top of page

Hoe lang houdt VanEcks chip-ETF dit tempo vol?

9 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Semiconductor UCITS ETF had volgens VanEck op 12 oktober een intrinsieke waarde van $109,68, €9,3 miljard equivalent fondsvermogen en 77,71% rendement sinds het begin van 2026. De Euronext-notering in euro handelde op 13 oktober rond €95,92. De sterke stijging verhoogt de winstlat: zonder brede winstgroei bij chipontwerpers, foundries en apparatuurmakers moet de waardering omlaag.


Een ETF kan een uitstekende sector bevatten en toch duur zijn. Dat is nu de centrale kwestie bij chips. De vraag naar AI-rekenkracht groeit, geheugenchips zijn schaars en apparatuurmakers profiteren van nieuwe fabrieken. Tegelijk heeft de beurs een groot deel van dat optimisme al vooruitbetaald.


De VanEck Semiconductor UCITS ETF met ISIN IE00BMC38736 volgt de MarketVector US Listed Semiconductor 10% Capped Screened Index. De Ierse shareclass is accumulerend, rekent 0,35% per jaar en is niet valuta-afgedekt. Dit is niet de Amerikaanse ETF die toevallig ook SMH heet.



Koersgroei en winstgroei moeten elkaar terugvinden

Een aandeel of ETF kan sneller stijgen dan de winst. In dat geval loopt de koers-winstverhouding op. Dat heet multiple-expansie: beleggers betalen meer voor elke euro of dollar winst. Het werkt prettig zolang de stemming verbetert, maar keert hard om wanneer groeiverwachtingen afnemen.



Bij 77,7% koersgroei en 28% winstgroei stijgt een beginmultiple van 28 naar bijna 39. De precieze portefeuille-K/W verandert dagelijks en hangt af van dataleverancier en winstdefinitie. Het mechanisme staat wel vast: wanneer de prijs veel sneller stijgt dan de winst, schuift rendement van bewezen prestaties naar toekomstige verwachtingen.


In onze analyse van Nvidia kwam dezelfde vraag terug. Nvidia rapporteerde uitzonderlijke datacentergroei, maar zelfs uitzonderlijke groei moet worden afgezet tegen de prijs die al betaald is. Voor een sector-ETF geldt dat op portefeuilleniveau.


Vijf verschillende chipbedrijven delen één cyclus

De portefeuille bevat ontwerpers, foundries, geheugenproducenten en leveranciers van productiemachines. Hun marges en investeringsritme verschillen. Nvidia verdient aan ontwerpen en software. TSMC produceert chips en moet fabrieken jaren vooraf financieren. ASML en Applied Materials verkopen machines. Micron en andere geheugenproducenten leven met grote prijsschommelingen.


Die variatie helpt, maar elimineert de cyclus niet. Wanneer hyperscalers minder datacenters bouwen, raakt dat eerst orders voor versnellers en geheugen. Later kan het doorwerken naar foundrybezetting en apparatuur. De timing verschilt, de kapitaalbron is vaak dezelfde.



Operationele hefboom maakt die cyclus scherper. Een chipfabriek of onderzoeksteam kost ook geld wanneer de omzet daalt. Daardoor kan 10% minder omzet meer dan 10% winstdaling veroorzaken. In een hausse werkt hetzelfde mechanisme omhoog.


De 10%-grens remt, maar beschermt niet volledig

De index begrenst een individuele positie op 10% bij herbalancering. Dat voorkomt dat één winnaar onbeperkt groeit. Tussen herbalanceringen kunnen gewichten weer oplopen en tien grote posities kunnen samen nog steeds het grootste deel van het rendement bepalen.


De huidige analyse kiest bewust een andere invalshoek dan alleen concentratie. Het grotere punt is dat een hoge sectorwaardering brede winstgroei vereist. Wanneer slechts twee ondernemingen hun verwachtingen overtreffen en de rest stagneert, kan de ETF alsnog tegenvallen.


Het stuk over Bloom Energy en de S&P 500 laat zien hoe koopdruk en een sterk verhaal de waardering sneller kunnen laten bewegen dan de operationele realiteit. Bij chips is de fundamentele vraag steviger, maar ook hier blijft de terugverdientijd van investeringen beslissend.


De eurokoers verwijdert het dollarrisico niet

De Euronext-lijn handelt in euro. De onderliggende bedrijven rapporteren grotendeels in dollars en Taiwanese dollars. De europrijs van de ETF beweegt daarom mee met zowel aandelenkoersen als valuta. Een sterkere euro kan dollarrendement verminderen. Een zwakkere euro kan het verhogen.


De handelsvaluta is alleen de munt waarin de transactie wordt afgerekend. Zij is geen afdekking. Dat verschil is belangrijk wanneer beleggers de €95,92 notering vergelijken met de officiële intrinsieke waarde van $109,68.


Wat moet €95,92 waarmaken?

Bij een geschatte onderliggende K/W van 29, een gewenste opbrengst van 10% en een eindmultiple van 24 in 2029 moet de portefeuillewinst ongeveer 16% per jaar groeien. Dat is mogelijk in een sterke AI-cyclus, maar het laat weinig ruimte voor uitstel of prijsdruk.



Dividend wordt in deze shareclass herbelegd. Daardoor zit het rendement in de fondswaarde. De kosten van 0,35% drukken elk jaar op die waarde. In het model tellen we ze niet nogmaals als afzonderlijke kasuitstroom wanneer de getoonde fondsprestatie al netto van kosten is.


Drie mogelijke jaareindekoersen

Het bearpad veronderstelt oplopende voorraden, tragere winstgroei en lagere multiples. Het middenpad rekent met circa 13% jaarlijkse winstgroei en geleidelijke normalisatie. In het gunstige pad verbreedt AI-vraag naar geheugen, foundry en apparatuur en blijft de winstgroei langer hoog.



De scenario’s zijn mogelijke koersen voor eind 2027, 2028 en 2029, geen voorspellingen. Ze maken zichtbaar dat een uitstekende sector na een stijging van 77,7% een steeds betere uitvoering nodig heeft.


Deze ETF blijft een efficiënte manier om de volledige chipketen te bezitten. Dat is iets anders dan een goedkoop toegangsbewijs. Bij €95,92 draait de beleggingsvraag niet meer om de vraag of AI veel chips nodig heeft. Die is eenvoudig te beantwoorden. De moeilijke vraag is of de winst per fondseenheid snel genoeg groeit om een groot deel van de toekomst die al in de koers zit alsnog waar te maken.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page