top of page

Vergeet het dividend want bij Vanguards wereld-ETF telt groei

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

VWRL sloot op 1 oktober op €163,66 in Amsterdam. De uitkerende Vanguard FTSE All-World UCITS ETF bezit 3.784 aandelen, noteert volgens Vanguard op 21 keer winst en had een historisch uitkeringsrendement van 1,24%. De fondskosten van 0,14% zijn laag, maar lage kosten maken een dure portefeuille niet goedkoop. Voor een aantrekkelijk rendement moet vooral de winst van de onderliggende bedrijven groeien zonder dat de waardering veel daalt.


Een wereld-ETF voelt eenvoudig: één aankoop, duizenden bedrijven en elk kwartaal een uitkering. De economische motor bestaat toch uit losse onderdelen. Winstgroei verhoogt de waarde van ondernemingen, dividend keert een deel van die winst uit, de waardering bepaalt hoeveel beleggers per euro winst willen betalen en valuta vertaalt alles terug naar euro's.


De officiële Vanguard-pagina identificeert deze shareclass als uitkerend, Iers UCITS-fonds met ISIN IE00B3RBWM25 en notering op Euronext Amsterdam. Dat onderscheid is belangrijk. VWRL keert dividend uit; VWCE is de afzonderlijke accumulerende variant. Het koerspad van VWRL zonder herbelegging ligt daardoor lager dan het totale rendement.



De uitkering is inkomen en geen extra rendement

Vanguard meldde per 31 augustus een portefeuille met een koers-winstverhouding van 21,0 en een historische winstgroei van 20,1%. Dat groeicijfer is een momentopname en geen redelijke vaste aanname voor drie jaar. De portefeuille bevat grote technologiebedrijven, maar ook banken, industrie, consumentengoederen en duizenden kleinere posities.


De recente kwartaaluitkering bedroeg $0,5434 per aandeel, met ex-dividenddatum 17 september en betaling op 30 september. De uitkering komt uit de dividenden die de onderliggende ondernemingen betalen. Wanneer VWRL uitkeert, verdwijnt dat bedrag uit het fondsvermogen. De belegger krijgt kas, maar wordt niet op slag rijker.


De eerste module splitst winstgroei, uitkering, kosten en een veranderende waardering. Daarmee wordt zichtbaar waarom een hoge of lage P/E vaak zwaarder weegt dan 0,14% fondskosten:



De dollar blijft een tweede motor

Ongeveer 61,68% van de portefeuille lag eind augustus in de Verenigde Staten. Japan woog 6%, Taiwan 3,31%, het Verenigd Koninkrijk 3,25% en Canada 3,01%. Een Nederlandse belegger koopt VWRL in euro's, maar de economische inkomsten komen in veel valuta binnen.


Een sterkere euro verlaagt de eurowaarde van dollarwinsten, alles gelijk gehouden. Een zwakkere euro doet het omgekeerde. Dat effect is niet beperkt tot de officiële Amerikaanse weging, want Europese en Aziatische multinationals verdienen eveneens dollars. Toch laat het VS-gewicht zien dat valuta geen detail is.


De fondsvaluta USD is vooral een rekeneenheid. Zij maakt het fonds niet automatisch afgedekt. VWRL gebruikt geen structurele eurohedge. Bij Nederlandse brokers ziet de belegger een eurokoers, terwijl daaronder een wereldwijde valutamix beweegt.


De tweede module toont een eenvoudige europroxy. Zij is bewust geen volledige valutadekking van alle omzetstromen:



Breed gespreid betekent niet goedkoop

Een portefeuille met 3.784 aandelen vermindert het risico dat één bedrijf mislukt. Zij verwijdert niet het marktrisico. Wanneer de wereldwijde koers-winstverhouding van 21 naar 17 daalt, moet ongeveer 24% winstgroei dat verschil compenseren voordat de koers terug is op hetzelfde niveau.


Lees ook Vanguards wereld-ETF koopt niet alle aandelen uit de index. Dat artikel legt uit waarom fysieke sampling en indexdekking relevant zijn. Voor het toekomstige rendement is de winstprijs minstens zo belangrijk: VWRL koopt de markt, inclusief de waardering die de markt vandaag heeft.


De top tien posities bepalen bijna een kwart van het fonds. Dat verhoogt de gevoeligheid voor Amerikaanse megacaps. Toch is concentratie niet het enige risico. De grootste posities kunnen winst blijven verhogen en daarmee hun gewicht verdienen. Een brede daling van waarderingen raakt juist vrijwel alle posities tegelijk.


Wat moet de portefeuille verdienen?

Bij een start-P/E van 21, een gewenst totaalrendement van 8%, een uitkering van 1,24% en een eindwaardering van 20 keer winst is jaarlijkse winstgroei rond de hoge enkelcijfers nodig. Blijft de eind-P/E op 21, dan ligt de benodigde groei lager. Daalt zij naar 17, dan moet de winst veel harder stijgen.


Dit is de reverse valuation: niet vragen wat VWRL waard is, maar welke winstgroei de huidige prijs nodig heeft. De TER gaat ieder jaar van het fondsvermogen af. Dividend wordt apart geteld om te voorkomen dat dezelfde kasuitkering zowel in de koers als in totaalrendement verschijnt.



Het sterkste positieve en negatieve argument

Het positieve argument is simpel en sterk. VWRL laat winnaars groeien, verwijdert verliezers via de indexmethodiek en spreidt ondernemingsrisico over landen en sectoren. Een belegger hoeft niet te voorspellen welk individueel bedrijf de komende tien jaar domineert. Tegen 0,14% per jaar is dat operationeel efficiënt.


Het negatieve argument is dat spreiding geen veiligheidsmarge creëert. Bij 21 keer winst betaalt de belegger een stevige prijs voor de wereldeconomie. Als winstgroei terugvalt door hoge rente, zwakke productiviteit of margedruk, kan een lagere waardering jaren rendement wegnemen. De kwartaaluitkering van ruim 1% per jaar vangt dat nauwelijks op.


Drie jaar, drie paden

Het bear-scenario combineert lage winstgroei, een sterkere euro en waarderingsdruk. Het middenpad gebruikt ongeveer 6,5% winstgroei en een lichte normalisatie van de P/E. Het gunstige pad veronderstelt brede winstgroei, sterke Amerikaanse technologie en een zwakkere euro. De koersen zijn exclusief herbelegde uitkeringen; totaalrendement ligt daardoor hoger.



Conclusie

VWRL is een goedkope manier om een niet-goedkope wereldportefeuille te bezitten. De 0,14% TER verdient aandacht, maar 21 keer winst bepaalt veel meer van het mogelijke rendement. Het dividend helpt, alleen te weinig om een forse waarderingsdaling op te vangen.


Zolang de onderliggende winst hoog enkelcijferig groeit, blijft €163,66 verdedigbaar voor een langetermijnbelegger die schommelingen aankan. Wie op drie jaar kijkt, moet vooral accepteren dat winstgroei, de dollar en de eindwaardering belangrijker zijn dan de lage fondsfee.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page