Vergeet de ene quantumwinnaar, VanEck spreidt de gok
In het kort
De VanEck Quantum Computing UCITS ETF noteerde op 21 oktober rond €23,57 op Xetra. De accumulerende shareclass heeft ISIN IE0007Y8Y157, de dollar als basisvaluta en 0,55% jaarlijkse kosten. De tien grootste posities wogen bijna de helft van het fonds. De kwartaalherweging tempert concentratie, maar kan na een sterke stijging ook een deel van de winnaar verkopen.
QUTM lost een echt probleem op. Niemand weet welke quantumtechnologie uiteindelijk commercieel dominant wordt. Trapped ions, superconducting qubits, annealing en fotonische systemen hebben ieder andere sterke en zwakke punten. Met één fonds koopt de belegger meerdere benaderingen en daarnaast grote technologiebedrijven die de infrastructuur, software of patenten leveren.
Die spreiding is nuttig. Zij maakt de uitkomst minder afhankelijk van één wetenschappelijk experiment of één financieringsronde. Toch zijn dertig aandelen geen dertig gelijke risico's. Op 19 oktober wogen de tien grootste posities volgens justETF 49,43%. IonQ was met 5,77% de grootste, gevolgd door Microsoft met 5,31% en NEC met 5,12%. D-Wave, Fujitsu, Hitachi, Bank of America, Siemens en Amazon zaten eveneens in de kopgroep.
Dat is een bijzondere combinatie. Sommige ondernemingen verbranden kas om quantumhardware te ontwikkelen. Andere verdienen hun geld vooral aan cloud, software, banken, industrie of IT-diensten. Het fonds spreidt namen, maar mengt ook verdienmodellen die nauwelijks op dezelfde financiële maatstaf passen.
Herbalanceren is geen administratief detail
De index wordt periodiek opnieuw gewogen. Daardoor kan een snel gestegen pure quantumspeler niet onbeperkt groot worden. Dat beschermt tegen één aandeel dat na een hype de hele ETF domineert. Het mechanisme dwingt het fonds hoog gewaardeerde winnaars deels te verkopen en achterblijvers bij te kopen.
Een rekenvoorbeeld maakt de keerzijde zichtbaar. Stel dat een positie 5,77% weegt, vervolgens 60% stijgt en de rest van het fonds 5% wint. Het gewicht loopt dan op tot ongeveer 8,5%. Wanneer de index haar terugbrengt naar 6%, verkoopt het fonds ongeveer 2,5 procentpunt van de fondswaarde in die winnaar.
Dat verlaagt het risico. Het beperkt ook de toekomstige bijdrage wanneer de winnaar daarna opnieuw verdubbelt. QUTM is dus geen statische weddenschap op de beste onderneming. Het is een regelsysteem dat geregeld winst neemt en opnieuw spreidt.
In ons eerdere artikel over drie kwetsbare zwaargewichten stond de concentratie in pure spelers centraal. De analyse van de vermogensgroei liet zien dat het fonds vooral door nieuwe instroom groter werd. De nieuwe afweging is wat de indexregels met dat kapitaal doen.
Groei van het fonds is geen groei van de ondernemingen
VanEck meldde op 20 oktober een intrinsieke waarde van $26,13, $793 miljoen fondsvermogen en een jaarrendement van 4,71%. De jaarlijkse kosten bedragen 0,55%. Het fonds is sinds de start in mei 2025 snel groot geworden.
Dat is positief voor de verhandelbaarheid en de kans dat het product blijft bestaan. Voor de aanbieder betekent meer vermogen ook meer fee-inkomsten. Voor een belegger bewijst de groei van het fonds echter niet dat quantumomzet of winst even hard groeit. Nieuw ingelegd geld koopt simpelweg meer aandelen tegen de dan geldende prijzen.
De waardering moet daarom onder de motorkap worden bekeken. Bij winstgevende grote bedrijven kan een P/E nuttig zijn. Bij IonQ, D-Wave of Rigetti is een positieve winstbasis nog geen vanzelfsprekend uitgangspunt. Daar tellen omzetkwaliteit, onderzoekskosten, kasverbruik en toekomstige verwatering. Een gemiddeld fondsgetal kan verlieslatende ondernemingen buiten de berekening laten en daardoor goedkoper ogen dan de economische werkelijkheid.
Wat moet €23,57 waarmaken?
Voor een look-through reverse valuation modelleren we de groei van de winstbasis van de portefeuille, een verandering in waardering, het valuta-effect en de kosten. Bij 12% jaarlijkse winstgroei, 10% lagere waardering over drie jaar, een neutrale valuta en 0,55% jaarlijkse kosten komt de modelwaarde in 2029 rond €27 uit.
Dat middenpad is niet spectaculair. De sterke winstgroei wordt deels opgegeten door een lagere multiple en de fondsfee. Voor een gunstige uitkomst moet de commerciële quantumvraag sneller groeien of moeten beleggers bereid blijven hoge multiples te betalen.
De dollar blijft relevant, hoewel QUTM in euro wordt verhandeld. De shareclass is niet naar euro afgedekt. Een sterkere euro verlaagt de euro-uitkomst van Amerikaanse en andere buitenlandse posities. De geografische mix maakt het effect minder zuiver dan bij een volledig Amerikaanse ETF, maar neemt het niet weg.
Drie mogelijke koersen
Het bear-scenario geeft €18 eind 2027, €15 eind 2028 en €16 eind 2029. Pure spelers halen technische mijlpalen, maar onvoldoende betaalde opdrachten. Nieuwe aandelen en dalende waarderingen drukken hun beurswaarde. Grote technologiebedrijven voorkomen dat het fonds volledig instort.
Het middenscenario geeft €24, €26 en €29. Enkele pure spelers bewijzen betalende vraag, terwijl grote technologie- en industriële posities voor stabiliteit zorgen. Herweging haalt uitschieters terug, maar voorkomt ook dat één verliezer het fonds beheerst.
Het gunstige scenario komt uit op €28, €34 en €42. Quantumcomputing krijgt aantoonbare commerciële toepassingen, cloudtoegang groeit en de beste hardwarebedrijven vinden kapitaal zonder extreme verwatering. De brede portefeuille profiteert dan zowel van pure spelers als van leveranciers.
De sterkste kans en het bezwaar
De sterkste kans is dat niemand de uiteindelijke winnaar vooraf hoeft te kiezen. Een index kan een reeks mislukkingen verdragen zolang een paar winnaars groot genoeg worden. Dat patroon kennen we uit jonge technologiecategorieën.
Het bezwaar is dat de index juist winnaars verkoopt zodra zij zwaar worden en geld blijft steken in achterblijvers zolang die aan de regels voldoen. Bovendien betaalt de belegger 0,55% per jaar voor een mandje dat deels uit grote technologiebedrijven bestaat die ook in goedkope wereld- of S&P 500-fondsen zitten.
Mijn oordeel is daarom gematigd. QUTM is een begrijpelijke manier om het individuele bedrijfsrisico in quantum te spreiden. Het is geen goedkope vervanging voor bewijs. Bij €23,57 moet commerciële groei zich verbreden en moet verwatering bij pure spelers beheersbaar blijven.
Ik zou opnieuw positiever kijken wanneer omzet uit echte quantumdiensten sneller groeit dan overname- en financieringsbijdragen, terwijl het fonds niet steeds meer afhankelijk wordt van enkele verlieslatende namen. Tot die tijd is de kwartaalherweging zowel bescherming als begrenzing.







































































































Opmerkingen