Nvidia en AMD onder druk: China’s AI-miljarden gaan naar lokale rivalen
- J. van den Poll
- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Chinese bedrijven verschuiven hun AI-chipbudgetten steeds vaker richting binnenlandse leveranciers. Volgens Bloomberg wil 46 procent van de 60 ondervraagde executives meer budget naar lokale AI-chips sturen, tegenover 30 procent eerder.
Deze trend past in China’s bredere strategie om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologie. Het land wil de komende vijf jaar circa 295 miljard dollar investeren in AI-datacenters, met een sterke voorkeur voor binnenlandse chips.
Nvidia en AMD blijven wereldwijd belangrijk, maar China wordt een moeilijkere markt. Lokale spelers zoals Huawei en Cambricon kunnen profiteren doordat bedrijven en staatsgefinancierde datacenters vaker voor Chinese alternatieven kiezen.
Via Raisin profiteren spaarders tijdelijk van 2,85% rente per jaar op een vrij opneembare spaarrekening met Europees depositogarantiestelsel.
Chinese bedrijven lijken hun AI-chipbudgetten steeds vaker te verschuiven richting binnenlandse leveranciers. Dat is een belangrijke ontwikkeling voor beleggers, omdat China jarenlang een grote groeimarkt was voor Amerikaanse chipbedrijven zoals Nvidia en AMD. De verschuiving laat zien dat de strijd om AI-chips niet alleen draait om technologie, maar ook om geopolitiek, exportregels en nationale industriepolitiek.
Volgens berichtgeving van Bloomberg onder Chinese bestuurders groeit de bereidheid om meer geld uit te geven aan lokale AI-chips. Van de 60 ondervraagde executives gaf 46 procent aan een groter deel van het AI-chipbudget richting binnenlandse alternatieven te willen sturen. Eerder lag dat aandeel nog rond 30 procent. Ook werd gesproken over een mogelijke verschuiving waarbij tot 80 procent van de bestedingen naar binnenlandse chips kan gaan.
Chinese bedrijven testen massaal lokale AI-chips als alternatief voor Nvidia en AMD:

Die cijfers zijn belangrijk, omdat ze laten zien dat de vraag naar AI-chips in China niet verdwijnt, maar wel van richting verandert. Bedrijven blijven investeren in rekenkracht voor kunstmatige intelligentie, maar kijken steeds vaker naar Chinese alternatieven voor Amerikaanse chips. Voor Nvidia en AMD betekent dit dat zij in China niet alleen te maken hebben met exportbeperkingen vanuit de Verenigde Staten, maar ook met een toenemende voorkeur voor lokale technologie aan Chinese zijde.
China wil minder afhankelijk worden van Amerikaanse chips
De verschuiving past in een bredere Chinese strategie om minder afhankelijk te worden van buitenlandse technologie. China wil de komende vijf jaar naar schatting ongeveer 2 biljoen yuan, omgerekend circa 295 miljard dollar, investeren in AI-datacenters. Daarbij ligt de nadruk steeds sterker op binnenlandse technologie.
Volgens berichtgeving rond deze plannen zou China bij nieuwe AI-infrastructuur mikken op ongeveer 80 procent binnenlandse technologie, waaronder AI-chips. Dat raakt direct aan de positie van Nvidia en AMD. Beide bedrijven hebben de afgelopen jaren geprobeerd aangepaste chips voor China te leveren die binnen de Amerikaanse exportregels passen. Nvidia kwam onder meer met de H20, terwijl AMD eveneens werkte aan aangepaste datacenteroplossingen.
Toch lijkt het probleem voor deze bedrijven breder te worden. Zelfs wanneer bepaalde chips technisch of juridisch nog geleverd mogen worden, kunnen Chinese klanten alsnog worden aangemoedigd of verplicht om voor lokale alternatieven te kiezen. Daardoor verschuift de concurrentie van een puur commerciële strijd naar een markt waarin beleid en strategische onafhankelijkheid een steeds grotere rol spelen.
Export van Nvidia H20-chips valt onder vergunningsplicht van de Amerikaanse overheid:

Staatsgefinancierde datacenters kiezen vaker lokaal
Vooral staatsgefinancierde AI-datacenters spelen hierin een belangrijke rol. Nieuwe datacenterprojecten met steun van de Chinese overheid zouden steeds vaker binnenlandse AI-chips moeten gebruiken. Ook projecten die nog in een vroege fase zitten, kunnen daardoor geplande aankopen van buitenlandse chips heroverwegen.
Dat maakt de impact voor Nvidia en AMD mogelijk structureel. China is niet zomaar een normale afzetmarkt. Veel grote technologieprojecten zijn verbonden met nationale programma’s, lokale overheden of strategische sectoren. Wanneer de overheid daar stuurt op binnenlandse chips, kan een groot deel van de toekomstige vraag verschuiven naar Chinese leveranciers.
Huawei en Cambricon kunnen profiteren
De grootste winnaars van deze trend zijn waarschijnlijk Chinese chipbedrijven. Huawei speelt met zijn Ascend-processors een steeds grotere rol in de Chinese AI-infrastructuur. Ook Cambricon wordt vaak genoemd als een belangrijke lokale speler op het gebied van AI-processors.
Daarbij gaat het niet alleen om de chips zelf. Chinese AI-bedrijven passen hun modellen steeds vaker aan op lokale hardware. Z.ai, het voormalige Zhipu AI, heeft bijvoorbeeld zijn GLM-modellen geschikt gemaakt voor Huawei’s Ascend-processors. Dat is belangrijk, omdat de prestaties van AI-systemen niet alleen afhangen van de hardware, maar ook van de software en de mate waarin modellen zijn geoptimaliseerd voor specifieke chips.
Waarom beleggers dit moeten volgen
Voor beleggers is de Bloomberg-survey vooral relevant omdat ze een gedragsverandering zichtbaar maakt. Chinese bedrijven lijken niet alleen onder druk van de overheid naar lokale chips te kijken, maar willen ook zelf minder afhankelijk worden van Amerikaanse leveranciers. Dat verkleint de kwetsbaarheid voor nieuwe exportbeperkingen, sancties of leveringsproblemen.
Nvidia blijft wereldwijd de dominante speler in AI-GPU’s en AMD heeft nog altijd kansen om marktaandeel te winnen in datacenters. Toch wordt China voor beide bedrijven een moeilijkere markt. De vraag naar AI-rekenkracht blijft groot, maar een steeds groter deel van die vraag kan terechtkomen bij lokale leveranciers.
De kern is daarom duidelijk. De AI-boom in China gaat door, maar de winnaars hoeven niet langer automatisch Amerikaanse chipbedrijven te zijn. Als Chinese ondernemingen hun budgetten daadwerkelijk verschuiven richting binnenlandse chips, kan dat op termijn druk zetten op de groeiverwachtingen van Nvidia en AMD in een van de grootste AI-markten ter wereld.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie gestart waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,96% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,42% p.j.







































































































































