top of page

Lees de daling bij VanEcks quantum-ETF niet als uitstroom

31 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

VanEck rapporteerde voor de Quantum Computing UCITS ETF $856,9 miljoen vermogen op 12 oktober en $843,1 miljoen op 13 oktober. Het verschil van $13,8 miljoen is geen bewijs dat beleggers zoveel geld opnamen, omdat koersbewegingen de fondswaarde eveneens veranderen. De Xetra-lijn QUTM sloot 13 oktober op €24,45, 1,8% lager. Voor de waardering tellen de winstvooruitzichten van de holdings, verwatering bij jonge quantumspelers, valuta en 0,55% jaarlijkse kosten.


$13,8 miljoen verdween in één dag uit het gerapporteerde fondsvermogen, maar het geld hoeft niet letterlijk door de uitgang te zijn gelopen. Een ETF-vermogen verandert door twee krachten. De bestaande effecten stijgen of dalen, en beleggers creëren of verzilveren participaties via geautoriseerde marktpartijen.


Dat onderscheid is bij QUTM belangrijk. De portefeuille bevat jonge quantumbedrijven met grote koersuitslagen en volwassen technologiebedrijven met andere winstbronnen. Een dagdaling van de holdings kan het vermogen dus verlagen zonder één euro netto uitstroom. Wie marktwaarde als fondsstroom presenteert, trekt een te stellige conclusie.



De vermogensdaling moet eerst worden ontleed

De officiële fondspagina van VanEck noemde op 13 oktober een intrinsieke waarde van $27,33 per participatie, een jaarresultaat van 9,53%, $843,1 miljoen totaal vermogen en 0,55% jaarlijkse lopende kosten. De shareclass is accumulerend, heeft ISIN IE0007Y8Y157 en dollar als basisvaluta.


De Xetra-lijn noteert in euro onder QUTM. Dezelfde shareclass kan op andere beurzen een ander symbool gebruiken, waaronder QNTM. Daarom zijn ticker, beurs en valuta samen nodig om de juiste koers te vergelijken. Alleen de naam Quantum ETF is onvoldoende.



De module begint bij $856,9 miljoen. Vul een NAV-beweging van min 1,62% in en een neutrale netto fondsstroom, dan komt de uitkomst dicht bij $843 miljoen. Dat bewijst niet dat er géén uitstroom was. Het laat alleen zien dat de gepubliceerde twee vermogenscijfers niet genoeg zijn om de stroom afzonderlijk vast te stellen.


Voor een zuivere fondsstroom zijn het aantal uitstaande participaties of de officiële creatie- en verzilveringsgegevens nodig. Zonder die informatie is de juiste formulering dat het fondsvermogen daalde. De oorzaak blijft verdeeld tussen marktbeweging en mogelijke netto stroom.


Een themafonds spreidt bedrijven, niet de economische weddenschap

QUTM belegt in ondernemingen die quantumhardware, software of ondersteunende technologie ontwikkelen. VanEck gebruikt ook patentdata om relevante bedrijven te selecteren. Dat levert een bredere portefeuille op dan één aandeel als IonQ, maar alle posities kunnen tegelijk last hebben van hogere rente, teleurstellende commercialisatie of dalende technologiemultiples.


Spreiding werkt het best wanneer inkomstenbronnen verschillend reageren. In QUTM zitten grote technologiebedrijven met winst uit cloud, chips en software naast jonge pure spelers die nog veel geld verbranden. Dat vermindert het risico dat één technisch probleem het hele fonds raakt. Het verwijdert niet de gezamenlijke gevoeligheid voor verwachtingen over quantumcomputing.



Bij een modelgewicht van 28% voor pure quantumspelers en een daling van 20% in die groep levert dat alleen al min 5,6 procentpunt aan fondsresultaat op. Als de overige holdings 2% stijgen, compenseren zij een deel, maar niet alles. De feitelijke gewichten veranderen en moeten op de peildatum worden gecontroleerd.


