top of page

VanEcks quantum-ETF garandeert maar een vijfde echte quantum

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF bezit maximaal dertig bedrijven, maar de index hoeft slechts 20% toe te wijzen aan ondernemingen die een groot deel van hun activiteit uit quantum halen.


De rest kan bestaan uit grote technologiebedrijven met relevante patenten. Daardoor is de ETF stabieler dan een mandje pure spelers, maar ook minder gevoelig voor een echte commerciële doorbraak van quantumcomputing.


De TER van 0,55% is fors tegenover een brede indextracker. De vergoeding koopt een gespecialiseerde selectie en herbalancering, niet de zekerheid dat quantumomzet snel groeit.


De officiële fondsnaam is VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Accumulating, met ISIN IE0007Y8Y157. Op Xetra wordt de eurohandelslijn als QUTM aangeboden; VanEck gebruikt QNTM als overkoepelend productsymbool op zijn internationale pagina. De shareclass is accumulerend en gevestigd in Ierland.


Per 30 september bedroeg de NAV $29,31, het beheerde vermogen $898,4 miljoen en het jaarrendement 17,47%. De Xetra-notering sloot op 1 oktober rond €25,82. Het verschil tussen dollar-NAV en eurokoers komt vooral door valuta en het meetmoment.



Wat de index eigenlijk selecteert

De MarketVector Global Quantum Leaders Index laat twee soorten bedrijven toe. De eerste groep haalt ten minste 50% van omzet of activiteit uit quantumcomputing, met een lagere grens van 25% voor bestaande leden. De tweede groep kwalificeert via ten minste vijf relevante patenten.


Vervolgens selecteert de index eerst maximaal vijftien grote pure of bijna-pure spelers. De overige plaatsen gaan naar ondernemingen met veel patenten. Het minimumgewicht van bedrijven met substantiële quantumactiviteit is 20%. Dat betekent dat in een uiterste samenstelling 80% van de ETF vooral via patenten aan het thema is gekoppeld.



Die opzet heeft een voordeel. Grote technologiebedrijven verdienen al geld met cloud, chips en software. Hun kasstromen kunnen lang onderzoek financieren zonder telkens nieuwe aandelen uit te geven. Pure quantumspelers hebben meer directe blootstelling, maar zijn vaak verlieslatend en afhankelijk van subsidies, partners en kapitaalmarkten.


Het nadeel is verwatering van het thema. Een patent bij een groot conglomeraat hoeft nooit materiële omzet te worden. Zelfs wanneer quantumcomputing doorbreekt, kan de winstbijdrage klein blijven tegenover de bestaande activiteiten. De ETF spreidt bedrijfsrisico, maar niet noodzakelijk technologisch bewijs.


Herbalancering tempert winnaars

Pure spelers mogen maximaal 8% wegen. Bedrijven die vooral via patenten kwalificeren, krijgen een limiet van 4%. Ook liquiditeit begrenst het gewicht. Daardoor kan een snel stijgend klein aandeel bij de volgende herbalancering worden teruggebracht.



Dat mechanisme voorkomt dat één speculatieve naam het hele fonds overneemt. Tegelijk verkoopt de index een deel van een winnaar om de afgesproken spreiding te herstellen. Bij een lange hype kan dat rendement kosten ten opzichte van rechtstreeks bezit. Bij een scherpe correctie beschermt het juist.


De ETF heeft nog geen lange geschiedenis. De startdatum was 21 mei 2025. Rendement, tracking difference en handelsliquiditeit zijn daarom over weinig marktomstandigheden getest. Het vermogen is snel gegroeid, wat de verhandelbaarheid helpt, maar zegt niets over de waardering van de onderliggende aandelen.


De handelslijn op Xetra voegt nog een praktische laag toe. De bied-laatspread kan buiten drukke beursuren groter zijn dan bij een brede wereld-ETF. Een limietorder voorkomt dat een belegger bij een plotselinge koerssprong onnodig ver van de actuele NAV koopt. Bij een langetermijnpositie lijken enkele basispunten klein, maar zij komen boven op de jaarlijkse TER.


De waardering zit vooral in verwachtingen

Voor een thematische ETF is een klassieke P/E minder bruikbaar wanneer meerdere pure spelers verlies maken. Een betere omweg is de portefeuille te splitsen. Winstgevende patentbedrijven worden op winstgroei en multiple gewaardeerd. Pure spelers moeten toekomstige omzet, marges en financiering waarmaken.


Bij een jaarlijkse winstgroei van 12%, een multiplekrimp van 4% en 0,55% kosten komt het indicatieve rendement uit rond 6,9% per jaar. Dat is geen voorspelling. Het laat zien hoeveel goede operationele ontwikkeling verloren kan gaan wanneer waarderingen normaliseren.



De kapitaalbehoefte verdient extra aandacht. Quantumhardware vraagt gespecialiseerde laboratoria, koeling, chips, lasers en veel ingenieurs. Omzet uit onderzoekscontracten groeit soms snel vanaf een lage basis, terwijl vrije kasstroom nog jaren negatief blijft. Nieuwe aandelen kunnen de waarde per bestaand aandeel verwateren, ook als de ondernemingswaarde stijgt.


Het sterke tegenargument is dat een platformdoorbraak moeilijk vooraf aan één architectuur is toe te wijzen. Ionen, supergeleidende qubits, neutrale atomen en fotonica hebben elk sterke en zwakke punten. Een ETF voorkomt dat één technische keuze de hele positie bepaalt. Patentrijke bedrijven kunnen bovendien verdienen aan besturing, cloudtoegang, beveiliging en chipproductie.


Daar staat tegenover dat diversificatie binnen één thema geen echte spreiding over economische regimes is. Vrijwel alle posities zijn gevoelig voor lange rente, risicobereidheid en de bereidheid om onderzoek te financieren. Als kapitaal duurder wordt, kunnen zowel pure spelers als hoog gewaardeerde technologiebedrijven tegelijk dalen.


Drie koerspaden

De onderstaande scenario's combineren operationele voortgang, waardering, kosten en valuta in mogelijke eurokoersen voor elk van de komende drie jaren.



Het middenscenario veronderstelt dat quantumomzet zichtbaar groeit, terwijl grote patentbedrijven de schommelingen dempen. De mogelijke eurokoers loopt dan op van €28 in 2027 naar €35 in 2029. De TER is al in de modelrichting verwerkt; een aparte dividenduitkering is er niet, omdat de shareclass accumuleert.


Het gunstige scenario vraagt meer. Commerciële systemen moeten van pilots naar herhaalbare opdrachten gaan, foutcorrectie moet schaalbaar blijken en financiering moet beschikbaar blijven. In het bear-scenario vallen technische tijdlijnen tegen en dalen multiples sneller dan de operationele voortgang kan compenseren.



QUTM is daarmee vooral een gereedschap om onzekerheid over individuele winnaars te spreiden. De belegger koopt geen pure quantumindex, maar een mengsel van directe ontwikkelaars en patentrijke technologiebedrijven. Bij €25,82 is de belangrijkste vraag niet of quantumcomputing ooit nuttig wordt. De vraag is hoeveel van die toekomstige economische waarde daadwerkelijk bij de huidige fondsposities terechtkomt.


Foto: Jan van Eck, CEO van VanEck. Officieel archiefbeeld.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page