Waarom de beurzen niet gaan crashen
- Jelger Sparreboom

- 2 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Kapitaal blijft stromen, zelfs wanneer headlines het tegenovergestelde suggereren
Grote spelers bepalen het ritme van de markt vaker dan economische data
Schokken verdwijnen zelden in één beweging, maar markten leren ermee omgaan
De reflex is begrijpelijk. Oorlog in het Midden-Oosten, olie rond de $100, oplopende inflatiecijfers en centrale banken die weinig ruimte lijken te hebben. Het voelt als een combinatie die in het verleden vaak voorafging aan scherpe dalingen. Toch zie ik iets anders gebeuren. De markt beweegt, corrigeert, herstelt en negeert vervolgens een groot deel van het nieuws. Dat lijkt op het eerste gezicht irrationeel. Bij nadere beschouwing zit daar een structuur onder die moeilijk te doorbreken is.
Koers S&P500

Wie alleen naar headlines kijkt, mist hoe de beurs werkelijk functioneert. De beurs is geen weerspiegeling van het nieuws van vandaag. Het is een mechanisme waarin verwachtingen, kapitaalstromen en positionering samenkomen. En juist daar ligt de reden waarom crashes zelden ontstaan op de momenten dat iedereen ze verwacht.
De afgelopen weken vormen een goed voorbeeld. Terwijl inflatie tegenviel, de arbeidsmarkt tekenen van verzwakking liet zien en geopolitieke spanningen opliepen, veerde de markt krachtig op. Volgens recente data werd die beweging vooral gedreven door agressieve dipkopers en een hernieuwde instroom richting risicovollere assets. Technologie-aandelen en small caps liepen voorop, terwijl energie juist terrein verloor doordat kapitaal werd herverdeeld. Dat is geen toeval. Het laat zien waar liquiditeit naartoe gaat.
Het helpt om de beurs te bekijken alsof het een bedrijf is. Niet één onderneming, maar een systeem met een eigen verdienmodel. Dat model draait op drie pijlers: liquiditeit, vertrouwen en herallocatie van kapitaal.
Liquiditeit is de brandstof. Centrale banken, institutionele beleggers en grote vermogensbeheerders bepalen hoeveel geld er beschikbaar is. Zelfs in periodes van onzekerheid blijft er vaak meer liquiditeit aanwezig dan verwacht. Dat geld zoekt rendement. En zolang dat zo is, ontstaat er koopdruk bij dalingen.
Vertrouwen is diffuser, maar minstens zo belangrijk. Markten functioneren op de aanname dat economische systemen zich aanpassen. Dat zie je nu ook terug in de energiecrisis. Waar in de jaren zeventig een olieprijsstijging direct leidde tot langdurige economische schade, is de huidige economie beter gediversifieerd. Olie speelt een kleinere rol in energieverbruik, alternatieven zijn beschikbaar en landen hebben strategische reserves opgebouwd. We hebben decennia aan ervaring opgebouwd in het omgaan met dit soort schokken. Dat verandert hoe de markten reageren.
De derde pijler is herallocatie. Kapitaal blijft zelden stil staan. In de recente rally werd duidelijk hoe snel geld kan verschuiven. Energie-aandelen, die eerder domineerden, kregen klappen. Tegelijkertijd stroomde geld naar industriële bedrijven en groeiaandelen. Zelfs binnen één week zie je die rotaties plaatsvinden. Dat proces voorkomt dat zwakte zich breed en langdurig verspreidt.
Een van de minder besproken, maar cruciale factoren is de rol van grote spelers. Hedgefondsen, pensioenfondsen en ultra-rijke individuen bepalen in toenemende mate de richting van de markt.
De recente opleving kwam ondanks negatieve macrodata. Dat suggereert dat fundamentele cijfers op korte termijn minder gewicht hebben dan kapitaalstromen. De markt wordt stijgt zolang grote spelers blijven kopen.
Dit mechanisme werkt twee kanten op. Het kan stijgingen verlengen, zelfs wanneer de onderliggende economie afkoelt. Tegelijkertijd kan het risico’s creëren. Wanneer deze partijen besluiten winst te nemen, kan de beweging snel keren. Dat maakt de markt fragieler dan hij lijkt, maar ook veerkrachtiger in de opwaartse fase.
De dominantie van een smalle groep aandelen versterkt dit effect. De zogeheten “Mag 7” blijft een grote invloed houden op de indices. In de recente rally liepen zij opnieuw voorop, samen met small caps. Dat creëert een situatie waarin de markt stijgt, terwijl een groot deel van de onderliggende aandelen minder sterk presteert. Het oogt gezond aan de oppervlakte, maar onderliggend is het geconcentreerd.
Op macro-niveau draait veel om olie. De prijs fungeert als een schakel tussen geopolitiek en financiële markten. Hogere olieprijzen werken door via inflatie, renteverwachtingen en uiteindelijk waarderingen van aandelen.
De recente bewegingen zijn tegenstrijdig. Olie steeg richting $100 per vat door verstoringen in het Midden-Oosten, maar daalde vervolgens weer scherp toen de markt rekende op een wapenstilstand. Tegelijkertijd blijven de structurele risico’s bestaan. De Straat van Hormuz, goed voor ongeveer 20% van de wereldwijde oliehandel, blijft een kwetsbaar knelpunt.
Olie

