Nederland verlaten om box 3? Dit kan je duizenden euro’s per jaar schelen
De discussie over de nieuwe box 3 gaat al lang niet meer alleen over de vraag óf Nederlandse beleggers meer belasting gaan betalen. Voor vermogende Nederlanders begint een andere vraag steeds relevanter te worden: wat gebeurt er eigenlijk wanneer je Nederland verlaat?
België ligt letterlijk om de hoek, Duitsland is binnen een paar uur bereikbaar en landen als Spanje en Portugal zijn al jaren populair onder Nederlanders die in het buitenland willen wonen. Ook Denemarken en Zweden zijn interessant, omdat deze landen hun beleggers op een compleet andere manier belasten.
Maar hoeveel verschil maakt verhuizen werkelijk wanneer je bijvoorbeeld €100.000 op de beurs hebt staan?
Om die vraag te beantwoorden gebruiken we voor ieder land exact dezelfde belegger. Deze persoon bezit aan het begin van het jaar €100.000 aan aandelen. De portefeuille stijgt gedurende het jaar met 10 procent naar €110.000. Er wordt dus €10.000 rendement behaald. We gaan uit van een alleenstaande belegger, zonder dividend, andere inkomsten uit vermogen of verrekenbare verliezen.
Bij landen die koerswinst pas bij verkoop belasten, nemen we daarnaast aan dat de aandelen aan het einde van het jaar worden verkocht. Anders zou in verschillende landen helemaal geen belasting over de €10.000 koerswinst verschuldigd zijn.
Eerst Nederland: bijna €3.000 van de winst naar de fiscus
Nederland wil vanaf 2028 overstappen naar belastingheffing over het werkelijke rendement in box 3. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel inmiddels aangenomen, maar behandeling door de Eerste Kamer moet nog plaatsvinden. Bovendien onderzoekt het kabinet nog mogelijke aanpassingen aan het stelsel. De exacte vorm vanaf 2028 staat daardoor nog niet volledig vast.
Onder het huidige voorstel wordt het werkelijke rendement het uitgangspunt. Voor aandelen is daarbij vooral relevant dat Nederland in de basis werkt met een vermogensaanwasbelasting, waardoor ook waardeveranderingen een rol kunnen spelen zonder dat de belegger zijn volledige portefeuille eerst hoeft te verkopen. Het kabinet onderzoekt tegelijkertijd een mogelijke beweging richting een vermogenswinstbelasting.
Wanneer we voor het rekenvoorbeeld uitgaan van het voorgestelde tarief van 36 procent en €1.800 heffingsvrij resultaat, ontstaat het volgende beeld.
Nederland | Bedrag |
Belegd vermogen begin jaar | €100.000 |
Waarde einde jaar | €110.000 |
Werkelijk rendement | €10.000 |
Heffingsvrij resultaat | €1.800 |
Belastbaar rendement | €8.200 |
Tarief | 36% |
Belasting | €2.952 |
Rendement na belasting | €7.048 |
De belastingdruk over de volledige €10.000 winst komt daarmee in dit voorbeeld effectief uit op bijna 30 procent.
Dat bedrag vormt een interessante basis voor de vergelijking. Want wie daadwerkelijk naar het buitenland verhuist en daar fiscaal inwoner wordt, kan met exact dezelfde portefeuille met een compleet andere belastingrekening te maken krijgen.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'PREMIUM50'.
België kan een enorm verschil maken
Voor Nederlanders is België misschien wel de interessantste vergelijking. Het land heeft vanaf 2026 een nieuwe belasting op meerwaarden op financiële activa voorbereid, waarbij voor het algemene regime wordt uitgegaan van een tarief van 10 procent. Tegelijkertijd geldt een jaarlijkse vrijstelling van €10.000. De Belgische overheid heeft bovendien voorzien in verliesverrekening binnen het jaar en een afwijkend regime voor belangen van minimaal 20 procent.
Dat levert bij ons voorbeeld iets opvallends op.
België | Bedrag |
Belegd vermogen | €100.000 |
Gerealiseerde koerswinst | €10.000 |
Jaarlijkse vrijstelling | €10.000 |
Belastbare winst | €0 |
Tarief boven vrijstelling | 10% |
Belasting over koerswinst | €0 |
Gerealiseerde winst na deze belasting | €10.000 |
De belegger zit precies op de vrijstellingsgrens en zou over deze koerswinst daardoor geen Belgische meerwaardebelasting betalen.
