top of page

Euronotering beschermt VanEcks chip-ETF niet tegen de dollar

2 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De Euronext-notering rekent af in euro, maar de portefeuille is niet naar euro afgedekt. Een groot deel van de chipbedrijven noteert in dollars. Daardoor beweegt de ETF niet alleen met winst en waardering, maar ook met de euro-dollarverhouding.


Het gaat om de Ierse UCITS-ETF met ISIN IE00BMC38736. De shareclass is accumulerend, de basisvaluta is dollar en de totale kostenratio bedraagt 0,35%. De koers van €105,53 is de slotkoers op Euronext Parijs van 2 oktober 2026.


De onderliggende winst moet ongeveer 11% per jaar groeien om een hoge multiple te dragen. Een sterkere euro kan een deel van die groei voor een Europese belegger wegdrukken, ook wanneer de chipbedrijven zelf goed presteren.


Een notering in euro voelt vertrouwd. De broker toont geen dollarbedrag en er is bij aankoop geen zichtbare valutawissel nodig. Daaruit volgt niet dat het valutarisico verdwenen is. De waarde van een ETF wordt bepaald door de onderliggende aandelen, omgerekend naar de valuta waarin de fondskoers wordt weergegeven.


Bij de VanEck Semiconductor UCITS ETF zit het grootste deel van de economische blootstelling in ondernemingen die op Amerikaanse beurzen noteren. Daaronder vallen Amerikaanse chipontwerpers en fabrikanten, maar ook buitenlandse ondernemingen met een Amerikaanse notering. ASML vormt een Europese uitzondering. De eurohandelslijn is dus vooral een manier van afrekenen, geen ingebouwde hedge.



De portefeuille verdient dollars, euro's en Aziatische valuta

VanEck volgt de MVIS US Listed Semiconductor 10% Capped ESG Index. Ondernemingen moeten minstens de helft van hun omzet uit halfgeleiders of gerelateerde apparatuur halen. Het fonds repliceert fysiek, leent volgens de aanbieder geen effecten uit en rekent 0,35% per jaar.


De top van de portefeuille bevat onder meer AMD, Broadcom, Micron, TSMC, Nvidia, ASML, Intel, Lam Research en Applied Materials. Die namen zitten in dezelfde waardeketen, maar verdienen hun geld op verschillende plekken. Ontwerpers verkopen rekencapaciteit, geheugenbedrijven bewegen met prijzen, machinebouwers leveren fabrieksgereedschap en foundries produceren chips voor anderen.


Valuta werkt daardoor in twee stappen. Eerst beïnvloedt zij omzet en kosten van de ondernemingen. Daarna worden de beurskoersen naar euro omgerekend. Een Amerikaanse chipmaker met veel Aziatische omzet kan bijvoorbeeld operationeel profiteren van een zwakkere dollar, terwijl de Europese ETF-belegger juist minder euro's ontvangt voor dezelfde dollarwaarde.



Bij een geschatte dollarblootstelling van 82% en een 5% zwakkere dollar ontstaat mechanisch ongeveer 4,1% negatieve vertaalslag. Dat is geen precieze voorspelling. Bedrijven dekken valuta af, hebben wereldwijde kosten en reageren met prijzen. De module laat alleen zien waarom een euroticker het risico niet wegneemt.


Winstgroei kan door drie prijzen worden opgeslokt

Voor het rendement tellen drie prijzen tegelijk: de winst van de ondernemingen, de multiple die beleggers daarvoor betalen en de wisselkoers. Een jaar met 12% winstgroei kan teleurstellen wanneer de sector-multiple 8% daalt en de dollar 5% verzwakt. Omgekeerd kan een sterke dollar een vlak winstjaar voor een Europese belegger tijdelijk mooier maken.



