De belasting die ondernemers betalen vóórdat ze belasting betalen
In het kort
Het mkb besteedde in 2024 naar schatting €5,53 miljard aan fiscale administratieve verplichtingen. Dat bedrag komt uit een indicatief onderzoek en is geen optelsom van de belastingaanslagen zelf. Vooral vaste administratieve werkzaamheden kunnen bij kleine ondernemingen relatief zwaar wegen. Voor mij zit de belangrijkste beleidsvraag in de hoeveelheid werk die kan verdwijnen zonder de controle op belastingheffing te verzwakken.
Een rekening vóór de aanslag
Een ondernemer kan verlies maken en toch veel tijd kwijt zijn aan de fiscus. Facturen moeten worden verwerkt, loonadministraties bijgehouden en aangiften gecontroleerd. De rekening van de accountant komt ook wanneer er nauwelijks winst overblijft. Dat is de belasting vóór de belasting: de kosten om überhaupt vast te stellen wat je verschuldigd bent.
Het bedrag van €5,5 miljard is terug te voeren op onderzoek van Panteia in opdracht van de Belastingdienst. De geschatte fiscale administratielasten bedroegen in 2024 €5,53 miljard, tegenover ruim €4 miljard in 2019. Het onderzoek betreft geselecteerde marktsectoren met ondernemingen tot 250 werknemers. Het is daarmee geen raming voor iedere organisatie in Nederland. Het oorspronkelijke onderzoek noemt de uitkomst nadrukkelijk indicatief.
Die beperking doet ertoe. De onderzoekers hebben geen miljoenen ondernemers afzonderlijk ondervraagd. Het gaat om een QuickScan, waarbij informatie van een beperkte groep bedrijven en accountants wordt gebruikt om een veel groter geheel te schatten. Ik vind het bedrag bruikbaar om de omvang van het probleem te begrijpen, maar niet nauwkeurig genoeg om iedere beleidsmaatregel op de laatste miljoen euro af te rekenen.
Meer kosten betekent niet automatisch meer regels
De stijging sinds 2019 is volgens het onderzoek vooral te verklaren door hogere lonen en tarieven en door de groei van het aantal ondernemingen en werknemers. Het gezamenlijke effect van onderzochte fiscale wijzigingen wordt ongeveer als stabiel ingeschat. De conclusie dat nieuwe belastingregels de volledige toename hebben veroorzaakt, gaat dus verder dan de onderliggende analyse toelaat.
Dat maakt vereenvoudiging niet minder relevant. Als dezelfde administratieve handeling steeds duurder wordt, stijgt ook de waarde van het schrappen ervan. Maar de oplossing verschilt. Een hoger accountantstarief vraagt om minder uren of betere automatisering. Onduidelijke wetgeving vraagt om duidelijkere regels. Een groeiend aantal bedrijven vraagt niet vanzelf om een kleinere belastingdienst.
Ook moeten we vermijden dat het hele bedrag wordt voorgesteld als geld dat morgen beschikbaar kan komen voor investeringen. Administratie heeft gedeeltelijk een nuttige functie voor de onderneming zelf. Een betrouwbare boekhouding helpt om marges, betaalgedrag en liquiditeit te begrijpen. Bovendien blijven controles nodig om ondernemers die zich aan de regels houden te beschermen tegen concurrenten die dat niet doen.
Waarom klein relatief duur kan zijn
Een aangifte wordt niet tien keer eenvoudiger omdat een bedrijf tien keer minder omzet heeft. Veel werkzaamheden hebben een vaste component: uitzoeken welke regels gelden, informatie verzamelen, een adviseur inschakelen en fouten herstellen. Een grote organisatie kan die kosten over meer omzet en medewerkers verdelen.
Dat mechanisme is belangrijker dan een gemiddeld bedrag per onderneming. Twee bedrijven met dezelfde omzet kunnen heel verschillende administratieve lasten hebben. Een werkgever met wisselende contracten en grensoverschrijdende transacties heeft andere vragen dan een zelfstandige met enkele vaste opdrachtgevers. Een regeling die gemiddeld goed uitvoerbaar lijkt, kan voor een specifieke groep alsnog veel tijd kosten.
Neem een eigen rekenvoorbeeld, geen gemeten landelijk gemiddelde. Een ondernemer besteedt vier uur per week aan fiscale administratie, gedurende 46 weken. Waarderen we die tijd op €60 per uur, dan gaat het om €11.040. Met €3.000 aan externe ondersteuning komt de totale economische last op €14.040. Dat bedrag is niet hetzelfde als een kasuitgave: de eigen uren worden doorgaans niet gefactureerd.
