top of page

Groen licht voor Jackdaw geeft Shell slechts een klein zetje

1 minuut geleden
6 minuten om te lezen
Wael Sawan tijdens een bijeenkomst van Chatham House in 2010.
Chatham House · archief 2 februari 2010 · CC BY 2.0 (creativecommons.org/licenses/by/2.0) · Wikimedia Commons

In het kort

De Britse goedkeuring voor Jackdaw brengt de start van gasproductie dichterbij. Voor Shell is dat positief, maar het gasveld zit in de gezamenlijke onderneming Adura en vormt slechts een deel van het concern. Bij €46,84 per aandeel blijft de bredere kasstroom bepalend. De voorlopige kwartaalupdate laat zien waarom hoge raffinagemarges niet automatisch dezelfde stijging van beschikbare cash betekenen.


Shell krijgt met Jackdaw meer zicht op inkomsten uit een project waarin al veel is geïnvesteerd. Dat is een concrete verbetering: een gebouwde installatie verdient pas geld wanneer zij mag produceren, daadwerkelijk werkt en haar gas kan verkopen. Tegelijk moet de betekenis voor een groot beursbedrijf in verhouding blijven. Een belangrijk gasveld voor de Britse energievoorziening kan financieel nog steeds een bescheiden bijdrage leveren per Shell-aandeel.


Op 21 oktober meldde de Britse overheid dat Jackdaw toestemming krijgt voor productie. De overheid noemt een mogelijke start vanaf het einde van deze maand. Exploitant Adura verwacht binnen enkele weken gas te kunnen leveren. Dat zijn verwachtingen voor de opstart, geen bevestiging dat er op 21 oktober al commercieel gas stroomde.



Van toestemming naar daadwerkelijk verdiend geld

Volgens Shells toelichting van 21 oktober kreeg Jackdaw oorspronkelijk in 2022 toestemming. Na juridische uitspraken moest de beoordeling ook de uitstoot bij het uiteindelijke gebruik van het gas meenemen. De nieuwe beslissing vermindert daardoor een belangrijke onzekerheid rond een bestaand project. Zij is geen ontdekking van een nieuw gasveld en evenmin een bewijs dat alle operationele risico's verdwenen zijn.


Voor de economische opbrengst volgen nog verschillende stappen. De installatie moet veilig opstarten, voldoende gas leveren en dat gas tegen aantrekkelijke prijzen afzetten. Daarna gaan operationele kosten, belastingen, onderhoud en eventuele financieringsverplichtingen van de opbrengst af. Aan het einde van de levensduur komen ook ontmantelingskosten in beeld. Wie alleen de bruto waarde van het geproduceerde gas optelt, overschat dus wat voor eigenaren overblijft.


Adura noemt voor Jackdaw een investering van £2,1 miljard. Dat bedrag zegt iets over de omvang van het project, maar is geen jaarlijkse kostenpost en ook geen geschatte winst. Dezelfde publicatie noemt daarnaast grotere gecombineerde bedragen voor Jackdaw en Rosebank. Die mogen niet volledig aan Jackdaw worden toegeschreven. De procedure rond Rosebank staat bovendien afzonderlijk van deze toestemming.


Shell heeft volgens zijn jaarverslag over 2025 een belang van 50% in Adura; Equinor heeft de andere helft. Voor Shell-aandeelhouders telt dus niet de volledige projectopbrengst. Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen toegerekende winst in een gezamenlijke onderneming en cash die daadwerkelijk aan de eigenaren wordt uitgekeerd.



Neem als rekenvoorbeeld $500 miljoen jaarlijkse vrije cash bij een project binnen Adura. Bij gelijke economische belangen hoort daarvan $250 miljoen bij Shell. Als de gezamenlijke onderneming de helft van die cash reserveert voor investeringen of schuldafbouw, is de directe uitkering aan Shell $125 miljoen. Verdeeld over de gebruikte 5,729 miljard aandelen is dat ongeveer twee dollarcent per aandeel. Dit is geen Jackdaw-prognose, maar een manier om de schaal en de geldstroom te begrijpen.


