Dit Nederlandse aandeel profiteert enorm van de sportschoolrevolutie (+86%)
- Jelger Sparreboom

- 2 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Schaal lijkt hier direct te vertalen naar lagere kosten en hogere marges.
Een ogenschijnlijk kleine operationele wijziging kan tientallen miljoenen extra winst opleveren.
Jaren van tegenvallers lijken plaats te maken voor een periode waarin cijfers structureel kunnen verrassen.
De sportschool voelt tegenwoordig bijna als een basisvoorziening. Waar fitness ooit een niche was, is het nu een vast onderdeel van het dagelijks leven van heel veel mensen. Ik merk dat zelf ook. De drempel is lager, de prijzen zijn toegankelijker en het aanbod is overal aanwezig. In dat landschap is er één Nederlands bedrijf dat zich langzaam maar overtuigend heeft gepositioneerd als de dominante speler in Europa: Basic-Fit.
Koers Basic-Fit

Wat mij intrigeert, is dat het verhaal achter dit bedrijf minder eenvoudig is dan het op het eerste gezicht lijkt. Het is verleidelijk om het te zien als een simpel groeiverhaal van meer clubs en meer leden. De realiteit ligt dieper. De kern zit in operationele efficiëntie, schaalvoordelen en een model dat steeds beter lijkt te werken naarmate het groter wordt.
Het businessmodel van Basic-Fit draait om een relatief eenvoudige belofte: lage prijs, hoge beschikbaarheid en consistente kwaliteit. Een sportschool heeft hoge vaste kosten. Denk aan huur, apparatuur en energie. De marginale kosten van een extra lid zijn daarentegen laag. Dat betekent dat winstgevendheid sterk afhankelijk is van bezettingsgraad. Hoe meer leden per club, hoe beter de economics.
Basic-Fit lijkt dat spel goed te begrijpen. In 2025 telde het bedrijf 1.660 eigen clubs en in totaal 2.151 locaties inclusief franchiseclubs na de overname van Clever Fit. Het ledenaantal groeide naar 5,8 miljoen en de omzet kwam uit op €1,42 miljard. Die schaal is essentieel. Met bijna 3.000 leden per club gemiddeld ontstaat er een stevige basis voor winstgevendheid.
Wat het model bijzonder maakt, is de herinvesteringscapaciteit. Nieuwe clubs kosten gemiddeld €1,33 miljoen om te bouwen. Zodra een club volwassen is, kan deze relatief stabiele cashflows genereren. Dat kapitaal kan vervolgens opnieuw worden ingezet voor verdere expansie. Het is een klassiek compounding-mechanisme, mits de rendementen op nieuwe clubs hoog blijven.
De afgelopen jaren hebben echter laten zien dat dit mechanisme niet altijd lineair verloopt. De COVID-periode heeft diepe sporen achtergelaten, vooral in Frankrijk, de belangrijkste markt van Basic-Fit. Clubs uit de periode 2020–2022 presteerden zwakker dan eerdere cohorten, met langere terugverdientijden en lagere rendementen. Dat heeft het vertrouwen van beleggers zichtbaar aangetast.
Toch lijkt er nu iets te kantelen. Nieuwe clubs uit 2023–2025 laten weer prestaties zien die dichter liggen bij de pre-pandemische niveaus. Tegelijkertijd groeit de bestaande clubbasis door. Het gemiddelde aantal leden per club steeg van 2.701 naar 2.902 in 2025. Dat lijkt een klein verschil, maar in een model met hoge operationele leverage kan dit een groot effect hebben op de winst.

Een van de meest interessante ontwikkelingen speelt zich af in Frankrijk. Basic-Fit investeerde €35 miljoen om een deel van de clubs 24/7 open te houden, met personeel. Dat drukte de winstgevendheid in 2025. CFO Maurice de Kleer gaf aan dat deze kosten in de tweede helft van het jaar al werden gecompenseerd door extra leden op run-rate basis. De implicatie is duidelijk: eerst komen de kosten, daarna de baten.
De echte katalysator lijkt echter te liggen in regelgeving. CEO René Moos gaf tijdens de earnings call aan dat er signalen zijn dat de Franse wetgeving wordt aangepast, waardoor sportscholen ’s nachts zonder personeel mogen opereren. “We expect that the regulations… will be amended,” stelde hij. Als dat gebeurt, kunnen de extra personeelskosten grotendeels verdwijnen terwijl de extra omzet blijft bestaan.
Dat creëert een interessant scenario. Meer openingstijden leiden tot meer leden. Die leden zorgen voor extra omzet met hoge marges, omdat de kosten grotendeels vast zijn. Als tegelijkertijd de extra personeelskosten verdwijnen, ontstaat een dubbele hefboom op de winst.
De cijfers suggereren dat dit geen theoretisch verhaal is. Basic-Fit verwacht voor 2026 een EBITDA tussen €405 miljoen en €445 miljoen , tegenover €348 miljoen in 2025. Dat impliceert een duidelijke versnelling. Het management zelf klinkt voorzichtig optimistisch. “We believe that we can make a step up in revenue and profitability,” aldus Moos.
EBITDA

