top of page

Wat als Tesla en SpaceX fuseren tegen de verkeerde ruilverhouding?

44 minuten geleden
4 minuten om te lezen
Elon Musk tijdens een bezoek aan het Pentagon, archieffoto van 21 maart 2025
Elon Musk tijdens een bezoek aan het Pentagon, archieffoto van 21 maart 2025. Foto: Madelyn Keech / US Department of Defense; uitsnede Ooligan. Publiek domein, Amerikaanse federale overheid.

In het kort

Tesla en SpaceX verkennen een mogelijke combinatie, maar er ligt nog geen definitieve fusieovereenkomst. De gezamenlijke betrokkenheid van Elon Musk maakt onafhankelijk toezicht op de voorwaarden belangrijk. Schaalvoordelen zijn pas gunstig voor een aandeelhouder als die niet via een ongunstige ruilverhouding worden weggegeven. Het investeringsbudget verdient minstens zoveel aandacht als de omzetbelofte.


Twee ondernemingen samenvoegen kan waarde creëren en toch voor een deel van de aandeelhouders een slechte transactie zijn. Dat is de centrale vraag bij de mogelijke combinatie van Tesla en SpaceX. De aantrekkelijke toekomstbeelden zijn bekend: auto's, robots, satellieten en enorme hoeveelheden rekenkracht zouden elkaar kunnen versterken. Maar een belegger bezit geen toekomstbeeld. Hij bezit een recht op een bepaald deel van toekomstige opbrengsten.


Reuters meldde op 20 oktober dat beide ondernemingen speciale onafhankelijke commissies hebben gevormd om een combinatie te onderzoeken en dat Musk zich buiten de onderhandelingen houdt. Er is daarmee een proces, geen afgeronde deal. Een ruilverhouding, definitieve voorwaarden en vereiste goedkeuringen zijn nog geen voldongen feit.



Een gezamenlijk verhaal is nog geen gezamenlijke kasstroom

De mogelijke voordelen zijn niet moeilijk te bedenken. Ontwikkeling van chips, AI-modellen en rekeninfrastructuur kan gedeelde kennis opleveren. Grote inkoopvolumes kunnen leveranciers interesseren. Een organisatie kan intern sneller middelen verschuiven dan twee bedrijven die telkens afzonderlijke contracten moeten onderhandelen.


Maar juist dat laatste is ook een risico. Wanneer geld gemakkelijker van de ene activiteit naar de andere kan gaan, wordt minder duidelijk welke activiteit zichzelf kan financieren. Een winstgevende dienst kan jarenlang de uitbreiding van een andere tak dragen. Dat kan verstandig zijn, maar aandeelhouders moeten kunnen beoordelen tegen welk rendement die herinvestering plaatsvindt.


De kwartaalberichtgeving van AP laat zien hoe groot de schaal inmiddels is. SpaceX combineert ruimtevaart en connectiviteit met een snel groeiende AI-activiteit. De concernomzet zegt daardoor minder over één homogene onderneming dan vroeger. Wie de waarde wil begrijpen, moet de kapitaalbehoefte en winstkwaliteit van de afzonderlijke activiteiten bekijken.


Dat onderscheid is belangrijker dan de vraag of een omzetdoel indrukwekkend klinkt. Een contract voor rekenkracht kan veel omzet toevoegen en tegelijk enorme investeringen in chips, gebouwen en energie vereisen. Een dollar omzet is dan niet hetzelfde als een dollar die aan de aandeelhouder kan worden uitgekeerd.



Dezelfde fusie kan voor de ene groep winst en voor de andere verlies opleveren

Neem een fictief bedrijf A met een zelfstandige waarde van €200 miljard en bedrijf B met een waarde van €100 miljard. Samen zijn ze zonder voordelen €300 miljard waard. Stel dat de combinatie netto €10 miljard extra waarde creëert, na integratiekosten. De gezamenlijke waarde stijgt dan naar €310 miljard.


Krijgen de aandeelhouders van A twee derde van de combinatie, dan is hun belang ongeveer €206,7 miljard waard. Zij delen in de meerwaarde. Maar krijgen zij slechts 60%, dan vertegenwoordigt hun belang €186 miljard. Ondanks de waardecreatie van de fusie verliezen zij tegenover hun zelfstandige uitgangspunt €14 miljard. De andere groep krijgt juist een groter voordeel.


