top of page

De thuisbatterij is zeldzamer dan het laadonderzoek doet lijken

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort


In het Nationaal Laadonderzoek 2026 zegt 26% van de deelnemende thuisladers een thuisbatterij te hebben. De landelijke registratiereeks telt eind september 79.231 opslaginstallaties, omgerekend minder dan één registratie per honderd huishoudens. Die percentages meten verschillende groepen en kunnen daarom niet als landelijke marktpenetratie naast elkaar worden gezet. Voor een huishouden blijft de nuttigste maat hoeveel zonnestroom de batterij werkelijk verschuift en welke investering die kasbesparing kan dragen.


Een op de vier thuisladers heeft al een thuisbatterij. Wie die zin leest, kan gemakkelijk denken dat de Nederlandse batterijmarkt vrijwel volwassen is. De officiële registratiecijfers schetsen een heel ander beeld. Eind september staan 79.231 opslaginstallaties in de landelijke reeks. Nederland telt 8.474.674 particuliere huishoudens.


De simpele deling komt uit op 0,93%. Dat is geen nieuw marktaandeel, want teller en noemer passen niet netjes op elkaar. Het verschil met 26% is juist interessant. Samen laten de cijfers zien hoe belangrijk het is om eerst te kijken naar wie en wat precies wordt geteld.



De 26% gaat over een heel specifieke groep


ElaadNL maakte op 9 oktober de resultaten van het Nationaal Laadonderzoek 2026 bekend. Van de deelnemende elektrische rijders laadt 76% thuis via een eigen aansluiting. Binnen die groep zegt 26% over een thuisbatterij te beschikken en overweegt 37% er een aan te schaffen.


Dat is relevante informatie. Een elektrische rijder met een eigen laadpunt heeft vaak een flinke stroomvraag en kan de auto, zonnepanelen en een batterij samen aansturen. Voor aanbieders is dit een interessante voorlopersgroep. Het onderzoek bewijst alleen niet dat 26% van alle Nederlandse huishoudens, alle zonnepaneelbezitters of zelfs alle elektrische rijders een batterij heeft.


De methodologische toelichting in het onderzoek helpt om het cijfer goed te lezen. De enquête liep van 10 juli tot en met 2 augustus 2026. Er deden 2.399 volledig elektrische rijders mee; de 317 deelnemers met een plug-inhybride staan apart. Niet iedereen kreeg ieder vragenblok. Particuliere rijders, leden van de Vereniging Elektrische Rijders, vroege elektrische rijders, mannen en zestigplussers zijn oververtegenwoordigd.


Het is aannemelijk dat deze groep vaker dan gemiddeld investeert in laadtechniek, zonnepanelen en energieopslag. Dat is een redactionele gevolgtrekking uit de samenstelling, geen afzonderlijke uitkomst van het onderzoek. De 26% blijft een zelfgerapporteerd percentage onder deelnemende thuisladers.



De 79.231 registraties zijn ook geen volledige woningtelling


De open data van Energieleveren.nl loopt tot en met september 2026. De reeks telt registraties en geen bewezen verkopen of installaties die allemaal in de genoemde maand zijn geplaatst. Een systeem kan later zijn aangemeld. Een registratie kan ontbreken en een aansluiting kan meer dan één systeem bevatten.


Ook het woord thuisbatterij vraagt voorzichtigheid. In september staan 79.231 opslagregistraties in de dataset, waarvan het overgrote deel bij kleinverbruik hoort. Kleinverbruik betekent niet automatisch een woonhuis; kleine bedrijven vallen daar ook onder. De dataset bevat bovendien zowel kleine systemen als installaties boven 15 kW. Zij publiceert vermogen in kW, maar biedt in deze export geen landelijk totaal aan opslagcapaciteit in kWh.


Netbeheer Nederland legt uit dat batterijen tot 1 MW sinds mei 2024 apart kunnen worden geregistreerd. Netbeheerders hebben die technische gegevens nodig omdat een batterij elektriciteit kan afnemen en leveren. Stedin vermeldt dat registratie na plaatsing verplicht is en dat daarbij onder meer vermogen in kW en capaciteit in kWh worden opgegeven.


Toch is de landelijke open export geen huishoudensenquête. De 79.231 delen door de 8.474.674 particuliere huishoudens die het CBS op 1 januari 2026 telt, levert daarom slechts een schaalvergelijking op. Zij onderschat niet automatisch de markt en vormt evenmin een harde bovengrens. De teller kan onvolledig zijn én systemen bevatten die niet bij een uniek huishouden horen.



Het verschil tussen de bronnen is goed verklaarbaar, omdat ze andere vragen beantwoorden. Het laadonderzoek laat zien wat leeft binnen een actieve groep elektrische thuisladers. Het register laat zien welke opslaginstallaties bij de netbeheerders zijn aangemeld. Voor een betrouwbare landelijke penetratie is een bron nodig die installaties aan unieke woningen koppelt en corrigeert voor ontbrekende registraties. Die telling bieden deze publicaties niet.


Een marktcijfer betaalt de batterij niet terug


Een snel groeiende voorlopersgroep kan een huishouden vertrouwen geven dat de techniek bruikbaar is. De eigen rekening blijft een afzonderlijke stap. Een batterij verdient niets doordat veel andere mensen er een hebben. Zij bespaart geld als er na andere slimme aanpassingen voldoende zonnestroom overblijft, de woning die energie later nodig heeft en het prijsverschil groot genoeg is.


Daarom begint de praktische berekening bij kwartier- of uurgegevens over een heel jaar. Verschuif eerst waar mogelijk de vaatwasser, wasmachine, warmtepomp of elektrische auto naar zonne-uren. Meet daarna hoeveel zonnestroom nog wordt teruggeleverd en hoeveel netstroom op dezelfde dag later wordt ingekocht. Alleen de overlap is zonder extra aannames beschikbaar voor dagelijkse opslag.


