top of page

VanEcks quantum-ETF stijgt en toch moet de omzet nog komen

51 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

QNTM stond op 28 september op een NAV van 29,38 dollar en won dit jaar 17,75 procent. Het fonds biedt gespreide quantumexposure, maar combineert pure plays met brede technologiebedrijven. Rendement vraagt echte omzet, niet alleen meer patenten.


29,38 dollar bedroeg op 28 september de officiële NAV van de VanEck Quantum Computing UCITS ETF. Het fonds had 900,5 miljoen dollar vermogen, een totaalrendement van 17,75 procent sinds jaarbegin en jaarlijkse kosten van 0,55 procent. De juiste ticker is QNTM en de ISIN is IE0007Y8Y157. De aantrekkingskracht is duidelijk: één fonds spreidt het risico over quantumhardware, software en toeleveranciers. Toch kan spreiding een dure waardering niet ongedaan maken.



De kosten zijn zichtbaar maar de waarderingspremie niet

Een TER van 0,55 procent lijkt klein naast dagelijkse koersbewegingen. Over tien of twintig jaar werkt die aftrek wel ieder jaar door. Nog belangrijker is de prijs die het fonds voor de onderliggende winst betaalt. Veel pure quantumbedrijven maken nog verlies, waardoor een klassieke gemiddelde P/E weinig zegt.



De module toont de kostenimpact bij verschillende rendementen en looptijden. Dat is de zekere frictie. De onzekere frictie is een mogelijke daling van de themapremie wanneer commerciële toepassingen langer op zich laten wachten.


Pure plays geven de upside en het grootste verliesrisico

VanEck selecteert bedrijven op activiteiten en patentposities. Daardoor bevat het fonds zowel jonge quantumbedrijven als grote technologieconcerns. Die laatste verdienen het grootste deel van hun geld buiten quantum en dempen de volatiliteit. Pure plays zorgen juist voor de sterke beweging wanneer het thema populair is.



Door het gewicht en rendement van beide groepen te veranderen, wordt zichtbaar hoeveel van de fondsprestatie werkelijk uit pure quantumexposure komt. Dat onderscheid is nodig, omdat een belegger anders een hoge themaprijs betaalt voor bedrijven die economisch vooral cloud, chips of industriële software verkopen.


Fondsvermogen kan dalen zonder dat de NAV hetzelfde doet

In- en uitstroom verandert normaal gesproken niet rechtstreeks de intrinsieke waarde per deelbewijs. Market makers creëren en vernietigen stukken rond de NAV. Toch kan stevige uitstroom de handelsfrictie vergroten, vooral in kleinere onderliggende aandelen. Het fondsvermogen is daarom een nuttige thermometer van de vraag.



De module vertaalt netto-uitstroom naar een percentage van het fonds en naar gemiddelde handelsdruk per dag. Bij een smal thema kan dat belangrijker worden dan de zichtbare TER.



De waardering vertelt welk bewijs nog ontbreekt

Een koers zegt op zichzelf weinig. De bruikbare vraag is welk bedrijfsresultaat de prijs nodig heeft wanneer een belegger over drie jaar een redelijk rendement wil overhouden. In het omgekeerde model hieronder zijn de rendementseis en de eindwaardering verstelbaar. Daardoor is meteen zichtbaar of de uitkomst vooral leunt op echte groei of op de hoop dat een volgende koper opnieuw een hoge multiple betaalt.



De uitkomst is nadrukkelijk geen voorspelling. Het is een rekensom die de bewijslast blootlegt. Een lage vereiste groei kan nog altijd te optimistisch zijn wanneer de kasstroom zwak is, terwijl een hoge vereiste groei haalbaar kan blijken als een bedrijf een aantoonbaar schaalvoordeel heeft. Daarom hoort deze module naast de operationele analyse te staan en niet in plaats daarvan.