Deze bedragen hebben niets te maken met een overeengekomen waardering van Tesla of SpaceX. Ze illustreren waarom een strategische presentatie nooit de ruilverhouding kan vervangen. Een combinatie kan operationeel logisch zijn en financieel verkeerd geprijsd voor één van de twee groepen.



De omgekeerde berekening is verhelderend. Als groep A maar 60% krijgt en zijn oorspronkelijke €200 miljard wil behouden, moet de combinatie minimaal €333,3 miljard waard zijn. Er is dan minstens €33,3 miljard netto extra waarde nodig. Bij 65% eigendom daalt die vereiste meerwaarde naar ongeveer €7,7 miljard. Een paar procentpunt eigendom kan dus meer betekenen dan vele miljarden aan aangekondigde besparingen.



Onafhankelijke commissies moeten de lastige vergelijking maken

Een onafhankelijke commissie moet meer doen dan vaststellen dat samenwerking nuttig kan zijn. Zij moet de zelfstandige alternatieven vergelijken met de voorgestelde combinatie. Welke investeringen zijn ook zonder fusie mogelijk? Welke commerciële afspraken bestaan al? En hoeveel van de veronderstelde voordelen kunnen via gewone contracten worden bereikt?


Die laatste vraag voorkomt dat alle toekomstige groei aan de fusie wordt toegeschreven. Wanneer beide bedrijven toch al extra rekenkracht zouden inkopen, is de omzet daarvan geen extra fusievoordeel. Alleen een aantoonbaar betere prijs, hogere opbrengst of lagere benodigde investering telt als meerwaarde van de combinatie.


Ook de verdeling van risico verdient aandacht. Aandeelhouders van een onderneming met een voorspelbaarder kasstroom kunnen na een fusie ineens meer blootstaan aan zeer grote investeringsprogramma's. Omgekeerd kan een kapitaalintensief groeibedrijf profiteren van stabielere inkomsten elders. Dat is geen bezwaar op zichzelf, maar wel een verandering waarvoor een passende prijs moet worden betaald.


De belangen van een grootaandeelhouder hoeven daarbij niet volledig gelijk te lopen met die van iemand die slechts één van de twee aandelen bezit. Verschillen in eigendomsbelang, stemrecht en persoonlijke strategie maken de onafhankelijke toets relevant. Dat is een governancevraag, geen beschuldiging dat de uitkomst al oneerlijk vaststaat.


De investeringsrekening verdwijnt niet door een nieuw logo

De omvang van de uitgaven bij SpaceX onderstreept dit punt. In de berichtgeving over de kwartaalcijfers staat een zeer sterke expansie van de AI-infrastructuur centraal. De eerdere analyse van De Belegger over de omzetexplosie beschreef al waarom die groei naast de kapitaaluitgaven moet worden gelegd.


Een fusie brengt niet vanzelf externe financiering binnen. Wanneer de combinatie meer uitgeeft dan zij uit haar activiteiten ontvangt, blijft schuld, uitgifte van aandelen of verkoop van bezittingen nodig. Nieuwe aandelen kunnen het recht op toekomstige winst verwateren. Schuld geeft vaste lasten, ook wanneer de vraag naar een nieuwe dienst tegenvalt.


Om de verdeling zichtbaar te maken rekenen we voor 2027, 2028 en 2029 met een fictieve zelfstandige gezamenlijke waarde van €300 miljard en netto fusiewaarde van min €5, €10 of €30 miljard in het eerste jaar. Daarna verandert die netto meerwaarde volgens het gekozen scenario. Bij een verondersteld belang van 65% voor groep A laat de visual zien hoeveel waarde aan die groep toekomt. Het model is een gevoeligheidsanalyse van eigendom, geen koersdoel voor Tesla of SpaceX.



De mogelijke combinatie verdient serieuze aandacht. Het zou onredelijk zijn de strategische kansen bij voorbaat af te schrijven. Maar voor aandeelhouders wordt het pas een beoordeelbare transactie wanneer zelfstandige waarderingen, de ruilverhouding, investeringsverplichtingen en zeggenschap op tafel liggen. Tot dat moment is enthousiasme over het gezamenlijke verhaal begrijpelijk, terwijl een oordeel over de dealprijs voorbarig blijft.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 122:36:51

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page