ASML kan aan een verkochte machine jarenlang opnieuw verdienen
In het kort
ASML verdient ook wanneer het geen nieuwe chipmachine aflevert, doordat bestaande machines onderhoud, onderdelen en verbeteringen nodig hebben. Volgens The Elec zouden Samsung en SK hynix vanaf januari 2027 tien procent meer betalen voor vervangingsonderdelen. Dat kan de winst helpen, maar de omvang van deze specifieke omzet en de extra kosten zijn niet openbaar. Bij een beurskoers van €1.601,60 is de belangrijkste vraag hoeveel toekomstige groei beleggers al hebben betaald.
Een machine verkopen is voor ASML niet het einde van de rekening. Het is vaak het begin van een relatie die jarenlang nieuwe omzet oplevert. De klant heeft immers geen dure machine gekocht om haar stil te laten staan. Er moeten chips uit komen, liefst steeds meer en met zo weinig mogelijk fouten. Daarvoor zijn onderdelen, technici en verbeteringen nodig.
Dat maakt een bericht over reserveonderdelen interessanter dan het op het eerste gezicht klinkt. Een hogere prijs voor een nieuwe machine raakt de volgende aankoop. Een hogere prijs voor onderhoud kan ook machines raken die allang in een fabriek staan. ASML heeft daardoor twee manieren om aan dezelfde klant te verdienen. Alleen betekent een sterke onderhandelingspositie nog niet dat elke prijsverhoging volledig als winst overblijft.
Omslag: ASML-topman Christophe Fouquet met Ursula von der Leyen in Parijs, 10 februari 2025. Archieffoto Dati Bendo / Europese Unie, via Wikimedia Commons, CC BY 4.0.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Wat er precies over die tien procent is gemeld
Het Zuid-Koreaanse The Elec meldt dat ASML voor vervangingsonderdelen van EUV- en DUV-machines bij Samsung en SK hynix een algemene prijsverhoging van tien procent heeft afgesproken. Die zou gelden voor leveringen vanaf januari 2027. Volgens de anonieme bronnen van het vakmedium is het voornemen begin september via de Koreaanse vestiging doorgegeven en daarna met inkoopafdelingen besproken.
Dat is een concrete aanwijzing, maar nog geen officieel door ASML uitgesplitste winstverwachting. Het bericht, geraadpleegd op 11 oktober 2026, noemt zowel verbruiksartikelen als grotere componenten. Het vertelt niet hoeveel euro omzet daar jaarlijks mee gemoeid is, welke kortingen gelden of hoeveel de inkoopkosten stijgen.
Een belangrijk detail raakt TSMC. De weerstand van die Taiwanese chipfabrikant gaat in hetzelfde bericht over hogere prijzen voor nieuwe machines. Dat is een andere onderhandeling dan de gemelde verhoging voor Koreaanse reserveonderdelen. We weten dus niet dat TSMC hetzelfde onderdelenvoorstel heeft gekregen, laat staan afgewezen. Wie beide verhalen samenvoegt, maakt ASML's prijszettingsmacht stelliger dan de bronnen toelaten.
De inkomsten uit oude machines zijn allang groot
ASML noemt de omzet uit onderhoud en verbeteringen aan bestaande systemen Installed Base Management. Dat is een brede verzamelpost. Een monteur, een vervangen onderdeel en een aanpassing die een machine productiever maakt, kunnen allemaal bijdragen. Deze omzet gelijkstellen aan uitsluitend reserveonderdelen zou de mogelijke prijsverhoging veel te groot maken.
In de jaarcijfers over 2025 kwam deze post uit op €8,193 miljard, tegenover €6,494 miljard in 2024. Dat is ruim 26 procent groei. Van de totale jaaromzet van €32,667 miljard kwam ongeveer een kwart uit die bestaande machinebasis. Het gaat dus al om een belangrijke activiteit, niet om een kleine bijverdienste die plotseling wordt ontdekt.
In het tweede kwartaal van 2026 was de bijdrage €2,762 miljard op €9,326 miljard omzet. Dat is 29,6 procent. Eén kwartaal is geen vaste verhouding voor de toekomst. Wel laat het zien waarom beleggers verder moeten kijken dan het aantal nieuwe machines dat de fabriek verlaat.
Het mechanisme is aantrekkelijk. Nieuwe systemen vergroten de groep machines die later onderhoud nodig heeft. Als klanten hun systemen intensiever gebruiken, kunnen onderhoud en vervanging toenemen. Verbeteringen kunnen bovendien voordeliger zijn dan een geheel nieuwe machine. Daardoor ontstaat omzet uit een eerdere verkoop, zonder dat ASML voor iedere euro opnieuw een compleet systeem hoeft te bouwen.
