top of page

Een veiliger UBS drukt het rendement voor aandeelhouders

45 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De Zwitserse Senaat steunde op 23 september een voorstel om buitenlandse deelnemingen van UBS voor 90 procent met kernkapitaal te dekken. De wetgeving is daarmee nog niet afgerond. Extra kapitaal kan de bank beter bestand maken tegen verliezen, maar drukt bij gelijke winst het rendement op het eigen vermogen. Voor aandeelhouders draait het om de uiteindelijke regels, het invoeringspad en de ruimte voor uitkeringen.


Bij een bank kan een stevigere buffer tegelijk goed nieuws voor de financiële stabiliteit en lastig nieuws voor de beurswaarde zijn. De winst verdwijnt niet automatisch, maar moet worden verdeeld over een grotere hoeveelheid eigen vermogen. Als de extra veiligheid geen evenredig lagere rendementseis oplevert, kan de prijs die beleggers voor iedere euro boekwaarde willen betalen dalen.


De discussie rond UBS is concreter geworden. Volgens Reuters, via Euronext, stemde de Zwitserse Senaat voor 90 procent CET1-dekking van buitenlandse deelnemingen. CET1 is het kernkapitaal dat als eerste verliezen opvangt. De bank schat de extra behoefte onder dit voorstel op ongeveer 18 miljard dollar. Dat is een raming bij een specifieke regel, geen al vastgestelde kapitaalstorting.



De plaats van het kapitaal doet ertoe

Een internationaal bankconcern bestaat uit juridische onderdelen in verschillende landen. Kapitaal op groepsniveau is niet altijd onmiddellijk beschikbaar waar een verlies ontstaat. Toezichthouders kijken daarom ook naar de moederbank en haar buitenlandse deelnemingen. Een concern kan op papier sterk zijn, terwijl de verdeling van de buffers tijdens een crisis problemen oplevert.


De Zwitserse discussie gaat juist over die dekking van buitenlandse activiteiten. Het genoemde percentage van 90 procent is dus geen eis om 90 procent van alle kredieten of van de hele balans met eigen vermogen te financieren. Wie het zo leest, maakt de ingreep veel groter dan de beschreven maatregel.


Evenmin kan het geraamde extra bedrag zonder verdere analyse worden opgeteld bij iedere gerapporteerde groepskapitaalmaatstaf. De wettelijke positie van de moederbank, de manier waarop deelnemingen worden gewaardeerd en de consolidatie van het concern spelen mee. Dat verschil is van belang wanneer beleggers een politieke krantenkop naar een voorspelling voor dividend of aandeleninkoop vertalen.


De uitleg van de Zwitserse publieke omroep via Swissinfo onderstreept bovendien dat de parlementaire behandeling verdergaat. Het andere parlementaire huis en de uiteindelijke uitwerking kunnen het resultaat nog veranderen. Een aangenomen stap in één kamer is geen volledig ingevoerde eindregeling.


Bij dezelfde winst daalt het rendement op de buffer

Neem een fictieve bank met 100 aan eigen vermogen en 12 aan jaarwinst. Het rendement op eigen vermogen is 12 procent. Moet zij 20 extra aanhouden en verandert de winst niet, dan daalt dat naar 10 procent. Om weer 12 procent te verdienen, is 14,4 aan winst nodig: 20 procent meer dan eerst.


De rekentool gebruikt zulke gestandaardiseerde bedragen, zodat het mechanisme zichtbaar blijft. Het zijn geen voorspellingen voor de balans of de nettowinst van UBS. Ook maakt het model geen onderscheid tussen boekhoudkundig eigen vermogen en alle afzonderlijke prudentiële kapitaaldefinities.



Een bank kan op meerdere manieren reageren. Zij kan winst inhouden, kosten verlagen, winstgevendere activiteiten laten groeien of onderdelen verkleinen die veel kapitaal vragen. Iedere route heeft een andere prijs. Minder uitkeren raakt aandeelhouders direct. Versneld besparen kan de dienstverlening belasten. Krimp kan inkomsten kosten, terwijl het verkopen van activiteiten niet altijd een aantrekkelijke opbrengst oplevert.


Daar staat tegenover dat een veiliger bank mogelijk goedkoper kan financieren. Kredietverstrekkers kunnen een kleinere risicovergoeding vragen en klanten kunnen meer vertrouwen houden. Dat voordeel kan een deel van de extra kapitaalkosten terugverdienen. Het hoeft alleen niet onmiddellijk of volledig bij dezelfde juridische entiteit terecht te komen.


