top of page

Waarom Googles TurboQuant géén ramp is voor Micron, Sandisk en Seagate

In het kort:

  • De beursreactie kan te kort door de bocht zijn: TurboQuant verlaagt wel de geheugenbehoefte per AI-model, maar dat betekent niet automatisch minder vraag naar geheugenchips.

  • Goedkopere AI kan net voor méér geheugenvraag zorgen: als AI goedkoper en efficiënter wordt, stijgt de adoptie, en dus ook de nood aan DRAM, NAND en opslaginfrastructuur.

  • Voor spelers als Micron, Sandisk en Seagate kan dat positief uitdraaien: niet omdat elk model meer geheugen nodig heeft, maar omdat de totale AI-markt en datageneratie verder groeien.


De markt reageerde nerveus toen Google onlangs meer uitleg gaf over TurboQuant, een technologie die grote taalmodellen compacter moet maken zonder aan nauwkeurigheid in te boeten. De reflex was voorspelbaar: als AI-modellen minder geheugen nodig hebben, dan zou dat slecht nieuws moeten zijn voor producenten van geheugenchips. Aandelen als Micron, Sandisk en Seagate kregen dan ook meteen een tik.

Maar misschien kijkt de markt naar de verkeerde variabele.


Want efficiëntere AI betekent niet automatisch minder vraag naar geheugen. In tegendeel: als de kostprijs van krachtige AI-systemen daalt, wordt de drempel om die technologie op grote schaal te gebruiken net lager. En precies daar kan een nieuwe groeifase voor de geheugenindustrie ontstaan.



Minder geheugen per model, meer AI in de praktijk

TurboQuant draait in essentie om efficiëntie. Door taalmodellen slimmer te comprimeren, wordt de geheugenvoetafdruk kleiner. Dat is belangrijk, want geheugen is vandaag een van de grote kostenposten bij het trainen en draaien van AI-modellen. Zeker nu de omvang van die modellen de voorbije jaren explosief is toegenomen.


Op het eerste gezicht lijkt dat dus negatief voor leveranciers van DRAM, NAND en opslag. Minder geheugen per model betekent immers minder chips per workload. Maar dat is een te eenvoudige lezing van het verhaal.


Technologische efficiëntie leidt zelden alleen tot besparing. Vaak leidt ze vooral tot méér gebruik. Wanneer een technologie goedkoper, sneller en toegankelijker wordt, stijgt de adoptie. Dat zien we in software, cloudinfrastructuur en halfgeleiders al decennialang. AI zal waarschijnlijk geen uitzondering zijn.


Een lagere kost kan de markt juist vergroten

Als TurboQuant erin slaagt om AI-systemen goedkoper te maken, opent dat de deur naar een bredere uitrol van artificiële intelligentie. Bedrijven die vandaag aarzelen om zware modellen te implementeren vanwege de kost, kunnen sneller overstag gaan. Ontwikkelaars kunnen grotere modellen bouwen. Inference, het effectief draaien van AI-toepassingen in de praktijk, kan op veel grotere schaal gebeuren.


En meer AI-gebruik betekent uiteindelijk ook meer vraag naar de infrastructuur errond.

Dat is de kern van de contrarian redenering: zelfs als de hoeveelheid geheugen per model daalt, kan de totale vraag naar geheugen en opslag alsnog stijgen omdat het aantal toepassingen, gebruikers en workloads veel sneller groeit. Wie alleen naar het verbruik per model kijkt, mist het effect van volumegroei.


AI draait niet alleen op rekenkracht, maar ook op geheugen en opslag

In het AI-verhaal gaat veel aandacht naar GPU’s en gespecialiseerde chips. Begrijpelijk, want zij leveren de brute rekenkracht. Maar zonder geheugen en opslag komt die rekencapaciteit nergens.


Micron speelt een belangrijke rol in DRAM en NAND, cruciale bouwstenen voor AI-servers en datacenters. Sandisk is een pure speler in NAND-flash, onmisbaar voor snelle opslag. Seagate zit dan weer sterker in harde schijven met hoge capaciteit, die nodig blijven om de enorme hoeveelheid data op te slaan die AI-systemen genereren en verwerken.