Dat maakt deze activiteit robuuster, maar niet ongevoelig voor de chipmarkt. Klanten kunnen verbeteringen uitstellen, een machine minder gebruiken of minder investeren. Ook kan exportbeleid beperken welke diensten ASML mag leveren. Een bestaande machinebasis geeft terugkerende kansen op omzet, geen gegarandeerde abonnementswinst.
Waarom klanten niet zomaar naar een ander overstappen
Een chipfabriek werkt niet zoals een automobilist die voor een goedkoper filter naar een andere garage rijdt. De onderdelen moeten passen binnen een ingewikkeld systeem dat extreem nauwkeurig moet blijven werken. Een verkeerde keuze kan productie verstoren. De kosten van stilstand kunnen veel groter zijn dan het bedrag dat een klant op een onderdeel probeert te besparen.
Dat helpt ASML bij onderhandelingen. Het bedrijf verkoopt niet alleen het onderdeel, maar ook kennis van de machine, ondersteuning en zekerheid dat de fabriek verder kan. Bij de meest geavanceerde lithografie is de keuze aan alternatieve systemen bovendien zeer beperkt. Dat maakt het moeilijk om alleen op basis van een hogere onderhoudsrekening van leverancier te wisselen.
Toch heeft de klant macht. Samsung, SK hynix en TSMC zijn grote afnemers met technische kennis, lange planningen en omvangrijke toekomstige bestellingen. Zij kunnen onderhandelen over het complete pakket: aanschaf, service, prestaties en levering. Een hogere onderdelenprijs kan deels worden teruggegeven via een gunstiger afspraak elders. De gepubliceerde prijslijst is niet automatisch de uiteindelijke opbrengst.
Bij TSMC ligt nog een economische reden voor weerstand. De onderneming moet de extra kosten uiteindelijk terugverdienen met chips die zij voor klanten produceert. Een machine mag duurder worden als zij voldoende extra bruikbare chips per uur oplevert. Een hogere rekening zonder vergelijkbare productiviteitswinst is veel lastiger uit te leggen. Dat is onze economische duiding van de onderhandelingsprikkel, geen openbaar gemaakte verklaring van TSMC over deze onderdelen.
De sterkste prijszettingsmacht is daarom niet de mogelijkheid om willekeurig meer te vragen. Het is de mogelijkheid om een deel van de waarde te behouden die het systeem voor de klant creëert. ASML moet die relatie ook bij de volgende generatie machines goed houden. Op korte termijn de maximale prijs vragen kan op lange termijn een slechte ruil zijn.
Zo wordt tien procent prijsverhoging een veel kleiner winstbedrag
De ontbrekende informatie laat zich niet oplossen met een precies klinkend koersdoel. Wel met een transparant voorbeeld. Stel dat jaarlijks €2 miljard omzet daadwerkelijk onder de nieuwe onderdelenprijzen valt. Dit is een rekenaanname, geen schatting van de Koreaanse contracten. Tien procent meer prijs levert dan €200 miljoen extra omzet op, zolang volumes, kortingen en productmix gelijk blijven.
Veronderstel vervolgens dat zestig procent daarvan als extra winst vóór belasting overblijft. De overige veertig procent verdwijnt in hogere kosten of commerciële tegemoetkomingen. Dan resteert €120 miljoen vóór belasting. Bij een aangenomen belastingdruk van zeventien procent blijft €99,6 miljoen nettowinst over. Met een constant modelaantal van 384 miljoen aandelen is dat ongeveer €0,26 extra winst per aandeel.
De formule is eenvoudig: betrokken omzet maal prijsverhoging maal het deel dat als winst overblijft maal één min de belastingdruk. Daarna delen we door het aantal aandelen. Halveert de betrokken omzet naar €1 miljard, dan halveert de extra winst per aandeel naar ongeveer €0,13. Blijft bij €2 miljard slechts dertig procent als winst over, dan gebeurt hetzelfde.
ASML publiceert geen aparte onderdelenmarge waarmee we deze aannames kunnen vervangen. Ook de groepsbrutomarge is daarvoor niet geschikt: daarin zitten nieuwe machines, onderhoud en allerlei kosten door elkaar. Een verhoging kan de marge verbeteren, kosteninflatie opvangen of een combinatie van beide zijn. Tien procent meer onderdelenprijs is in geen van die gevallen automatisch tien procent meer groepswinst.
Een goed bedrijf kan al een hoge rekening op de beurs hebben
De laatst beschikbare koers in de gegevens van De Belegger was €1.601,60 op 9 oktober 2026 om 17.38 uur Nederlandse tijd. De beurswaarde bedroeg ongeveer €615 miljard. De gerapporteerde winst per aandeel over de laatste vier bekende kwartalen telt op tot €27,58. De koers is daarmee ongeveer 58 keer die historische jaarwinst. Dat is een terugkijkende maatstaf, geen waardering op een reeds vaststaande winst over 2027.
