top of page

De investeringsbank van 100 miljard start met 6,6 miljard

49 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De ambitie voor een nationale investeringsbank van 100 miljard euro is groter dan de eerste aangekondigde financiële basis. Invest-NL en Invest International spreken over 3,3 miljard euro extra en circa 6,6 miljard euro kernkapitaal inclusief bestaande middelen. Een deel daarvan is al geïnvesteerd of toegezegd. Meer financieringsruimte vraagt daarom om aanvullend kapitaal, leningen of garanties, met bijbehorende risico’s.


Honderd miljard euro klinkt als geld dat klaarstaat om te worden uitgegeven. Bij een investeringsbank gaat het doorgaans om iets anders: een hoeveelheid eigen vermogen waarmee een veel grotere portefeuille aan financieringen kan worden gedragen. Het verschil tussen die twee bedragen bepaalt wie verliezen opvangt en hoeveel ruimte er werkelijk is voor nieuwe projecten.


De initiatiefnemers achter de Nationale Investeringsbank bepleiten een constructie waarin 10 miljard euro eigen vermogen een financieringsvolume van 100 miljard mogelijk maakt. De discussie sluit aan bij de investeringsagenda die onder meer door voormalig ASML-topman Peter Wennink wordt aangejaagd. Die ambitie is niet hetzelfde als een reeds goedgekeurde portefeuille van 100 miljard euro.



De actuele start is kleiner en deels al gebruikt

Op 25 september verwelkomden Invest-NL en Invest International de kabinetsplannen voor een nationale investeringsinstelling. Zij noemen 3,3 miljard euro aangekondigd aanvullend kapitaal en samen met bestaande middelen ongeveer 6,6 miljard euro kernkapitaal. Volgens hun toelichting is een aanzienlijk deel daarvan al geïnvesteerd of gecommitteerd.


Dat laatste woord betekent dat geld al aan projecten is toegezegd. Het staat mogelijk nog niet volledig op de rekening van de ontvanger, maar is evenmin vrij beschikbaar voor een nieuwe ronde plannen. Wie het totale kernkapitaal presenteert als volledig nieuw investeringsbudget, telt bestaande verplichtingen mee als nieuwe ruimte.


De Kamerbrief over het startschot van de nationale investeringsinstelling markeert een beleidsstap. De instelling moet vervolgens een concrete balans, opdracht en uitvoeringspraktijk krijgen. De door initiatiefnemers gewenste schaal blijft een afzonderlijke vraag.


In de toelichting van Invest-NL en Invest International staat dat verdere groei aanvullend kapitaal of de mogelijkheid om zelfstandig geld aan te trekken vraagt. Voor die laatste route noemen zij een vorm van garantie. Dat maakt de risicodrager relevant: goedkoper geleend geld is niet kosteloos wanneer de overheid uiteindelijk een deel van de verliezen kan moeten opvangen.


Tien miljard kan honderd miljard dragen, maar de verliezen worden groter

Een eenvoudige balans met 100 miljard euro leningen aan projecten kan worden gefinancierd met 10 miljard eigen vermogen en 90 miljard schuld. Het eigen vermogen vangt verliezen als eerste op. Verliest de portefeuille 5 procent van haar waarde, dan is 5 miljard euro weg en halveert die oorspronkelijke buffer.



Dit is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling van de toekomstige kapitaalstructuur. Het laat wel zien waarom een tienvoudige financieringsruimte geen tienvoudige gratis bestedingsruimte is. De instelling moet rentelasten betalen en haar financiers terugbetalen. Verliezen kunnen de mogelijkheid om nieuwe leningen te verstrekken verkleinen, juist wanneer de economie minder goed draait.


Een garantie kan de financieringskosten drukken doordat een kredietverstrekker minder risico loopt. Dat risico verdwijnt vervolgens niet. Het verschuift geheel of gedeeltelijk naar de partij die garant staat. Voor een eerlijke beoordeling moeten daarom de voorwaarden, maximale blootstelling en vergoeding voor zo’n garantie zichtbaar zijn.


Ook spreiding is nodig. Tien grote projecten in verschillende technologieën kunnen allemaal afhankelijk zijn van dezelfde stroomaansluiting, bouwkosten of exportmarkt. Het aantal projecten zegt dan minder dan de onderlinge samenhang. Een investeringsbank moet niet alleen overtuigende afzonderlijke plannen kiezen, maar ook een portefeuille bouwen die een tegenvaller kan dragen.