De sterkste bullcase is dat de indexmethodiek winnaars kan opnemen en posities periodiek herweegt. Een belegger hoeft niet vooraf de beste qubitarchitectuur te kiezen. De sterkste bearcase is dat veel holdings nog jaren financiering nodig hebben en nieuwe aandelen uitgeven. De ETF spreidt die verwatering over meerdere namen, maar zij blijft economisch aanwezig.


Lees ook: Vier quantumaandelen met miljardenwaarderingen en nauwelijks omzet vergelijkt bij IonQ, D-Wave, Rigetti en QUBT technologie, omzet, kasverbruik en verwatering.

De kosten lijken klein tot de opbrengst tegenvalt

Een TER van 0,55% betekent dat de kosten jaarlijks in het fondsresultaat worden verwerkt. Bij €10.000 is dat in het eerste jaar ruwweg €55, voordat samengestelde groei wordt meegenomen. Over drie jaar groeit het verschil tussen bruto en netto mee met het gekozen rendement.



Bij 8% bruto rendement per jaar eindigt €10.000 in het model boven €12.500 vóór kosten. Na 0,55% jaarlijkse TER ligt de uitkomst lager. Het verschil blijft veel kleiner dan een forse koersbeweging van jonge quantumspelers, maar het is wel zekerder dan hun toekomstige winst.


De kostenratio vertelt bovendien niet alles over het handelsresultaat. De bied-laatspread, afwijking van de intrinsieke waarde en valutawissel bij de broker kunnen extra frictie geven. Bij een liquide handelslijn zijn die effecten vaak beheersbaar. Tijdens onrust kunnen zij tijdelijk groter worden.


Voor een eurobelegger komt het dollarverband erbij. De intrinsieke waarde staat in dollars, terwijl de Xetra-koers in euro noteert. Een sterkere euro kan een stijging van de Amerikaanse holdings dempen. De shareclass is niet simpelweg een euroafgedekte variant omdat de handelsvaluta euro is.


De waardering moet via de portefeuille worden omgekeerd

Een ETF heeft geen eigen winst per aandeel zoals een onderneming. De reverse valuation begint daarom bij de onderliggende bedrijven. Jonge quantumspelers moeten omzet, marge en financieringsduur waarmaken. Grote technologiebedrijven moeten hun brede winstgroei volhouden. Daarna worden de gewichten, fondskosten en valuta toegepast.



Het bearpad geeft mogelijke jaareindekoersen van €18, €15 en €14 voor 2027, 2028 en 2029. Het middenpad komt op €25, €28 en €31. Het gunstige pad geeft €31, €39 en €49. De uitkomsten zijn scenario's met een startwaarde van €24,45, geen voorspellingen.


Het bearpad veronderstelt dure financiering, aandelenuitgifte en technische voortgang zonder voldoende betalende vraag. In het middenpad groeien contracten, maar blijven winst en kasstroom achter bij de marktverwachting. Het gunstige pad vraagt meerdere commercieel bruikbare systemen, hogere omzet per klant en waarderingen die niet sterk dalen.


Wie de quantumsector via De Belegger wil volgen, kan GRAAG gebruiken voor 10% korting op een eerste jaarlidmaatschap. De nuttigste cijfers zijn niet alleen qubits of patenten, maar orderwaarde, erkende omzet, kasverbruik, aandelenbasis en het aandeel van pure spelers in de ETF.


Het oordeel begint bij wat het vermogenscijfer niet zegt

QUTM biedt echte spreiding over bedrijven en technologieën. Het fonds maakt een vroege sector toegankelijk zonder dat een belegger één winnaar hoeft te kiezen. De prijs daarvoor is een TER van 0,55%, valutablootstelling en een portefeuille waarin een deel van de ondernemingen nog geen volwassen winstmodel heeft.


Mijn oordeel is dat de daling van $13,8 miljoen fondsvermogen vooral een goede waarschuwing voor datagebruik is. Zij bewijst geen massale uitstroom. Voor het rendement is de belangrijkere vraag of de holdings in de komende drie jaar genoeg omzet, marge en kas per aandeel opbouwen om hun waarderingen te dragen. Zolang dat bewijs beperkt blijft, past QUTM beter als kleine thematische positie dan als kern van een portefeuille.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page