ASML toont de zwakke plek van Europa: dit pijnlijke cijfer zegt alles
- J. van den Poll
- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Europa heeft met ASML een wereldspeler in huis, maar profiteert nauwelijks van de eigen chipvraag. Slechts 1 procent van de machines van ASML gaat naar Europese klanten.
ASML zelf draait sterk. In het eerste kwartaal van 2026 behaalde het bedrijf 8,8 miljard euro omzet en 2,8 miljard euro nettowinst. De jaarverwachting werd verhoogd naar 36 tot 40 miljard euro.
Voor beleggers is de les duidelijk. ASML groeit vooral dankzij wereldwijde chip en AI-investeringen, niet dankzij Europa. Europa is sterk in technologie, maar zwak als afzetmarkt en industriële groeimotor.
De oproep van ASML-topman Christophe Fouquet om samen met andere Europese techbedrijven te lobbyen, is meer dan een politieke boodschap. Hij wijst op een dieper probleem in Europa. Het continent heeft met ASML een wereldspeler in huis, maar profiteert veel minder van de eindvraag in de chipsector dan vaak wordt gedacht.
Dat blijkt uit een opvallend cijfer. Slechts 1 procent van de machines die ASML verkoopt, gaat naar Europese klanten. Volgens Fouquet is dat een enorme rode vlag. Europa bouwt dus wel de technologie die wereldwijd onmisbaar is, maar speelt als afzetmarkt nauwelijks een rol.

Sterke prestaties van ASML
Voor ASML zelf is er op korte termijn weinig reden tot zorg. Het bedrijf presteert sterk en profiteert volop van de wereldwijde vraag naar chips. In het eerste kwartaal van 2026 behaalde ASML een omzet van 8,8 miljard euro en een nettowinst van 2,8 miljard euro.
Daarnaast verhoogde het bedrijf zijn omzetverwachting voor heel 2026 naar 36 miljard tot 40 miljard euro. ASML verwacht dat de vraag naar chips groter blijft dan het aanbod, vooral door de sterke investeringen in kunstmatige intelligentie. Daarom voert het concern ook de productie verder op. Dit jaar wil ASML minstens 60 Low-NA EUV-systemen leveren en volgend jaar minstens 80.
Die cijfers laten zien dat ASML operationeel in een sterke positie zit. Het probleem zit dus niet in een gebrek aan wereldwijde vraag. Het echte punt is dat die vraag nauwelijks uit Europa komt.
ASML Q1 2026 resultaten in detail:

Europa bouwt mee, maar koopt nauwelijks
Daarmee raakt ASML een gevoelig punt in het Europese technologiebeleid. Europa heeft wel belangrijke spelers in de chipketen, maar het beschikt nauwelijks over een sterke binnenlandse eindmarkt. Dat betekent dat de waarde van deze industrie voor een groot deel
buiten Europa wordt gerealiseerd.
Juist dat maakt de uitspraak van Fouquet zo relevant voor beleggers. ASML is een Europees kroonjuweel, maar de groei van het bedrijf wordt niet gedragen door Europese klanten. De onderneming verdient vooral aan investeringen in andere regio’s, waar de bouw van chipfabrieken en de uitbreiding van productiecapaciteit veel sneller gaan.
Twijfels over de Europese chipambities
De boodschap van ASML legt ook druk op de Europese chipstrategie. Met de Europese Chips Act wil Brussel het Europese marktaandeel in halfgeleiders tegen 2030 verhogen naar 20 procent. Dat klinkt ambitieus, maar er zijn steeds meer twijfels over de haalbaarheid.
De Europese Rekenkamer stelde vorig jaar al dat het zeer onwaarschijnlijk is dat deze doelstelling wordt gehaald. Dat oordeel maakt de waarschuwing van ASML extra belangrijk. Europa heeft wel technologische kennis en specialistische bedrijven, maar dat is niet genoeg om ook een dominante marktpositie op te bouwen.
De pijnlijke conclusie is dat Europa zich sterk toont aan de aanbodkant, maar zwak blijft aan de vraagkant. Het continent ontwikkelt wel technologie, maar organiseert te weinig eigen industriële vraag om daar ook op grote schaal economisch van te profiteren.
ASML volgt het zwaartepunt van de markt
Dat wordt ook zichtbaar in de productieaanpak van het bedrijf. Volgens berichtgeving uit Eindhoven wil ASML een deel van zijn productie dichter bij klanten organiseren. In Taiwan komt een nieuwe fabriek voor een proefproject met modules van één type machine.
Het doel daarvan is eenvoudig. Door dichter bij de klant te produceren, kan ASML efficiënter en goedkoper werken. Voor meer standaardmachines wil het bedrijf het huidige model aanpassen. Nu worden machines eerst in Veldhoven opgebouwd en getest, daarna weer uit elkaar gehaald en vervolgens op locatie opnieuw opgebouwd.
Die stap is logisch vanuit operationeel oogpunt, maar ook strategisch veelzeggend. Zelfs een Europees technologie-icoon beweegt mee met de regio’s waar de vraag het sterkst is. Dat onderstreept opnieuw dat de economische zwaartekracht in de chipindustrie niet in Europa ligt.
Wat dit betekent voor beleggers
Voor beleggers is dat een belangrijk inzicht. ASML moet steeds minder worden gezien als een aandeel dat vooral drijft op Europese herindustrialisatie. Het bedrijf is eerder een wereldwijde tolheffer op de investeringsgolf in chips en AI.
De waarde van het aandeel hangt daarom vooral af van mondiale factoren. Denk aan de uitbreiding van chipcapaciteit, de vraag naar geavanceerde chips, de invloed van exportbeperkingen en het tempo waarin AI-investeringen blijven doorgaan. De locatie van het hoofdkantoor in Veldhoven is belangrijk, maar zegt minder over de bron van toekomstige groei dan vaak wordt aangenomen.
De echte boodschap achter de lobby
De lobby die Fouquet wil opzetten met andere Europese techreuzen is daarom wel degelijk van belang, maar niet omdat die op korte termijn meteen extra omzet voor ASML zal opleveren. De belangrijkere vraag is of Europa erin slaagt om technologiebeleid om te zetten in echt industriebeleid.
Zolang Europa wel de machines bouwt, maar niet de klanten en de fabrieken aantrekt die bij zo’n ecosysteem horen, blijft het continent afhankelijk van groei elders. ASML laat daarmee zien dat Europa een wereldkampioen in huis heeft, maar nog geen markt die daar in verhouding van meeprofiteert.
Advertorial
De positie van ASML laat zien hoe sterk Europa is in technologie, maar ook hoe afhankelijk het blijft van ontwikkelingen buiten de eigen markt. In zo’n omgeving kijken beleggers en spaarders vaak niet alleen naar groeikansen, maar ook naar manieren om vermogen tijdelijk toegankelijk te houden terwijl ze wachten op meer duidelijkheid over economie, rente en investeringen.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.






































































































