Milieu Centraal beschrijft dat een thuisbatterij het aandeel eigen zonnestroom dat een huishouden gebruikt grofweg kan verhogen van ongeveer 30% naar ruim 50%. De actuele uitleg over thuisbatterijen benadrukt ook dat systemen van 2 tot 20 kWh bestaan en dat resultaat en milieubelasting per situatie verschillen. Een landelijk percentage vertelt dus nog niet welke capaciteit bij een woning past.


Neem een fictief systeem met 10 kWh bruikbare capaciteit en €6.000 totale extra investering. In het middenscenario laadt het in 2027 met 1.500 kWh resterende zonnestroom, gemeten vóór de batterij. Bij 90% rendement komt 1.350 kWh terug in de woning. Met €0,25 vermeden inkoop per geleverde kWh is dat €337,50. Zonder batterij had de 1.500 kWh tegen een netto vergoeding van €0,06 per kWh €90 opgeleverd. Na €30 aangenomen jaarlijkse kosten resteert €217,50 kasbesparing.


De €0,25 en €0,06 zijn scenarioaannames per 12 oktober 2026, geen voorspelde tarieven. De netto terugleververgoeding bevat in het voorbeeld alle direct aan die teruglevering toegerekende variabele kosten. Terugleverkosten nogmaals aftrekken zou de besparing dubbel tellen. Bij staffels moet de volledige jaarrekening met en zonder batterij worden vergeleken.



De omgekeerde rekensom laat zien wat nodig is


Om €6.000 in tien jaar economisch te dragen bij 4% rekenrente, is jaarlijks €739,75 netto kasbesparing nodig. De formule is €6.000 × 0,04 ÷ (1 − 1,04⁻¹⁰). Tel bij het middenscenario €30 jaarlijkse kosten op, dan moet de energiestroom eerst €769,75 bruto opleveren.


Per geladen kWh zonnestroom is het bruto voordeel in dat scenario €0,165. Dat komt uit 90% van €0,25 vermeden inkoop, min €0,06 misgelopen terugleververgoeding. De batterij moet dan ongeveer 4.665 kWh per jaar opnemen. Bij 10 kWh bruikbare capaciteit zijn dat 467 volledige laadcycli. Dat is meer dan één volledige cyclus per kalenderdag. Voor uitsluitend dagelijks opslaan van eigen zonnestroom is dat in deze set aannames geen haalbare basis.


Een lagere aanschafprijs, meer waarde per verschoven kWh of aanvullende inkomsten kunnen de grens verlagen. Daar staan voorwaarden tegenover. Handelsinkomsten gebruiken dezelfde capaciteit en mogen niet bovenop een volledig bezette zelfverbruiksberekening worden geteld. Laden vanaf het net, opslaan en later terugleveren is fiscaal en technisch ook iets anders dan eigen zonnestroom bewaren en thuis gebruiken.


Voor 2027 tot en met 2029 rekenen we drie gevoeligheidspaden door. Het lage pad gebruikt 800, 760 en 720 geladen kWh, 88% rendement, jaarlijks €50 kosten en steeds kleinere prijsverschillen. Het middenpad gebruikt 1.500, 1.450 en 1.400 kWh, 90% rendement en €30 kosten. Het hoge pad gebruikt 3.200, 3.100 en 3.000 kWh, 92% rendement en €20 kosten. Alle bedragen en formules staan in de figuur.



De contante waarde van alleen deze drie besparingsjaren, bij 4% rekenrente, is afgerond €104 in het lage pad, €559 in het middenpad en €1.987 in het hoge pad. Daarmee is niet gezegd dat de batterij daarna niets meer oplevert. De driejaarswaarde maakt zichtbaar hoeveel van de investering door de eerstvolgende jaren wordt gedragen. Voor een aankoop moeten ook garantie, degradatie, eventuele vervanging, financiering en de waarde na jaar tien worden ingevuld.


Ons eerdere artikel Tienduizenden thuisbatterijen erbij maar wat leveren ze op? legt de landelijke groei en het verschil tussen kW en kWh uitgebreider uit. Het nieuwe laadonderzoek voegt daar een nuttig inzicht aan toe: onder huishoudens die al elektrisch rijden en thuis laden, kan opslag veel gewoner zijn dan in de rest van Nederland.


De interessantste markt zit tussen voorlopers en de rest


Voor fabrikanten en installateurs is 26% geen bewijs dat de hele markt al is veroverd. Het laat zien dat een technisch actieve doelgroep sneller beweegt. De 37% die in dezelfde groep een batterij overweegt, is interessant, maar blijft een koopintentie. Prijs, woningtype, zonnepanelen, contract en vertrouwen in de aanbieder bepalen hoeveel van die belangstelling omzet wordt.


Voor huishoudens is de conclusie vriendelijker dan een simpel ja of nee. Een batterij kan goed bij een woning passen, vooral wanneer dagelijks veel eigen zonnestroom overblijft en later vraag ontstaat. De beslissing wordt sterker wanneer de offerte niet begint met het landelijke groeicijfer, maar met het eigen profiel.


Vraag daarom om drie heldere regels: hoeveel kWh de batterij jaarlijks vóór verlies oplaadt, hoeveel daarvan na verlies in huis terechtkomt en welke bestaande besparing al zonder batterij mogelijk is. Zet daar aanschaf, installatie, jaarlijkse kosten en misgelopen terugleververgoeding tegenover. Wie die cijfers heeft, hoeft zich niet te laten leiden door de 26% of de 79.231. Dan gaat de keuze over de eigen woning, precies waar de financiële uitkomst ontstaat.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page