Alfen verkoopt minder laadpalen en software moet het gat vullen
In het kort
Alfen leverde in de eerste helft van 2026 53.700 laadpunten, 12,3% minder dan een jaar eerder. De omzet van EV Charging daalde 17,4% naar €51,1 miljoen, mede door lagere volumes en verkoopprijzen.
Tegelijk ging een nieuw digitaal platform live en werden de eerste storingen op afstand opgelost. Dat kan servicekosten verlagen en terugkerende omzet opleveren, maar Alfen publiceerde nog geen afzonderlijke software-omzet of opbrengst per aangesloten laadpunt.
Bij €10,71 op Euronext Amsterdam op 14 oktober is herstel van Smart Grid en energieopslag niet genoeg. EV Charging moet aantonen dat software en service de krimpende hardwarebasis economisch sterker maken.
Een laadpaal verkopen is een eenmalige transactie. Een laadpaal jarenlang beheren kan een terugkerende relatie worden. Daar ligt de kans voor Alfen nu de Europese markt voor laadhardware zwakker is dan een paar jaar geleden. Het bedrijf heeft al veel apparatuur in het veld en kan via software storingen diagnosticeren, updates uitvoeren en service plannen.
Maar een digitaal platform is nog geen verdienmodel. Technisch live betekent dat de software werkt; betalende vraag betekent dat klanten er afzonderlijk voor betalen of dat Alfen aantoonbaar kosten bespaart. De eerste op afstand opgeloste servicegevallen zijn bewijs van functionaliteit, niet van schaalbare winst.
De hardwarecijfers laten weinig ruimte voor romantiek
In de halfjaarcijfers van Alfen daalde de omzet van EV Charging met 17,4% naar €51,1 miljoen. Het bedrijf leverde 53.700 laadpunten, 12,3% minder dan een jaar eerder. Omdat de omzet sneller daalde dan het volume, stond ook de gemiddelde verkoopprijs onder druk, al beïnvloedt productmix die simpele vergelijking.
De brutomarge van EV Charging bedroeg 39,5%, tegenover een aangepaste 44,1% een jaar eerder. Een brutomarge van 39,5% betekent dat van elke €100 omzet ongeveer €39,50 overblijft na directe productiekosten, voordat verkoop, onderzoek en overhead worden betaald. Minder volume en een lagere marge werken samen ongunstig: de vaste kosten moeten over minder brutowinst worden verdeeld.
De tegenwerping is dat Alfen niet alleen laadpalen verkoopt. Dat klopt. Smart Grid Solutions behaalde in H1 €111,6 miljoen omzet en Energy Storage Systems €98,8 miljoen, 87,8% meer dan een jaar eerder. De groepsomzet steeg daardoor 23,6% naar €261,5 miljoen. Toch is het laadsegment belangrijk omdat het een grote geïnstalleerde basis en potentieel terugkerende klantrelaties heeft.
Software kan twee economische problemen tegelijk aanpakken
Een goed serviceplatform kan omzet toevoegen en kosten verlagen. Aan de omzetkant kan Alfen abonnementen, monitoring of prestatiecontracten aanbieden. Aan de kostenkant kan een storing op afstand worden opgelost, waardoor geen monteur en servicewagen nodig zijn. De tweede route is vaak sneller zichtbaar, maar heeft een grens: niet elke hardwarestoring is digitaal te repareren.
Stel dat 250.000 laadpunten gemiddeld €35 service-omzet per jaar opleveren. Dan ontstaat €8,75 miljoen terugkerende omzet. Bij 70% brutomarge is dat ongeveer €6,1 miljoen brutowinst. Dit is een gevoeligheidsvoorbeeld, geen gerapporteerde Alfen-prognose. Het laat wel zien waarom kleine bedragen per apparaat op een grote basis betekenis krijgen.
De onderneming moet daarom drie cijfers gaan geven: het aantal verbonden laadpunten, de omzet per punt en het aandeel problemen dat op afstand wordt opgelost. Zonder die gegevens blijft het platform vooral een plausibel verhaal. Met die gegevens kan de markt volgen of software werkelijk schaalvoordeel creëert.
In onze eerdere analyse van Alfen stond de afhankelijkheid van projecttiming en werkkapitaal centraal. Software verandert dat profiel alleen wanneer inkomsten herhalen en minder kapitaal nodig hebben dan de verkoop van apparatuur.
