top of page

Pure chipwinst of extra cycliciteit bij VanEcks chip-ETF

43 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Semiconductor UCITS ETF volgt 25 grote, liquide chipbedrijven die minstens de helft van hun omzet uit halfgeleiders of bijbehorende apparatuur halen. Dat levert gerichte blootstelling aan AI, datacenters, auto's en industriële elektronica. Dezelfde zuiverheid maakt de winst echter cyclischer dan bij een brede technologie-ETF. De accumulating shareclass met ISIN IE00BMC38736 herbelegt inkomsten, noteert onder meer op Euronext Paris en rekent 0,35% per jaar.


Een pure-playregel klinkt als een kwaliteitsstempel. Wie chips wil, krijgt chips en geen reclamebedrijf, webwinkel of softwareconcern eromheen. De regel van de gevolgde MarketVector-index verlangt dat een onderneming minstens 50% van haar omzet uit halfgeleiders of gerelateerde apparatuur haalt. Daardoor staat de ETF dicht bij de economische motor die AI mogelijk maakt.


Op 28 september meldde VanEck een intrinsieke waarde van $112,72, $9,4 miljard fondsvermogen en 82,65% rendement sinds het begin van 2026. Op de eurobeurslijn lag de indicatieve waarde op 29 september rond €100. Zo'n stijging maakt de selectie niet slechter, maar verhoogt wel de winst die de portefeuille moet leveren om de waardering te dragen.




Zuiverheid vergroot de operationele hefboom

Chipbedrijven investeren veel voordat één extra product wordt verkocht. Ontwerpers betalen ingenieurs en softwarelicenties. Fabrikanten bouwen extreem dure fabrieken. Apparatuurmakers onderhouden onderzoek, productie en serviceorganisaties. In een sterke cyclus worden die vaste kosten over veel omzet verdeeld en stijgt winst sneller dan omzet.


De omgekeerde beweging is even belangrijk. In het model verlaagt een omzetdaling van 8% bij 58% brutomarge de operationele winst veel sterker, omdat de vaste kosten op korte termijn gelijk blijven. Dat is geen voorspelling voor de hele ETF, maar wel het mechanisme dat meerdere belangen tegelijk kan raken.


Een brede technologie-index bezit naast Nvidia en Broadcom ook ondernemingen met advertentie-, cloud-, software- en abonnementsinkomsten. SMH sluit veel van die kasstromen bewust uit. Dat maakt de belegging gerichter, maar biedt minder demping wanneer chipvoorraden oplopen of investeringsbudgetten vertragen.


De keten verdient aan dezelfde capexgolf

De portefeuille spreidt over ontwerpers, foundries, geheugenbedrijven en machinebouwers. Juridisch zijn dat verschillende ondernemingen. Economisch verdienen ze vaak aan dezelfde klantbudgetten. Een hyperscaler koopt AI-systemen, de ontwerper bestelt productie, de foundry koopt machines en de geheugenleverancier vergroot capaciteit.



Die keten kan jaren groeien wanneer AI-gebruik omzet en productiviteit oplevert. Het risico ontstaat wanneer klanten vooruitbestellen en later capaciteit overhouden. Dan dalen prijzen en benutting, terwijl afschrijving, onderzoek en onderhoud doorgaan. De winst van een pure-playmandje kan daardoor breder tegelijk dalen dan de naamspreiding doet vermoeden.


Kapitaalintensiteit is niet overal gelijk. Een chipontwerper kan productie uitbesteden, maar betaalt hogere wafer- en verpakkingskosten. Een foundry bezit de fabrieken en draagt de afschrijving. Een apparatuurmaker ontvangt soms eerder ordergeld, maar is afhankelijk van de investeringsplannen van een beperkt aantal grote klanten.


De 0,35% is zichtbaar, de cyclus niet

De ETF repliceert fysiek en leent volgens VanEck geen effecten uit. De TER bedraagt 0,35%. Bij €10.000 en 8% bruto rendement scheelt dat na drie jaar ongeveer honderd euro ten opzichte van hetzelfde rendement zonder fondskosten. De precieze uitkomst verandert met rendement en timing.



De fondskosten zijn daarmee relevant, maar niet doorslaggevend. Een daling van de onderliggende winst of multiple kan in enkele weken veel meer vermogen bewegen. De ETF verlaagt bedrijfsspecifiek risico, maar verandert een cyclische sector niet in een defensieve belegging.


