top of page

De quantum-ETF van VanEck groeit vooral op nieuw geld

13 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF had op 19 oktober $791,9 miljoen onder beheer, tegen $500 miljoen in januari. Het jaarrendement bedroeg op die datum 4,58%. Een eenvoudige vermogensbrug wijst er daarom op dat het grootste deel van de groei uit netto-instroom kwam. Dat zegt iets over de belangstelling voor quantum computing, maar nog weinig over de economische vooruitgang van de bedrijven in het fonds.


QUTM is in korte tijd een volwassen fonds qua omvang geworden. De officiële fondspagina van VanEck vermeldde een intrinsieke waarde van $26,09, $791,9 miljoen beheerd vermogen en 0,55% jaarlijkse kosten. De accumulerende Ierse shareclass heeft ISIN IE0007Y8Y157. Op Xetra noteerde de ETF op 20 oktober rond €23. De handelsvaluta is dus euro, de fondsbasis dollar en de aandelen in de portefeuille komen uit meerdere landen.


De vermogensgroei klinkt indrukwekkend, maar beheerd vermogen bestaat uit twee bewegingen. De koersen van bestaande posities kunnen stijgen, en beleggers kunnen nieuw geld inleggen. Alleen het eerste is direct fondsrendement. Het tweede vergroot de inkomsten voor de aanbieder en vaak de verhandelbaarheid, maar maakt de onderliggende ondernemingen niet automatisch waardevoller.



Van $500 miljoen naar $791,9 miljoen

VanEck meldde op 14 januari dat het fonds de grens van $500 miljoen had bereikt. Als dat bedrag daarna 4,58% rendement had gemaakt zonder nieuwe inleg, zou het uitkomen rond $523 miljoen. Het verschil met $791,9 miljoen is ongeveer $269 miljoen. Dat is een benadering, want instroom vond verspreid over het jaar plaats en het gemelde rendement en vermogen hebben niet exact hetzelfde beginmoment. De richting is wel duidelijk: nieuw kapitaal verklaart waarschijnlijk veel meer van de vermogensgroei dan koerswinst.



Dat is op zichzelf niet negatief. Een groter fonds kan een smallere spread, meer handel en een lagere kans op sluiting krijgen. Voor VanEck stijgt de vergoeding in euro's, omdat 0,55% over een groter vermogen wordt berekend. Voor een belegger blijft de vraag echter dezelfde: leveren de onderliggende bedrijven voldoende winstgroei om de betaalde waarderingen te dragen?


De portefeuille bevat zowel pure quantumspelers als grote technologiebedrijven die quantumonderzoek doen naast veel grotere activiteiten. Ook ondernemingen met relevante verleende patenten kunnen in aanmerking komen. Daardoor is QUTM geen zuivere mand met alleen quantumomzet. Het fonds mengt verlieslatende specialisten, leveranciers en winstgevende concernbedrijven. Die spreiding vermindert het risico van één technologisch pad, maar maakt de gevoeligheid voor een commerciële doorbraak minder direct.


Instroom is populariteit, geen omzet

Wanneer een belegger nieuwe ETF-aandelen koopt, kan een geautoriseerde marktpartij een mand onderliggende aandelen aanleveren en nieuwe fondsaandelen laten creëren. De instroom komt dus uiteindelijk terecht in meer effecten in het fonds. Zij verschijnt niet als omzet bij IonQ, Rigetti of een andere portefeuilleonderneming, tenzij die onderneming zelf later aandelen uitgeeft.


Dat onderscheid is belangrijk in een sector waar financiering een centrale rol speelt. Een hogere beurskoers kan een verlieslatend bedrijf wel helpen goedkoper nieuw kapitaal op te halen. Voor bestaande aandeelhouders betekent zo'n emissie vaak verwatering: dezelfde onderneming wordt over meer aandelen verdeeld. De ETF vangt dat alleen op als de nieuwe investering later voldoende extra omzet en kasstroom oplevert.



