top of page

Het benzineprijsrecord is niet wat de meeste automobilisten betalen

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

De gemiddelde landelijke adviesprijs voor Euro95 bereikte op 28 september €2,730 per liter, maar dat is niet de prijs die de meeste automobilisten afrekenen. Het laatste gewogen CBS-gemiddelde stond op 21 september op €2,449, een verschil van €0,281 per liter. Bij 15.000 kilometer per jaar en een verbruik van 6,5 liter per 100 kilometer kost die gemeten prijs ongeveer €199 per maand. De echte rekening hangt daarom minder af van het recordwoord dan van tanklocatie, kilometers, verbruik en het accijnsbesluit voor 2027.


Een prijsrecord klinkt alsof iedere volle tank een nieuw dieptepunt voor de portemonnee is. De kop klopt voor de gemiddelde adviesprijs van de grote merken, maar niet automatisch voor de kassabon bij een onbemand station of een pomp buiten de snelweg. Dat verschil is economisch belangrijk, want één verkeerd prijsanker maakt een berekening over de jaarrekening al snel honderden euro’s te hoog.


Op 28 september verhoogde één van de vijf grote merken zijn Euro95-adviesprijs met drie tiende cent. Daardoor steeg de Gemiddelde Landelijke Adviesprijs met één tiende cent tot €2,730 en werd de hoogste stand sinds de meting in november 2000 bereikt. De adviesprijs is een bruikbaar signaal voor de richting van de markt, maar UnitedConsumers waarschuwt zelf dat pomphouders ervan kunnen afwijken.


Het laatst beschikbare CBS-dagcijfer is €2,449 voor 21 september. Dat is een gewogen gemiddelde van werkelijk gemeten pompprijzen, inclusief btw en accijns. Omdat dit cijfer een week ouder is dan het adviesrecord, is het geen gelijktijdige vergelijking. Het maakt wel zichtbaar waarom adviesprijs, actuele lokale prijs en gemiddelde kassabon niet door elkaar mogen worden gebruikt.



Het record is een adviesprijs, geen gemiddelde kassabon

Het verschil tussen €2,730 en €2,449 is €0,281 per liter. Op een tankbeurt van 50 liter scheelt dat €14,05. Wie in een jaar 975 liter verbruikt, zou op basis van alleen dit verschil €273,98 meer of minder uitgeven. Dat bedrag is geen gegarandeerde besparing, omdat de twee cijfers een andere peildatum en methode hebben. Het laat wel zien hoe groot de fout kan worden wanneer een adviesprijs als persoonlijk tarief wordt behandeld.


Ook de locatie maakt veel uit. In augustus noteerde het CBS naar type tankstation voor Euro95 gemiddeld €2,557 bij een bemand snelwegstation, €2,326 bij een bemand station buiten de snelweg en €2,278 bij een onbemande pomp buiten de snelweg. Tussen de uitersten zat €0,279 per liter. Voor 50 liter was dat €13,95. De cijfers zijn maandgemiddelden, geen belofte dat iedere route zo’n verschil oplevert. Omrijden kost bovendien tijd en brandstof.


Wie profiteert van prijsverschillen? Vooral automobilisten die veel kilometers maken, flexibel kunnen tanken en een goedkoper station op hun normale route hebben. Wie weinig rijdt of direct langs de snelweg moet tanken, kan minder optimaliseren. De pomp met de hoogste prijs verdient niet automatisch het meest: huur, personeel, openingstijden, bevoorrading en verkoopvolume verschillen sterk. De consument betaalt de zichtbare literprijs, maar niet iedere cent wordt marge.


