top of page

De dollar bepaalt jouw rendement op de S&P 500-ETF

51 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

CSPX sloot op 25 september op €708,58 op Euronext Amsterdam. Het fonds is de iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc), met ISIN IE00B5BMR087. De shareclass is accumulerend: ontvangen dividenden worden binnen het fonds herbelegd. De notering in euro maakt de belegging niet automatisch valuta-afgedekt. Een Nederlandse belegger bezit via het fonds vooral Amerikaanse ondernemingen met een economische waarde in dollars.


De koers wordt daardoor door vier hoofdmotoren bepaald: winstgroei van de S&P 500-bedrijven, de waarderingsmultiple, fondskosten en de verhouding tussen dollar en euro. Vooral die laatste factor wordt vaak verkeerd gelezen. Een sterkere dollar kan een zwakke Amerikaanse beurs voor een eurobelegger deels opvangen. Een zwakkere dollar kan juist een goed rendement in dollars afromen. Over drie jaar kan die vertaling tientallen euro’s per aandeel schelen.


CSPX volgt de S&P 500, een marktgewogen index. Grote bedrijven tellen zwaarder mee, omdat hun beurswaarde hoger is. Dat geeft beleggers goedkoop toegang tot winstgevende Amerikaanse ondernemingen, maar het betekent ook dat een kleine groep megacaps een groot deel van de uitkomst kan bepalen. De ETF haalt dat concentratierisico niet weg. Hij verpakt het efficiënt en spreidt daarnaast over honderden andere bedrijven.




De eurokoers is niet het onderliggende rendement

Stel dat de S&P 500 in een jaar 8% stijgt in dollars. Als de dollar in dezelfde periode 10% verzwakt tegenover de euro, blijft na eenvoudige vermenigvuldiging ongeveer 2,8% verlies in euro over. Bij een 10% sterkere dollar wordt het euroresultaat juist bijna 18,8%. De factoren worden vermenigvuldigd en niet simpel bij elkaar opgeteld. Dat verschil is klein bij beperkte bewegingen, maar belangrijk in onrustige jaren.


De noteringsvaluta verandert dat mechanisme niet. Een eurokoers op Euronext is vooral een handige rekeneenheid en handelsplaats. Zonder expliciete hedge bezit CSPX de valutablootstelling van de onderliggende bedrijven. Sommige S&P 500-ondernemingen verdienen veel buiten de Verenigde Staten en hebben zelf natuurlijke valuta-effecten. Dat compenseert een deel, maar niet precies en niet direct. De fondsprijs vertaalt uiteindelijk de dollarwaarde van de portefeuille naar euro.


Onderliggende winst blijft de lange motor

Valuta kan een jaar domineren, maar over langere perioden moeten de ondernemingen meer winst per aandeel maken. Bij een indexmultiple van 24 keer winst impliceert een waarderingsindex van 100 ongeveer 4,17 winstpunten. Groeit die winst drie jaar met 7% per jaar en blijft de multiple gelijk, dan stijgt de theoretische waarderingsindex naar circa 122,5. Zonder winstgroei moet een hogere multiple het rendement leveren, en dat is een minder stevige basis.



De winstkwaliteit verschilt sterk binnen de index. Technologieplatforms hebben hoge marges en weinig fysiek kapitaal nodig, terwijl banken, industrie en consumentengoederen andere cycli kennen. Een marktgewogen ETF verkoopt een duurder geworden winnaar niet automatisch. Het gewicht stijgt juist mee. Dat is efficiënt wanneer winnaars hun winstgroei volhouden, maar kwetsbaar als populariteit sneller groeit dan kasstroom.


Een veelgehoord tegenargument is dat de S&P 500 zich steeds vernieuwt. Verzwakkende ondernemingen verdwijnen uiteindelijk en succesvolle bedrijven komen erin. Dat klopt, maar indexwijzigingen beschermen niet tegen een brede daling van waarderingen. Ook komt de index pas in actie nadat marktkapitalisaties en toelatingscriteria zijn veranderd. De belegger betaalt dus altijd de actuele marktprijs voor de actuele samenstelling.