Wat opvalt is dat kredietmarkten en inflatieverwachtingen relatief rustig blijven. CPI-swaps suggereren dat de markt de huidige inflatiepiek als tijdelijk ziet. Dat kan optimistisch zijn. Als olieprijzen hoog blijven, kan de impact op financiële condities alsnog zichtbaar worden. Hogere inflatie leidt tot hogere rentes, wat liquiditeit uit het systeem haalt.
Toch reageert de aandelenmarkt hier voorlopig beperkt op. Dat lijkt tegenstrijdig, maar past binnen een patroon dat eerder zichtbaar was, bijvoorbeeld in 2022. Markten bewegen in fases. Eerst wordt slecht nieuws genegeerd, daarna langzaam ingeprijsd, en pas later volledig verwerkt. Dat proces kan maanden duren.
Een beurscrash is zelden het directe gevolg van slecht nieuws. Het ontstaat meestal wanneer verwachtingen abrupt moeten worden aangepast. Dat gebeurt vaak wanneer liquiditeit opdroogt of wanneer een consensus plotseling kantelt.
Op dit moment lijkt die consensus verdeeld. Sommige analisten wijzen op verhoogde recessierisico’s en spreken van een mogelijke stagflatieomgeving. Anderen zien de recente rally als bewijs dat de markt door onzekerheid heen kijkt.
Die spanning creëert volatiliteit, maar geen duidelijke richting. En juist dat maakt een onmiddellijke crash minder waarschijnlijk. Zolang er geen eenduidig verhaal is dat door iedereen wordt gedeeld, blijft kapitaal bewegen tussen sectoren, regio’s en asset classes.
De internationale dimensie speelt hier ook een rol. Niet-Amerikaanse markten, zoals Zuid-Korea, presteren opvallend sterk. Dat wijst op een bredere spreiding van kapitaal. Een wereldwijde crash vereist meestal dat alle regio’s tegelijkertijd onder druk staan. Die synchronisatie ontbreekt vooralsnog.
Misschien wel de meest onderschatte factor is gedrag. De dipkoper is geen nieuw fenomeen, maar heeft de laatste jaren een dominante rol gekregen. Elke daling wordt gezien als een kans. Dat patroon is aangeleerd in een omgeving waarin centrale banken vaak ingrepen bij marktonrust.
De vraag is of dat gedrag duurzaam is. Als markten langere tijd dalen zonder snelle herstelbeweging, kan dat vertrouwen verdwijnen. Voorlopig lijkt dat punt nog niet bereikt. De recente rally toont aan hoe snel kopers terugkeren, zelfs na negatieve nieuwsflow.
Tegelijkertijd klinkt er voorzichtigheid. Sommige beleggers houden verhoogde cashposities aan en wijzen op hoge waarderingen en smalle marktbreedte. Dat suggereert dat er geen euforie is, maar eerder een gespannen evenwicht.
Wanneer ik naar het geheel kijk, zie ik geen markt die immuun is voor risico’s. De combinatie van geopolitiek, inflatie en waarderingen vormt een complexe omgeving. Toch zie ik ook een systeem dat zich voortdurend aanpast.
Energie-infrastructuur wordt hersteld na aanvallen, zoals recent in Saudi-Arabië, waar productiecapaciteit snel weer op niveau kwam. Bedrijven herstructureren hun supply chains. Centrale banken reageren sneller en consistenter dan in eerdere decennia.
Dat alles wijst op een zekere veerkracht. Geen garantie tegen dalingen, maar wel een verklaring waarom markten blijven functioneren, zelfs onder druk.
Advertorial
In een markt waarin kapitaalstromen en sentiment de boventoon voeren, zoeken beleggers vaak naar stabiliteit en voorspelbare inkomstenbronnen. Vastgoed met langdurige huurcontracten kan daarin een rationele aanvulling zijn, juist wanneer volatiliteit in aandelen aanhoudt.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed zoals supermarkten en zorgcentra, met brede spreiding over solide huurders en een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar, waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. In april geldt een maandactie waarbij beleggers bij een minimale deelname van € 10.000 een extra maand uitkering ontvangen bovenop het reguliere rendement.
Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.






































































































































