Waarom de olieprijs steeds minder voorspelbaar wordt
- Jelger Sparreboom

- 2 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
In het kort
De oliemarkt draait momenteel om scheepvaartroutes en raffinagecapaciteit.
OPEC+ verhoogt quota die een deel van de leden amper kan vullen.
De prijs van benzine kan hoog blijven terwijl ruwe olie daalt.
Crude oil bewoog de afgelopen weken alsof er iemand met een losse stekker aan het koersscherm zat. In juli stegen WTI en Brent ruim twintig procent. Op 3 augustus viel er in enkele uren weer vijf dollar per vat af. De directe aanleiding was diplomatie rond Iran, waarna de kans op nieuwe Amerikaanse aanvallen afnam. Tegelijk kwam OPEC+ met een productieverhoging van 188.000 vaten per dag vanaf september.
Olieprijs

Zo’n beweging lijkt op paniekhandel rond krantenkoppen. Onder die herrie ligt een veel interessanter verhaal. De oliemarkt bestaat uit een keten waarin iedere schakel zijn eigen prijs bepaalt. Een vat uit Texas is iets anders dan een lading Brent uit de Noordzee. Ruwe olie moet daarna naar een raffinaderij, wordt verwerkt tot benzine of diesel en gaat vervolgens via terminals richting tankstation. Een verstopping halverwege de keten kan de eindprijs harder raken dan een tekort aan ruwe olie zelf.
Dat gebeurt nu bij raffinage. De beschikbare capaciteit om olie om te zetten in bruikbare brandstoffen staat onder druk. Daardoor bewegen pompprijzen losser van de ruwe olieprijs dan veel mensen verwachten. Een daling van WTI werkt pas door wanneer raffinaderijen voldoende capaciteit hebben en voorraden van eindproducten worden aangevuld.
Voor diesel is de situatie nog scherper. Rusland heeft zijn exportverbod verlengd tot 1 september, terwijl aanvallen op Russische raffinaderijen de binnenlandse brandstofmarkt hebben beschadigd. Rusland exporteerde in 2025 ruim 700.000 vaten diesel per dag. Europese gasolievoorraden liggen ondertussen dicht bij de lage niveaus van 2022. De raffinagemarge voor gasolie staat boven 70 dollar per vat. Dat cijfer zegt hoeveel waarde een raffinaderij grofweg kan toevoegen door ruwe olie in dieselachtige producten te veranderen. Een hoge marge verraadt schaarste verderop in de keten.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom de Straat van Hormuz zo veel gewicht heeft. Het gaat niet uitsluitend om hoeveel olie uit de grond komt. Het gaat om olie die op tijd een haven bereikt, een tanker vindt en veilig aankomt bij een raffinaderij die het juiste type ruwe olie kan verwerken. De doorvoer uit de Perzische Golf lag rond 65 procent van het niveau van vóór de oorlog. Een deel ging via pijpleidingen buiten de zeestraat om. De rest bleef afhankelijk van schepen die door een smalle corridor varen waar militaire dreiging en verzekeringskosten elkaar opjagen.
Perzische Golf

Die logistiek verklaart de extreme gevoeligheid voor diplomatieke berichten. Toen Washington sprak over het stilleggen van aanvallen en het heropenen van Hormuz, sprongen de kansen op normalisatie in voorspellingsmarkten direct omhoog. Tegelijk ontkende Iran dat er een akkoord lag. De markt kreeg dus een Amerikaanse claim en een Iraanse afwijzing binnen hetzelfde etmaal. Voor oliehandelaren is dat genoeg om miljoenen vaten aan verwachte beschikbaarheid opnieuw te prijzen, zelfs wanneer er fysiek nog geen tanker extra door de zeestraat vaart.
OPEC+ speelt intussen een ander spel. De groep heeft de productieverlagingen uit 2023 teruggedraaid en verhoogt het officiële plafond opnieuw. Dat klinkt fors. In de praktijk is een quotum een papieren getal totdat een land de olie werkelijk kan oppompen. Een deel van de leden zit onder de afgesproken productie door sancties of jarenlange onderinvestering. Saoedi-Arabië bezit het grootste deel van de direct inzetbare reservecapaciteit. Daardoor ligt de echte betekenis van de OPEC+-besluiten in Riyad. De groep kan een hoger plafond aankondigen terwijl de feitelijke productie beperkt verandert.
De strategische oliereserve van de Verenigde Staten vormt nog een laag onder dit verhaal. De lopende vrijgave bedraagt 172 miljoen vaten. Daarna lijkt Washington voorlopig geen extra olie te willen vrijgeven. Op papier resteert iets minder dan 308 miljoen vaten. Het bruikbare deel ligt lager omdat opslagcavernes en leidingen een operationele ondergrens hebben. Schattingen uit de sector plaatsen die grens tussen 180 en 200 miljoen vaten. De voorraadkast ziet er dus voller uit dan hij in een noodsituatie werkelijk is.
De olieprijs is de prijs van beschikbaarheid op een specifieke plaats en een specifiek moment. Een overschot in een Amerikaanse opslagterminal helpt weinig wanneer Europese raffinaderijen diesel nodig hebben en tankers om Afrika moeten varen. Extra productie in Kazachstan helpt beperkt wanneer exportinfrastructuur hapert. Een vat bestaat fysiek uit olie. De marktprijs bevat ook tijd en transport.
Daarom kan crude in één handelsdag zes procent dalen terwijl de brandstofmarkt strak blijft. De geopolitieke premie loopt dan uit de futureprijs, terwijl raffinaderijen en distributeurs nog met lage voorraden zitten. De ruwe olieprijs reageert binnen seconden. Een tanker vaart weken. Een raffinaderij kan maanden uitvallen. Nieuwe capaciteit bouwen duurt jaren en kost bedragen waarbij een slecht motel plots chic oogt.
Crude oil is een systeem van havens en opslagtanks, met contracten die aflopen op vaste data en schepen die soms hun transponder uitzetten. De grafiek toont één prijs. Onder die lijn staat een machinekamer vol vertraging.





































































































