Lage kosten zijn waardevol, maar niet de hele tracking

De officiële productpagina vermeldt de kenmerken van deze accumulerende UCITS-shareclass. De zichtbare lopende kosten zijn laag vergeleken met actieve fondsen. Toch kan het werkelijke verschil met de index ook worden beïnvloed door dividendbelasting, transactiekosten, securities lending, kasposities en uitvoering rond indexwijzigingen. Het relevante getal is het trackingverschil over tijd: hoeveel bleef het fondsrendement daadwerkelijk achter bij de netto-index?



De kostenmodule laat zien waarom kleine jaarlijkse verschillen op een lange horizon tellen. Bij een startbedrag van €10.000, 7% brutorendement en 0,07% jaarlijkse kosten groeit het model in dertig jaar naar ongeveer €74.500. Zonder kosten zou dat iets hoger zijn. De absolute eurokloof groeit mee met het vermogen. Toch is een procentpunt minder marktrendement veel zwaarder dan enkele basispunten fondskosten. Kosten moeten dus worden gecontroleerd, niet verheven tot de enige selectiegrond.


Reverse waardering: wat moet 10% rendement dragen?

Bij een startmultiple van 24 keer winst, 7% jaarlijkse winstgroei en een gewenste 10% jaarlijkse koersstijging moet de eindmultiple na drie jaar ongeveer 26 keer winst bedragen. Met andere woorden: winstgroei alleen is dan onvoldoende, zodat ook de waardering moet oplopen. Als de winst met 10% groeit, kan de multiple ongeveer gelijk blijven. Als de groei terugvalt naar 4%, is een veel grotere herwaardering nodig.



Deze reverse som is vóór valuta en fondskosten. Voor een eurobelegger kan een zwakkere dollar de vereiste operationele prestatie verhogen. Een sterkere dollar verlaagt haar. Dat maakt een enkel koers-winstgetal misleidend. De belegger moet minimaal drie lagen zien: hoeveel winst de bedrijven maken, welke prijs de markt daarvoor betaalt en tegen welke wisselkoers de dollarwaarde in euro wordt omgezet.


Drie koerspaden tot september 2029

Het bear-scenario geeft €620 in 2027, €590 in 2028 en €610 in 2029. Dat past bij lagere multiples, zwakke winstgroei en een ongunstige dollar. Het middenscenario loopt via €760 en €825 naar €895, gedreven door normale winstgroei en een ongeveer stabiele waardering. Het gunstige scenario van €835, €960 en €1.095 vraagt sterke winstgroei, een ondersteunende dollar en blijvende waarderingspremies voor de grootste bedrijven.



De scenario’s zijn mogelijke koersen in euro, exclusief eventuele belasting bij de belegger. Omdat CSPX accumuleert, zit het herbelegde dividend wel in de fondswaarde en dus in het koerspad. Dat is anders dan bij een uitkerende ETF, waar een deel van het totaalrendement als contant dividend buiten de koers valt. De drie paden zijn geen kansverdeling en geen koop- of verkoopadvies.


Wat de belegger werkelijk moet volgen

Voor CSPX zijn kwartaalcijfers van één onderneming nooit genoeg. Let op de winstverwachting voor de hele index, de breedte van winstgroei buiten de grootste namen, de indexmultiple en de euro-dollarverhouding. Een sterke indexstijging met dalende winstverwachtingen komt vooral uit multiple-expansie. Dat kan doorlopen, maar maakt de uitgangspositie gevoeliger voor rente of teleurstelling.


CSPX blijft een efficiënte kernbelegging voor wie bewust Amerikaanse largecaps en dollarblootstelling wil. Het is geen neutrale wereldportefeuille en geen valutavrije eurobelegging. Bij €708,58 moet de beslissing daarom niet alleen luiden of de S&P 500 goed is. De betere vraag is welk deel van het toekomstige rendement uit winst, herwaardering en valuta moet komen. Lees ook het verschil tussen accumulerende en uitkerende ETF’s.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 133:26:14

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page