top of page

Koop de iShares S&P 500-tracker niet met een marktorder

23 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc) noteerde op 20 oktober rond €736,98 op Euronext Amsterdam. De tracker herbelegt dividend, volgt fysiek de S&P 500 en rekent 0,07% jaarlijkse kosten. Juist omdat die fondsfee zo laag is, kan een ruime bied-laatspread of een ongunstige marktorder in één keer meer kosten dan meerdere jaren beheer.


CSPX is op papier eenvoudig. Het fonds bezit de aandelen uit de S&P 500, herbelegt ontvangen dividend en probeert het rendement van de index zo dicht mogelijk te volgen. De officiële iShares-pagina vermeldde op 19 oktober een nettovermogenswaarde van $829,89 per aandeel, 504 posities, een koers-winstverhouding van 29,41 en $158,8 miljard fondsvermogen. De beurslijn in Amsterdam handelt in euro's onder ticker CSPX, terwijl de fondsvaluta dollar is en de blootstelling niet naar euro is afgedekt.


Dat maakt de aankoop minder automatisch dan hij lijkt. Wie op een rustig moment een limietorder dicht bij de intrinsieke waarde plaatst, krijgt doorgaans een zeer efficiënt product. Wie bij opening van Europa, tijdens een Amerikaanse feestdag of met een grote marktorder koopt, kan onnodig veel betalen. Het fonds blijft hetzelfde, maar het instaprendement is direct lager.



De beurskoers en de fondswaarde zijn familie, geen tweeling

De intrinsieke waarde, vaak NAV genoemd, is de berekende waarde van alle onderliggende aandelen minus verplichtingen, gedeeld door het aantal ETF-aandelen. De beurskoers is wat kopers en verkopers op dat moment overeenkomen. Gespecialiseerde marktpartijen kunnen nieuwe ETF-aandelen creëren of bestaande innemen. Daardoor blijven koers en NAV meestal dicht bij elkaar, maar niet op iedere seconde exact gelijk.


Bij een Amerikaanse index speelt tijdzone een rol. Een deel van de handel in Amsterdam vindt plaats voordat Wall Street opent. Marktmakers moeten dan schatten waar de Amerikaanse aandelen zouden handelen. Bij veel nieuws bouwen zij extra veiligheidsmarge in de bied- en laatprijs. Dat is rationeel voor de marktpartij, maar niet altijd gunstig voor de koper.



De S&P 500 zelf is bovendien breed zonder gelijk gewogen te zijn. De grootste ondernemingen vertegenwoordigen een groot deel van de index. Een aandeel dat twee keer zo groot wordt, krijgt grofweg ook twee keer zoveel invloed, tenzij de indexmethodiek begrenst of herschikt. Wie CSPX koopt, kiest dus voor brede Amerikaanse marktweging, niet voor vijfhonderd even grote posities.


In onze uitleg over de Vanguard S&P 500 ETF staat hoe zo'n tracker de index volgt. CSPX verschilt onder meer doordat dit een accumulerende shareclass is: ontvangen dividend wordt in het fonds herbelegd. Het verschil tussen accumulerende en distribuerende ETF's verandert vooral de kasstroom naar de belegger, niet de economische winst van de onderliggende bedrijven.


Een goedkope ETF kan duur worden uitgevoerd

Stel dat een belegger voor €25.000 koopt bij een spread van 12 basispunten. Een basispunt is 0,01 procentpunt. De helft van de spread zit grofweg tussen de theoretische middenprijs en de laatprijs, maar in een conservatieve rekensom kan de volledige spread als frictie worden bekeken. Twaalf basispunten over €25.000 is €30. Tel daar €5 commissie bij op en de aankoop kost €35.


De jaarlijkse fondsfee van 0,07% is op dezelfde €25.000 ongeveer €17,50. Eén ongunstige order staat dan gelijk aan twee jaar beheerfee. Dat bewijst niet dat CSPX duur is. Het laat juist zien dat lage structurele kosten het belang van goede uitvoering vergroten.



