ING zwemt in spaargeld en moet er nu aan verdienen
In het kort
ING trok in het tweede kwartaal van 2026 €15,9 miljard netto nieuwe deposito's aan en verstrekte €15,2 miljard extra kernleningen. De balans groeide dus aan beide kanten vrijwel gelijk.
De nettowinst bedroeg €1,95 miljard en het rendement op tastbaar eigen vermogen kwam uit op 17,0%. Over vier kwartalen was de ROTE 14,5%, ruim boven een gangbare kapitaalkostenaanname van 10%.
Bij €30,25 is de kernvraag niet hoeveel balans ING toevoegt, maar tegen welke marge en welk kredietrisico. Volume zonder voldoende prijszetting kan kapitaal gebruiken zonder waarde te creëren.
Een bank verdient aan het verschil tussen wat zij ontvangt op leningen en beleggingen en wat zij betaalt voor deposito's en andere financiering. Dat lijkt eenvoudig. In de praktijk beweegt iedere laag tegelijk: klanten verplaatsen spaargeld, centrale banken veranderen rente, kredietverliezen lopen op of af en toezichthouders stellen eisen aan kapitaal.
De tweedekwartaalcijfers die ING op 30 juli publiceerde waren sterk. De winst vóór belasting steeg 23% naar €2,92 miljard en de nettowinst kwam uit op €1,95 miljard. Fee-inkomsten groeiden 14% naar €1,28 miljard. Dat geeft de bank meer inkomsten buiten de rente.
Deposito's zijn grondstof, geen gratis geld
ING groeide de kernleningen met €15,2 miljard en de deposito's met €15,9 miljard. Dat is een gezonde balansverhouding: nieuwe kredietverlening wordt grotendeels gefinancierd door klantgeld. De waarde ontstaat pas uit de marge tussen beide.
Deposito's zijn doorgaans stabieler en goedkoper dan wholesale-financiering. Ze zijn niet gratis. Spaarders vergelijken rente en kunnen geld snel verplaatsen. Wanneer de marktrente stijgt, moet een bank een groter deel van de rente doorgeven om klanten te houden. Wanneer de marktrente daalt, kan de vergoeding op deposito's soms sneller worden verlaagd dan het rendement op leningen. Dat heet deposit beta: welk deel van een rentebeweging aan de klant wordt doorgegeven.
ING verhoogde de verwachting voor netto rente-inkomsten in 2026 naar maximaal €17 miljard. De formulering is belangrijk. Het is een bedrijfsverwachting, geen gemeten feit. Het tweede kwartaal ondersteunt de richting, maar valuta, concurrentie en centrale banken kunnen het jaarpad veranderen.
Kredietgroei moet ook op kwaliteit worden getoetst. Een hypotheek met lage kans op verlies en goede marge is iets anders dan snelgroeiend zakelijk krediet in een zwakke sector. Het gerapporteerde volume vertelt dus niet hoeveel economisch kapitaal ieder nieuw krediet gebruikt.
ROTE bepaalt of groei waarde toevoegt
Return on tangible equity, ROTE, vergelijkt winst met tastbaar eigen vermogen. ING rapporteerde 17% voor het kwartaal en 14,5% over vier kwartalen. Wanneer de kapitaalkosten rond 10% liggen, creëert de bank waarde. Wanneer ROTE onder de kapitaalkosten zakt, kan balansgroei juist waarde vernietigen.
De CET1-ratio bedroeg 13,1%. Deze kapitaalbuffer ligt boven de minimale eisen en beschermt tegen onverwachte verliezen. Tegelijk is een zeer hoge buffer niet kosteloos, want ongebruikt kapitaal drukt het rendement. ING probeert daarom groei, dividend en aandeleninkoop met elkaar te verbinden.
De interimuitkering bedraagt €0,40 per aandeel. Dividend en aandeleninkoop zijn geen gratis extra rendement boven op de winst. Ze verdelen kapitaal dat de bank niet nodig denkt te hebben. Als de winst daalt of toezichthouders meer buffer eisen, kan die uitkering worden aangepast.
De sterke tegenwerping is dat ING bij een ROTE boven 14% en CET1 van 13,1% veel ruimte heeft. Dat klopt zolang kredietkwaliteit en inkomsten standhouden. Banken zijn juist cyclisch doordat verliezen vaak pas later zichtbaar worden. Een lage kredietverlieslast in een sterk kwartaal is geen permanent gemiddelde.
Fee-inkomsten verminderen de renteafhankelijkheid
De fee-inkomsten van €1,28 miljard groeiden 14%. Vermogensbeheer, betalingen en andere diensten kunnen de winst stabieler maken wanneer de rentemarge daalt. De kwaliteit van fee-groei hangt af van terugkerend karakter en kosten om die omzet te bedienen.
Meer mobiele primaire klanten kunnen hierbij helpen. ING voegde 377.000 mobiele primaire klanten toe. Een klant die salaris, betalingen, sparen en beleggen combineert, levert doorgaans meer inkomsten en is minder snel vertrokken. Het aantal klanten is echter geen winstmaatstaf. Acquisitiekosten en productgebruik bepalen de uiteindelijke bijdrage.
