top of page

De dollar beslist mee over jouw winst met Vanguards S&P-tracker

22 minuten geleden
5 minuten om te lezen
John Bogle, oprichter van Vanguard.
Bill Cramer / Wonderful Machine · archief 6 maart 2007 · CC BY-SA 4.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0) · commons.wikimedia.org/wiki/File:Photo_of_a_John_C._Bogle_By_Bill_Cramer.jpg

In het kort

VUSA geeft toegang tot de S&P 500 tegen lage fondskosten en keert dividend uit. Wie de Amsterdamse beurslijn in euro’s koopt, blijft blootgesteld aan de dollar. Een hogere bedrijfswinst kan daardoor samengaan met een bescheiden eurorendement, zeker wanneer de waardering daalt. Bij €130,806 vraagt 10% jaarlijks koersrendement in ons middenscenario ongeveer 14,4% onderliggende winstgroei.


Een Europese belegger kan een goed oordeel hebben over Amerikaanse bedrijven en toch minder verdienen dan de Amerikaanse beursgrafiek suggereert. De dollar kan dalen, het dividend wordt apart uitgekeerd en beleggers kunnen minder voor dezelfde hoeveelheid winst gaan betalen. Bij een brede ETF zijn die factoren soms belangrijker dan de keuze tussen twee grote ondernemingen in de portefeuille.


Dat maakt VUSA geen ongeschikte langetermijnbelegging. Het fonds biedt een eenvoudige manier om in grote Amerikaanse bedrijven te beleggen. Wel helpt het om de verschillende onderdelen van het rendement uit elkaar te halen. Anders kan een stijgende winstverwachting ten onrechte worden gelezen als een vergelijkbare verwachte koersstijging in euro’s.



Welke VUSA zit in deze berekening?

Het gaat om Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, ISIN IE00B3XXRP09. De gekozen beurslijn is VUSA op Euronext Amsterdam, verhandeld in euro’s. Het fonds is in Ierland gevestigd, volgt de index fysiek en keert ieder kwartaal uit. De lopende fondskosten bedragen 0,07% per jaar volgens de officiële productinformatie.


De afkorting Distributing betekent dat ontvangen inkomsten periodiek worden uitgekeerd. Het is dus niet de variant die deze inkomsten automatisch binnen dezelfde fondsdeelname herbelegt. Dat verschil is vooral zichtbaar wanneer iemand alleen twee beurskoersen vergelijkt: een deel van het rendement kan ondertussen al op de geldrekening zijn gekomen.


De euro als handelsvaluta verandert de economische blootstelling niet in een afgedekte eurobelegging. De onderliggende aandelen en de fondsadministratie hebben een dollarbasis. Ook wanneer de broker de aankoop netjes in euro’s afrekent, blijft de wisselkoers een factor in de waarde van die aandelen voor de Europese eigenaar.


Hoe een goede beurs toch weinig kan opleveren

Stel dat de portefeuille in dollars 10% in koers stijgt en dat één dollar tegelijkertijd 10% minder euro’s waard wordt. Het eurorendement is dan 1,10 maal 0,90 min één: negatief 1%. Het is geen nul, omdat de twee veranderingen op elkaar inwerken.



Dit is een eigen rekenvoorbeeld, geen valutavoorspelling. Het tegenovergestelde kan ook gebeuren. Een sterkere dollar kan een tegenvallende Amerikaanse koersontwikkeling gedeeltelijk opvangen. De praktische les is dat een keuze voor Amerikaanse aandelen ook een keuze voor een bepaalde valutablootstelling inhoudt, zelfs wanneer de belegger daar geen afzonderlijke transactie voor doet.


De onderliggende bedrijven verdienen overigens niet uitsluitend in de Verenigde Staten. Buitenlandse omzet en kosten kunnen hun resultaten beïnvloeden wanneer de dollar verandert. Daardoor is het uiteindelijke effect ingewikkelder dan alleen het omrekenen van een vaste dollarwinst. De module houdt de dollar-koersontwikkeling bewust als afzonderlijke invoer, zodat die bedrijfseffecten daarin kunnen zitten zonder ze nogmaals als valuta-effect toe te voegen.


Bij een lange horizon kunnen zulke bewegingen meerdere kanten opgaan. Dat is geen reden om zonder onderbouwing een terugkeer naar een gemiddelde wisselkoers te voorspellen. Voor een belegger met toekomstige uitgaven in euro’s blijft het relevante resultaat wat het totale vermogen in euro’s oplevert.


Dividend moet apart zichtbaar blijven

Vanguard vermeldt over de laatste vier uitkeringen samen $1,2619 per fondsdeel. Dat is een historische uitkering, geen belofte voor het komende jaar. Het bedrag wordt door het fonds in dollars vastgesteld; wat op een eurorekening verschijnt, hangt mede af van de omrekening door de betrokken partijen.


Een dividenduitkering creëert niet plotseling extra waarde uit het niets. Op de ex-dividenddatum verlaat de uitkering economisch het fondsvermogen. Wie alleen de koers bekijkt, mist de ontvangen cash. Wie de uitkering optelt bij een reeks waarin dividend al is herbelegd, telt hetzelfde voordeel juist tweemaal.



