top of page

Beleggers verlaten Frankrijk en de rente maakt de rekening groter

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

Beleggers vragen Frankrijk een steeds hogere vergoeding, precies wanneer de staat meer geld moet ophalen. Eind juni bedroeg de overheidsschuld €3.595,5 miljard en 119 procent van het bbp, terwijl voor 2027 een recordprogramma van €340 miljard aan middellange en lange leningen klaarstaat. De uitverkoop is daarom meer dan een nerveuze beursdag: een hogere rente sijpelt via nieuwe leningen en herfinanciering jarenlang de begroting in. Frankrijk gaat niet morgen failliet, maar verliest wel ruimte om een foutloos politiek en economisch pad te varen.


De directe aanleiding is een begroting die het tekort wel wil terugbrengen, maar nog altijd rond vijf procent van het bbp laat. Tegelijk groeit de schuldquote en moet een grote hoeveelheid oude schuld worden vervangen. Voor een obligatiebelegger betekent dat veel aanbod, weinig begrotingsbuffer en politieke onzekerheid in één pakket. De logische reactie is een hogere risicopremie.


Dat raakt ook aandelen en de euro. Banken, verzekeraars en andere Franse bedrijven krijgen een hogere binnenlandse referentierente, terwijl de staat minder geld overhoudt voor investeringen en lastenverlichting. Buitenlandse beleggers hoeven Frankrijk niet volledig te verlaten om de prijs te bewegen. Als zij bij een nieuwe veiling alleen tegen een hogere rente willen kopen, is de rekening al veranderd.



De markt prijst een begrotingsprobleem en geen liquiditeitscrisis

Op 1 oktober liep het renteverschil tussen tienjarige Franse en Duitse staatsleningen op tot 132,86 basispunten, het hoogste niveau sinds de eurocrisis van 2012, terwijl de Franse tienjaarsrente het hoogste punt sinds 2002 bereikte. Dat zijn marktwaarnemingen van Reuters, geen officiële slotkoersen. Een basispunt is 0,01 procentpunt. De spread van ruim 1,32 procentpunt laat dus zien hoeveel extra vergoeding beleggers vroegen boven een Duitse lening met vergelijkbare looptijd.


De kern is het verschil tussen liquiditeit en houdbaarheid. Liquiditeit gaat over de vraag of Frankrijk vandaag kopers vindt voor nieuwe obligaties. Dat lukt nog: de Franse schuldmarkt is groot, diep en volgens het financieringsagentschap was de vraag in 2026 gemiddeld ruim groter dan het aangeboden volume. Houdbaarheid gaat over de vraag of schuld en rentelast sneller blijven groeien dan de belastingbasis waarmee ze moeten worden betaald. Daar zit de verslechtering.


Insee meldde op 29 september dat de Maastrichtschuld in één kwartaal met €59,6 miljard steeg naar €3.595,5 miljard. De schuldquote liep op van 117,5 naar 119,0 procent. Het agentschap waarschuwt terecht dat een kwartaalverandering in schuld niet hetzelfde is als het begrotingstekort, omdat kasposities en financiële activa meebewegen. Toch is de richting duidelijk: de buffer wordt kleiner voordat het tekort weer dicht bij de Europese norm komt.


De sterkste tegenwerping is dat Frankrijk in euro’s leent, een brede belastingbasis heeft en een lange gemiddelde looptijd bezit. Daardoor wordt een hogere marktrente niet meteen op de hele schuld toegepast. Dat is waar en belangrijk. Een land herfinanciert de voorraad stap voor stap. Precies daarom is dit geen plotselinge Griekse crisis, maar een langzaam mechanisme dat elk jaar meer beleidsruimte opeet zolang rente en tekort hoog blijven.



De recorduitgifte maakt iedere rentestap tastbaar

Agence France Trésor verwacht voor 2027 een financieringsbehoefte van €339,7 miljard, €28 miljard meer dan de actuele raming voor 2026. Daartegenover staat €340 miljard netto-uitgifte. Een belangrijke oorzaak is dat obligaties uit de pandemie- en energiecrisisjaren vervallen. Frankrijk leent dus niet alleen voor een nieuw tekort, maar ook om oude leningen terug te betalen.


Een beslissend rekenvoorbeeld laat zien waarom een procentpunt ertoe doet. Op €340 miljard is 4,30 procent bruto rente €14,62 miljard per volledig jaar. Bij 3,55 procent, het gemiddelde op middellange en lange uitgiften tot eind september, is dat €12,07 miljard. Het verschil is €2,55 miljard bruto per jaar, oftewel gemiddeld €212,5 miljoen per maand. Dit is bewust een vereenvoudiging: de uitgifte bestaat uit verschillende looptijden, vervangt deels bestaande schuld en valt verspreid over het jaar. De netto begrotingsimpact ontstaat geleidelijk.


Wie profiteert, is helder: nieuwe obligatiekopers ontvangen een hogere coupon of kopen tegen een lagere prijs. Wie betaalt, is diffuser. Eerst is dat de staat; later zijn het belastingbetalers en gebruikers van publieke diensten wanneer hogere rentelasten andere uitgaven verdringen. Banken kunnen tijdelijk profiteren van hogere rendementen, maar lopen waarderingsverlies op bestaande obligaties en krijgen meer economisch risico.



