De Belastingdienst doet in 2026 iets wat je veel geld gaat kosten
- Michiel V

- 17 dec 2025
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
In 2026 houden vrijwel alle Nederlanders iets meer nettoloon over door aangepaste belastingschijven, lagere tarieven in de eerste schijf en een hoger minimumloon.
Vooral minimumloners profiteren zichtbaar, terwijl ook middeninkomens en gepensioneerden er licht op vooruitgaan, zij het met kleinere bedragen.
Tegelijk waarschuwt ADP dat de belastingaangifte over 2025 kan tegenvallen vooral voor mensen met spaargeld of beleggingen.
Vrijwel iedereen in Nederland houdt in 2026 iets meer nettoloon over. Dat is de belangrijkste conclusie uit de nieuwe loonberekeningen van salarisverwerker ADP, die jaarlijks vooruitkijkt naar het effect van belastingmaatregelen op het loonstrookje. De stijging is geen toeval en ook geen gevolg van grote hervormingen, maar van een reeks kleine fiscale aanpassingen die samen zorgen voor een hoger bedrag onder de streep. Toch waarschuwt ADP dat het positieve gevoel op de loonstrook later kan omslaan in schrik, namelijk bij het doen van de belastingaangifte over 2025.
Waarom nettolonen in 2026 stijgen
De stijging van het nettoloon komt vooral door aanpassingen in de belastingschijven en tarieven. Met Prinsjesdag en in de daaropvolgende Kamerdebatten is besloten om de grenzen van de eerste twee belastingschijven te verhogen. De eerste schijf wordt met 442 euro opgerekt tot 38.883 euro en de tweede schijf met 1.609 euro tot 78.426 euro. Dat betekent dat een groter deel van het inkomen in de relatief gunstige eerste schijf valt.
Daarnaast wordt het belastingtarief in die eerste schijf iets verlaagd. Waar in 2025 nog 35,82 procent werd geheven, daalt dat in 2026 naar 35,75 procent. Tegelijkertijd gaat het tarief in de tweede schijf iets omhoog naar 37,56 procent, maar doordat de grens van die schijf verder opschuift, duurt het langer voordat mensen in het hoogste tarief van 49,50 procent terechtkomen. Dat toptarief blijft ongewijzigd. Deze combinatie zorgt ervoor dat iedereen, ongeacht inkomen, iets meer netto overhoudt.
Huidige inkomens belastingschijven voor 2025

Wat dit betekent voor verschillende inkomens
Voor mensen met een modaal inkomen van ongeveer 3.704 euro bruto per maand betekent dit een nettostijging van circa 26 euro per maand. Wie twee keer modaal verdient, rond de 7.407 euro bruto, houdt ongeveer 37 euro netto extra over. Bij drie keer modaal loopt het voordeel terug naar zo’n 16 euro per maand.
De grootste vooruitgang is zichtbaar bij minimumloners. Het wettelijk minimumuurloon wordt in 2026 geïndexeerd naar 14,71 euro bruto per uur, tegenover 14,40 euro nu. Wie veertig uur per week werkt tegen het minimumloon houdt daardoor ongeveer 51 euro netto per maand meer over. Bij een werkweek van 36 uur is dat circa 46 euro. Die stijging komt niet alleen door lagere belastingen, maar ook doordat het minimumloon expliciet wordt aangepast om de koopkracht deels te beschermen tegen inflatie.

Niet alleen werkenden gaan erop vooruit. Ook gepensioneerden zien hun netto inkomen in 2026 licht stijgen. Dat komt deels door het lagere tarief in de eerste belastingschijf, maar vooral door een lagere inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet over het aanvullend pensioen.
Een gepensioneerde met een aanvullend pensioen van 1.000 euro bruto per maand houdt hierdoor ongeveer 5 euro netto extra over. Bij een aanvullend pensioen van 2.500 euro loopt dat op tot zo’n 12 euro per maand. Het zijn geen grote bedragen, maar ze zorgen wel voor een lichte verbetering van de koopkracht.
De grote waarschuwing voor de belastingaangifte
Tegenover het goede nieuws over het loonstrookje plaatst ADP een duidelijke waarschuwing. Bij het invullen van de belastingaangifte over 2025 kan een deel van de werkenden en gepensioneerden voor een onaangename verrassing komen te staan. Dat heeft te maken met een wijziging in de manier waarop de algemene heffingskorting wordt berekend.
Tot en met 2024 werd de algemene heffingskorting vastgesteld op basis van het inkomen in box 1, dus inkomen uit werk en woning. Vanaf het belastingjaar 2025 wordt deze korting berekend over het verzamelinkomen. Dat betekent dat ook inkomsten uit sparen en beleggen in box 3 meetellen.
Werkgevers houden bij het berekenen van het maandelijkse loon alleen rekening met het salaris in box 1. Als iemand daarnaast spaargeld of beleggingen heeft, kan het zijn dat er gedurende het jaar te veel algemene heffingskorting is toegepast. Bij de definitieve aanslag moet die korting dan deels of zelfs volledig worden terugbetaald.
Volgens Karin Stam, expert wet en regelgeving bij ADP, is dit iets waar veel mensen zich nog onvoldoende van bewust zijn. Vooral huishoudens met een middeninkomen en wat spaargeld lopen dit risico. Zij hebben vaak nog recht op de heffingskorting, maar door het extra vermogen kan die achteraf lager uitvallen dan gedacht. Wie in het hoogste belastingtarief valt, komt überhaupt niet in aanmerking voor de korting en zal hier geen last van hebben.
Voor vermogende beleggers kan deze wijziging in de algemene heffingskorting duidelijk nadelig uitpakken. Juist deze groep combineert vaak een inkomen uit werk of pensioen met vermogen in box 3, zoals spaargeld, beleggingen of een beleggingsportefeuille. Omdat de heffingskorting vanaf 2025 wordt berekend over het totale verzamelinkomen, kan het extra inkomen uit vermogen ervoor zorgen dat de korting sneller wordt afgebouwd of zelfs volledig vervalt.