De module rekent met €10.000, een eigen eurokoersgroei en een afzonderlijk aangenomen dividendrendement. Bij 7% koersgroei en 0,9% jaarlijkse uitkering op de beginwaarde groeit de koerswaarde na drie jaar naar ongeveer €12.250. Daar komt ongeveer €289 ontvangen dividend bij, zonder herbelegging. Het verschil is bescheiden maar reëel.


Die 0,9% is een scenario-aanname. Het model bevat geen persoonlijke belastingen of brokerkosten. De fondskosten zitten straks wel in het afzonderlijke koersmodel. Ze zijn laag, maar een lage prijs voor het fondsbeheer zegt niets over hoe duur de onderliggende aandelen zelf zijn.


Rabi beschreef in het artikel over Nederlands spaargeld en beleggen waarom een eenvoudige, breed gespreide aanpak voor veel mensen toegankelijker kan zijn dan het kiezen van individuele aandelen. Eenvoud helpt vooral wanneer ook de verwachtingen over rendement begrijpelijk blijven.


De waardering van de bedrijven bepaalt de lat

Vanguard vermeldt voor de portefeuille op 30 september een koers-winstverhouding van 24,7. Dat is de prijs ten opzichte van de gebruikte winstbasis van de onderliggende aandelen. Het is geen actuele multiple op 21 oktober en geen gegarandeerde toekomstige winst. Voor de scenario’s gebruiken we deze gedateerde meting als benadering van het startpunt.


De Amsterdamse koers op 21 oktober was €130,806, ook zichtbaar in Vanguards prijshistorie. De De Belegger-momentopname vermeldt brontijd 15.35 uur UTC en vijftien minuten vertraging. De officiële dollar-NAV en de Europese beurskoers worden op verschillende momenten vastgesteld; hun verhouding is daarom geen nauwkeurige actuele wisselkoers of bewijs van arbitrage.


Een reverse berekening maakt de verwachting tastbaar. Neem als doel 10% jaarlijkse eurokoersgroei in drie jaar, een stabiele dollar en een waardering die naar 22 keer winst daalt. Na 0,07% jaarlijkse fondskosten is dan ongeveer 14,4% jaarlijkse onderliggende winstgroei nodig. Het dividend blijft daar buiten, omdat het doel koersrendement betreft.



De formule vermenigvuldigt winstgroei, de verandering in waardering, de kostenfactor en de valutafactor. Het is een vereenvoudiging: gewijzigde indexsamenstelling, dividendbelasting binnen de keten en trackingverschillen kunnen afwijken van deze benadering. De uitkomst is vooral nuttig om te zien welke aanname de verwachte opbrengst draagt.


Lees ook: Wat de opname van Bloom Energy in de S&P 500 betekent over indexvraag en het verschil tussen een plek in de index en een aantrekkelijke waardering.

Negen koersuitkomsten voor drie jaar

In het bearscenario groeien de onderliggende winsten jaarlijks 5%, daalt de multiple geleidelijk van 24,7 naar 18 en wordt de dollar ieder jaar 5% minder waard in euro’s. De mogelijke VUSA-koersen zijn dan €118,60 in oktober 2027, €106,47 in 2028 en €94,41 in 2029. Zelfs positieve winstgroei voorkomt hier geen koersverlies.


Het middenscenario gebruikt 10% winstgroei, een geleidelijke multiple-daling naar 22 en een stabiele dollar. Dat geeft €138,55, €146,54 en €154,75. Het jaarlijkse koersrendement is daarmee ongeveer 5,8%, waarna de afzonderlijk ontvangen uitkeringen nog meetellen in het totaalrendement.


In het gunstige scenario groeit de winst jaarlijks 15%, stijgt de multiple geleidelijk naar 27 en wordt de dollar per jaar 3% sterker in euro’s. Dan volgen €159,64, €194,65 en €237,13. Die combinatie laat zien hoeveel gunstige factoren tegelijk nodig zijn voor een zeer sterk eurorendement.



De formule is de startkoers maal de samengestelde winstgroei, maal de verhouding tussen toekomstige en oorspronkelijke multiple, maal de kosten- en valutafactor. De jaren zijn precies één, twee en drie jaar vanaf 21 oktober 2026. De negen bedragen zijn koersen zonder dividend; de aparte uitkeringsmodule laat zien hoe cash vervolgens aan totaalrendement bijdraagt.


VUSA blijft een overtuigend instrument voor wie bewust in grote Amerikaanse ondernemingen wil beleggen. Het biedt echter geen volledige wereldspreiding en de grootste bedrijven wegen zwaar. Een combinatie van hogere rente, minder uitbundige winstgroei en een zwakkere dollar kan ook een brede portefeuille raken. Bij de huidige waardering is een bescheidener centrale rendementsverwachting redelijker dan simpelweg recente koerswinsten doortrekken. Sterkere bedrijfswinsten die ook bij een normale multiple voldoende opbrengst geven, zouden die afweging verbeteren.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.

 
 
 
Het geld stroomt binnen bij ASML, het werk komt nog

ASML ontving in het derde kwartaal veel meer cash dan de winst doet vermoeden. Dat versterkt de financiering, maar toekomstige leveringen en schommelingen in het werkkapitaal blijven bepalend voor de

 
 
 
Wie gaat de extra AI van Salesforce betalen?

De nieuwe Salesforce-pakketten maken AI toegankelijker voor bestaande klanten. De beleggersvraag is hoeveel extra omzet overblijft nadat inbegrepen gebruik, kortingen en rekenkosten zijn betaald.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 159:18:52

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page