Dít is waarom de eurolijn van de VanEck Semiconductor ETF je niet tegen de dollar beschermt
In het kort
De VanEck Semiconductor UCITS ETF noteert op Euronext Paris in euro, maar dat maakt de belegging niet euro-afgedekt. De fondsvaluta is dollar en de meeste grote posities verdienen, rapporteren of handelen in dollars.
De slotkoers was €98,29 op 24 september 2026 om 17:35 CEST. De ETF met ISIN IE00BMC38736 houdt de aandelen fysiek aan, herbelegt dividenden en rekent 0,35 procent lopende kosten per jaar.
Wanneer de chipbedrijven 10 procent stijgen in dollars en de dollar 5 procent verzwakt tegenover de euro, blijft voor een eurobelegger grofweg 4,5 procent over. Bij een sterkere dollar werkt het juist mee. De handelsvaluta bepaalt dus hoe de prijs op het scherm staat, niet welk valutarisico eronder zit.
Naast valuta blijft de chipcyclus belangrijk. Een hoge winstgroei kan al in de koers zitten, terwijl een dalende waardering een deel van die groei wegneemt. SMH combineert daarom sector-, concentratie-, waarderings- en valutarisico.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
De euro is alleen de afrekeneenheid
Een ETF kan op meerdere beurzen en in meerdere valuta handelen. De onderliggende portefeuille verandert daardoor niet. Wie de euro-lijn in Parijs koopt, krijgt dezelfde economische bedrijven als iemand die een dollar-lijn koopt. Alleen de handelsvaluta en mogelijk de liquiditeit verschillen.
Valuta-afdekking is iets anders. Daarvoor moet het fonds expliciet derivaten gebruiken om wisselkoersbewegingen te dempen. Deze shareclass is niet naar euro afgedekt. Een eurobelegger krijgt dus indirect dollarblootstelling, aangevuld met de valuta van bedrijven uit Taiwan, Nederland en andere landen.
De rekensom vermenigvuldigt twee bewegingen. Een daling van 5 procent in de dollar trekt niet simpelweg vijf procentpunt af na elke koersbeweging, omdat beide effecten op elkaar inwerken. Bij grote uitslagen wordt dat verschil zichtbaar.
Valuta kan een goed beursjaar versterken of afzwakken. Ze verandert niet de kwaliteit van NVIDIA, TSMC, Broadcom, ASML of de andere portefeuillebedrijven. Wel bepaalt ze hoeveel hun waarde in euro’s bedraagt. Wie zijn toekomstige uitgaven in euro’s doet, merkt dat direct.
Waarom de dollar zo belangrijk is
De halfgeleiderketen is mondiaal, maar prijzen worden vaak in dollars vastgesteld. Ontwerpers verkopen chips aan cloudbedrijven en elektronicaproducenten. Foundries produceren voor klanten uit de hele wereld. Apparatuurmakers leveren machines met dollar- en europrijzen, terwijl kosten in meerdere valuta vallen.
Dat betekent dat één eenvoudige valuta-indeling nooit perfect is. Een Europees bedrijf als ASML rapporteert in euro, maar een groot deel van de eindvraag hangt af van dollarbudgetten bij Amerikaanse en Aziatische klanten. TSMC rapporteert in Taiwanese dollars en verkoopt internationaal. Amerikaanse ontwerpers rapporteren in dollars, maar laten in Azië produceren.
De ETF-koers vertaalt al die kasstromen uiteindelijk naar de handelsvaluta. Daardoor is de dollargevoeligheid groot, maar niet exact honderd procent. Bedrijven kunnen contracten afdekken, kosten in dezelfde valuta hebben en prijzen aanpassen.
De chipcyclus kan valuta overstemmen
Halfgeleiders groeien op lange termijn door meer rekenkracht, geheugen, auto-elektronica en connectiviteit. Op korte termijn blijft de sector cyclisch. Klanten bouwen voorraden op, bestellen te veel en snijden daarna tegelijk. Nieuwe fabrieken komen met vertraging online, waardoor tekorten in overschotten kunnen omslaan.
Beleggers kijken daarom vooruit. Wanneer de winst op een dieptepunt staat, kan de beurs al stijgen in afwachting van herstel. Wanneer winstrecords worden gemeld, kan de koers juist dalen omdat de markt een top verwacht.
De standaardinstelling laat zien dat 20 procent winstgroei niet automatisch 20 procent koersstijging oplevert. Daalt de gemiddelde K/W van 27 naar 24, dan verdwijnt een deel van de groei in waarderingskrimp.
Dat is vooral relevant bij AI. De vraag naar versnellers, netwerkchips en geavanceerd geheugen is uitzonderlijk sterk. De markt waardeert die groei ruim. Voor blijvend rendement moeten omzet en winst niet alleen stijgen, maar ook lang genoeg hoog blijven om de startwaardering te dragen.
Wat bezit de ETF precies?
VanEck volgt een geconcentreerde halfgeleiderindex. De grote namen wegen zwaar, waardoor een handvol bedrijven een groot deel van het resultaat bepaalt. Dat kan krachtig zijn wanneer de marktleiders hun technologische voorsprong uitbouwen. Het maakt de ETF minder breed dan de naam misschien suggereert.
