Kan Alfen naast de omzet ook de marge redden?
In het kort
Alfen behaalde in de eerste helft van 2026 €261,5 miljoen omzet, 23,6% meer dan een jaar eerder. De aangepaste EBITDA bedroeg €16,4 miljoen en de marge 6,3%. Voor de jaarverwachting van €435 tot €475 miljoen is in de tweede jaarhelft nog €173,5 tot €213,5 miljoen omzet nodig. Dat lijkt haalbaar. De belangrijkere vraag bij een koers van €10,44 is of de brutomarge en kasstroom herstellen.
Alfen verkoopt drie soorten oplossingen die met elkaar samenhangen. Smart Grids levert onder meer transformatorstations en componenten voor het elektriciteitsnet. Energy Storage Systems bouwt grote batterijoplossingen. EV Charging maakt laadpunten en laadsystemen. Klanten betalen niet alleen voor hardware, maar ook voor ontwerp, integratie, software en service.
Dat is een aantrekkelijk uitgangspunt in een overbelast elektriciteitsnet. Meer wind- en zonne-energie vraagt om lokale opslag, slimmere distributie en controle over piekbelasting. Alfen kan meerdere onderdelen combineren. Een klant die een batterij plaatst, heeft mogelijk ook een netaansluiting, transformator en energiesoftware nodig.
De cijfers laten echter zien dat groei niet vanzelf winst is. In de eerste helft steeg de omzet sterk, terwijl de brutomarge daalde van 29,1% naar 26,1%. Een brutomarge is het bedrag dat na directe materiaal- en productiekosten van iedere omzet-euro overblijft. Drie procentpunt verschil op €261,5 miljoen omzet is bijna €8 miljoen brutowinst. Voor een onderneming met €16,4 miljoen aangepaste EBITDA is dat groot.
Volgens de halfjaarcijfers van 18 augustus liep de transformatie door. Het management houdt voor heel 2026 vast aan €435 tot €475 miljoen omzet en een aangepaste EBITDA-marge van 4% tot 7%. Dat is een brede marge. Aan de onderkant blijft weinig ruimte over voor tegenvallers, rente en investeringen.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Het omzetdoel is minder zwaar dan het lijkt
Het midden van de jaarbandbreedte is €455 miljoen. Na €261,5 miljoen in de eerste helft resteert €193,5 miljoen. Alfen hoeft dus niet hetzelfde omzettempo vast te houden. Dat kan komen door seizoenspatronen, de timing van grote energieopslagprojecten of een bewust voorzichtige planning.
Dat maakt de omzetdoelstelling bereikbaar, maar niet automatisch waardevol. Een groot batterijproject kan veel omzet toevoegen en toch weinig winst opleveren als cellen duurder zijn, garanties zwaar wegen of de klant sterke prijsafspraken heeft. Omgekeerd kan een kleinere omzet uit gestandaardiseerde transformatorstations een stabielere marge bieden.
De interactieve brug laat daarom omzet en marge samen zien. Bij €455 miljoen jaaromzet is €193,5 miljoen nodig in de tweede jaarhelft. Met 7% EBITDA-marge levert dat ongeveer €13,5 miljoen aangepaste EBITDA op. Trek vervolgens kasuitgaven af en de vrije ruimte wordt kleiner. Dit is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling van het management.
De kostenkant verdient daarbij meer aandacht. Alfen heeft zijn organisatie aangepast na de terugval in laadpalen en eerdere groeipijn bij opslag. Minder personeel en efficiëntere processen kunnen de vaste kosten verlagen. Tegelijk mag besparing onderzoek, service en projectbeheersing niet uithollen. Juist bij batterijen kan één slecht geprijsd contract meerdere goede projecten neutraliseren.
Kasstroom is het bewijs dat de ommekeer werkt
Een aangepaste EBITDA sluit posten uit die het bedrijf als bijzonder of niet-operationeel ziet. Dat kan nuttig zijn om de lopende activiteit te volgen, maar het is geen kas. Voor aandeelhouders telt uiteindelijk hoeveel geld overblijft na werkkapitaal, investeringen, rente en belasting.
