Waar bleef de ontbrekende 20 miljard van OpenAI?
Omslagfoto: Sam Altman (archieffoto, 2025-04-11). Foto: Steve Jurvetson / Wikimedia Commons / CC BY 2.0; uitsnede door DenisMironov1. Bron en beeldverantwoording · CC BY 2.0
In het kort
De ongeveer 20 miljard dollar die bij OpenAI leek te ontbreken, is geen geld dat zoek is. Het gemelde bedrag van 50 miljard is een geannualiseerd netto-omzettempo aan het einde van september. Het eerder rondgaande bedrag van 70 miljard gebruikte volgens berichtgeving een ruimere vergelijking, terwijl 70 miljard nu ook als doel voor het einde van 2026 wordt genoemd. Wie periode, definitie en status uit elkaar trekt, ziet waarom de cijfers tegelijk kunnen bestaan.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
De verwarring begon met drie grote getallen die naast elkaar werden gezet alsof het standen op dezelfde bankrekening waren. Dat waren ze niet. Aan het begin van 2026 draaide OpenAI volgens berichtgeving op een tempo van ongeveer 20 miljard dollar per jaar. Eind september werd ongeveer 50 miljard dollar geannualiseerde netto-omzet gemeld. Een eerder cijfer van 70 miljard dollar bleek ruimer te zijn samengesteld, en later dook 70 miljard opnieuw op als verwachting voor het tempo aan het einde van het jaar.
Voor de gewone lezer klinkt dat als draaien met cijfers. De kritiek is begrijpelijk, want OpenAI is een privaat bedrijf en publiceert geen kwartaalrekening zoals Microsoft of Nvidia. Buitenstaanders zien samenvattingen uit investeerdersinformatie en berichtgeving, niet de volledige aansluiting tussen bruto facturatie, partnerverkopen en eigen netto-omzet.
De eerste fout is een omzettempo verwarren met ontvangen geld
Reuters meldde op 8 oktober 2026 dat het geannualiseerde omzettempo eind september dicht bij 50 miljard dollar lag. Lees de berichtgeving van Reuters. Geannualiseerd betekent dat de recente verkoop wordt omgerekend naar twaalf maanden. Het is vergelijkbaar met iemand die in september €5.000 per maand verdient en zegt dat zijn huidige jaartempo €60.000 is. Dat zegt niet dat er in de eerste negen maanden al €60.000 is ontvangen.
Het bedrag van 20 miljard aan het begin van het jaar was op dezelfde manier een tempo. Dat geld hoeft niet bij de 50 miljard te worden opgeteld en is ook niet verdwenen. Het geeft aan dat de verkoop gedurende het jaar sterk is versneld.
De omgekeerde rekensom maakt de nieuwe 70 miljard concreet. Een tempo van 50 miljard komt neer op ongeveer 4,17 miljard dollar per maand. Een tempo van 70 miljard vraagt ongeveer 5,83 miljard per maand. OpenAI moet het maandtempo dus met ongeveer 1,67 miljard dollar verhogen, of 40 procent, om van de stand eind september naar het doel eind december te gaan.
De tweede fout is netto en ruimer getelde omzet mengen
De Financial Times schreef dat een deel van het verschil samenhing met de manier waarop omzet werd geteld. Lees de analyse van de Financial Times. Netto-omzet probeert vast te leggen wat economisch bij OpenAI zelf overblijft. Een ruimer cijfer kan partnerverkopen of andere stromen op een manier meenemen die vergelijking met een concurrent eenvoudiger maakt, maar niet één op één gelijk is aan OpenAI’s eigen netto-omzet.
Een eenvoudig voorbeeld helpt. Stel dat een klant via een cloudpartner €100 betaalt en een deel bij de partner blijft. Dan kan de totale klantbesteding €100 zijn, terwijl de netto-omzet voor het modelbedrijf lager ligt. Beide cijfers kunnen nuttig zijn, maar alleen als duidelijk wordt gezegd welk cijfer wordt gebruikt.
De precieze aansluiting is niet openbaar. Daarom is het te stellig om te zeggen dat elke dollar van het verschil door partners komt. De verantwoordelijke conclusie is kleiner: de cijfers waren niet rechtstreeks vergelijkbaar en de definities zijn onvoldoende zichtbaar voor buitenstaanders.
Waarom 70 miljard nu opnieuw wordt genoemd
Het nieuwe bedrag van 70 miljard gaat volgens berichtgeving over het verwachte geannualiseerde netto-omzettempo tegen het einde van 2026. Dat is dus een doel of prognose. Het is niet hetzelfde als zeggen dat OpenAI over heel 2026 zeventig miljard omzet boekt.
Daarmee wordt het verschil vooral een tijdlijn. Eind september ongeveer 50 miljard. Eind december mogelijk 70 miljard als de groei doorzet. De drie maanden ertussen moeten een stijging van ongeveer 40 procent in het maandtempo leveren. Dat is ambitieus, maar bij een snelgroeiende onderneming niet wiskundig onmogelijk.
Het risico zit in de suggestie van zekerheid. Een doel kan worden gemist. Nieuwe bedrijfscontracten kunnen later starten, partnerverkopen kunnen anders worden geboekt en consumentenomzet kan per maand schommelen. Daarom hoort bij 70 miljard altijd het woord verwachting.