Die drie bedrijven zitten dus niet in exact hetzelfde segment, maar delen wel dezelfde onderliggende trend: AI creëert een almaar grotere behoefte aan data-opslag, dataverwerking en geheugencapaciteit. Zelfs als een algoritmische doorbraak de efficiëntie verbetert, verdwijnt die structurele vraag niet. Ze kan net versnellen.


De markt reageerde nerveus toen Google onlangs meer uitleg gaf over TurboQuant, inmiddels veren de SanDisk, Micron en Seagate alweer op:

De markt reageerde nerveus toen Google onlangs meer uitleg gaf over TurboQuant, inmiddels veren de SanDisk, Micron en Seagate alweer op:

Efficiëntere AI kan de datagolf groter maken

Daar komt nog iets bij. Goedkopere AI maakt niet alleen bestaande toepassingen rendabeler, maar creëert ook nieuwe. Meer AI in zoekmachines, software, video, industrie, zorg en bedrijven betekent ook meer datageneratie. En al die data moeten worden opgeslagen, verplaatst en verwerkt.

Dat speelt in de kaart van de hele memory- en storageketen.


Vanuit dat perspectief is TurboQuant niet zozeer een bedreiging voor geheugenchips, maar mogelijk een katalysator voor de volgende groeifase. Niet omdat elk individueel model meer geheugen vraagt, maar omdat de totale AI-economie groter wordt.


Waarom de beursreactie toch begrijpelijk is

Dat betekent niet dat de markt volledig irrationeel reageerde. Beleggers kijken nu eenmaal eerst naar het directe effect op de vraag. Als een technologie expliciet wordt voorgesteld als een manier om geheugenkosten te drukken, dan is het logisch dat aandelen van geheugenspelers onder druk komen.


Bovendien blijft de geheugenmarkt cyclisch. Prijzen bewegen sterk mee met vraag en aanbod, en schommelingen in investeringen van datacenters kunnen grote gevolgen hebben voor marges en winstgroei. Het is dus niet zo dat TurboQuant automatisch bullish is voor elke speler, op elk moment.


Maar de initiële beursreactie lijkt wel erg sterk ingegeven door kortetermijndenken. Ze veronderstelt dat efficiëntie per definitie omzet vernietigt, terwijl technologiegeschiedenis vaak het omgekeerde laat zien: lagere kosten verbreden de markt.


De echte vraag voor beleggers

Voor beleggers is daarom niet de vraag of TurboQuant het geheugenverbruik per AI-model verlaagt. Dat is net het punt van de technologie. De echte vraag is of die efficiëntiewinst leidt tot minder totale infrastructuurvraag, of juist tot méér AI-adoptie, meer toepassingen en een grotere eindmarkt.


Dat tweede scenario lijkt minstens even plausibel.

Als AI goedkoper wordt om te trainen en te draaien, stijgt de kans dat meer bedrijven, ontwikkelaars en platformen ermee aan de slag gaan. En zodra AI verder doordringt in de economie, neemt ook de vraag toe naar DRAM, NAND en grootschalige opslag.


Daarom hoeft Googles TurboQuant geen slecht nieuws te zijn voor geheugenchips. Het kan evengoed het signaal zijn dat AI een volgende fase ingaat: minder exclusief, minder duur en daardoor op termijn nog infrastructuurintensiever.


De markt schrok van efficiëntie. Maar precies die efficiëntie kan de motor blijken van een nog grotere geheugenvraag.

Advertorial

Juist in een markt die snel reageert op nieuwe AI-doorbraken, kijken beleggers scherper naar waar risico en rendement echt vandaan komen. Wanneer technologie de adoptie kan versnellen maar de koersreactie op korte termijn grillig blijft, wint ook de vraag aan belang hoe je tijdelijk vermogen positioneert buiten de markt.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page