Jensen Huang kan gelijk hebben en beleggers toch teleurstellen
In het kort
Jensen Huang zei volgens Bloomberg dat de huidige onrust rond AI voorbij zal gaan. Zijn vertrouwen in de technologie is goed te rijmen met Nvidias sterke omzet en winst. Het zegt alleen weinig over het rendement dat een belegger vanaf een bepaalde koers mag verwachten. Dat rendement hangt ook af van toekomstige marges, investeringsbehoeften bij klanten en de waardering die de markt later accepteert.
Inhoud van dit artikel
Een uitspraak over technologie is geen koersgarantie
Ik vind het niet moeilijk om te geloven dat AI over enkele jaren meer wordt gebruikt dan vandaag. Het is veel moeilijker om vast te stellen welk aandeel daar vanaf de huidige prijs het aantrekkelijkste rendement bij biedt. Die twee vragen worden tijdens een beursdaling vaak in elkaar geschoven.
Jensen Huang zei in een gesprek met Bloomberg dat de onrust zal overgaan, vanuit zijn overtuiging dat AI industrieën en landen verandert. De uitspraak verscheen op 17 oktober in de door The Edge overgenomen Bloomberg-verslaggeving. Hij gaf daarmee geen controleerbare datum voor een beursbodem en ook geen garantie voor een bepaalde aandelenkoers.
Dat onderscheid is belangrijk. Een technologie kan economisch doorslaggevend worden terwijl een belegger er te veel voor betaalt. Het omgekeerde kan eveneens: een volwassen bedrijf met beperkte groei kan een uitstekende belegging zijn wanneer de prijs laag genoeg is. De ontwikkeling van het product en die van het aandeel zijn met elkaar verbonden, maar niet identiek.
Bij Nvidia zijn de winsten allerminst denkbeeldig
De officiële cijfers over het tweede kwartaal van boekjaar 2027 laten $96,2 miljard omzet zien, 106% meer dan een jaar eerder. De brutomarge bedroeg 75%. Nvidia rapporteerde $2,46 GAAP-winst per aandeel en $2,22 aangepaste winst per aandeel.
Dit is geen onderneming die uitsluitend op een toekomstig verdienmodel wordt gewaardeerd. Er staat al een buitengewoon grote winstmachine. Voor het volgende kwartaal gaf Nvidia een omzetverwachting van $108 miljard, met een bandbreedte van 2%, en een brutomarge van circa 74%. Dat zijn bedrijfsverwachtingen, geen gerealiseerde resultaten.
De aangepaste winst ligt hier onder de GAAP-winst. Dat alleen al is een reden om de gekozen maatstaf consequent te benoemen. Je kunt niet voor de groei de gunstigste definitie gebruiken en voor de waardering ongemerkt op een andere overstappen.
Tegelijk is de schaal van de winst niet hetzelfde als de zekerheid dat de huidige marges blijven bestaan. Juist een zeer winstgevend onderdeel van de waardeketen trekt alternatieve oplossingen, stevige onderhandelingen en investeringen in eigen technologie aan.
Wat betaal je na de daling?
Nvidia sloot op 16 oktober 2026 op $214,13. Wanneer ik de aangepaste kwartaalwinst van $2,22 uitsluitend als rekenbasis met vier vermenigvuldig, kom ik uit op $8,88 per aandeel. De koers is dan ongeveer 24,1 keer dat bedrag.
Dat is geen officiële jaarprognose en ook geen exacte vooruitkijkende koers-winstverhouding. Het is een transparante momentopname. Ze maakt wel duidelijk waarom ik Nvidia niet zonder berekening zou wegzetten als een aandeel waarop iedere mogelijke groei al volledig is vooruitbetaald.
Bij deze onderneming moet het debat gaan over de houdbaarheid en verdere ontwikkeling van een al hoge winst. Een waardering van ongeveer 24 keer een geannualiseerd aangepast kwartaalresultaat kan aantrekkelijk blijken als de winst doorstijgt. Ze kan tegenvallen als de gebruikte kwartaalwinst een uitzonderlijk gunstig punt in de cyclus vertegenwoordigt.
Dezelfde koers ondersteunt dus verschillende conclusies, afhankelijk van de aannames. Dat is geen zwakte van waarderen. Het is precies waarom de aannames expliciet moeten zijn.
De klant moet uiteindelijk ook verdienen
Nvidia verkoopt systemen en technologie waarmee anderen diensten bouwen. Die klanten moeten hun investering terugverdienen uit bijvoorbeeld cloudverhuur, abonnementen, toepassingen of efficiënter werk. Een groeiende vraag naar AI-tokens kan daarbij helpen. Maar meer tokens zijn niet automatisch meer winst.
Een klant kan steeds meer gebruik zien terwijl de opbrengst per token sneller daalt dan de kosten. Of de omzet kan groeien, maar onvoldoende om afschrijving, financiering, stroom en netwerkcapaciteit te dekken. In dat geval blijven de machines nuttig, terwijl de volgende investeringsronde economisch minder aantrekkelijk wordt.