Bij €2,73 bestaat bijna de helft uit belasting

De prijs aan de pomp bevat een vast accijnsbedrag en 21 procent btw. Volgens de Rijksoverheid bedraagt de benzineaccijns in 2026 €0,845 per liter. Bij €2,730 is de btw €2,730 × 21/121 = €0,474. Accijns en btw zijn samen ongeveer €1,319 per liter, of 48,3 procent van de adviesprijs. Na aftrek resteert €1,411 voor benzine zelf, verplichte bijmenging, raffinage, logistiek en marges in de keten. Die restpost is dus nadrukkelijk geen nettowinst van het tankstation.


De accijnskorting is tijdelijk. Zonder korting noemt de overheid voor benzine €1,0021 per liter. Als uitsluitend het verschil van €0,1571 terugkomt en daar 21 procent btw overheen gaat, stijgt de consumentenprijs rekenkundig met ongeveer €0,190 per liter. Een adviesprijs van €2,730 zou onder verder gelijke omstandigheden circa €2,920 worden. Het kabinet wil de korting voor benzine en diesel tot eind 2027 verlengen, maar op 28 september moet het Belastingplan 2027 nog door beide Kamers worden goedgekeurd. Een voornemen is nog geen tarief.



De sterkste tegenwerping is dat olie, dollar, raffinagemarges en concurrentie veel harder kunnen bewegen dan de belasting. Dat klopt. Een accijnsbesluit bepaalt één deel van de literprijs; het voorkomt geen prijsstijging wanneer het niet-belastingdeel oploopt. Omgekeerd kan een daling in de handelsketen een belastingstijging tijdelijk meer dan compenseren. Het beleid verandert daarom de vloer en de gevoeligheid, niet de volledige uitkomst.


De jaarnota hangt vooral af van kilometers en tankplek

Een navolgbaar rekenvoorbeeld maakt het record persoonlijk. Neem 15.000 kilometer per jaar, een praktijkverbruik van 6,5 liter per 100 kilometer en de CBS-prijs van €2,449. Het verbruik is 15.000 × 6,5 / 100 = 975 liter. De bruto kassarekening wordt 975 × €2,449 = €2.387,78 per jaar, of €198,98 per maand. Daarin zit ongeveer €823,88 accijns en €414,41 btw. Netto van alleen deze twee heffingen blijft €1.149,49 per jaar over, of €95,79 per maand, voor product en ketenkosten. Dit is een vereenvoudiging: verbruik wisselt per rit, korting en tanklocatie verschillen, en andere autokosten tellen niet mee.


Bij dezelfde kilometers en hetzelfde verbruik kostte de gemiddelde Euro95-prijs van €1,921 in 2025 ongeveer €1.872,98 per jaar. Het verschil met de recente gemeten prijs is €514,80 per jaar, of €42,90 per maand. Voor een huishouden met twee vergelijkbare benzineauto’s kan dat grofweg verdubbelen. Een huishouden met een elektrische auto voelt deze literprijs niet direct, maar kan via vervoerstarieven, bezorgkosten en prijzen van bedrijven alsnog een deel terugzien.



Lagere inkomens met een lange woon-werkafstand zijn kwetsbaarder, omdat brandstof een groter deel van hun vrije bestedingsruimte opslokt. Zakelijke rijders kunnen kosten soms doorberekenen of vergoed krijgen, al betaalt uiteindelijk een werkgever, opdrachtgever of klant. Een pompprijsverlaging helpt veelrijders in euro’s het meest, maar subsidieert ook extra verbruik. Wie betaalt en wie profiteert hangt dus af van kilometers, voertuig, route en de mogelijkheid om gedrag aan te passen.



Hoeveel zuiniger rijden houdt de oude rekening in stand

De omgekeerde vraag is scherper dan de vraag hoeveel duurder benzine is: hoeveel moet het verbruik omlaag om met dezelfde brandstofbegroting even ver te komen? Bij €1,921 per liter kon een bepaald budget 1 liter kopen waar datzelfde budget bij €2,449 nog 0,784 liter koopt. De daling is 21,6 procent. Wie 15.000 kilometer reed en hetzelfde verbruik houdt, kan binnen hetzelfde budget nog ongeveer 11.766 kilometer rijden. Dat is 3.234 kilometer minder.