Dat maakt het verschil met Nederland in dit specifieke voorbeeld bijna €3.000 per jaar. Bij hogere winsten verdwijnt dat voordeel niet volledig. Stel dat dezelfde portefeuille bijvoorbeeld €20.000 winst oplevert, dan valt €10.000 boven de basisvrijstelling en zou daarop bij toepassing van het algemene tarief €1.000 belasting verschuldigd zijn.
Wel is voorzichtigheid nodig met de Belgische vergelijking. Het regime is recent ingevoerd en kent overgangsregels en uitzonderingen. Wie daadwerkelijk verhuist, moet bovendien naar zijn volledige fiscale situatie kijken en niet alleen naar de belasting over één aandelenportefeuille.
Duitsland belast vooral wanneer je winst realiseert
Ook Duitsland behandelt beleggers anders. Kapitaalinkomsten worden in beginsel tegen 25 procent belast. Voor een alleenstaande bestaat daarnaast een vrijstelling van €1.000 aan kapitaalinkomsten per jaar. Op de Duitse heffing kan bovendien de solidariteitstoeslag van toepassing zijn; eventuele kerkbelasting laten we in deze vergelijking buiten beschouwing.
Belangrijk is dat Duitsland onder kapitaalinkomsten onder meer dividend en winst uit de verkoop van aandelen, ETF's en andere effecten verstaat. Dat betekent dat het realiseren van de winst een belangrijk verschil kan maken.
Duitsland | Bedrag |
Belegd vermogen | €100.000 |
Gerealiseerde koerswinst | €10.000 |
Vrijstelling | €1.000 |
Belastbare winst | €9.000 |
Basistarief | 25% |
Belasting vóór eventuele toeslagen | €2.250 |
Belasting incl. 5,5% solidariteitstoeslag op de belasting | ± €2.374 |
Winst na belasting | ± €7.626 |
Het verschil met Nederland bedraagt in het voorbeeld ongeveer €578. Dat lijkt misschien niet spectaculair, maar voor een langetermijnbelegger kan vooral het moment van belasting belangrijk worden.
Wanneer een koerswinst nog niet wordt gerealiseerd, kan belastinguitstel betekenen dat een groter bedrag in de portefeuille blijft zitten en verder kan renderen. Over een periode van tientallen jaren kan dat rente-op-rente-effect veel belangrijker worden dan een verschil van enkele procentpunten in het nominale belastingtarief.
In Spanje blijft van de €10.000 ruim €8.000 over
Spanje gebruikt voor inkomsten uit vermogen een progressieve schaal. Vanaf 2025 en daarna bedraagt het tarief 19 procent over de eerste €6.000 van de belastbare spaarbasis en 21 procent over het gedeelte van €6.000 tot €50.000. Daarboven lopen de tarieven verder op tot uiteindelijk 30 procent voor zeer hoge bedragen.
Voor onze belegger valt de €10.000 dus in twee verschillende schijven.
Spanje | Berekening | Belasting |
Eerste €6.000 winst | €6.000 × 19% | €1.140 |
Resterende €4.000 | €4.000 × 21% | €840 |
Totale belasting | €1.980 | |
Winst na belasting | €8.020 |
Daarmee houdt de belegger €972 meer over dan in het Nederlandse voorbeeld.
Spanje is echter een goed voorbeeld van waarom alleen naar aandelenbelasting kijken gevaarlijk kan zijn wanneer iemand daadwerkelijk een emigratie overweegt. Afhankelijk van de omvang van het totale vermogen kunnen ook andere Spaanse vermogensheffingen relevant worden. Met een portefeuille van alleen €100.000 speelt dat vraagstuk veel minder, maar bij iemand die enkele miljoenen bezit kan de totale vergelijking behoorlijk veranderen.
Portugal komt verrassend dicht bij Nederland
Portugal wordt regelmatig genoemd als bestemming voor Nederlanders die hun vermogen in een warmer land willen opbouwen. Wie alleen naar belasting over gerealiseerde aandelenwinsten kijkt, ontdekt echter dat Portugal niet automatisch extreem goedkoop is.