De andere segmenten kopen tijd, geen vrijstelling
Energy Storage Systems groeide sterk, maar projectomzet kan schommelen. Een grote batterij wordt in stappen geleverd en erkend; een orderboek is daarom niet hetzelfde als omzet in het huidige kwartaal. Smart Grid profiteert van netverzwaring, maar ook daar bepalen productiecapaciteit, materiaal en klantplanning wanneer omzet zichtbaar wordt.
Voor heel 2026 verwacht Alfen €435 tot €475 miljoen omzet en een aangepaste EBITDA-marge van 4% tot 7%. EBITDA is winst vóór rente, belasting en afschrijvingen. De maatstaf zegt iets over operationele prestatie, maar niet hoeveel kas na investeringen en financiering overblijft.
In H1 bedroeg de aangepaste EBITDA €16,4 miljoen, een marge van 6,3%. Dat ligt binnen de jaarband. De brutomarge daalde echter naar 26,1% van 29,1%. De mix hielp de omzet, maar niet automatisch de kwaliteit ervan. Als snelgroeiende energieopslag een lagere marge heeft, moet het volume zeer groot worden om dezelfde waarde per omzet-euro te creëren.
Wat €10,71 moet waarmaken
Omdat de winstbasis van Alfen nog gevoelig is, is een omzet- en EBITDA-model bruikbaarder dan een simpele koers-winstverhouding. Bij €620 miljoen omzet in 2029, 10% EBITDA-marge en een ondernemingswaarde van 10 keer EBITDA ontstaat €620 miljoen ondernemingswaarde. Na €50 miljoen netto schuld resteert €570 miljoen voor aandeelhouders, ongeveer €25,33 per aandeel bij 22,5 miljoen aandelen.
Dat voorbeeld is duidelijk hoger dan de huidige koers, maar vraagt een forse combinatie van omzetgroei en margeherstel. Bij slechts 6% marge en een lagere multiple daalt de waarde snel. Bovendien is EBITDA geen vrije kas: investeringen, rente, belasting en werkkapitaal moeten nog worden betaald.
Het middenpad komt uit op mogelijke koersen van €12 in 2027, €15 in 2028 en €18 in 2029. Het veronderstelt groei bij Smart Grid, normalisatie van Energy Storage en een groepsmarge richting 10%. Het gunstige scenario vraagt ook herstel van laadhardware en schaalbare software. Het bear-scenario houdt rekening met verdere krimp en balansdruk.
De sterkste tegenwerping tegen de softwarecase
Laadpaalklanten kunnen software inkopen bij gespecialiseerde platforms en hoeven niet alles van Alfen af te nemen. Open standaarden maken overstappen mogelijk en grote laadnetwerken bouwen soms eigen software. Alfen heeft dus niet automatisch prijszettingsmacht omdat zijn naam op de hardware staat.
Daartegenover staat dat fabrikantdata en diagnose dicht bij het apparaat waardevol zijn. Als Alfen storingen sneller vindt dan een externe partij, kan het uptime verhogen en garantiekosten verlagen. De concurrentiepositie zal blijken uit contractverlengingen, betaalde functies en aantoonbare servicebesparingen.
De vergelijking met AI-infrastructuur en terugkerende diensten heeft een duidelijke beperking: laadpalen groeien niet met dezelfde investeringsgolf. Het gedeelde mechanisme is wel dat hardwarewaarde toeneemt wanneer software het gebruik meetbaar beter en goedkoper maakt.
Alfen hoeft EV Charging niet in één kwartaal terug te brengen naar oude groeicijfers. Het moet wel laten zien dat 53.700 geleverde laadpunten geen eindpunt zijn, maar het begin van een betaalde relatie. Minder hardwarevolume maakt die opdracht urgenter. De software is live; nu moeten omzet, brutowinst en lagere servicekosten volgen.








































































































































Opmerkingen