Valuta blijft eveneens aanwezig. Een eurobeurslijn rekent af in euro, maar veel onderliggende aandelen en bedrijfswinsten zijn dollar- of Aziëgedreven. Een sterkere euro kan het euroresultaat drukken, terwijl de ondernemingen operationeel goed presteren. De beursvaluta is dus niet hetzelfde als de economische valuta.


De indexregel kan winnaars afremmen

De gevolgde index is 10% capped en wordt periodiek herwogen. Daardoor kan een sterk gestegen aandeel worden teruggebracht en komt kapitaal bij kleinere posities terecht. Dat voorkomt dat één winnaar het fonds volledig overneemt. Het betekent ook dat de ETF niet onbeperkt laat doorlopen wat het beste presteert.


Dat is geen fout, maar een keuze. De belegger krijgt een sectorportefeuille en geen geconcentreerde Nvidia-positie. Wanneer de winstgroei zich breed over ontwerp, geheugen, productie en apparatuur verspreidt, werkt die keuze goed. Wanneer slechts één bedrijf de meeste economische waarde vangt, blijft de ETF achter bij die winnaar.


Wat €100 al verlangt

Na de sterke koersstijging is de reverse vraag belangrijker dan het verhaal. Bij een huidige look-throughwaardering van 36 keer de winst, 9% gewenst jaarlijks koersrendement en een eindwaardering van 28 keer vraagt het model ongeveer 18,7% jaarlijkse winstgroei tot 2029.



Dat kan wanneer AI-capex breed omzet wordt en marges hoog blijven. Het is veeleisend wanneer geheugenprijzen normaliseren, China-exportregels de markt beperken of klanten bestellingen naar voren hebben gehaald. De ETF heeft dan twee tegenwinden: lagere winst en een lagere multiple.


De reverse berekening gebruikt geen afzonderlijke kascorrectie. Nettokas en schuld van alle onderliggende ondernemingen zitten al in de winst- en waarderingsbasis. Zo wordt balanswaarde niet dubbel toegevoegd.



Drie scenario's tot en met 2029

Het bear-scenario gebruikt een genormaliseerde winstbasis per participatie van €2,70, €2,90 en €3,10 met multiples van 28, 26 en 24. Mogelijke koersen zijn €75,60, €75,40 en €74,40. In het middenpad stijgt de winstbasis naar €3,10, €3,60 en €4,20 en ontstaan ongeveer €99,20, €111,60 en €126. Het gunstige pad komt op circa €126, €154 en €187.


Deze bedragen zijn geen koersdoelen en bevatten geen kansweging. Omdat de shareclass accumulerend is, worden ontvangen inkomsten in het fonds herbelegd. Het rendement verschijnt dus vooral in de koers. De scenario's nemen dat economisch mee in de winstbasis en tellen geen extra dividend op.


Het sterkste argument en bezwaar

Het beste argument vóór SMH is dat de vraag naar rekenkracht structureel groeit. AI-modellen, auto's, industrie, telecom en apparaten gebruiken steeds meer en complexere chips. De bedrijven in de ETF bezitten schaarse kennis, intellectueel eigendom en productiecapaciteit.


Het sterkste bezwaar is dat structurele vraag geen rechtlijnige winst garandeert. Klanten kunnen te veel bestellen, capaciteit kan te snel groeien en nieuwe generaties kunnen bestaande voorraad verouderen. Na 82,65% jaarwinst is de waardering minder vergevingsgezind voor zo'n normale cyclus.



Conclusie

SMH is een heldere manier om de chipketen te bezitten. De pure-playregel voorkomt dat stabielere platformbedrijven het sectorbeeld verdunnen, maar verwijdert tegelijk hun kasbuffer. Bij €100 moet de winstgroei daarom breed, snel en duurzaam blijven. De ETF past beter bij een belegger die scherpe cycli kan verdragen dan bij iemand die AI-blootstelling als defensieve technologie ziet. De belangrijkste controle is niet hoeveel chips de wereld gebruikt, maar welk rendement de sector verdient op het kapitaal dat daarvoor wordt gebouwd.


Omslagfoto: Martijn Rozemuller van VanEck. Foto: Investrends, archief.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page