De waardering hangt ook af van het vereiste rendement

De verhouding tussen beurswaarde en boekwaarde helpt om de spanning te begrijpen. In een vereenvoudigd model voor een bank die op lange termijn stabiel groeit, is die verhouding gelijk aan het rendement op eigen vermogen minus de groei, gedeeld door de rendementseis minus de groei. Dat veronderstelt onder meer een houdbare winst, passende winstinhouding en een groei die lager ligt dan de rendementseis.


Bij 12 procent rendement op eigen vermogen, 2 procent groei en een rendementseis van 10 procent volgt een waardering van 1,25 keer boekwaarde. Daalt het rendement op eigen vermogen naar 10 procent, dan resteert één keer boekwaarde. Dat is een gevoeligheidsvoorbeeld, geen berekend koersdoel voor UBS.


De omgekeerde tool begint bij een gekozen verhouding tussen koers en boekwaarde. Bij 1,25 keer, 10 procent vereist rendement en 2 procent groei moet de bank structureel 12 procent op het eigen vermogen verdienen. Zo wordt zichtbaar welke winstgevendheid een waardering eigenlijk verlangt.



Extra veiligheid kan de rekening verzachten wanneer beleggers genoegen nemen met minder rendement. Bij 10 procent winstgevendheid en 2 procent groei geeft een rendementseis van 9 procent een waarde van ongeveer 1,14 keer boekwaarde. De veronderstelling dat de kapitaaleis uitsluitend waarde vernietigt, is dus te eenzijdig. Maar het tegenovergestelde, dat meer veiligheid iedere verwatering van rendement compenseert, volgt ook niet uit de formule.


De integratie moet winst opleveren zonder nieuwe kwetsbaarheid

In zijn resultaten over het tweede kwartaal van 2026 meldde UBS verdere voortgang bij de integratie en uitstroom uit oude technologiesystemen. Zulke operationele stappen zijn voor de kapitaaldiscussie relevant: een efficiënter bedrijf kan met dezelfde klantenbasis meer verdienen.


Een kostenbesparing is echter pas duurzaam als zij niet later terugkomt als herstelwerk, klantverlies of extra toezichtskosten. Bij een grote bank kan een bescheiden fout in de bedrijfsvoering veel geld kosten. Daarom moet een beoordeling van de winst ook rekening houden met eenmalige integratieposten en de vraag welke besparingen werkelijk in de terugkerende kosten terechtkomen.


Daarnaast is het tempo van invoering doorslaggevend. Een buffer die in meerdere jaren mag worden opgebouwd, kan gedeeltelijk uit ingehouden winst ontstaan. Een snelle verplichting kan veel zwaarder drukken op uitkeringen of de noodzaak om activiteiten aan te passen. Hetzelfde eindbedrag heeft daardoor niet in ieder invoeringspad dezelfde waarde voor de aandeelhouder.


Negen uitkomsten laten de afhankelijkheid van winst zien

Voor drie toekomstige jaren gebruiken we een fictieve beginboekwaarde van 100 per rekeneenheid. De bank houdt jaarlijks de helft van haar winst in. Het ongunstige pad gebruikt 8 procent rendement op eigen vermogen en een waarderingsfactor van 0,8. Het basispad gebruikt 10 procent en één keer boekwaarde. Het gunstige pad gebruikt 12 procent en 1,25 keer boekwaarde.


De berekende waarden in jaar drie zijn dan ongeveer 90,0, 115,8 en 148,9. Dat zijn modelwaarden per oorspronkelijke 100 boekwaarde, geen UBS-aandelenkoersen. Uitgekeerd dividend staat buiten deze waarden. Het model veronderstelt geen aandelenuitgifte, inkoop of verandering in het aantal rekeneenheden, zodat de invloed van winstinhouding afzonderlijk zichtbaar blijft.



De vierde tool laat zien hoeveel extra winst nodig is om na een bufferverhoging hetzelfde rendement te behouden. Bij een doelrendement van 12 procent en 20 extra kapitaal is jaarlijks 2,4 extra winst nodig. Wie die winst uit kostenbesparingen verwacht, moet dus ook kunnen aangeven welke terugkerende kosten werkelijk verdwijnen.



Voor UBS is de eerstvolgende beslissende informatie daarom de definitieve combinatie van omvang, definitie en overgangstermijn van de kapitaaleis. Daarna volgen de feitelijke winst en het uitkeringsbeleid. Een grotere buffer maakt de bank beter bestand tegen verliezen, maar een aantrekkelijke belegging ontstaat pas wanneer de betaalde prijs past bij het rendement dat na die buffer overblijft.


Foto: Sergio Ermotti, archiefportret uit 2012, Oliver Nanzig / UBS, CC BY 2.0. Ongewijzigd bronbestand; weergave kan worden bijgesneden.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 146:14:02

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page