In onze vergelijking van vier beursgenoteerde quantumbedrijven bleek hoe verschillend technologie, omzetkwaliteit en kasverbruik zijn. Een nieuwsbericht over meer qubits of een contractwaarde is daarom niet genoeg. Een contract kan uit meerdere jaren, mijlpalen en voorwaardelijke onderdelen bestaan. De omzet wordt pas erkend wanneer prestaties zijn geleverd volgens de boekhoudregels.


De sterkste positieve tegenwerping is dat een brede thematische ETF precies geschikt is wanneer de winnaar nog onzeker is. Een belegger hoeft dan niet vooraf te weten welke hardwarearchitectuur, foutcorrectiemethode of softwarelaag wint. Bovendien kan de sector vroeg in zijn ontwikkeling staan, waardoor huidige winst geen goede maatstaf is voor de uiteindelijke markt.


Dat argument is geloofwaardig. Het verandert alleen niet dat een hoge instroom veel optimisme kan samenbrengen voordat omzet volgt. De doorbraak van Microsoft en Quantinuum in foutcorrectie laat zien waarom de techniek snel kan bewegen. Tegelijk zit er een lange weg tussen een technisch experiment, een betrouwbaar product en betaalde inzet op schaal.


Wat vraagt €23 per fondsdeel?

Een ETF kent geen winst per aandeel zoals één onderneming. De reverse analyse moet daarom naar de onderliggende portefeuille, kosten, valuta en een mogelijke premie of korting ten opzichte van de fondswaarde kijken. Wie vanaf €23 in drie jaar 10% per jaar wil verdienen, heeft in 2029 een koers rond €30,60 nodig. Bij een neutrale premie en 0,55% kosten moet de bruto portefeuillewaarde grofweg iets harder groeien dan het gewenste nettorendement.


Valuta kan de euro-uitkomst versterken of verzwakken. Omdat de shareclass niet naar euro is afgedekt, kan een stijgende dollar de eurokoers helpen en een dalende dollar tegenwerken. Dat effect komt boven op het rendement van de onderliggende aandelen en mag niet als operationele quantumgroei worden gezien.



De kosten zijn ook niet het grootste risico. Een TER van 0,55% is hoger dan bij een brede indextracker, maar een daling van 30% in een verlieslatende pure play weegt veel zwaarder. De kern zit in de portefeuilleconstructie: hoeveel gewicht krijgt een onderneming op basis van quantumrelevantie, marktwaarde en liquiditeit, en hoeveel van haar economische resultaat komt werkelijk uit quantumactiviteiten?


Drie mogelijke koersen

Het bear-scenario veronderstelt dat technische voortgang doorloopt, maar commerciële omzet later komt en aandelenuitgiftes de waarde per aandeel drukken. Het middenpad gaat uit van geleidelijke groei van cloudtoegang, beveiliging en onderzoekstoepassingen. Het gunstige scenario vraagt meerdere doorbraken tegelijk: betrouwbaardere hardware, foutcorrectie, meer betaalde workloads en minder kapitaal per euro omzet.



De jaareindekoersen voor 2027, 2028 en 2029 zijn scenario's, geen koersdoelen. Omdat QUTM accumuleert, blijft ontvangen dividend binnen het fonds. Voor veel pure plays is dividend voorlopig niet relevant, maar grote technologieposities kunnen wel uitkeren. Het verschil tussen koersrendement en totaalrendement is bij deze shareclass daardoor kleiner dan bij een uitkerende ETF.


De conclusie is afgewogen. De groei naar bijna $792 miljoen maakt QUTM robuuster als fonds en laat zien dat beleggers het thema serieus nemen. Zij is geen bewijs dat de quantumsector al voldoende omzet of vrije kas genereert. Een positievere beoordeling vraagt dat meer portefeuillebedrijven hun omzet uit betalende quantumtoepassingen halen, met stabiele brutomarges en minder afhankelijkheid van nieuwe aandelen. Tot die tijd is de instroom vooral een stem van beleggers over de toekomst, niet de economische uitkomst van die toekomst.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page