Een limietorder lost niet alles op, maar voorkomt dat de prijs onbeperkt wegloopt. Ook het tijdstip helpt. Wanneer zowel Europa als de Verenigde Staten open zijn, is meer informatie beschikbaar over de onderliggende aandelen. De spread kan dan smaller zijn, al is dat geen garantie tijdens sterke marktbewegingen. Voor een kleine periodieke order kunnen transactiekosten relatief zwaarder wegen; voor een grote order verdient de zichtbare marktliquiditeit extra aandacht.


Valuta moet daarbij apart worden gehouden. De Amsterdamse koers in euro's beweegt met de dollarwaarde van de portefeuille en met EUR/USD. Dat is geen extra fondsfee en ook geen trackingfout. Een sterke euro kan de eurokoers drukken terwijl de S&P 500 in dollars stijgt. Andersom kan een zwakke euro het euroresultaat versterken.


De waardering onder de motorkap

De grotere beleggingsvraag is niet de spread maar de prijs van de onderliggende winst. Een koers-winstverhouding van 29,41 betekent dat een eenvoudige winstproxy per fondsdeel rond €25 ligt wanneer de Amsterdamse koers van €736,98 wordt gebruikt. Deze omrekening is niet perfect, omdat handelsvaluta, fondsvaluta en indexdata niet exact hetzelfde meetmoment hebben. Zij is wel bruikbaar om te zien wat de waardering vraagt.


Bij 9% gewenst jaarlijks rendement en een daling van de eindmultiple naar 24 keer moet de onderliggende winstproxy in drie jaar met ongeveer een dubbelcijferig percentage per jaar groeien. Als de multiple gelijk blijft, hoeft de winst minder hard te stijgen. Als de waardering verder daalt, moet operationele winstgroei dat verschil opvangen.



De sterkste tegenwerping is dat de grootste Amerikaanse bedrijven uitzonderlijk winstgevend zijn en veel investeren in AI, cloud en software. Een hoge multiple kan rationeel zijn als vrije kas per aandeel langdurig harder groeit dan de economie. Bovendien vernieuwt de index zichzelf: krimpende ondernemingen wegen minder of verdwijnen, succesvolle ondernemingen wegen zwaarder.


Toch verdwijnt waarderingsrisico niet door de verpakking. Een ETF spreidt ondernemingsrisico, maar niet de prijs die voor de hele markt wordt betaald. De huidige P/E en concentratie betekenen dat tegenvallende winst bij enkele grote ondernemingen de index zichtbaar kan raken.


Drie koerspaden, plus dividend dat in het fonds blijft

De scenario's tonen mogelijke koersen voor 2027, 2028 en 2029. Omdat CSPX accumuleert, zit herbelegd dividend in de koersontwikkeling van de fondswaarde. Het koersrendement van deze shareclass ligt daardoor dichter bij totaalrendement dan bij een uitkerende ETF, maar belasting, trackingverschil, handelsfrictie en valuta blijven relevant.



In het bear-scenario normaliseert de marktwaardering terwijl winstgroei vertraagt. Het middenpad veronderstelt doorlopende winstgroei en een geleidelijke daling van de P/E. Het gunstige scenario vraagt brede productiviteitsgroei en blijvend hoge marges. Dit zijn geen koersdoelen; ze maken zichtbaar welke combinatie van winst en waardering achter een uitkomst zit.


De conclusie is eenvoudig. CSPX blijft een efficiënt instrument voor brede Amerikaanse aandelenblootstelling, maar efficiënt is niet hetzelfde als gedachteloos. Controleer de exacte shareclass, gebruik bij voorkeur een limietorder en vergelijk de beurskoers met een recente indicatie van de fondswaarde. Daarna komt de belangrijkere vraag: is een onderliggende P/E rond 29 passend bij de verwachte winstgroei? Een structureel betere winstgroei buiten de grootste namen zou het positieve scenario geloofwaardiger maken. Een dalende winstbreedte en blijvend hoge concentratie zouden juist reden zijn om de waardering kritischer te bekijken.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page