die verschillen zijn relevant voor een bundelstrategie. Overnameomzet toont een groter bedrijf, maar bewijst geen versnelde vraag bij bestaande klanten. Jaarlijkse contractwaarde vertelt iets over afspraken, maar is geen gerealiseerde kwartaalomzet. En aangepaste winst kan kosten uitsluiten die voor een aandeelhouder wel degelijk betekenis hebben.


Hetzelfde geldt voor aandelenbeloning. Medewerkers ontvangen een economische vergoeding, ook wanneer die niet direct in cash wordt betaald. In een waardering op basis van reguliere marges blijft deze vergoeding als kosten staan. Vervolgens moet de winst nog worden verdeeld over het aantal aandelen dat werkelijk aan de economische opbrengst deelneemt.


De concurrentie kan aan twee kanten drukken. Andere grote softwareplatforms kunnen vergelijkbare mogelijkheden in hun bestaande contracten opnemen. Gespecialiseerde aanbieders kunnen één proces eenvoudiger of goedkoper uitvoeren. Salesforce hoeft niet volledig uit een organisatie te verdwijnen om daarvan last te krijgen; een kleinere uitbreiding of lagere prijs bij verlenging kan al voldoende zijn.


Lees ook: De analyse en waardering van Salesforce en ServiceNow voor de achtergrond van hun verschillende groeiprofielen en prijsmodellen.

Welke winst rechtvaardigt de huidige prijs?

Het gewone Salesforce-aandeel op de NYSE sloot op 21 oktober op $241,78. De De Belegger-momentopname vermeldt 20.28 uur UTC als brontijd, met twintig minuten vertraging. Alle bedragen in het koersmodel zijn dollars.


Voor de structurele verdienkracht gebruiken we een eigen jaarbasis van ongeveer $8 winst per aandeel. Daarachter staan $46,25 miljard omzet, 22% operationele marge inclusief aandelenbeloning, $1,3 miljard netto rentelasten, 25% belasting en 830 miljoen aandelen. Dat geeft ongeveer $8,02, afgerond naar $8. De marge ligt boven de huidige jaarverwachting en veronderstelt dus al enige verbetering. Het is geen gerapporteerde winst of analistenconsensus.


De kwartaalrekening gebruikt 821 miljoen verwaterde gemiddelde aandelen en noemt ongeveer 823 miljoen uitstaande aandelen op 20 augustus. De 830 miljoen in het model biedt enige ruimte voor verandering van de economische aandelenteller. Een nieuwe aandeleninkoop wordt niet alvast als extra winst toegevoegd. Evenmin trekken we grote resultaten op strategische beleggingen automatisch door naar elk volgend jaar.


Bij de huidige koers is deze winstbasis ongeveer dertig keer geprijsd. Om over drie jaar 10% jaarlijks koersrendement te behalen bij 25 keer winst, is circa $12,87 winst per aandeel nodig. Vanaf $8 vraagt dat ruim 17% jaarlijkse groei. Bundels moeten daarvoor meer doen dan de verkoop eenvoudiger maken: ze moeten het resultaat per aandeel verbeteren.



Drie mogelijke uitkomsten van de overgang

In het bearscenario blijft de normale winst per aandeel gelijk en betaalt de markt 20 keer winst. De mogelijke koers is dan voor oktober 2027, 2028 en 2029 telkens $160. Een winstdaling kan een slechter resultaat geven; dit is geen ondergrens.


Het middenscenario neemt 12% jaarlijkse winstgroei en 25 keer winst. Daaruit volgen $224,00, $250,88 en $280,99. Het gunstige scenario veronderstelt 22% groei en 30 keer winst, wat $292,80, $357,22 en $435,80 oplevert. In dat laatste pad moeten de nieuwe contractvormen samengaan met hogere productiviteit en gezonde uitvoeringskosten.



De formule is $8 maal de samengestelde winstgroei maal de multiple, voor één, twee en drie jaar na 21 oktober 2026. Dividend is niet inbegrepen. De groei betreft winst per aandeel na het netto-effect van uitgifte en inkoop. Schuld werkt via rente door in de basis; die wordt niet nogmaals volledig van deze aandelenwaardering afgetrokken.


De vereenvoudiging van het aanbod is een verstandige commerciële stap. Bij deze prijs is het bewijs voor aantrekkelijk aandeelhoudersrendement nog afhankelijk van wat er na de bundeling gebeurt. Sterkere verlengingen, meer betaalde uitbreiding en een oplopende reguliere marge zouden de positieve afweging ondersteunen. Blijft vooral het gebruik groeien terwijl inkomsten en marge achterblijven, dan verdient de eenvoud voor de klant geen hogere waardering voor het aandeel.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.

 
 
 
Het geld stroomt binnen bij ASML, het werk komt nog

ASML ontving in het derde kwartaal veel meer cash dan de winst doet vermoeden. Dat versterkt de financiering, maar toekomstige leveringen en schommelingen in het werkkapitaal blijven bepalend voor de

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 169:21:03

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page