Het voordeel van lokale productie heeft grenzen

De sterkste kans is dat Jackdaw een bestaande infrastructuur helpt benutten terwijl Europa belang houdt bij betrouwbare energievoorziening. Voor een project dat bijna kan starten, kan het verdwijnen van een juridische blokkade veel waard zijn. Reeds uitgegeven geld krijgt dan weer uitzicht op opbrengst. Een vertraging had juist extra kosten en later ontvangen cash kunnen betekenen.


Daar staat tegenover dat het gas tegen marktvoorwaarden wordt verkocht. Britse productie garandeert geen permanent hoge verkoopprijs en maakt de rekening voor consumenten niet automatisch laag. Gas uit andere bronnen, vraaguitval en groei van alternatieve energie kunnen de prijs beïnvloeden. De opbrengst van een project is daarom afhankelijk van zowel beschikbaarheid als de prijs die afnemers willen betalen.


Rabi legde eerder uit hoe verstoringen rond Hormuz via olie en gas doorwerken. Het mechanisme blijft relevant: een hogere marktprijs helpt een producent alleen als hij voldoende kan blijven leveren. Ook buiten het Midden-Oosten blijven leveringszekerheid en de koopkracht van industriële afnemers belangrijk voor de gasvraag.


Een sterk concern heeft meerdere bronnen van resultaat

Shell verdient niet alleen aan gewonnen olie en gas. Het verwerkt grondstoffen, maakt gas vloeibaar, organiseert transport en verkoopt brandstoffen aan verschillende afnemers. Daardoor kan het bedrijf op meerdere plaatsen in de keten verdienen. Dat spreidt het risico enigszins, maar de onderdelen bewegen niet altijd dezelfde kant op.


Dat is zichtbaar in de voorlopige kwartaalupdate van 7 oktober. Shell noemt een indicatieve raffinagemarge van $42 per vat voor het derde kwartaal, tegenover $24 in het tweede kwartaal. Tegelijk ligt de verwachte raffinaderijbezetting lager. Een gunstiger marge over minder volume geeft een andere uitkomst dan dezelfde marge over een volledig draaiende installatie.


De indicatieve marge is bovendien geen nettowinst per vat. Zij is een marktmaatstaf voor het verschil tussen bepaalde productprijzen en grondstofkosten. De werkelijke samenstelling, energieverbruik, onderhoudskosten, transport en belastingen bepalen wat Shell zelf verdient. De rekensom $42 maal alle verkochte vaten zou die verschillen overslaan.


De chemische marge beweegt in dezelfde update juist omlaag. Voor de kasstroom zijn er nog andere factoren: Shell verwacht $2,5 miljard uitgaven aan Duitse emissiecertificaten op een eerder tijdstip dan gebruikelijk. De beweging in werkkapitaal wordt geraamd tussen een uitstroom van $4 miljard en een instroom van $1 miljard. Definitieve resultaten over het kwartaal tot 30 september volgen op 29 oktober.



Werkkapitaal is geld dat tijdelijk in voorraden en openstaande rekeningen zit. Als een lading duurder wordt, kan dezelfde hoeveelheid voorraad meer cash vastleggen. Winst kan dan stijgen terwijl het banksaldo minder snel groeit. Later kan dat geld weer vrijkomen. Het is daarom verstandig om een tegenvallend kwartaal niet meteen als structurele verslechtering te behandelen, maar een gunstige vrijval evenmin als blijvende verdienkracht.


Ook een betaling die van het vierde naar het derde kwartaal schuift, verandert de timing zonder vanzelf de jaarkosten te verhogen. Dat helpt de ontwikkeling te begrijpen, maar het geld is op dat eerdere moment wel uitgegeven. Er blijft dan tijdelijk minder ruimte voor uitkeringen, nieuwe projecten of schuldafbouw.