Drie paden maken het risico concreet

Bear, midden en gunstig verschillen niet alleen in het eindgetal. Ieder pad gebruikt een eigen combinatie van omzet of winst, marge, aandelenbasis en waardering. Dat voorkomt de klassieke fout waarbij een optimistische winstverwachting zonder reden ook nog eens een hogere multiple krijgt. De tabel toont september 2027, september 2028 en september 2029, steeds in USD en exclusief dividend.



Het middelste pad is geen consensus en de drie paden krijgen geen kanspercentage. Ze zijn bedoeld om vooraf te bepalen welk bewijs de komende kwartalen nodig is. Wanneer de operationele cijfers naar het bearpad bewegen, hoort de waardering mee omlaag. Komt juist het gunstige pad dichterbij, dan moet dat zichtbaar zijn in kasstroom, marges en winst per aandeel, niet alleen in managementtaal.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.


Wat het oordeel kan veranderen

De sterkste tegenwerping is dat beurswaardering niet netjes op één formule reageert. Rente, valuta, geopolitiek en beleggerssentiment kunnen de koers jarenlang sterker bewegen dan de winst. Dat klopt. Toch verdwijnt de economische ankerwaarde niet. Over een langere periode moet de prijs worden gedragen door de kas die na investeringen en financiering aan aandeelhouders toekomt.


De kwartaalcijfers die er werkelijk toe doen

Een belegger hoeft niet ieder persbericht dezelfde waarde te geven. Omzetgroei is nuttig, maar pas wanneer duidelijk is hoeveel daarvan overblijft na personeelskosten, onderzoek, verkoop en noodzakelijke investeringen. Een verbetering van de aangepaste marge verdient daarom altijd een tweede controle via vrije kasstroom. Als de winst stijgt terwijl debiteuren, voorraad of geactiveerde kosten sneller oplopen, kan het economische herstel zwakker zijn dan het resultaat suggereert.


Ook de aandelenbasis hoort in die controle. Een onderneming kan aandelen inkopen en tegelijk nieuwe stukken uitgeven voor beloning of overnames. Alleen de nettoverandering bepaalt hoeveel van de toekomstige winst aan ieder aandeel toekomt. Bij verlieslatende ondernemingen werkt hetzelfde mechanisme andersom: nieuwe financiering verlengt de kasduur, maar verdeelt de toekomstige waarde over meer stukken. Dat effect zit in het scenario verwerkt en mag niet nogmaals als losse korting worden toegepast.


Tot slot telt de kwaliteit van de vooruitblik. Een concrete bandbreedte voor omzet, marge en kasstroom is bruikbaarder dan een algemene uitspraak over sterke vraag. De komende kwartaalrapportages moeten daarom drie verbanden bevestigen: groei moet doorwerken in brutowinst, brutowinst moet doorstromen naar operationele kasstroom en die kasstroom moet na investeringen beschikbaar blijven. Valt één schakel uit, dan is een hoge multiple moeilijker te verdedigen. Verbeteren alle drie, dan kan de winst sneller naar het gunstige scenario bewegen dan de huidige rekensom aanneemt.


Voor Nederlandse beleggers telt bovendien de gekozen beurslijn. Bij een notering in dollars kan de euro het rendement versterken of verzwakken; bij een Amsterdamse notering blijven buitenlandse omzet en kosten alsnog aan valuta blootgesteld. De scenario's zijn daarom een startpunt voor een beslissing, geen automatische koop- of verkoopknop.


Het oordeel is voorwaardelijk. Zolang de pure quantumbedrijven omzetgroei en marges laten zien die de patentpremie dragen, blijft het middenpad verdedigbaar. Als uitstroom versnelt of commerciële omzet jaren achterblijft bij de waardering, schuift het model richting bear. Dat is concreter dan zeggen dat het aandeel simpelweg kansrijk of risicovol is.


Foto: VanEck, officieel bedrijfsarchief.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 125:22:29

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page