Loonexplosie in mkb: beleggers onderschatten dit risico massaal
- Kolivier Jager
- 10 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Het mediaansalaris in het mkb steeg in het eerste kwartaal met 3,2 procent tot ruim 3.600 euro, de sterkste kwartaalgroei in jaren.
Lonen binnen cao’s namen met 3,8 procent toe, tegenover 2,6 procent bij bedrijven zonder cao, met uitschieters tot 16 procent in specifieke sectoren.
Sinds 2018 is een structurele kloof zichtbaar, met bijna 40 procent loonstijging binnen cao’s tegenover ruim 32 procent daarbuiten.
De lonen in het midden en kleinbedrijf zijn in korte tijd flink gestegen. In het eerste kwartaal nam het mediaansalaris toe met 3,2 procent, waardoor het nu boven de 3.600 euro ligt. Dit is de sterkste stijging in jaren en laat zien dat de arbeidsmarkt nog altijd krap is.
Deze ontwikkeling betekent dat bedrijven meer moeten betalen om personeel aan te trekken en te behouden. Vooral na een periode van personeelstekorten lijkt er nu een inhaalslag plaats te vinden. Werknemers krijgen hogere salarissen om eerdere achterstanden goed te maken.
Voor beleggers is dit een belangrijk signaal, omdat stijgende lonen direct invloed hebben op de kosten van bedrijven. Hogere loonkosten kunnen de winst onder druk zetten, zeker bij bedrijven waar personeel een groot deel van de uitgaven vormt.
Lonen stijgen +3,2%: bedrijven voelen de druk direct.

Verschil tussen cao en niet cao lonen
De loonstijging verschilt duidelijk tussen bedrijven met en zonder cao. Binnen cao’s stegen de lonen met 3,8 procent, terwijl dit bij bedrijven zonder cao 2,6 procent was. Dat verschil lijkt klein, maar loopt op over meerdere jaren.
Sinds 2018 zijn de lonen binnen cao’s met bijna 40 procent gestegen. Bij bedrijven zonder cao is dat ruim 32 procent. Dit laat zien dat werknemers binnen cao’s structureel beter beschermd zijn tegen achterblijvende lonen.
Voor beleggers betekent dit dat bedrijven met cao’s minder flexibel zijn in hun kosten. Tegelijk zorgen cao’s ook voor meer voorspelbaarheid, omdat loonstijgingen vaak al vooraf vastliggen.
Cao lonen stijgen +3,8%: kloof met bedrijven zonder cao groeit.

Grote verschillen per sector
Niet alle sectoren laten dezelfde loonstijging zien. In sommige sectoren zijn de stijgingen extreem hoog. In open teelten, bioscopen en uitgeverijen stegen de lonen zelfs met 16 procent. Internationale chauffeurs zagen hun salaris met 14 procent toenemen.
Deze grote stijgingen wijzen op specifieke tekorten in deze sectoren. Bedrijven moeten daar extra betalen om voldoende personeel te vinden. Dit kan komen door zware werkomstandigheden, internationale concurrentie of een beperkt aanbod van werknemers.
Voor beleggers zijn deze verschillen belangrijk, omdat ze laten zien waar de druk op kosten het grootst is. Tegelijk kunnen sterke loonstijgingen ook wijzen op groei of herstel binnen een sector.
Regionale verschillen in salarissen
De hoogte van de lonen verschilt ook per regio. In Utrecht ligt het mediaansalaris met 3.848 euro het hoogst. In Groningen liggen de salarissen juist lager dan gemiddeld.
Ook in Noord Holland en Zuid Holland liggen de lonen bovengemiddeld hoog. Dit komt doordat in deze regio’s veel bedrijven actief zijn in sectoren met hogere productiviteit en betere beloningen.
Voor beleggers geven deze verschillen inzicht in waar economische activiteit het sterkst is. Regio’s met hogere lonen zijn vaak aantrekkelijker voor investeringen, bijvoorbeeld in vastgoed of bedrijvigheid.
Gevolgen voor inflatie en rente
Stijgende lonen hebben niet alleen invloed op bedrijven, maar ook op de economie als geheel. Wanneer bedrijven hogere lonen betalen, proberen zij deze kosten vaak door te berekenen aan klanten. Dit kan leiden tot hogere prijzen.
Als lonen en prijzen elkaar blijven versterken, ontstaat er een zogenoemde loon en prijs spiraal. Dit is een belangrijke reden waarom centrale banken de rente mogelijk langer hoog houden. Zij proberen daarmee de inflatie onder controle te houden.
Voor beleggers betekent dit dat loonontwikkeling een belangrijke indicator is. Het geeft inzicht in toekomstige renteontwikkelingen en economische groei.
Lonen stijgen: dit kan rente langer hoog houden.

Structurele veranderingen in de arbeidsmarkt
De huidige loonstijging lijkt niet alleen tijdelijk te zijn. Er zijn ook structurele factoren die een rol spelen. De vergrijzing zorgt ervoor dat er minder mensen beschikbaar zijn voor werk. Tegelijk groeit de vraag naar personeel in veel sectoren.
Daarnaast hebben werknemers een sterkere positie gekregen. In sectoren met personeelstekorten kunnen zij makkelijker hogere lonen eisen. Cao’s spelen daarbij een belangrijke rol, omdat zij deze loonstijgingen vastleggen.
Voor beleggers betekent dit dat bedrijven zich moeten aanpassen. Investeringen in automatisering en efficiëntie worden steeds belangrijker om de stijgende loonkosten op te vangen.
Wat beleggers moeten weten:
Hoe beïnvloeden stijgende lonen de winst van bedrijven?
Hogere lonen zorgen voor hogere kosten, wat de winst kan verlagen als bedrijven deze kosten niet kunnen doorberekenen.
Waarom stijgen lonen binnen cao’s sneller?
Binnen cao’s worden loonstijgingen collectief afgesproken, waardoor werknemers vaker en sneller loonsverhogingen krijgen.
Welke sectoren hebben de grootste loonstijgingen?
Sectoren zoals open teelten, bioscopen en transport laten de sterkste stijgingen zien door personeelstekorten.
Wat betekenen regionale loonverschillen?
Hogere lonen in bepaalde regio’s wijzen vaak op sterkere economische activiteit en meer kansen voor investeringen.
Blijven lonen stijgen in de toekomst?
Door structurele factoren zoals vergrijzing en personeelstekorten is de kans groot dat de loonstijging nog enige tijd aanhoudt.
Advertorial
De stevige loonstijgingen onderstrepen hoe geldstromen binnen huishoudens en bedrijven veranderen, en hoe belangrijk het is om slim om te gaan met tijdelijk beschikbare middelen. In een omgeving waar rente en inflatie nauw samenhangen, kan het strategisch parkeren van vermogen helpen om koopkracht beter te behouden.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.






































































































































