Deze 'beleggers favoriet' keldert 41% in 1 jaar, koopkans?
- Jelger Sparreboom

- 3 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Een luxeconcern groeit nog steeds organisch, terwijl de gerapporteerde omzet onder druk staat door valuta en geopolitiek
De kernactiviteit draait opzettelijk onder capaciteit, waardoor schaarste onderdeel is van het verdienmodel
De waardering blijft uitzonderlijk hoog, zelfs na een koersdaling van circa 41%
De koersdaling van Hermès voelt op het eerste gezicht als een duidelijke afkoeling na jaren van sterke prestaties. Tegelijkertijd laat de onderliggende ontwikkeling van het bedrijf een ander beeld zien. In het eerste kwartaal van 2026 groeide de omzet met 6% tegen constante wisselkoersen tot €4,1 miljard, ondanks een negatieve impact van circa €300 miljoen door valuta-effecten.
Koers Hermès

De kern van Hermès ligt in een economische structuur die afwijkt van vrijwel elke andere speler in de luxesector. Waar concurrenten vaak schaalvoordelen nastreven, bouwt Hermès bewust frictie in zijn productieproces. Een tas kost ongeveer 16 uur arbeid en een vakman heeft jaren nodig om volledig inzetbaar te worden.
De onderneming beschrijft dat mechanisme expliciet. “Creation lies at the heart of everything that we do… we are not going to change the Hermès model.” Die uitspraak is relevant omdat ze aangeeft dat groei nooit wordt geforceerd via volume-expansie. Capaciteit wordt stap voor stap uitgebreid via nieuwe ateliers, met geplande openingen tot 2030. Dat creëert een voorspelbare groeivoet, eerder dan een cyclische piek.
Die aanpak vertaalt zich direct naar de belangrijkste divisie. Leather goods en saddlery groeiden met 9% in het eerste kwartaal van 2026, gedreven door aanhoudende vraag en geleidelijke capaciteitsuitbreiding. Nieuwe modellen zoals de Faubourg Express en Collier d’attelage laten zien dat innovatie binnen bestaande categorieën plaatsvindt zonder de kern te verwateren. Het portfolio blijft breed, met duizenden SKU’s, wat intern zelfs leidt tot complexiteit in IT-systemen.
Een tweede pijler is de mate van verticale integratie. Hermès investeert structureel in productiecapaciteit, van leerateliers tot horlogefaciliteiten. In 2025 ging €1,2 miljard naar operationele investeringen. Dat bedrag is hoog voor een luxemerk en geeft aan dat het bedrijf zich opstelt als producent, niet als puur marketinggedreven merk. Door controle over de keten blijft kwaliteit consistent en wordt afhankelijkheid van externe leveranciers beperkt.
De distributiestructuur sluit daarop aan. Het merendeel van de verkoop loopt via eigen winkels, waarbij lokale klanten een steeds grotere rol spelen. In Europa groeit de lokale vraag zelfs met dubbele cijfers. Dat beperkt de afhankelijkheid van toerisme, al blijft die factor in specifieke regio’s zichtbaar. In Frankrijk is meer dan 50% van de omzet gekoppeld aan toeristen, wat de recente daling van 3% in die regio verklaart.
De eerste kwartaalcijfers illustreren hoe externe factoren het beeld kunnen vertekenen. De impact van het Midden-Oosten op groepsgroei wordt geschat op ongeveer 1,5 procentpunt. Zonder die verstoring had de groei rond 8,5% gelegen. Sluitingen van winkels, verminderde luchtvaart en lagere toeristenstromen hadden directe invloed op zowel retail als wholesale. Tegelijkertijd blijven andere regio’s sterk. De VS groeide met 17%, Japan met 10% en Europa buiten Frankrijk met 10%.
Interessant is dat Hermès relatief weinig afhankelijk is van de zogenaamde aspirational consument. Tijdens de pandemie en de jaren daarna nam die groep sterk toe, maar de huidige vraag komt vooral van loyale klanten. Dat vertaalt zich in stabiele sell-through rates en lage voorraden. Het bedrijf geeft aan dat de voorraadniveaus “quite low” zijn, wat suggereert dat producten snel verkocht worden zonder grote kortingen of overschotten.
De prijsstrategie sluit hierop aan. Prijsverhogingen van circa 5% tot 6% in 2026 zijn primair bedoeld om kostenstijgingen te compenseren, waaronder hogere lonen en grondstoffenprijzen. Er is weinig aanwijzing dat prijs een beperkende factor vormt voor de kernklant. De vraag lijkt eerder gedreven door productkwaliteit en merkperceptie dan door prijselasticiteit.
Veblen Good

Op financieel niveau blijft het profiel uitzonderlijk. In 2025 behaalde Hermès een operationele marge van ongeveer 41% en een omzet van ruim €16 miljard. De vrije kasstroom bedroeg bijna €4 miljard, terwijl de balans een sterke kaspositie laat zien. De onderneming houdt bewust een groot deel van de kasmiddelen aan om onafhankelijk te blijven en cyclische schokken op te vangen.
Die combinatie van hoge marges, sterke kasstromen en gecontroleerde groei verklaart waarom de waardering structureel boven sectorgenoten ligt. Zelfs na de koersdaling noteert het aandeel rond 35 keer de winst van volgend jaar.
De groeiverwachting ligt rond 8% tot 9% per jaar. Dat is lager dan in eerdere jaren, waarin prijsverhogingen een grotere rol speelden. De toekomstige groei zal meer afhangen van volumetoename via nieuwe ateliers en uitbreiding van het retailnetwerk. Jaarlijks worden ongeveer 250 tot 300 nieuwe ambachtslieden opgeleid, wat een natuurlijke limiet vormt aan de snelheid van expansie.
Binnen de productmix verschuift het gewicht geleidelijk. Lederwaren vormen nog steeds de kern, al daalde het aandeel van 55% naar circa 45% van de omzet. Andere divisies zoals sieraden, ready-to-wear en home dragen steeds meer bij. Die spreiding maakt het model robuuster en vermindert afhankelijkheid van één categorie.
Een opvallend element uit de rapportages is de nadruk op interne vrijheid. Winkels bepalen grotendeels zelf hun assortiment via een halfjaarlijkse inkoopcyclus. Dat zorgt voor lokale relevantie en verhoogt de kans dat nieuwe producten aanslaan. Tegelijkertijd introduceert het variatie in prestaties per regio en kwartaal, wat de cijfers minder lineair maakt.
Advertorial
Wie naar dit soort kwaliteitsbedrijven kijkt, ziet dat rendement niet alleen wordt bepaald door groei, maar ook door kosten en efficiëntie in de uitvoering. Ook particuliere beleggers kunnen hierop inspelen door kritisch te kijken naar hun brokerkeuze, zeker bij internationale spreiding en valutatransacties.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025 en biedt beleggers de mogelijkheid om wereldwijd te handelen tegen lage kosten. Met valutakosten van slechts 0,005% tegenover circa 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank kan dit verschil oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.






































































































