De bank verwacht voor 2026 meer dan €24,5 miljard totale inkomsten en voor 2027 meer dan €26 miljard. Ook dit zijn vooruitzichten van het management. Een reverse valuation moet daarom niet alleen de omzetverwachting overnemen, maar testen welke winst per aandeel bij de huidige koers nodig is.
Wat moet €30,25 waarmaken?
Het aandeel sloot op 1 oktober op Euronext Amsterdam rond €30,25. Voor een bank is een P/E nuttig, maar prijs ten opzichte van tastbare boekwaarde en ROTE zijn minstens zo belangrijk. Een bank die duurzaam boven de kapitaalkosten verdient, mag boven tastbare boekwaarde noteren.
De reverse valuation hieronder scheidt dividend en koersrendement. Bij 9% gewenst totaalrendement, 5% jaarlijks dividendrendement en een eind-P/E van 9,5 moet ING in 2029 ongeveer €3,56 winst per aandeel halen. Dat ligt binnen bereik wanneer ROTE hoog blijft en de aandelenbasis door inkoop daalt.
De berekening telt inkoop niet nog eens als extra kasstroom op. Minder aandelen verhogen EPS wanneer de totale winst gelijk blijft. De betaalde inkoopprijs bepaalt of dat waarde toevoegt. Inkoop boven de intrinsieke waarde kan kapitaal vernietigen, zelfs wanneer EPS mechanisch stijgt.
Drie jaar, negen mogelijke koersen
De scenario's tonen mogelijke eurokoersen eind 2027, 2028 en 2029. Ze combineren rente-inkomsten, fee-groei, kredietverliezen, ROTE, aandelenbasis en eindmultiple. Dividend komt boven op deze koerspaden.
In het middenscenario blijven netto rente-inkomsten rond de nieuwe verwachting, groeien fees en blijft de ROTE boven 14%. De koers kan dan oplopen van €32 naar €38, plus dividend. Het gunstige scenario veronderstelt dat provisies dubbelcijferig blijven groeien en de markt een hogere multiple betaalt voor duurzaam rendement.
In het bear-scenario daalt de rentemarge, lopen kredietverliezen op en wordt kapitaaluitkering beperkter. De koers kan dan richting €21. De balans hoeft daarvoor niet in crisis te raken. Een ROTE dicht bij de kapitaalkosten is al genoeg om de waardering te drukken.
Vier signalen voor de volgende kwartalen
De eerste maatstaf is de depositomarge. ING rapporteert rente-inkomsten, maar beleggers moeten ook volgen hoeveel rente aan spaarders wordt doorgegeven. Een bank kan volumes winnen door een hoge spaarrente te betalen en tegelijk weinig marge verdienen. Groei is pas aantrekkelijk wanneer klantretentie en prijszetting samen een voldoende spread opleveren.
De tweede maatstaf is de kredietverlieslast per gemiddelde lening. Absolute voorzieningen stijgen vanzelf wanneer de portefeuille groeit. Een ratio maakt perioden beter vergelijkbaar. Daarbij telt de samenstelling: commerciële vastgoedleningen, consumentenkrediet en hypotheken reageren verschillend op rente en economie. Een laag groepsgemiddelde kan stress in een kleiner segment verbergen.
De derde maatstaf is kosten per euro inkomen. Digitale schaal hoort de cost-income ratio geleidelijk te verbeteren. Looninflatie, regelgeving en IT-investeringen kunnen dat vertragen. Fee-groei creëert alleen waarde wanneer de extra omzet niet volledig wordt opgeslokt door personeel, distributie of technologie.
De vierde maatstaf is CET1 na aangekondigde uitkeringen. Een ratio vóór dividend en inkoop kan een te ruim beeld geven. De bank moet genoeg ruimte houden boven de managementbuffer om schokken op te vangen en tegelijk rendabel kapitaal uit te keren. Een kleine overschrijding van de doelbuffer is minder belangrijk dan de kwaliteit en voorspelbaarheid van toekomstige winst.
Leden van De Belegger kunnen in de modules deposito's, nettomarge en kapitaalkosten afzonderlijk wijzigen, zodat volumegroei niet automatisch als winstgroei wordt behandeld.
ING leverde in het tweede kwartaal sterke gemeten cijfers: €1,95 miljard nettowinst, 17% kwartaal-ROTE en vrijwel gelijke groei van leningen en deposito's. De waardering vraagt dat dit geen piek is. Het aandeel wordt aantrekkelijk wanneer de bank de nieuwe balansvolumes tegen goede marges inzet, kredietrisico beheerst en kapitaal alleen uitkeert wanneer dat per aandeel waarde toevoegt.
Foto: Steven van Rijswijk, CEO van ING. Officieel ING-archiefbeeld.


































































































































Opmerkingen