Een bank kan niet ieder innovatieprobleem oplossen

Een commerciële lening vereist uiteindelijk een bron van terugbetaling. Een project kan maatschappelijk waardevol zijn zonder voldoende eigen inkomsten te genereren. Fundamenteel onderzoek is daarvan een mogelijke categorie: de opbrengst kan breed in de samenleving terechtkomen, terwijl de onderzoeker die niet volledig kan factureren.


Daarvoor kunnen subsidies, publieke inkoop of andere instrumenten passender zijn dan een lening. Een investeringsbank die zulke projecten toch als gewone kredietverlening behandelt, kan verliezen verbergen in optimistische terugbetaalverwachtingen. Omgekeerd is een subsidie onnodig duur wanneer een project met een passende lening zelfstandig rendabel kan worden.


De beste financieringsvorm volgt dus uit het probleem. Gaat het om een tijdelijk tekort aan zekerheid, een lange bouwtijd, een ontbrekende markt of een structureel onrendabele activiteit? Die vragen leiden tot verschillende contracten en verschillende verdelingen van risico. Alleen een groot loket creëren beantwoordt ze niet.


Daarnaast zijn geld en uitvoerbaarheid afzonderlijke voorwaarden. Een project kan volledig gefinancierd zijn en toch wachten op vergunningen, personeel of infrastructuur. Wanneer veel plannen tegelijk op dezelfde beperkte capaciteit mikken, kan extra geld vooral de prijs daarvan opdrijven. De investeringsagenda moet daarom aansluiten op wat daadwerkelijk gebouwd en gebruikt kan worden.


De rentemarge moet kosten en verliezen dragen

Stel dat een fictieve portefeuille van 100 miljard euro gemiddeld 1 procentpunt meer ontvangt dan zij aan financieringsrente betaalt. Dat levert 1 miljard euro marge per jaar op, vóór bedrijfs- en kredietkosten. Bij 300 miljoen euro uitvoeringskosten en 700 miljoen euro kredietverliezen blijft niets over.


De omgekeerde tool begint bij die kosten en een gewenst rendement op het eigen vermogen. Met 10 miljard euro eigen vermogen, 5 procent vereist rendement, 300 miljoen euro kosten en 700 miljoen euro verliezen is 1,5 miljard euro rentemarge nodig. Over 100 miljard euro portefeuille betekent dat 1,5 procentpunt.



Dit zijn gekozen aannames. Een werkelijke instelling kan garanties, aandelenbelangen en verschillende soorten leningen combineren. Dan verschillen zowel het tijdstip als de onzekerheid van opbrengsten. Het principe blijft dat de vergoeding voldoende moet zijn om de gekozen risico’s en kosten te dragen, of dat een expliciete publieke bijdrage nodig is.


De vierde tool laat afzonderlijk zien wat een hogere financieringsrente doet. Op 90 miljard euro schuld kost één procentpunt extra rente 900 miljoen euro per jaar, zolang die schuld volledig herprijst en de opbrengst op de activa niet meebeweegt. In de praktijk hangen die effecten af van looptijden en renteafspraken. Het voorbeeld laat zien waarom goed balansbeheer noodzakelijk is.



Een groter fonds vraagt ook een duidelijke verliesgrens

Voor drie toekomstige jaren gebruiken we een fictieve beginbuffer van 10 miljard euro. Het ongunstige pad levert na alle kosten jaarlijks 2 miljard verlies op. Het basispad voegt jaarlijks 300 miljoen toe en het gunstige pad 800 miljoen. Zonder uitkeringen of nieuw kapitaal staat er na drie jaar respectievelijk 4, 10,9 of 12,4 miljard euro eigen vermogen.



De tabel voorspelt niet welke projecten slagen. Zij maakt zichtbaar dat dezelfde oorspronkelijke financieringsruimte heel anders kan uitpakken afhankelijk van verliezen en winstinhouding. Een instelling moet vooraf bepalen wanneer zij minder risico neemt, extra kapitaal nodig heeft of geen nieuwe financieringen meer kan aangaan.


Bestuur op afstand van dagelijkse politiek kan helpen om individuele projecten professioneel te beoordelen. Publieke middelen vragen tegelijk om controleerbare doelen, zicht op risico’s en verantwoording over tegenvallers. Een ambitieus bedrag is daarvoor onvoldoende. De doorslaggevende informatie is hoeveel nieuwe projecten anders niet zouden doorgaan, welke kasstromen zij opleveren en welke rekening de overheid in een slecht scenario kan krijgen.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 136:54:26

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page