Wie alle kilometers wil behouden, moet in dit rekenvoorbeeld het verbruik van 6,5 naar ongeveer 5,10 liter per 100 kilometer brengen. Dat is voor veel bestaande auto’s niet haalbaar met alleen rustiger optrekken en bandenspanning. Thuiswerken, ritten combineren, een zuiniger voertuig of een andere vervoersvorm kan het verschil verkleinen, maar vraagt tijd of investeringen. Het omgekeerde model maakt de grens zichtbaar zonder te doen alsof iedere automobilist dezelfde opties heeft.


Drie paden voor 2027 tot en met 2029

Voor de komende drie kalenderjaren gebruiken we de gemeten €2,449 als startpunt. Na aftrek van 21 procent btw en €0,845 accijns resteert ongeveer €1,179 per liter als niet-belastingdeel. De scenarioformule is 1,21 × (niet-belastingdeel + accijns). Olie, euro-dollar, raffinage, logistiek, biobrandstof en marges zitten in één restpost. Dat houdt de berekening navolgbaar, maar beperkt de voorspellende waarde. Geen scenario krijgt een kanspercentage.


In het verlichtingsscenario daalt het niet-belastingdeel in 2027 met 10 procent en blijft het daarna gelijk. Met verlengde korting in 2027 en een aangenomen accijnsstijging van 2 procent in 2028 en 2029 komt de prijs uit op ongeveer €2,31, €2,33 en €2,35. In het basisscenario stijgt het niet-belastingdeel jaarlijks 2 procent. De uitkomsten zijn dan circa €2,48, €2,53 en €2,58.


Het stressscenario combineert een stijging van het niet-belastingdeel met 15 procent in 2027 en 5 procent in de twee jaren daarna met het wegvallen van de accijnskorting. Daaruit volgen ongeveer €2,85 in 2027, €2,96 in 2028 en €3,07 in 2029. De aanname over het volledige accijnstarief is beleidstechnisch bewust streng: de verlenging is voorgesteld, maar nog niet definitief. Het scenario is geen verwachting van oorlog, olieschaarste of valutapaniek.



Voor bedrijven werkt de rekening anders dan voor huishoudens. Een koerier kan brandstof doorberekenen als klanten en concurrenten dat toelaten. Een vervoerder met vaste contractprijzen draagt de stijging eerst zelf. Producenten met grote logistieke volumes zien kosten later in voorraad en tarieven terechtkomen. De uiteindelijke betaler kan daardoor maanden na het pompstation zichtbaar worden. Juist daarom is een prijsrecord ook inflatienieuws, maar de omvang hangt af van doorberekening en substitutie.


Het oordeel verandert pas als de echte pompprijs volgt

Het benzineprijsrecord is reëel, maar het meet de gemiddelde adviesprijs van vijf grote oliemaatschappijen. Voor de huishoudrekening is de gewogen pompprijs een betere start, aangevuld met de prijs op de eigen route. De nieuwste beschikbare meting ligt €0,281 per liter onder het record. Dat neemt de stijging niet weg: van gemiddeld €1,921 in 2025 naar €2,449 op 21 september 2026 is een stevige verslechtering. Het voorkomt wel dat een kop over €2,730 rechtstreeks wordt vertaald naar ieders jaarbudget.


Mijn oordeel verandert wanneer nieuwe CBS-dagprijzen laten zien dat het gewogen pomp-gemiddelde langdurig richting €2,730 beweegt, wanneer het Belastingplan 2027 definitief wordt aangenomen of verworpen, of wanneer het niet-belastingdeel aantoonbaar sterk daalt. Tot die tijd is de nuttigste conclusie nuchter: vergelijk de prijs op de route, reken met eigen kilometers en verbruik, en behandel de adviesprijs als marktsignaal in plaats van als persoonlijke kassabon.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

​Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page