Waarom energieprijzen in Europa bedrijven wegjagen naar de VS en China
- Kolivier Jager
- 4 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Industriële stroomprijzen in Europa liggen meer dan twee keer zo hoog als in de VS en China, mede door gasprijzen, CO2 kosten en nationale belastingen.
Topbestuurders van grote chemie, staal en bouwmaterialenconcerns waarschuwen dat investeringen Europa verlaten door structureel hoge energiekosten.
Hervorming van het elektriciteitsmarktmodel en energiebelastingen stuit op politieke weerstand, terwijl bedrijven pleiten voor noodmaatregelen en stabiele prijzen.
Grote Europese bedrijven zetten de Europese Unie onder druk om de energieprijzen te verlagen. Volgens hen is dit noodzakelijk om te kunnen concurreren met bedrijven in de Verenigde Staten en China. De oproep kwam tijdens een bijeenkomst in Antwerpen, waar honderden topbestuurders samenkwamen.
Onder de ondertekenaars van een gezamenlijke verklaring bevonden zich grote namen uit de chemie, staal en bouwmaterialen. Zij waarschuwen dat de komende vijf jaar zeer moeilijk worden voor de Europese industrie. Als er niets verandert, dreigt Europa een deel van zijn industriële basis te verliezen.
EU onder vuur, bedrijven eisen ingrijpen tegen hoge energiekosten.

Waarom energie in Europa zo duur is
De energieprijzen voor bedrijven in Europa liggen volgens gegevens van de Europese Unie meer dan twee keer zo hoog als in de Verenigde Staten en China. Dat verschil heeft verschillende oorzaken. Een belangrijke reden is het wegvallen van goedkoop Russisch gas na de inval in Oekraïne in 2022. Sindsdien zijn de gasprijzen in Europa sterk gestegen.
De elektriciteitsmarkt in Europa werkt bovendien op een manier die de prijzen extra gevoelig maakt voor hoge gasprijzen. De prijs van stroom wordt bepaald door de laatste centrale die nodig is om aan de vraag te voldoen. Dat is vaak een gascentrale. Daardoor heeft een hoge gasprijs invloed op de totale elektriciteitsprijs, ook als een groot deel van de stroom uit goedkopere bronnen komt zoals wind of zon.
In de Verenigde Staten is gas goedkoper en is de markt anders ingericht. Daardoor liggen de stroomprijzen daar lager. Voor Europese bedrijven betekent dit een structureel nadeel.
Energieprijzen in Europa veel hoger dan in VS en China.

Belastingen en CO2 kosten maken het verschil groter
Naast hoge gasprijzen spelen ook belastingen en CO2 kosten een rol. Bedrijven in Europa betalen belasting op hun energieverbruik. Volgens de voorzitter van de Europese Commissie zijn de belastingen op elektriciteit voor de industrie vijftien keer hoger dan die op gas. Dat maakt het minder aantrekkelijk om over te stappen op elektrische processen, terwijl dat juist nodig is om te verduurzamen.
Daar komt bij dat bedrijven moeten betalen voor hun uitstoot van CO2 via het Europese emissiehandelssysteem. Dit systeem is bedoeld om vervuiling te verminderen, maar het verhoogt ook de kosten voor energie intensieve bedrijven. In sectoren zoals chemie en staal kan energie een groot deel van de totale kosten uitmaken. Als de energieprijs stijgt, dalen de winstmarges snel.
Bedrijven kunnen hogere kosten niet altijd doorberekenen aan klanten. Op de wereldmarkt concurreren zij met producenten uit landen waar energie goedkoper is. Daardoor komt hun winstgevendheid onder druk te staan.
Gevolgen voor investeringen en werkgelegenheid
Door de hoge energieprijzen besluiten sommige bedrijven om nieuwe investeringen buiten Europa te doen. De Europese tak van Heidelberg Materials heeft bijvoorbeeld aangegeven dat bepaalde investeringen zijn verplaatst vanwege de energiekosten. Dat betekent dat banen en toekomstige productie mogelijk naar andere regio’s verschuiven.
Voor beleggers zijn deze ontwikkelingen zichtbaar in de financiële cijfers. Hogere energiekosten drukken de marges en zorgen voor meer onzekerheid. Bedrijven met veel schulden lopen extra risico als hun winst onder druk staat. Ondertussen moeten ondernemingen juist veel investeren in verduurzaming en nieuwe technologie. Dat vraagt om sterke kasstromen en een gezonde balans.
Als energieprijzen langdurig hoog blijven, kan dat ertoe leiden dat een deel van de zware industrie uit Europa verdwijnt. Dit raakt niet alleen de betrokken bedrijven, maar ook andere sectoren die afhankelijk zijn van staal, chemie en basismaterialen.
Hoge energieprijzen jagen investeringen en banen uit Europa.

Weinig snelle oplossingen in zicht
Hoewel de druk vanuit het bedrijfsleven toeneemt, zijn snelle oplossingen niet eenvoudig. Het aanpassen van het elektriciteitsmarktmodel ligt politiek gevoelig. In 2024 besloten EU landen om geen grote hervorming door te voeren. Ook een aanpassing van de energiebelastingregels op Europees niveau is al jaren geblokkeerd, omdat alle lidstaten het eens moeten zijn.
Daarnaast zijn de elektriciteitsnetten in Europa niet overal goed met elkaar verbonden. Goedkope stroom uit landen met veel hernieuwbare energie kan daardoor niet altijd eenvoudig naar andere landen worden getransporteerd. Het uitbreiden en moderniseren van netwerken kost veel tijd en geld.
Sommige bedrijven pleiten voor een gereguleerde stroomprijs voor de industrie om extreme schommelingen te voorkomen. Zo’n maatregel zou zorgen voor meer zekerheid, maar roept ook vragen op over marktwerking en staatssteun.
Strategische keuzes voor de toekomst
Europa staat voor een belangrijke keuze. Het kan accepteren dat energie intensieve productie deels naar andere regio’s verschuift, of het kan actief beleid voeren om de industrie te behouden. Dat kan via lagere belastingen, snellere investeringen in netwerken of aanpassingen in de marktregels.
Tegelijkertijd moeten bedrijven zelf ook stappen zetten. Investeren in energie efficiëntie en innovatie kan helpen om het verbruik te verlagen en minder afhankelijk te worden van prijsschommelingen. Ondernemingen die hun productie over meerdere regio’s spreiden, zijn minder kwetsbaar voor hoge prijzen in één gebied.
De discussie over energieprijzen raakt aan de kern van de Europese economie. Het gaat niet alleen om winstcijfers, maar ook om werkgelegenheid, technologische kennis en strategische onafhankelijkheid. Terwijl beleidsmakers zoeken naar oplossingen, nemen bedrijven nu al beslissingen over waar zij hun fabrieken bouwen en hun kapitaal inzetten. Die keuzes zullen bepalen hoe sterk de Europese industrie de komende jaren blijft.
Advertorial
Voor beleggers betekent deze verschuiving dat kostenstructuren en internationale spreiding steeds zwaarder wegen in de beoordeling van industriële ondernemingen. Wie zijn rendement wil beschermen tegen druk op marges en kapitaaluitstroom, doet er daarom goed aan ook kritisch te kijken naar de eigen handels- en valutakosten bij internationale beleggingen.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er internationaal tegen 0,005% valutakosten, waar dat bij DEGIRO en SAXO Bank rond 0,25% ligt, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.





















