Het positieve jaarlijkse saldo van bepaalde gerealiseerde vermogenswinsten, waaronder effecten, wordt in Portugal in beginsel tegen een speciaal tarief van 28 procent belast.
Portugal | Bedrag |
Belegd vermogen | €100.000 |
Gerealiseerde winst | €10.000 |
Belastbare winst | €10.000 |
Tarief | 28% |
Belasting | €2.800 |
Winst na belasting | €7.200 |
Het verschil met de €2.952 uit het Nederlandse rekenvoorbeeld bedraagt slechts €152.
Voor iemand die puur vanwege de belasting over zijn aandelenportefeuille zou willen vertrekken, is Portugal bij dit rendement dus veel minder spectaculair dan België. Dat betekent uiteraard niet dat de totale Portugese belastingdruk vrijwel gelijk is aan Nederland. Inkomen, pensioen, vastgoed, dividend en persoonlijke omstandigheden kunnen de uiteindelijke rekening sterk veranderen.
Denemarken is bepaald geen belastingparadijs
Wie denkt dat ieder ander Europees land automatisch aantrekkelijker is dan Nederland, hoeft alleen maar naar Denemarken te kijken. Het land belast zogenoemde aandeleninkomsten in 2026 tegen 27 procent over de eerste 79.400 Deense kroon en tegen maar liefst 42 procent boven die grens. Onder aandeleninkomsten vallen zowel dividenden als winsten bij verkoop.
Een koerswinst van €10.000 bevindt zich bij benadering nog binnen de eerste schijf.
Denemarken | Bedrag |
Belegd vermogen | €100.000 |
Gerealiseerde winst | €10.000 |
Tarief eerste schijf | 27% |
Belasting | ± €2.700 |
Winst na belasting | ± €7.300 |
Bij dit relatief beperkte rendement komt Denemarken iets gunstiger uit dan Nederland. Het verschil bedraagt ongeveer €252.
Bij veel grotere winsten kan dat beeld echter veranderen. Zodra een belegger boven de Deense grens uitkomt, wordt het meerdere tegen 42 procent belast. Voor zeer succesvolle beleggers kan Denemarken daardoor juist relatief zwaar uitpakken.
Zweden doet het totaal anders
Dan is er nog Zweden. Het land laat vooral zien dat belastingheffing op beleggen niet per se via gerealiseerde koerswinsten hoeft te lopen.
Veel Zweedse particuliere beleggers maken gebruik van een zogenoemde Investeringssparkonto, beter bekend als ISK. Daarbij wordt niet gekeken naar de daadwerkelijke koerswinst die de belegger in een bepaald jaar maakt. In plaats daarvan wordt een forfaitair rendement over de waarde van het vermogen berekend.
Voor 2026 bedraagt het effectieve belastingpercentage 1,065 procent over het kapitaalonderlag boven een belastingvrije basis van 300.000 Zweedse kroon. Het percentage ontstaat doordat voor 2026 met een forfaitair rendement van 3,55 procent wordt gerekend, waarover vervolgens 30 procent belasting wordt geheven.
Wanneer we voor de eenvoud €100.000 gelijkstellen aan ongeveer 1,1 miljoen Zweedse kroon, ontstaat ongeveer het volgende beeld.
Zweden via ISK | Bedrag |
Vermogen, omgerekend | ± 1.100.000 SEK |
Belastingvrije basis | 300.000 SEK |
Belastbare grondslag | ± 800.000 SEK |
Effectieve heffing 2026 | 1,065% |
Belasting | ± 8.520 SEK |
Belasting omgerekend | ± €775 |
Hier moeten we wel oppassen met een directe vergelijking. De Zweedse belasting is namelijk niet afhankelijk van onze €10.000 daadwerkelijke winst. Wanneer de aandelen met 30 procent stijgen, blijft de systematiek hetzelfde. Maar ook wanneer de aandelen dalen, kan nog steeds belasting verschuldigd zijn.
Juist in een sterk beursjaar kan een ISK daardoor bijzonder gunstig uitpakken.
Wat betekent €100.000 beleggen uiteindelijk per land?
Wanneer alle bedragen naast elkaar worden gezet, worden de verschillen pas echt duidelijk. We nemen opnieuw dezelfde alleenstaande belegger met €100.000, een rendement van 10 procent en dus €10.000 koerswinst.