Juist daardoor blijft de last soms onzichtbaar. De ondernemer betaalt die uren met minder verkoopgesprekken, minder productontwikkeling of een kortere avond thuis. Niet ieder vrijgemaakt uur zou winstgevend worden besteed. Maar wie administratieve kosten uitsluitend meet aan de hand van accountantsfacturen, mist een wezenlijk deel van de afweging.
Wat vereenvoudiging werkelijk kan opleveren
Als een verandering in dit voorbeeld een kwart van de eigen administratietijd bespaart, komen 46 uur vrij. Tegen dezelfde uurwaarde is dat €2.760. De directe kasbesparing kan nul zijn als de accountant evenveel blijft rekenen en er geen werknemer minder wordt ingehuurd. Toch kan de vrijgekomen capaciteit economisch waardevol zijn.
Voor beleid betekent dit dat een aangekondigde besparing meetbaar moet worden gemaakt. Welke handeling vervalt? Hoe vaak werd die uitgevoerd? Wie deed het werk? En blijft dezelfde informatie misschien via een ander formulier verplicht? Een loket minder helpt weinig wanneer de ondernemer achter dat loket nog steeds dezelfde gegevens moet invoeren.
Het kabinet bespreekt in zijn brief over fiscale regeldruk van 2 oktober 2026 onder meer vereenvoudiging rond de werkkostenregeling en de WBSO. Zulke regelingen hebben een inhoudelijk doel, maar de uitvoerbaarheid hoort bij de beoordeling. Een tegemoetkoming kan op papier aantrekkelijk zijn en in de praktijk te veel uitzoekwerk vragen voor een kleine onderneming.
Automatiseren helpt alleen als het geheel eenvoudiger wordt
Software kan gegevens hergebruiken, afwijkingen signaleren en aangiften voorbereiden. Daar ligt een commerciële kans voor administratieve dienstverleners en softwarebedrijven. Maar een nieuw abonnement is pas aantrekkelijk als het bespaarde werk opweegt tegen de prijs, inrichting en controle.
Bij een jaarlijks abonnement van €1.200 en een uurwaarde van €60 moet minimaal twintig uur worden bespaard om alleen de abonnementskosten terug te verdienen. Daar komen eventuele invoeringskosten nog bij. Een leverancier die vooral meer functies verkoopt, hoeft de administratie niet eenvoudiger te maken. Voor de ondernemer telt de tijd die aan het einde van het jaar werkelijk overblijft.
Er zit ook een beleidsrisico in steeds betere software. Wanneer ingewikkelde regels technisch uitvoerbaar worden, kan de verleiding ontstaan om er nog meer uitzonderingen aan toe te voegen. De computer rekent ze wel door, maar iemand moet blijven beoordelen welke uitzondering op welke situatie van toepassing is.
Mijn oordeel: behandel tijd als schaars kapitaal
Als eigen scenario kan een vermindering van 5% van de geraamde last, bij een gelijkblijvende basis van €5,53 miljard, circa €277 miljoen vertegenwoordigen. Bij 10% is dat €553 miljoen en bij 20% ongeveer €1,11 miljard. Dit zijn rekensommen, geen voorspellingen van besparingen of extra economische groei. Een deel bestaat uit tijd, een deel uit uitgaven en een deel zou ook zonder fiscale verplichting worden gemaakt.
Ik zou een vereenvoudigingsagenda daarom beoordelen op aantoonbaar minder werk, niet op het aantal geschrapte regels. Het schrappen van één veelgebruikte verplichting kan waardevoller zijn dan tientallen nauwelijks gebruikte uitzonderingen. Stabiliteit is daarbij belangrijk: een eenvoudig systeem dat jaarlijks verandert, blijft duur om bij te houden.
De belasting vóór de belasting verdwijnt nooit helemaal. Maar een overheid die ondernemerschap wil stimuleren, moet erkennen dat aandacht en tijd net zo schaars zijn als financiering. Een ondernemer die een dag minder met uitleg, correcties en formulieren bezig is, hoeft voor die vrijgekomen capaciteit geen lening aan te vragen. Dat maakt uitvoerbaarheid tot economisch beleid, in plaats van een bijlage bij belastingwetgeving.








































































































































Opmerkingen