Woningmarkt slaat door: huren stijgen sneller dan koopprijzen
- Michiel V

- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Huurprijzen in de vrije sector zijn in Q1 2026 met 7,3 procent gestegen, sneller dan koopprijzen, waardoor huren steeds minder betaalbaar wordt.
Het aanbod krimpt sterk door verkoop van huurwoningen en strengere regelgeving, terwijl het aandeel dure woningen boven €2000 blijft groeien.
De druk op de markt concentreert zich vooral in het lagere segment, waar relatief weinig aanbod is maar juist de meeste vraag.
De huurmarkt in Nederland laat opnieuw een zorgwekkend beeld zien. In het eerste kwartaal van 2026 zijn de huurprijzen in de vrije sector harder gestegen dan de koopprijzen, terwijl het aanbod verder onder druk staat. Dat blijkt uit een analyse van woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl.
Voor woningzoekenden betekent dit dat huren niet alleen duurder wordt, maar ook steeds minder bereikbaar.
Huurprijzen stijgen sneller dan koopprijzen
In het eerste kwartaal van 2026 stegen de huurprijzen met 7,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee liggen ze ruim boven de stijging van koopprijzen, die met 5,1 procent toenamen. De inflatie bleef in dezelfde periode beperkt tot 2,1 procent.
Nieuwe huurders betaalden gemiddeld 21,12 euro per vierkante meter, tegenover 19,68 euro een jaar eerder. Daarmee zet de stijgende lijn in de huurmarkt stevig door.
Opvallend is dat deze ontwikkeling relatief recent is. Lange tijd bleven huurprijzen juist achter bij koopprijzen en inflatie. Sinds begin 2025 is dat beeld gekanteld en stijgen huren structureel harder.

Steeds meer huurwoningen boven de 2000 euro
De verschuiving naar hogere prijsklassen wordt steeds duidelijker zichtbaar. Inmiddels valt 42 procent van het aanbod in de vrije sector in de categorie boven de 2000 euro per maand. Een jaar geleden was dat nog 36,5 procent.
Dat betekent concreet dat bijna de helft van de beschikbare huurwoningen voor veel huishoudens onbereikbaar is geworden. Het betaalbare segment krimpt daardoor snel.
Deze trend versterkt de ongelijkheid op de woningmarkt. Starters en middeninkomens worden steeds vaker gedwongen om uit te wijken naar duurdere woningen of langer thuis te blijven wonen.
Aanbod krimpt door verkoop en regelgeving
Naast stijgende prijzen speelt ook het afnemende aanbod een grote rol. In het eerste kwartaal van 2026 kwamen 12.947 huurwoningen beschikbaar, terwijl er 14.816 van de markt verdwenen. Per saldo verdwenen er dus 1869 woningen.
Dat is een sterke verslechtering ten opzichte van een jaar eerder, toen het verschil nog 469 woningen bedroeg. De uitstroom is daarmee verviervoudigd.
De krimp van het aanbod hangt samen met meerdere factoren. Verhuurders hebben te maken met hogere belastingen en strengere regelgeving, zoals de middenhuurwet en het verbod op tijdelijke huurcontracten. Hierdoor kiezen steeds meer eigenaren ervoor om hun woning te verkopen zodra deze vrijkomt.

Minder reacties, maar druk blijft hoog
Op het eerste gezicht lijkt de concurrentie iets af te nemen. Een gemiddelde huurwoning kreeg in het eerste kwartaal 25 reacties, tegenover 46 een jaar eerder. Dat is een daling van 46 procent.
Toch betekent dit niet dat de druk op de markt afneemt. De daling komt vooral doordat het aanbod verschuift naar duurdere segmenten. Er zijn simpelweg minder betaalbare woningen beschikbaar, waardoor woningzoekenden minder opties hebben om op te reageren. De vraag concentreert zich daardoor op een kleiner deel van de markt.
Grootste druk in goedkoopste segment
De spanning is het grootst in het laagste segment van de vrije sector, grofweg tussen de middenhuurgrens en 1500 euro per maand. Dit segment vertegenwoordigt slechts 21,4 procent van het aanbod, maar trekt 34,5 procent van alle reacties. Dat laat zien hoe scheef de markt is geworden.
Ook het segment tussen 1500 en 2000 euro wordt steeds belangrijker. Dit prijsniveau trekt inmiddels 41,8 procent van alle reacties, terwijl het aandeel in het aanbod 36,6 procent bedraagt. Steeds meer woningzoekenden wijken noodgedwongen uit naar deze hogere prijsklasse.
Minder uitponding, maar effect blijft zichtbaar
Een deel van de krimp in het aanbod komt door uitponding, waarbij huurwoningen worden verkocht. In het eerste kwartaal van 2026 bestond 5,5 procent van de koopadvertenties uit voormalige huurwoningen.
Dat percentage ligt lager dan een jaar eerder, toen het nog op 7,6 procent stond. Toch blijft het niveau historisch gezien hoog.
Volgens directeur Jasper De Groot van Pararius is uitponding daarmee nog altijd een structureel fenomeen. Voor 2023 lag dit aandeel rond de 2,5 procent, wat aangeeft hoe sterk de markt is veranderd.

Huurmarkt verder onder druk
De combinatie van stijgende prijzen en een krimpend aanbod zet de huurmarkt verder onder druk. Vooral in het betaalbare segment neemt de spanning toe, terwijl steeds meer woningen in hogere prijsklassen vallen.
Voor woningzoekenden betekent dit dat de keuze kleiner wordt en de prijzen blijven oplopen. Zonder structurele toename van het aanbod lijkt deze trend voorlopig niet te keren.
De cijfers van Pararius en Huurwoningen.nl laten zien hoe scheef de huurmarkt is geworden. Terwijl prijzen blijven stijgen, neemt het aanbod juist af, waardoor betaalbare woningen steeds moeilijker te vinden zijn.
Voor beleggers maakt dit duidelijk dat vastgoed een markt blijft met structurele vraag. Tegelijk kan direct investeren in woningen complex en kapitaalintensief zijn. SynVest richt zich daarom op sectoren zoals supermarkten en zorgvastgoed, waar inkomsten vaak stabieler en voorspelbaarder zijn.
Vraag nu de gratis brochure aan en ontdek vrijblijvend of dit vastgoedfonds past bij jouw beleggingsdoelen.
































































































