Land | Belastingmethode in voorbeeld | Belasting | Over van €10.000 winst |
Nederland vanaf 2028* | Werkelijk rendement | €2.952 | €7.048 |
België | Gerealiseerde winst, met vrijstelling | €0 | €10.000 |
Duitsland | Gerealiseerde kapitaalwinst | ± €2.374 | ± €7.626 |
Spanje | Progressieve belasting gerealiseerde winst | €1.980 | €8.020 |
Portugal | Gerealiseerde winst | €2.800 | €7.200 |
Denemarken | Aandeleninkomen | ± €2.700 | ± €7.300 |
Zweden (ISK) | Heffing over vermogensgrondslag | ± €775 | Niet 1-op-1 vergelijkbaar |
* Het Nederlandse bedrag is gebaseerd op het huidige voorstel en is dus nadrukkelijk geen gegarandeerde belastingrekening voor 2028. Het kabinet onderzoekt nog aanpassingen en de Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog behandelen.
Bij €500.000 wordt het pas echt interessant
Een portefeuille van €100.000 maakt de verschillen zichtbaar, maar voor iemand die serieus overweegt Nederland vanwege box 3 te verlaten, zijn grotere vermogens waarschijnlijk interessanter.
Stel bijvoorbeeld dat iemand €500.000 belegt en opnieuw 10 procent rendement behaalt. Dat betekent €50.000 koerswinst in één jaar. Zonder alle specifieke uitzonderingen opnieuw door te rekenen, wordt dan al snel duidelijk waarom niet alleen het belastingpercentage maar ook vrijstellingen, schijven en het moment van belasting zo belangrijk zijn.
In Nederland zou onder dezelfde uitgangspunten €48.200 belastbaar rendement overblijven na €1.800 heffingsvrij resultaat. Bij een tarief van 36 procent betekent dat een belastingrekening van €17.352.
Alleen dat bedrag laat zien waarom box 3 voor Nederlanders met grotere beleggingsportefeuilles steeds relevanter wordt. Wie tientallen jaren vermogen opbouwt, krijgt niet alleen te maken met de directe belastingrekening, maar mogelijk ook met minder kapitaal dat het jaar daarna opnieuw kan renderen.
Verhuizen voor box 3 is ingewikkelder dan simpelweg België kiezen
Op papier springt België er bij €100.000 en €10.000 gerealiseerde koerswinst duidelijk uit. Zweden kan via een ISK eveneens zeer interessant uitpakken, terwijl Spanje in het gekozen voorbeeld minder belasting heft dan Nederland. Duitsland, Portugal en Denemarken zitten een stuk dichter bij de Nederlandse belastingrekening.
Maar daaruit volgt niet automatisch dat verhuizen fiscaal voordeliger is. Zodra iemand daadwerkelijk emigreert, moet veel breder worden gekeken dan alleen naar de belasting op één aandelenportefeuille. Denk aan inkomstenbelasting, dividendbelasting, vastgoed, pensioen, sociale zekerheid, eventuele vermogensbelastingen en de vraag waar iemand volgens belastingverdragen daadwerkelijk fiscaal inwoner is.
Ook het soort vermogen maakt veel uit. Een belegger met €100.000 in beursgenoteerde aandelen bevindt zich fiscaal in een compleet andere situatie dan iemand met €5 miljoen aan aandelen, een eigen bedrijf en meerdere woningen.
De vergelijking laat daarom vooral zien wat de nieuwe Nederlandse box 3 in de praktijk kan betekenen. Bij €100.000 vermogen en 10 procent rendement kan het verschil tussen twee Europese landen al richting €3.000 per jaar lopen. Naarmate het vermogen en het rendement toenemen, kunnen die verschillen verder oplopen.
En juist daardoor wordt voor vermogende Nederlanders vanaf 2028 mogelijk niet alleen de vraag hoeveel rendement hun portefeuille oplevert, maar ook steeds vaker de vraag in welk land dat rendement uiteindelijk wordt belast.








































































































































Opmerkingen