De portefeuille bevat ontwerpers, foundries, apparatuurmakers en toeleveranciers. Dat spreidt het bedrijfsmodel, maar niet het sectorrisico. Een exportbeperking, geopolitiek conflict rond Taiwan of scherpe terugval in AI-investeringen kan meerdere posities tegelijk raken.
De accumulerende structuur herbelegt ontvangen dividenden. De koers bevat die herbelegging. Dat maakt de ETF handig voor vermogensopbouw, maar verandert niets aan bronbelasting of de economische kwaliteit van de uitkering.
Kosten lopen in goede en slechte jaren door
De TER van 0,35 procent oogt klein naast dagelijkse koersschommelingen. Over jaren ontstaat wel een zichtbaar verschil. De kosten worden uit het fondsvermogen gehaald en verlagen daardoor de samengestelde groei.
De module vergelijkt een theoretische brutowaarde met een waarde na TER. Ze bevat geen transactiekosten, bied-laatspread of belasting. Bij een korte horizon kan de spread zwaarder wegen dan één jaar fondskosten. Bij een lange horizon stapelt de TER zich op.
Kosten zijn niet de grootste onzekerheid bij SMH. Winst, waardering en valuta bewegen veel harder. Toch is de TER zeker, terwijl toekomstige groei dat niet is. Daarom hoort zij in elk langetermijnscenario.
Wat moet €98,29 waarmaken?
Reverse waarderen begint bij het rendement dat een belegger wil behalen. Vervolgens rekenen we terug welke groei in de onderliggende winst nodig is, gegeven een eindwaardering en valuta-effect.
Bij 10 procent gewenst jaarlijks rendement, een eind-K/W van 24 en een neutrale valuta is een stevige jaarlijkse winstgroei nodig. Een sterkere dollar verlaagt die vereiste groei voor de eurobelegger. Een zwakkere dollar verhoogt haar.
De uitkomst is geen voorspelling. Ze laat zien welke combinatie al in de koers besloten ligt. Wie gelooft dat AI-investeringen nog jaren bovengemiddeld groeien, kan de vereiste winstgroei haalbaar vinden. Wie een klassieke chipcorrectie verwacht, ziet weinig veiligheidsmarge.
Drie mogelijke paden tot 2029
Het bear-scenario combineert winstdaling, lagere multiples en een zwakkere dollar. Het middenscenario veronderstelt 11 procent jaarlijkse winstgroei, geleidelijke normalisatie van de waardering en neutrale valuta. In het gunstige scenario blijft AI-vraag sterk, groeit de winst 18 procent per jaar en werkt de dollar mee.
De tabel toont koersen in euro voor september 2027, 2028 en 2029. Zij gebruikt €98,29 als start, rekent de TER mee en behandelt valuta als aparte factor. Het zijn geen kansen en geen koersdoelen.
De grootste gevoeligheid zit in de combinatie. Sterke winstgroei kan door een lagere K/W en zwakke dollar worden afgezwakt. Matige winstgroei kan toch een goed euroresultaat opleveren wanneer de waardering stijgt en de dollar aantrekt. Daarom is één optimistische winstschatting niet genoeg.
Waar kan het misgaan?
Geopolitiek staat bovenaan. Taiwan is onmisbaar voor geavanceerde productie. Een blokkade of conflict zou de keten wereldwijd verstoren. Exportregels kunnen daarnaast bepalen welke chips en machines naar China mogen.
Het tweede risico is klantconcentratie. Grote cloudbedrijven bepalen een flink deel van de AI-vraag. Wanneer enkele partijen hun investeringsbudget verlagen, voelen meerdere ETF-posities dat tegelijk.
Het derde is technologie. Nieuwe architecturen, eigen chips van cloudbedrijven en veranderende productieprocessen kunnen winnaars en verliezers snel verschuiven. Een sector-ETF vermindert het risico van één aandeel, maar niet dat de hele sector te veel capaciteit bouwt.
Tot slot blijft de dollar onvoorspelbaar. Valuta kan het rendement in euro tijdelijk domineren zonder dat de bedrijven operationeel slechter worden. Wie dat niet wil, heeft een expliciet afgedekte shareclass nodig. Alleen een euroticker kiezen is niet genoeg.
Voor wie past SMH?
SMH past bij een belegger die bewust extra halfgeleiderblootstelling wil en forse schommelingen kan verdragen. Het fonds is geen brede kernportefeuille. De concentratie, waardering en dollar maken het geschikter als satellietpositie rond een bredere wereld-ETF.
De aantrekkelijke kant is duidelijk: chips zijn de infrastructuur van digitalisering en AI. De lastige kant is dat de beurs dat verhaal goed kent. Vanaf €98,29 moet niet alleen de technologie voorop blijven lopen. Ook winst per aandeel, waardering en valuta moeten samen genoeg opleveren voor de eurobelegger.




































































































































Opmerkingen