De omgekeerde vraag laat zien hoe groot de aanpassing is

De gebruikelijke vraag is hoe hoog de rente kan oplopen. De omgekeerde vraag is nuttiger: hoeveel begrotingsverbetering is nodig voordat beleggers niet langer hoeven te gokken op een steeds grotere schuldquote? Met €3.595,5 miljard schuld en een quote van 119 procent komt het impliciete bbp uit rond €3.021 miljard. Een tekort van 5,4 naar 3,0 procent brengen vraagt dan statisch 2,4 procentpunt, ongeveer €72,5 miljard per jaar.


Dat bedrag kan niet één op één worden bezuinigd zonder economische reactie. Lagere uitgaven drukken mogelijk de vraag en daarmee de belastinginkomsten; hogere belastingen kunnen investeringen en arbeid ontmoedigen. Groei kan de noemer verbeteren, maar alleen wanneer de maatregelen de productiviteit echt verhogen. Het getal van €72,5 miljard is daarom geen beleidsadvies. Het toont de orde van grootte van het gat tussen de huidige positie en de Europese referentiewaarde.



De ECB is een vangnet met voorwaarden

De Europese Centrale Bank kan via het Transmission Protection Instrument obligaties kopen wanneer financieringsvoorwaarden op een ongefundeerde manier verslechteren. De officiële voorwaarden noemen juist naleving van het Europese begrotingskader, schuldhoudbaarheid en degelijk macrobeleid. De ECB wil monetair fragmentatierisico bestrijden, niet een structureel tekort financieren.


Daarom is een hogere Franse spread niet automatisch een reden voor ingrijpen. Wanneer beleggers een hogere rente vragen omdat de schuldquote stijgt en het tekort hoog blijft, kan de beweging als fundamenteel verklaarbaar worden gezien. Het vangnet tempert paniek, maar neemt de begrotingskeuze niet over. Dit maakt de politieke geloofwaardigheid van besparingen en hervormingen belangrijker dan één dagkoers.



Drie paden maken duidelijk wanneer de druk afneemt

Voor 2027 tot en met 2029 gebruiken we drie samenhangende scenario’s, met 119,0 procent als startpunt. De formule is per jaar: de vorige schuldquote plus het tekort, gedeeld door één plus de nominale bbp-groei. Het basisscenario neemt tekorten van 5,0, 4,5 en 4,0 procent en nominale groei van 3 procent. Dan stijgt de vereenvoudigde schuldquote naar 120,4 procent in 2027, 121,3 procent in 2028 en 121,7 procent in 2029.


In het pad met sneller herstel dalen de tekorten naar 4,2, 3,5 en 3,0 procent, terwijl nominale groei 4 procent bedraagt. Dan zakt de schuldquote geleidelijk richting 115,6 procent. In het stresspad blijven tekorten 6,0, 6,0 en 5,5 procent bij 2 procent nominale groei. De schuldquote klimt dan naar ongeveer 126,8 procent in 2029. Dit zijn geen kansen. De beperking is dat financiële transacties, kasbeheer, inflatie-indexatie en revisies ontbreken.



Het oordeel hangt nu af van uitvoering en niet van woorden

Voor Nederlandse beleggers loopt de blootstelling via meer dan Franse staatsleningen. Europese banken houden onderling overheidspapier aan, verzekeraars gebruiken Franse obligaties als langlopende dekking en brede euro-indexen bevatten grote Franse ondernemingen. Een oplopende risicopremie kan daardoor ook de waardering van niet-Franse aandelen drukken. Tegelijk ontstaat een relatieve kans: ondernemingen met wereldwijde omzet, weinig herfinanciering en een sterke kaspositie kunnen minder geraakt worden dan bedrijven die vooral van de Franse consument of overheid afhankelijk zijn. De nationaliteit van de beursnotering zegt dus minder dan de plaats waar kasstromen en financiering werkelijk vandaan komen.


Ons oordeel is dat de Franse verkoopdruk rationeel is zolang de begroting vooral doelen noemt maar de schuldquote blijft oplopen. Het land beschikt over een grote economie, een liquide obligatiemarkt en tijd dankzij de looptijd van de schuld. Dat voorkomt een acute financieringscrisis. Het verandert niet dat een recorduitgifte tegen hogere rente toekomstige kabinetten vastzet. Voor beleggers is het risico daarom minder een directe wanbetaling dan jaren van hogere risicopremies, zwakkere groei en druk op Franse banken en binnenlandse aandelen.


Dit oordeel verandert door concreet nieuw bewijs. Een wettelijk verankerd pakket dat het tekort aantoonbaar sneller verlaagt zonder de nominale groei hard te breken, dalende uitgifterentes bij blijvend sterke veilingen en een stabiliserende schuldquote zouden de risicopremie kunnen terugbrengen. Het omgekeerde geldt wanneer besparingen politiek stranden, de financieringsbehoefte verder stijgt of nominale groei onder twee procent zakt. Niet de volgende toespraak, maar de volgende begrotingsuitvoering en veilingen moeten dat bewijzen.


Omslag: Sébastien Lecornu tijdens een bezoek aan het Pentagon op 17 april 2025. Archieffoto van Chad J. McNeeley, Amerikaans ministerie van Defensie, via Wikimedia Commons. Publiek domein als werk van de Amerikaanse federale overheid.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page