Werkkapitaal is bij Alfen belangrijk. Het bedrijf koopt onderdelen en bouwt systemen voordat de klant volledig betaalt. Snelle omzetgroei kan daardoor juist tijdelijk kas gebruiken. Als voorraden oplopen of klanten later betalen, wordt een positieve EBITDA niet meteen vrije kasstroom. Een sterk tweede halfjaar bestaat daarom uit drie dingen: levering op tijd, een betere brutomarge en ontvangst van de factuur.
De financieringsruimte is ook relevant. Met een beurswaarde van ongeveer €223 miljoen is Alfen klein. Een paar tientallen miljoenen extra kapitaal zouden merkbare verwatering veroorzaken. Verwatering betekent dat dezelfde onderneming over meer aandelen wordt verdeeld. Als de operationele kas terugkeert, wordt dat risico kleiner. Als projecten kapitaal blijven opslokken, kan de balans de strategische ruimte beperken.
Voor achtergrond bij de eerdere groeifase is Alfens ambitieuze groeiplan nuttig. De analyse van de scherpe koersreactie laat daarnaast zien waarom een gehaald omzetcijfer onvoldoende kan zijn wanneer marge en verwachtingen niet meegroeien.
Wat moet €10,44 waarmaken?
Bij €10,44 bedraagt de marktwaarde ongeveer €222,7 miljoen. Omdat de huidige winstbasis nog kwetsbaar is, is een omzetbenadering bruikbaarder dan een gewone koers-winstverhouding. Stel dat een belegger 12% rendement per jaar verlangt en Alfen in 2029 tegen 1,1 keer omzet wordt gewaardeerd. Dan is ongeveer €285 miljoen omzet nodig om de toekomstige marktwaarde te dragen.
Dat lijkt laag naast de huidige jaaromzet. De reden is dat de beurswaarde sterk is gedaald. Maar een omzetmultiple heeft alleen betekenis als omzet winstgevend en kasgenererend is. Bij 2% EBITDA-marge is 1,1 keer omzet duur. Bij 10% marge kan dezelfde multiple aantrekkelijk zijn. De waardering is dus geen bewijs dat het aandeel goedkoop is; zij is een uitnodiging om de marge te toetsen.
De sterkste positieve tegenwerping is dat Alfen al een groot deel van de omzetbasis heeft behouden, terwijl de kostenstructuur verbetert. Smart Grids profiteert van langdurige netinvesteringen en opslag kan sterk groeien. Als de brutomarge terugkeert naar het oude niveau, stijgt de EBITDA sneller dan de omzet. Dan biedt de kleine marktwaarde veel hefboom.
Het risico is dat projectgroei opnieuw te veel kapitaal en managementaandacht vraagt. Concurrentie in batterijen blijft stevig en laadpalen hebben lagere groei dan tijdens de eerdere hausse. Ook een Europese voorkeur voor lokale infrastructuur vertaalt zich niet automatisch in orders. Klanten kijken naar prijs, levertijd en garanties.
Drie mogelijke paden
In het bear-scenario schuiven projecten door, blijft de brutomarge laag en is nieuw kapitaal nodig. In het middenpad haalt Alfen de jaaromzet, dalen kosten en keert de vrije kas geleidelijk terug. In het gunstige pad versterken smart grids en opslag elkaar, herstelt de brutomarge en verdwijnt de financieringsdruk.
De conclusie is dat de jaaromzet waarschijnlijk niet de zwaarste horde is. Alfen heeft in de eerste helft al meer dan de helft van het middendoel behaald. Het oordeel bij €10,44 hangt af van de kwaliteit van de resterende omzet. Hogere brutomarge, lagere voorraden en positieve vrije kas zouden bewijs zijn dat de ommekeer werkt. Nog een halfjaar met groei zonder kas zou juist laten zien dat de onderneming niet aan vraag, maar aan economische uitvoering tekortkomt.






































































































































Opmerkingen