Deze miljardair verkoopt Google en zet vol in op nieuwe AI-aandelen
- Michiel V

- 52 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Stanley Druckenmiller verkocht zijn volledige belang in Alphabet en investeerde juist in Intel en Arm Holdings.
Volgens analisten zet de beroemde belegger daarmee in op de volgende fase van AI: zogeheten agentic AI.
Vooral CPU’s en AI-infrastructuur worden volgens kenners steeds belangrijker nu AI-systemen zelfstandiger complexe taken uitvoeren.
Miljardair en hedgefondsmanager Stanley Druckenmiller heeft opnieuw opvallende wijzigingen gedaan binnen zijn beleggingsportefeuille. De beroemde belegger verkocht in het eerste kwartaal van 2026 zijn volledige positie in Alphabet en investeerde tegelijkertijd in twee nieuwe AI-aandelen die volgens analisten direct profiteren van de opkomst van zogeheten agentic AI.
Druckenmiller behoort al decennialang tot de bekendste beleggers op Wall Street. Nadat hij in 1981 zijn hedgefonds Duquesne Capital oprichtte, behaalde hij jarenlang uitzonderlijk hoge rendementen zonder een enkel verliesjaar. Daardoor kijken beleggers nog altijd nauwkeurig naar zijn aankopen en verkopen.
Volgens analisten laat zijn nieuwste zet vooral zien dat de AI-race inmiddels een nieuwe fase ingaat. Waar de focus eerst vooral lag op krachtige GPU’s van bedrijven zoals Nvidia, verschuift de aandacht nu steeds meer richting CPU’s en systemen die AI-agents kunnen aansturen.
Druckenmiller neemt winst op Alphabet
Druckenmiller besloot zijn volledige belang in Alphabet te verkopen na de enorme koersstijging van het aandeel in de afgelopen periode. Het belang had eind 2025 nog een waarde van ruim 120 miljoen dollar.
Volgens beleggers speelde vooral de waardering een belangrijke rol bij de verkoop. Begin 2025 werd Alphabet nog gezien als relatief goedkoop binnen de Magnificent Seven, met een waardering van minder dan 15 keer de verwachte winst. Inmiddels ligt die waardering rond ongeveer 27 keer de winst. Dat betekent dat veel optimisme over AI en toekomstige groei inmiddels al in het aandeel verwerkt zit.
Daarnaast waren er lange tijd zorgen over juridische problemen en de impact van AI op Google Search. Het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigde Alphabet van machtsmisbruik binnen online advertenties en zoekmachines. Toch wist Google de zwaarste maatregelen uiteindelijk grotendeels te vermijden.
Tegelijkertijd bleef Alphabet sterk presteren binnen AI. Vooral de Gemini AI-modellen, YouTube, Google Cloud en Waymo zorgden ervoor dat beleggers opnieuw vertrouwen kregen in de groeimogelijkheden van het bedrijf. Volgens analisten gaat het bij Druckenmiller daarom waarschijnlijk vooral om winstnemen na de sterke stijging van het aandeel.

Nieuwe AI-focus ligt op agentic AI
Terwijl Druckenmiller winst nam op Alphabet, bouwde hij nieuwe posities op in Intel en Arm Holdings. Volgens analisten zijn dat directe weddenschappen op de volgende fase van kunstmatige intelligentie: agentic AI.
Agentic AI verwijst naar AI-systemen die zelfstandig complexe taken kunnen uitvoeren op basis van een eenvoudige opdracht. In plaats van alleen antwoorden te genereren, kunnen deze AI-agents zelf informatie verzamelen, taken coördineren en acties uitvoeren zonder voortdurende menselijke begeleiding.
Juist daarvoor worden CPU’s steeds belangrijker. Waar GPU’s vooral cruciaal zijn voor het trainen van grote AI-modellen, blijken CPU’s efficiënter voor het beheren van AI-agents, communicatie tussen systemen en geheugenverwerking. Volgens kenners verschuift de AI-markt daardoor langzaam van pure rekenkracht naar complete AI-infrastructuur.
Volgens Intel-topman Lip-Bu Tan neemt de vraag naar CPU’s binnen AI-datacenters daarom snel toe. De verhouding tussen CPU’s en GPU’s binnen datacenters verschuift volgens hem steeds verder richting meer CPU-capaciteit.
Intel probeert comeback te maken binnen AI
Voor Intel komt de groei van agentic AI mogelijk op een belangrijk moment. Het bedrijf verloor de afgelopen jaren terrein aan concurrenten zoals Nvidia en AMD binnen de AI-sector, waardoor beleggers steeds negatiever werden over Intel.
Toch blijft Intel een belangrijke speler binnen CPU’s voor datacenters. Daarnaast beschikt het bedrijf over eigen chipfabrieken en productiefaciliteiten, wat volgens analisten strategisch waardevol kan worden nu de vraag naar AI-hardware blijft stijgen.
Druckenmiller kocht in het eerste kwartaal ruim 411.000 aandelen Intel. Daarmee zette hij volgens analisten in op een mogelijke herstelperiode voor het bedrijf. Intel probeert momenteel sterker te profiteren van AI door nieuwe chips te ontwikkelen voor datacenters en AI-toepassingen.
Daarnaast investeert Intel fors in zijn foundry-divisie om ook chips voor andere bedrijven te produceren. Vooral in de Verenigde Staten krijgt die strategie steun, omdat overheden minder afhankelijk willen worden van Aziatische chipproductie.