ASML verwachtte bij de publicatie van juli voor heel 2026 €43 tot €45 miljard omzet en een brutomarge van 54 tot 56 procent. Dat is stevige groei ten opzichte van 2025. Maar een brutomarge is nog geen nettomarge. Onderzoek, verkoopkosten, belasting en andere posten moeten er nog vanaf. Voor aandeelhouders telt uiteindelijk hoeveel winst én geld er overblijven.
De kwartaalpresentatie van juli maakt dat laatste tastbaar. De vrije kasstroom bedroeg in het eerste kwartaal ongeveer min €2,61 miljard en in het tweede plus €1,32 miljard. Samen dus nog circa min €1,29 miljard, ondanks winst. Voorraden, betalingen en investeringen kunnen de kasstroom sterk laten schommelen. De kas en kortlopende beleggingen van €7,58 miljard eind juni zijn een buffer, maar niet hetzelfde als schuldenvrije overtollige kasmiddelen.
Lees ook Bij ASML op recordhoogte betaal je als belegger de prijs van perfectie, waarin Rabi uitlegt waarom de kwaliteit van het bedrijf en de aantrekkelijkheid van de aankoopprijs twee verschillende vragen zijn.
De onderdelenrekening geeft op zichzelf weinig reden om die waarderingsdiscipline los te laten. In ons voorbeeld is €0,26 extra jaarwinst per aandeel zelfs bij een veronderstelde waardering van veertig keer de winst ongeveer €10 aan berekende aandelenwaarde. Dat is geen complete waardering, maar een nuttige schaalvergelijking met een aandeel van ruim €1.600.
Wat ASML de komende drie jaar moet waarmaken
De scenario's hieronder rekenen met kalenderjaren 2027, 2028 en 2029. Het zijn onze aannames per 11 oktober 2026, geen bedrijfsprognoses of analistenconsensus. We houden het aantal aandelen steeds op 384 miljoen, zodat een mogelijke aandeleninkoop niet ongemerkt extra groei toevoegt. Nettowinst is omzet maal nettomarge; winst per aandeel is nettowinst gedeeld door aandelen. De berekende aandelenwaarde volgt door die winst met een gekozen waarderingsfactor te vermenigvuldigen.
In het lage scenario groeit de omzet van €44 miljard naar €45 miljard en €46 miljard. De nettomarge blijft 29 procent en beleggers betalen dertig keer de winst. In het middenscenario wordt de omzet €50, €55 en €60 miljard, met nettomarges van 33, 34 en 35 procent en een factor 38. Het hoge scenario vergt €55, €64 en €74 miljard omzet, marges van 35, 36 en 37 procent en een factor 42. De onderdelenbijdrage zit binnen deze groepsaannames en wordt niet nog eens opgeteld.
Het verschil tussen die uitkomsten wordt vooral bepaald door nieuwe machineverkopen, de hele serviceactiviteit en de waardering die beleggers blijven betalen. Een lagere winstfactor kan een deel van de groei uitwissen. Omgekeerd vraagt het hoge scenario zowel sterke uitvoering als een markt die bereid blijft veel voor toekomstige winst te betalen.
De omgekeerde rekensom is nog scherper. Wie vanaf €1.601,60 in een vereenvoudigde periode van precies drie jaar tien procent jaarlijkse koersgroei verlangt, komt uit op €2.131,73. Dividend laten we buiten deze koersrekensom. Bij 38 keer de winst is daarvoor ongeveer €56,10 winst per aandeel nodig. Met 384 miljoen aandelen betekent dat €21,54 miljard nettowinst. Bij een nettomarge van 35 procent hoort daar ongeveer €61,55 miljard jaaromzet bij. Dat is de prestatie die bij deze gekozen rendementseis en waardering past.
De gemelde onderdelenprijzen passen bij een bedrijf met sterke onderhandelingsmacht. Ze kunnen een extra steun onder de winst leggen. Voor een wezenlijk andere beleggingsuitkomst moet echter blijken dat de hogere opbrengst groot genoeg is, werkelijk in winst verandert en niet elders wordt wegonderhandeld. De belangrijkste vraag voor aandeelhouders blijft daarom: hoeveel extra verdienkracht koopt u bij ASML nog, en hoeveel ervan zit al in de koers?






































































































































Opmerkingen