Deze gevoeligheid is extra belangrijk omdat de portefeuille geconcentreerd is. Volgens de VanEck-pagina woog de top tien recent ruim driekwart van het fonds. Dat hoeft niet verkeerd te zijn. De sector kent hoge toetredingsdrempels, grote R&D-budgetten en een beperkt aantal leveranciers. Concentratie betekent wel dat dezelfde AI-investeringen meerdere posities sturen. Wanneer hyperscalers hun capex verlagen, voelen chipontwerpers, geheugenproducenten en machinebouwers dat niet op exact hetzelfde moment, maar uiteindelijk wel in dezelfde cyclus.


Wat moet €105,53 waarmaken?

Een ETF heeft geen eigen winst per aandeel zoals een bedrijf. Voor de reverse valuation gebruiken we een look-throughbasis: de aan het ETF-aandeel toegerekende onderliggende winst. Bij ongeveer €4,30 en een portefeuille-multiple van 24,5 komt de huidige koers vrijwel volledig uit de bestaande winstbasis.


Wanneer de eindmultiple in 2029 op 24,5 blijft, hoeft de winstbasis nauwelijks te groeien om €105,53 te rechtvaardigen. Dat klinkt comfortabel, maar veronderstelt dat de huidige hoge sectorwaardering intact blijft. Daalt de multiple naar 18, dan moet de onderliggende winstbasis naar bijna €5,86 groeien. Dat vereist ongeveer 11% jaarlijkse groei vanaf €4,30, nog vóór fondskosten en valuta.



De 0,35% fondskosten zijn zichtbaar en relatief bescheiden. Het grotere risico is dat een belegger dezelfde groei dubbel betaalt: eerst via een hoge multiple voor afzonderlijke chipbedrijven en daarna via de overtuiging dat AI-capex jarenlang zonder pauze doorstijgt. De industrie kan structureel groeien en toch cyclisch blijven. Voorraden, levertijden en geheugentarieven bewegen sneller dan langjarige AI-verhalen.


Het sterkste tegenargument is de kwaliteit van de portefeuille. Veel bedrijven hebben technologische voorsprong, hoge marges of oligopolistische markten. ASML, TSMC en Nvidia zijn geen willekeurige cyclische producenten. Hun posities kunnen een hogere multiple rechtvaardigen. Alleen maakt dat de inkomsten van de hele keten nog niet ongevoelig voor klantconcentratie en kapitaalcycli.


Drie koerspaden voor 2027, 2028 en 2029

Het bear-scenario gebruikt 1% onderliggende winstgroei, een multiple van ongeveer 17,6 en 0,35% fondskosten. Mogelijke eurokoersen zijn circa €72 in 2027, €72 in 2028 en €72 in 2029, vóór een extra afzonderlijke valutashock. Dit scenario past bij multiplekrimp en een afkoelende investeringscyclus.


Het middenscenario combineert 11% winstgroei met een multiple van 24,5. Dan ontstaan circa €116 in 2027, €128 in 2028 en €141 in 2029. Hier groeit de winst voldoende om de huidige waardering te ondersteunen.


Het gunstige scenario rekent met 19% winstgroei en een multiple van 27,4. Mogelijke koersen liggen dan rond €140, €166 en €197. Dat vraagt dat AI, geheugen en geavanceerde productie tegelijk sterk blijven en dat de euro geen groot deel van het rendement wegneemt.



De scenario's tonen koersrendement. De shareclass is accumulerend, zodat ontvangen dividenden binnen het fonds worden herbelegd. Er is dus geen afzonderlijke kasuitkering die bij het totaalrendement moet worden opgeteld. De handelsvaluta is euro, de basisvaluta dollar en de economische blootstelling wereldwijd. Die drie begrippen horen uit elkaar te blijven.


Voor een Europese belegger is deze ETF een gerichte inzet op de winst van de halfgeleiderketen. Hij is geen valutavrije manier om dat te doen. Wie €105,53 betaalt, koopt technologie, sectorconcentratie, waardering en dollarblootstelling in één pakket.



 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page