top of page

Tien aandelen bepalen ruim vier vijfde van VanEcks chip-ETF

1 dag geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De tien grootste posities vormen 82,57% van de VanEck Semiconductor UCITS ETF. De belegger koopt tientallen chipbedrijven, maar het rendement wordt in de praktijk vooral bepaald door AMD, TSMC, Micron, Nvidia, Broadcom, SK Hynix en ASML. Bij €100,52 voor de Xetra-lijn VVSM en een indicatieve portefeuillewaardering van ruim 39 keer winst is veel groei ingeprijsd. Een ETF neemt het risico van één mislukte chip weg, niet het risico van één gezamenlijke investeringscyclus.


De naam van het fonds suggereert spreiding, en die is er ook. De portefeuille bevat ontwerpers, foundries, geheugenchipmakers en leveranciers van productiemachines. Hun verdienmodellen verschillen. Toch zijn ze verbonden door dezelfde vraag naar rekenkracht, smartphones, pc’s, auto-elektronica en datacenters.


We kijken hier naar de accumulerende UCITS-shareclass met ISIN IE00BMC38736, genoteerd als VVSM op Xetra in euro. Accumulerend betekent dat ontvangen dividenden in het fonds worden herbelegd. De koersmomentopname bij De Belegger was €100,52 op 9 oktober 2026 om 17.35 uur. De handelsvaluta is euro, terwijl een groot deel van de onderliggende waarde in dollars en Aziatische valuta wordt verdiend.



De top tien is bijna het hele verhaal

Volgens de actuele VanEck-factsheet wegen de grootste namen als volgt: AMD 10,99%, TSMC 9,98%, Micron 9,88%, Nvidia 9,73%, Broadcom 9,18%, SK Hynix 8,83%, ASML 8,41%, Intel 6,74%, Lam Research 4,41% en Applied Materials 4,41%. Samen is dat 82,57%. De rest van de portefeuille verdeelt de overgebleven 17,43%.



Dat is geen fout in het fondsontwerp. De sector zelf is geconcentreerd en de indexmethodiek legt grenzen per positie. Een gelijkgewogen of begrensde aanpak voorkomt dat Nvidia alleen het fonds domineert. Maar tien grote posities kunnen alsnog op hetzelfde moment last krijgen van lagere chipprijzen, exportbeperkingen of een pauze in investeringen door hyperscalers.


In onze eerdere rekensom voor de zes chipreuzen staat waarom ondernemingsspreiding niet automatisch factorenspreiding is. Een foundry als TSMC, een machinebouwer als ASML en een ontwerper als Nvidia verdienen op verschillende plekken in de keten. Hun orders zijn toch afhankelijk van de verwachting dat eindklanten steeds meer chips nodig hebben.


De dollar beweegt mee, ook bij een eurokoers

Een notering in euro haalt het valutarisico niet weg. De beurs zet de dollarwaarde van de Amerikaanse en Aziatische posities telkens om naar euro. Als de onderliggende aandelen 12% stijgen in lokale munt en de dollar 8% verzwakt tegenover de euro, blijft voor de eurolijn in het vereenvoudigde voorbeeld ongeveer 3% over.



De precieze valuta-impact is ingewikkelder. TSMC rapporteert in Taiwanese dollar, ASML in euro en veel chipverkopen worden in Amerikaanse dollar geprijsd. Ondernemingen dekken een deel van hun kasstromen af. De tool is daarom geen voorspeller, wel een herinnering dat een euroticker geen eurobedrijf maakt.


Voor Nederlandse beleggers heeft de accumulerende structuur een praktisch voordeel: dividenden worden automatisch herbelegd. Daar staat tegenover dat bronbelasting in de portefeuille en fondsstructuur kan lekken voordat het rendement in de intrinsieke waarde komt. Het onderscheid tussen koersrendement en totaalrendement blijft belangrijk, al liggen die bij deze shareclass dichter bij elkaar dan bij een uitkerende ETF.


De gezamenlijke winstcyclus is het echte risico

De chipsector kent periodes waarin vraag, prijzen en investeringen elkaar versterken. Geheugenproducenten zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Bij schaarste stijgen prijzen en marges snel. Vervolgens bouwen producenten capaciteit bij, waarna overaanbod de winst kan laten instorten. AI-infrastructuur heeft de huidige cyclus verlengd en verbreed, maar economische wetten zijn niet afgeschaft.


Een portefeuillewaardering van circa 39,1 keer winst verlangt veel. Als de winst 10% daalt en de multiple teruggaat naar 30, daalt de theoretische koers in de eenvoudige rekensom met ruim 30%. Andersom kan sterke winstgroei een hoge beginmultiple snel minder veeleisend maken.



De sterkste tegenwerping is dat historische multiples misleidend zijn wanneer de winststructuur blijvend verandert. AI-modellen vragen niet één generatie chips, maar voortdurende training, inferentie, netwerkverbindingen en geheugen. De topbedrijven hebben bovendien sterke technologische posities en grote kasstromen. Een hoge multiple kan dus rationeel zijn als de winst jarenlang dubbelcijferig groeit.


Daar staat een tweede-orde risico tegenover. Klanten van Nvidia, Broadcom en geheugenchipmakers zijn vaak dezelfde grote cloudbedrijven. Als die klanten hun kapitaaluitgaven vertragen, raakt dat meerdere ETF-posities tegelijk. Exportregels kunnen daarnaast de bereikbare markt beperken. In Rabi’s bespreking van Nvidia, Micron, Nebius en AMD komt precies die koppeling tussen vraag, capaciteit en waardering terug.


Wat moet €100,52 waarmaken?

Bij de huidige prijs is een middenpad verdedigbaar als de winst van de portefeuille tot 2029 gemiddeld rond 12% groeit en de waardering geleidelijk normaliseert naar ongeveer 31 keer. Het bear-scenario veronderstelt een winstcorrectie en een multiple rond 24. Dan volgen indicatief €81 in 2027, €73 in 2028 en €68 in 2029.


In het middenscenario groeit de winst door, terwijl de multiple lager wordt: €104 in 2027, €114 in 2028 en €124 in 2029. Het gunstige scenario vraagt aanhoudend hoge AI-investeringen, een sterke geheugencyclus en weinig prijsdruk. Dat pad komt op €119, €143 en €172.



De scenario’s zijn koersen van de gekozen Xetra-lijn in euro. Herbelegde dividenden zitten in de intrinsieke waarde, valuta-effecten zijn impliciet onderdeel van de uitkomst. Het zijn geen koersdoelen. Ze maken zichtbaar dat de mogelijke beloning groot blijft, maar dat het fonds vanaf deze waardering weinig ruimte heeft voor een brede winstdaling.


Wie deze ETF koopt, hoeft niet de uiteindelijke winnaar tussen Nvidia, AMD of een volgende chiparchitectuur te kiezen. Dat is de kracht. De prijs daarvoor is dat bijna de hele portefeuille afhankelijk blijft van dezelfde vraag of de investeringsgolf in rekenkracht sterk genoeg doorgaat. Spreiding over bedrijven beschermt tegen één ongeluk; zij beschermt niet tegen een sector die tegelijk afkoelt.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page