Wat daarnaast opvalt, is de verschuiving in strategie. Waar Basic-Fit jarenlang volledig leunde op eigen clubs, introduceert de overname van Clever Fit een tweede groeimotor: franchising. Dat lijkt een subtiele maar belangrijke verandering.
Franchising heeft andere economics. Het vereist minder kapitaal en kan sneller opschalen, maar levert doorgaans lagere marges per club op. Tegelijkertijd kan het de return on invested capital verhogen, omdat de investering bij de franchisenemer ligt. Basic-Fit betaalt ongeveer €160 miljoen voor Clever Fit, dat circa €14,5 miljoen EBITDA genereerde. Dat komt neer op een multiple van rond de 11x.
Wat deze acquisitie interessant maakt, is het potentieel om de bestaande franchisebasis te optimaliseren. Clever Fit-clubs hebben gemiddeld ongeveer 2.000 leden, aanzienlijk minder dan Basic-Fit-clubs. Management gaf aan dat er ruimte is om dit aantal te verhogen, onder meer via betere marketing en technologie. Dat suggereert dat de overname niet alleen schaal toevoegt, maar ook operationele verbeteringen mogelijk maakt.
Een minder opvallend detail uit de jaarstukken onderstreept hoe breed het bedrijf denkt. Er wordt geïnvesteerd in software, energie-efficiëntie en zelfs wellnessconcepten zoals “Relax and Recover”. Dit zijn geen kernactiviteiten, maar ze kunnen wel bijdragen aan hogere klantretentie en extra inkomsten per lid.
De retentie zelf is een belangrijke variabele. De gemiddelde lidmaatschapsduur steeg naar 24 maanden. Dat lijkt klein, maar elke extra maand verhoogt de lifetime value van een klant. In combinatie met een ARPU van ongeveer €25 per maand ontstaat een redelijk voorspelbare inkomstenstroom.
Wat betreft waardering lijkt het beeld gemengd. Het aandeel wordt volgens sommige analyses verhandeld tegen ongeveer 5–7x EBITDA, afhankelijk van de aannames. Dat is relatief laag voor een bedrijf met dubbele groeicijfers en een schaalbaar model. Tegelijkertijd is er onzekerheid. De markt lijkt nog altijd rekening te houden met tegenvallers uit het verleden en twijfels over de consistentie van de groei.
EV/EBITDA

Die onzekerheid is niet onterecht. Er zijn duidelijke risico’s. Regulatoire veranderingen, zoals in Frankrijk, zijn moeilijk te voorspellen. Integratie van Clever Fit kan complexer blijken dan verwacht. Daarnaast blijft de balans gevoelig voor rentebewegingen, gezien de financiering van de groei.
Ook operationeel zijn er aandachtspunten. Nieuwe clubs kennen aanloopverliezen. In groeimarkten zoals Frankrijk, Spanje en Duitsland drukte dit de winstgevendheid in 2025. Moos gaf aan dat deze effecten in 2026 zouden afnemen door een lager aantal nieuwe openingen en een hogere bezettingsgraad van bestaande clubs.
Een ander risico zit in de eenvoud van het model. Lage prijzen trekken veel klanten aan, maar laten weinig ruimte voor fouten. Kleine stijgingen in kosten, bijvoorbeeld energie of personeel, kunnen een disproportioneel effect hebben op de winst.
Toch lijkt het bedrijf een aantal structurele voordelen te hebben. Schaal zorgt voor inkoopkracht. Technologie verlaagt operationele kosten. Marketing op nationaal niveau creëert merkbekendheid die kleinere spelers moeilijk kunnen evenaren. Het zijn elementen die samen een competitief voordeel kunnen vormen dat lastig te repliceren is.
Wat mij vooral bijblijft, is hoe sterk de uitkomst afhankelijk lijkt van uitvoering. Het model is helder, de strategie lijkt consistent en de markt groeit. De vraag ligt minder bij de richting en meer bij de mate waarin het bedrijf erin slaagt om de operationele hefboom volledig te benutten.
Als de puzzelstukken op hun plek vallen, kan de winstgevendheid relatief snel oplopen. Als dat tegenvalt, blijft het een kapitaalintensief groeiverhaal met dunne marges. In dat spanningsveld beweegt het aandeel zich momenteel.
Advertorial
De ontwikkeling van schaalvoordelen en voorspelbare kasstromen, zoals bij Basic-Fit, laat zien hoe krachtige modellen ontstaan wanneer bezettingsgraad en vaste kosten in balans komen. Voor beleggers kan dat een aanleiding zijn om naast groeiverhalen ook te kijken naar activa die stabiele, terugkerende inkomsten genereren binnen een gespreide portefeuille.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed zoals supermarkten en zorgcentra, met een brede spreiding over solide huurders en een gemiddeld rendement van 8,2%, waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. In april geldt een maandactie waarbij bij een minimale deelname van € 10.000 één maand extra uitkering wordt ontvangen bovenop het reguliere rendement.
Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.


































































































