Arm Holdings profiteert van explosieve vraag naar CPU’s
Naast Intel investeerde Druckenmiller ook in Arm Holdings. Arm speelt een belangrijke rol binnen de wereldwijde chipindustrie doordat het ontwerpen en intellectueel eigendom levert voor CPU’s.
Grote technologiebedrijven zoals Nvidia, Apple, Microsoft, OpenAI en Alphabet gebruiken Arm-technologie binnen hun chips. Daardoor profiteert Arm indirect van een groot deel van de wereldwijde AI-investeringen. Het bedrijf verdient namelijk aan licenties en royalty’s op chips die door andere bedrijven worden geproduceerd.
Opvallend is dat Arm inmiddels ook zelf CPU’s begint te ontwerpen en verkopen. Volgens het management kan deze nieuwe activiteit binnen vijf jaar uitgroeien tot een jaarlijkse omzetbron van ongeveer 15 miljard dollar. Dat laat volgens analisten zien hoe groot de vraag naar AI-processoren momenteel is.
Voor beleggers maakt dat Arm interessant, omdat het bedrijf zowel profiteert van licentie-inkomsten als van de groeiende vraag naar AI-processoren en CPU-technologie. Daardoor zien sommige beleggers Arm als een van de belangrijkste infrastructuurspelers binnen de AI-sector.

AI-markt verschuift langzaam naar nieuwe infrastructuur
Volgens analisten laat de zet van Druckenmiller zien dat de AI-markt zich snel ontwikkelt. In de eerste fase draaide vrijwel alles om GPU’s voor het trainen van grote taalmodellen zoals ChatGPT. Nu AI-systemen zelfstandiger worden, groeit ook het belang van infrastructuur die AI-agents kan beheren en aansturen.
Daardoor krijgen CPU’s opnieuw een centralere rol binnen AI-datacenters. Vooral bedrijven die gespecialiseerd zijn in dataverwerking, geheugenbeheer en AI-coördinatie kunnen volgens kenners profiteren van deze volgende groeifase.
Tegelijkertijd waarschuwen analisten dat aandelen zoals Intel en Arm inmiddels ook flink zijn opgelopen. Daardoor blijven waarderingen een belangrijk risico voor beleggers die nu nog instappen.
Volgens optimistische beleggers kunnen bedrijven die profiteren van agentic AI echter nog jarenlang sterke groei laten zien, zeker als AI-agents op grote schaal gebruikt gaan worden binnen bedrijven, softwareplatformen en cloudinfrastructuur.
De AI-race verschuift volgens analisten langzaam van alleen krachtige GPU’s naar complete AI-infrastructuur. Belegger Stanley Druckenmiller verkocht daarom zijn belang in Alphabet en investeerde juist in Intel en Arm Holdings, bedrijven die kunnen profiteren van de groei van zogeheten agentic AI.
Sommige beleggers combineren dit soort groeiaandelen met stabielere beleggingen. Het SynVest Dutch RealEstate Fund richt zich op Nederlands vastgoed zoals supermarkten en zorgcentra en behaalde de afgelopen jaren een gemiddeld rendement van 8,6% per jaar, waarvan 6% maandelijks wordt uitgekeerd.
Vraag nu de gratis brochure aan en ontdek vrijblijvend of dit vastgoedfonds past bij jouw beleggingsdoelen.




































































































