Welke kasstroom past bij €46,84?

Het gewone Shell-aandeel, ISIN GB00BP6MXD84, noteerde op Euronext Amsterdam op 21 oktober €46,84. De koerspagina vermeldt de gesloten markt om 17.55 uur Nederlandse tijd. Dit is de Amsterdamse euro-notering; de Amerikaanse beurslijn gebruikt een andere vorm en mag niet zonder omrekening worden vergeleken.


Voor de aandelenbasis gebruik ik Shells officiële melding per 30 september: 5.729.497.530 gewone aandelen, zonder eigen aandelen in portefeuille. Dat is een gedateerd totaal. Inkoop na die datum kan het aantal verder veranderen. Voor de scenario's houd ik het constant, zodat toekomstige inkoop niet als een gratis extra rendement wordt meegeteld.


De waarde wordt hier berekend met jaarlijkse vrije cash voor gewone aandeelhouders na operationele kosten, belasting, rente, investeringen en leasebetalingen, maar vóór dividend en aandeleninkoop. Het model normaliseert tijdelijke bewegingen in werkkapitaal. Kas en schuld worden niet vervolgens nog eens afzonderlijk verrekend. De gekozen waardering veronderstelt dat de financiering houdbaar blijft; een sterke schuldstijging zou juist reden zijn om de multiple te verlagen.



Bij twaalf keer deze jaarlijkse cash en een aangenomen wisselkoers van $1,15 per euro vraagt de huidige prijs ongeveer $25,7 miljard structurele vrije cash. Voor tien procent jaarlijks koersrendement tot oktober 2029 loopt de benodigde cash op naar ongeveer $34,2 miljard. De toekomstige wisselkoers is een eigen aanname, geen huidige valutakoers of termijnnotering. Een sterkere euro maakt dezelfde dollaropbrengst minder waard voor een eurobelegger.


Dat is de lat waartegen Jackdaw moet worden afgewogen. Het project kan bijdragen, maar het concern moet veel meer laten zien dan één geslaagde start. De prijs van olie en gas, de winstgevendheid van raffinage, de investeringsrekening en de verdeling van cash bepalen gezamenlijk of de benodigde bedragen haalbaar zijn.


Drie mogelijke koerspaden

Het ongunstige scenario neemt voor 2027, 2028 en 2029 vrije cash van $18, $17 en $16 miljard aan. Tegen tien keer cash, bij een constante aandelenbasis en $1,15 per euro, geeft dat mogelijke koersen van €27,32, €25,80 en €24,28. Daarin normaliseren marges en wegen kosten en investeringen zwaar.


Het middenscenario rekent met $25, $27 en $29 miljard en een waardering van twaalf keer. De mogelijke koersen worden €45,53, €49,17 en €52,82. In het gunstige scenario leveren projecten en een sterke energiemarkt $32, $35 en $38 miljard op. Bij veertien keer cash volgen €67,99, €74,37 en €80,74. Alle koersmomenten liggen in oktober van het genoemde jaar.



De formule is vrije cash maal waarderingsmultiple, gedeeld door 5,729 miljard aandelen en vervolgens door de dollar-euroverhouding. Dividend komt boven op het koersrendement, maar staat niet in deze bedragen. Er wordt geen extra inkooprendement toegevoegd. Zo blijft zichtbaar welke kasgeneratie nodig is om de koers zelf te dragen.


Jackdaw is goed nieuws voor Shell omdat een concreet productieproject dichter bij inkomsten komt. Het is op zichzelf onvoldoende om een veel hogere waardering te rechtvaardigen. De positieve afweging wordt sterker wanneer de opstart lukt en de cash uit de bredere portefeuille toeneemt zonder blijvende hulp van uitzonderlijke marges of voorraadbewegingen. Op 29 oktober is vooral van belang hoeveel cash Shell overhoudt na de echte investerings- en betalingsrekening. Dat zegt meer over de ruimte per aandeel dan de hoogste afzonderlijke marge.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page