top of page

De VanEck Semiconductor-ETF loopt ver voor op de winst

55 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

Instrument: De analyse gaat over de Ierse, accumulerende VanEck Semiconductor UCITS ETF met ISIN IE00BMC38736 en de eurobeurslijn SMH op Euronext Paris.


Actueel: VanEck meldde op 28 september een NAV van $112,72, $9,4 miljard fondsvermogen en 82,65% rendement sinds januari. De Parijse eurobeurslijn sloot op €98,31.


Kernvraag: Na zo’n koerssprong moet de winst van de chipbedrijven snel doorgroeien. Anders kwam een deel van het rendement uit een hogere multiple die later kan verdwijnen.


Waardering: In het middenscenario groeit de look-through winst 16% per jaar en daalt de multiple geleidelijk. Mogelijke koersen zijn €110, €119 en €125 voor 2027, 2028 en 2029.


Een ETF kan breed ogen en toch een geconcentreerde verwachting bevatten. SMH bezit verschillende chipontwerpers, fabrikanten en apparatuurleveranciers, maar bijna alle posities profiteren van dezelfde investeringsgolf in kunstmatige intelligentie en geavanceerde elektronica. In 2026 werd die verwachting royaal beloond.


Een winst van 82,65% in negen maanden zegt alleen nog niet of de ETF duur is. Daarvoor moeten we weten hoeveel de onderliggende winst steeg. Als winst even hard groeide, bleef de waardering ongeveer gelijk. Als winst veel langzamer groeide, betaalde de markt een hogere prijs voor iedere winsteuro.



De koers liep harder dan de winst

Stel dat de portefeuille 25% winstgroei boekte terwijl de koers 82,65% steeg. Dan is de impliciete multiple met ongeveer 46% toegenomen. Dat is geen exacte fondsmultiple, maar een nuttige ontleding van rendement.



Multiple-expansie kan logisch zijn wanneer winst zichtbaarder, minder cyclisch of structureel sneller groeit. AI-versnellers, high-bandwidth memory, lithografie en geavanceerde verpakking kennen sterke vraag. Klanten plannen bovendien datacenters jaren vooruit.


Dezelfde redenering kan te ver gaan. Chipklanten bestellen vaak voor verwachte vraag. Wanneer capaciteit te ruim wordt, kunnen prijzen en bezetting snel dalen. Een aandeel dat op piekwinst goedkoop lijkt, kan bij genormaliseerde winst juist duur zijn.


De cyclus is niet verdwenen

Halfgeleiders hebben hoge vaste kosten. Een fabriek, R&D-team of lithografiemachine wordt niet goedkoper wanneer één klant minder bestelt. Daardoor werkt omzetgroei sterk door in winst, maar een omzetdaling ook.


In het model levert een omzetindex van 100, 58% brutomarge en 38 vaste-kostenindex 20 operationele winstpunten op. Daalt omzet naar 85 en de marge naar 52%, dan slinkt operationele winst veel sterker dan de omzet.



SMH spreidt het bedrijfsrisico, maar niet de cyclus volledig. Nvidia kan marktaandeel winnen terwijl een geheugenproducent prijsdruk ervaart. Tegelijk kunnen beide geraakt worden wanneer hyperscalers hun AI-budgetten vertragen.


Apparatuurleveranciers hebben vaak langere orderboeken. Dat maakt hun winst zichtbaarder, maar niet immuun. Een foundry die investeringen uitstelt raakt uiteindelijk lithografie, etsen, depositie en inspectie.


De eurolijn beschermt niet tegen de dollar

SMH noteert in euro op Euronext Paris. Dat maakt handelen eenvoudig voor een Nederlandse belegger, maar het dekt de valuta niet af. De onderliggende ondernemingen verdienen veel in dollars en Aziatische valuta. Ook de fondsinventariswaarde wordt door wisselkoersen beïnvloed.


Als de aandelen 15% stijgen en de dollar 5% verzwakt tegenover de euro, blijft na 0,35% fondskosten ongeveer 8,9% euroresultaat over. Bij een sterkere dollar werkt het andersom.



Dit is geen reden om de ETF te mijden. Het betekent alleen dat beursvaluta en economisch valutarisico niet hetzelfde zijn. De eurobelegger moet bij scenario’s voor chipwinst ook een valutabandbreedte gebruiken.


Wat bezit de belegger eigenlijk?