In de praktijk betekent dit dat een belegger gedurende het jaar een ogenschijnlijk correct nettoloon ontvangt, terwijl bij de belastingaangifte blijkt dat hij of zij te veel heffingskorting heeft gekregen. Dat verschil moet vervolgens worden terugbetaald. Dit kan vooral pijnlijk zijn omdat het vaak om bedragen gaat die niet maandelijks zijn gereserveerd. Het voelt dan als een onverwachte naheffing, terwijl het technisch gezien slechts een correctie is.
Voor beleggers met een groter vermogen speelt nog iets anders mee. Het rendement in box 3 hoeft niet extreem hoog te zijn om effect te hebben op de heffingskorting. Ook bij relatief bescheiden spaarrentes of gematigde rendementen kan het verzamelinkomen al snel boven de grens uitkomen waarbij de korting afneemt. Zeker in jaren waarin de beurs goed presteert of wanneer spaargeld weer meer rente oplevert, kan dit sneller gebeuren dan veel mensen verwachten.
Daarmee ontstaat een belangrijk verschil tussen wat iemand gedurende het jaar op zijn loonstrook ziet en wat uiteindelijk fiscaal wordt afgerekend. Vermogende beleggers doen er daarom verstandig aan om niet alleen naar het nettoloon te kijken, maar ook naar hun totale inkomenspositie. Het kan verstandig zijn om alvast rekening te houden met een mogelijke terugbetaling, bijvoorbeeld door een deel van het rendement apart te zetten of de voorlopige aanslag aan te passen.
Meer netto, maar blijf alert
Alles bij elkaar zorgt het belastingpakket voor 2026 ervoor dat vrijwel iedereen iets meer nettoloon ontvangt. Vooral minimumloners en lagere inkomens profiteren relatief sterk, terwijl ook middeninkomens en gepensioneerden er licht op vooruitgaan. Tegelijkertijd is het belangrijk om verder te kijken dan het maandelijkse loonstrookje.
Door de aangepaste berekening van de algemene heffingskorting kan de belastingaangifte over 2025 voor sommige mensen onverwacht duur uitpakken. Vooral wie naast loon ook spaargeld of beleggingen heeft, doet er goed aan hier rekening mee te houden. Het hogere nettoloon in 2026 voelt prettig, maar een goede voorbereiding voorkomt dat dit voordeel later deels weer verdampt.
Voor wie in 2026 netto iets meer overhoudt, rijst automatisch de vraag wat je met dat extra geld doet. Het volledig laten staan op een spaarrekening voelt veilig, maar levert door inflatie en belasting vaak weinig op. Tegelijk willen veel mensen niet méér risico nemen op de beurs, zeker in een tijd waarin markten beweeglijk zijn en waarderingen hoog liggen. Juist daarom kijken steeds meer beleggers naar vastgoedfondsen als stabiele aanvulling, met voorspelbare inkomsten en minder dagelijkse schommelingen.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands supermarkt en zorgvastgoed, sectoren die minder gevoelig zijn voor economische schommelingen. Het fonds keert maandelijks uit en richt zich op beleggers die zoeken naar rust, spreiding en een stabiel rendement naast hun salaris, spaargeld of beleggingen. Daarmee kan het een logische bestemming zijn voor extra netto inkomen, zonder dat je direct afhankelijk bent van beurskoersen.
Vraag nu de gratis brochure aan en ontdek vrijblijvend of dit vastgoedfonds past bij jouw beleggingsdoelen.







































































































































Opmerkingen