Voor Nvidia ontstaat het risico dan via een omweg. De technologie hoeft niet te mislukken. Het kan voldoende zijn dat klanten voorzichtiger uitbreiden, bestaande capaciteit langer benutten of scherpere voorwaarden bedingen. Een investeringspauze is iets anders dan het einde van AI, maar kan voor de leverancier wel degelijk gevolgen hebben.
Daar staat tegenover dat goedkopere rekenkracht nieuwe toepassingen kan ontsluiten. Efficiëntere modellen kunnen het gebruik juist stimuleren. De vraag is hoeveel van die extra activiteit terechtkomt in nieuwe hardwarebestellingen en hoeveel in een betere benutting van hardware die al is aangeschaft.
Marges verdienen evenveel aandacht als omzet
Neem een eigen, vereenvoudigd rekenvoorbeeld: $500 miljard jaaromzet, een nettomarge van 55% en 24 miljard aandelen. Dat levert ongeveer $11,46 winst per aandeel op. Bij dezelfde omzet en een nettomarge van 40% resteert ongeveer $8,33. De omzet is in beide gevallen identiek.
Dit zijn geen Nvidia-verwachtingen. Ze illustreren waarom een discussie over de totale AI-markt onvoldoende is. Een onderneming kan een grotere markt bedienen en toch minder verdienen dan beleggers verwachten als de concurrentie of kosten een groter deel van de opbrengst opeisen.
Nvidias uitgangspositie omvat meer dan één chip. Software, ontwikkelervaring en samenhang tussen onderdelen kunnen overstappen moeilijker maken. Daar staat tegenover dat grote klanten sterke financiële prikkels hebben om hun afhankelijkheid en kosten te beperken. Speciale chips voor specifieke taken hoeven Nvidia niet volledig te vervangen om de onderhandelingsverhouding te veranderen.
Ook de investeringslast moet op de juiste plek worden gelegd. Nvidia heeft geen identiek bedrijfsmodel aan een datacenterexploitant. Een groot deel van de bouwkosten ligt bij klanten en partners. Maar dat maakt Nvidia niet los van die kapitaalcyclus. De financiële gezondheid van de partijen die bestellen, blijft relevant voor de kwaliteit van de vraag.
Hoeveel groei kan een lagere waardering opvangen?
Stel dat de winst per aandeel met 50% stijgt, maar de waardering daalt van veertig naar vijfentwintig keer winst. De aandelenwaarde daalt dan rekenkundig 6,25%. Dat is een eigen illustratie, niet Nvidias huidige multiple. Het laat zien hoe Huang gelijk kan krijgen over de ontwikkeling van AI terwijl een aandeelhouder alsnog teleurgesteld raakt.
De omgekeerde vraag is nuttiger dan alleen een koersdoel kiezen. Bij $214,13, een gewenst jaarlijks koersrendement van 10% over drie jaar en een eindmultiple van 24 is ongeveer $11,88 winst per aandeel nodig. Bij twintig keer winst loopt de vereiste winst op tot ongeveer $14,25. Dividend is in deze berekening niet meegenomen.
Een belegger die die winst haalbaar vindt, heeft daarmee een concreet argument. Een belegger die verwacht dat de marges normaliseren, kan precies aangeven waarom dezelfde koers minder aantrekkelijk is. ‘AI wordt belangrijk’ is voor beide standpunten te algemeen.
Drie scenario’s richting 2029
In mijn voorzichtige scenario bedraagt de winst per aandeel in 2027, 2028 en 2029 respectievelijk $8, $8,50 en $9. Bij achttien keer de laatste winst hoort een rekenwaarde van $162. In het middenscenario neem ik $10, $12 en $14 aan, met 24 keer winst: $336. Het sterke scenario gebruikt $12, $16 en $20 en een eindmultiple van 28: $560.
Dit zijn eigen scenario’s met vereenvoudigde jaarindeling, geen bedrijfsprognoses of koersdoelen. Ze sluiten dividend uit en verwerken eventuele veranderingen in het aantal aandelen al in de winst per aandeel. Het grote verschil tussen de uitkomsten laat zien dat de onzekerheid vooral zit in toekomstige winstgevendheid en de prijs die beleggers daaraan toekennen.
Mijn oordeel is daarom genuanceerder dan zowel ‘de bubbel barst’ als ‘de daling is tijdelijk, dus kopen’. Nvidia heeft gerealiseerde winsten die serieus moeten worden genomen. De recente koers biedt bovendien een andere uitgangspositie dan een willekeurige piekwaardering. Maar voor een overtuigende investering wil ik kunnen uitleggen waarom de klanten blijven verdienen, de marges voldoende standhouden en de winst per aandeel de betaalde prijs rechtvaardigt.
Huang kan gelijk hebben dat AI de economie blijvend verandert. Voor mij begint de beleggersanalyse pas bij de vervolgvraag: hoeveel van die verandering komt uiteindelijk, na alle kosten en verwachtingen, terecht bij degene die vandaag het aandeel koopt?








































































































































Opmerkingen