VanEck richt het fonds op ondernemingen die ten minste de helft van hun omzet uit halfgeleiders of aanverwante activiteiten halen. Dat geeft pure blootstelling. Het voorkomt dat grote technologiebedrijven met slechts een kleine chiptak de portefeuille domineren.


De keerzijde is dat de ETF weinig bescherming uit andere sectoren haalt. Consumentengoederen, banken en farmacie kunnen een chipdip niet opvangen. De belegger koopt dus een sectorsatelliet, geen volledige kernportefeuille.


De accumulerende shareclass herbelegt ontvangen dividenden. Daardoor zit de uitkering in de NAV en hoeft zij niet apart bij het koersscenario te worden opgeteld. De kostenratio van 0,35% wordt dagelijks in de fondswaarde verwerkt.


De grootste posities bepalen veel. Een paar ondernemingen in ontwerp, foundry en apparatuur kunnen samen een groot deel van de ETF vormen. Herbalancering beperkt afzonderlijke gewichten, maar verandert niet dat de hele keten aan dezelfde eindvraag hangt.


Welke groei vraagt €98,31?

Voor de reverse analyse gebruiken we een eigen look-through startmultiple van 33 keer de winst. Die aanname is geen door VanEck gepubliceerde actuele P/E voor deze UCITS-shareclass. Zij maakt zichtbaar welke groei nodig is.


Bij 9% gewenst jaarlijks koersrendement, een eindmultiple van 28 en neutrale valuta vraagt de huidige prijs ongeveer 18% winstgroei per jaar. Dat is haalbaar in een sterke AI-cyclus, maar laat weinig ruimte voor een normale dip.



Een hogere eindmultiple verlaagt de vereiste winstgroei. Dan verschuift het risico naar waardering: de belegger moet erop vertrouwen dat de markt ook in 2029 een hoge prijs per winsteuro betaalt.


Een lagere multiple kan alleen worden opgevangen door snellere winstgroei of een lagere aankoopprijs. Dat is de belangrijkste boodschap na het topjaar. Goed nieuws is niet genoeg; het nieuws moet sneller verbeteren dan de verwachtingen.


Drie jaar, drie paden

In het bear-scenario daalt de winst 8% per jaar, krimpt de multiple van 28 naar 22 en wordt de euro sterker. Mogelijke koersen zijn ongeveer €75, €57 en €46.


Het middenscenario gebruikt 16% winstgroei en multiples van 32, 30 en 28. Bij neutrale valuta geeft dat circa €110, €119 en €125.


In het gunstige scenario groeit de winst 28% per jaar, blijft de waardering hoog en helpt valuta. Dan ontstaan mogelijke koersen van ongeveer €140, €188 en €247.



Deze scenario’s zijn geen waarschijnlijkheden. Zij tonen hoe gevoelig een sectorfonds wordt wanneer zowel winstgroei als multiple hoog begint.


Het sterkste tegenargument

Het beste argument vóór SMH is dat de chipvraag structureel breder wordt. Datacenters, auto’s, industrie, smartphones en energie-infrastructuur gebruiken steeds meer halfgeleiders. Zelfs wanneer één toepassing afkoelt, kan een andere doorgroeien.


De ETF hoeft bovendien niet vooraf te kiezen welke chiparchitectuur wint. Zij bezit meerdere schakels van de keten. Een ontwerper kan verliezen, terwijl een foundry of apparatuurleverancier toch profiteert van totale productie.


Het tegenwicht is prijsdiscipline. Een structureel sterke sector kan jaren een zwakke belegging zijn wanneer de startmultiple te hoog is. De koerssprong van 2026 heeft een groot deel van het optimisme al in de prijs gezet.


Conclusie

SMH biedt gerichte toegang tot een van de sterkste winsttrends op de beurs. De ETF is liquide, accumulerend en relatief goedkoop in beheer. Dat maakt hem praktisch, niet automatisch goedkoop.


Bij €98,31 moet de onderliggende winst waarschijnlijk dubbelcijferig blijven groeien. Beleggers moeten vooral omzetgroei, brutomarges, capexplannen van hyperscalers en de look-through multiple volgen. Als winst de koers inhaalt, kan het topjaar een tussenstation zijn. Als de cyclus normaliseert voordat dat gebeurt, blijkt de hoge multiple de grootste positie in de portefeuille.



VanEck publiceerde de actuele fondsdata met peildatum 28 september 2026. De slotkoers van de eurobeurslijn was €98,31 op Euronext Paris. De reverse multiple is een eigen aanname en geen actuele fondsrapportage.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 153:08:54

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page