Wat de GPT-familie met die groei te maken heeft
OpenAI heeft verschillende commerciële modellen voor verschillende prijzen. GPT-6 Astra is het dure model voor zware taken, GPT-6.1 Sol is de bredere standaard en GPT-6 Luna is de goedkope volumelaag. Daardoor kan OpenAI tegelijk groeien in aantallen en in waarde per complexe taak.
Maar meer gebruik is niet automatisch meer winst. De omzet kan hard stijgen terwijl de kosten voor rekenkracht, datacenters, personeel en partnervergoedingen ook stijgen. Het cijfer zegt dus iets over vraag, niet voldoende over de uiteindelijke marge.
Voor leveranciers zoals Nvidia en Micron is de vraag naar AI-rekenkracht belangrijk, maar ook daar geldt geen rechte lijn. Een hoger omzettempo bij OpenAI kan meer chips vragen. Het bewijst niet dat iedere extra dollar omzet één op één als winst bij een chipmaker terechtkomt.
Hoe groot de sprong in gewone bedrijfstaal werkelijk is
Stel dat een winkel in september voor €4,17 miljoen verkoopt. Als september representatief is, kan de eigenaar zeggen dat de winkel op een jaartempo van ongeveer €50 miljoen draait. Om eind december op een tempo van €70 miljoen te staan, moet de maandverkoop naar ongeveer €5,83 miljoen. Dat vraagt veel nieuwe klanten, meer gebruik door bestaande klanten of hogere prijzen. Het zegt nog altijd niet dat de winkel in het hele kalenderjaar €70 miljoen heeft ontvangen.
Bij OpenAI kan die groei uit verschillende hoeken komen. Consumenten betalen abonnementen, bedrijven kopen toegang voor medewerkers en ontwikkelaars betalen voor API-gebruik. Daarnaast lopen verkopen via grote cloudpartners. Precies daar wordt de boekhouding lastiger voor een buitenstaander, omdat één klantbetaling economisch over meerdere partijen kan worden verdeeld.
Daarom is het woord netto zo belangrijk. Netto probeert dubbele telling en doorgestorte bedragen te vermijden. Een ruimer cijfer kan juist laten zien hoeveel klanten in totaal aan het ecosysteem besteden. Voor een belegger zijn beide interessant, maar om andere redenen. Netto zegt meer over de eigen commerciële schaal van OpenAI. De ruimere besteding zegt meer over de totale vraag die ook partners en chipbedrijven kan raken.
De drie scenario’s in de visualisatie laten zien hoe snel grote getallen verder oplopen. Het lage scenario vertrekt voorzichtig vanaf het gemelde tempo van 50 miljard en rekent met 10 procent groei per jaar. Het middenscenario neemt het doel van 70 miljard als start en rekent met 20 procent. Het hoge scenario gebruikt 30 procent. Geen van deze paden is een voorspelling. Ze laten alleen zien hoeveel verschil één groeiaanname na drie jaar maakt.
Bij 20 procent jaarlijkse groei stijgt een tempo van 70 miljard naar ongeveer 101 miljard in 2029. Bij 30 procent wordt dat ongeveer 142 miljard. Het verschil van ruim 40 miljard ontstaat zonder dat het eerste jaar anders begint. Dat is waarom een private waardering of chipvraag nooit op één groot omzetgetal mag worden gebaseerd. De gekozen groeivoet en de kostenontwikkeling bepalen bijna alles.
Voor OpenAI is bovendien de kwaliteit van de omzet belangrijk. Terugkerende bedrijfscontracten zijn doorgaans voorspelbaarder dan tijdelijk consumentengebruik. API-omzet kan snel groeien, maar ook dalen als ontwikkelaars naar een goedkoper model overstappen. Een omzettempo zonder informatie over klantbehoud, korting en kosten per aanvraag vertelt dus maar de helft van het verhaal.
Wat beleggers vanaf nu moeten controleren
Bij ieder nieuw OpenAI-cijfer zijn drie controles genoeg. Eerst het meetmoment: welke maand of welk kwartaal wordt geannualiseerd? Daarna de definitie: netto eigen omzet of een bredere maatstaf? Ten slotte de status: gerealiseerd tempo, intern budget of doelstelling?
De 20 miljard is dus niet kwijt. Het bedrag van 50 miljard beschreef een stand eind september. Het eerder gebruikte bedrag van 70 miljard was niet volledig vergelijkbaar, en het huidige bedrag van 70 miljard is een doel voor een later moment. De echte vraag is niet waar het geld bleef, maar of OpenAI in drie maanden werkelijk een 40 procent hoger maandtempo kan halen en hoeveel daarvan na alle kosten overblijft.






































































































































Opmerkingen