top of page

ASML heeft het perfecte lobbywapen gevonden: Europa’s eigen chipfalen

In het kort:

  • ASML gebruikt het 1 procent-cijfer als drukmiddel richting Brussel: Europa wil een chipmacht worden, maar koopt nauwelijks machines bij zijn eigen kroonjuweel.

  • De lobbyclub met Airbus, Nokia, Ericsson, SAP en Siemens laat zien dat Europese techreuzen ongeduldig worden: ze willen sneller beleid, meer schaal en een sterker Europees ecosysteem.

  • Voor beleggers wordt ASML steeds meer een geopolitiek aandeel: exportregels, subsidies, China-beleid en Europees industriebeleid worden belangrijker voor het groeiverhaal.

ASML hoeft Brussel niet te overtuigen met grote beloften. Het bedrijf hoeft alleen maar naar zijn orderboeken te wijzen.


Achter de nieuwe lobbyclub van ASML, Airbus, Nokia, Ericsson, SAP en Siemens zit namelijk meer dan een gewone poging om invloed uit te oefenen in Brussel. ASML-topman Christophe Fouquet wees tijdens de aandeelhoudersvergadering op een opvallend probleem. Slechts 1 procent van de apparatuur die ASML verkoopt, gaat naar Europese klanten.


Dat klinkt op het eerste gezicht als een zwakte. Europa heeft met ASML een van de belangrijkste technologiebedrijven ter wereld in huis, maar koopt zelf nauwelijks de machines die ASML maakt. Toch is juist dat cijfer misschien wel het sterkste lobbywapen van de chipmachinegigant.


Als Brussel echt een wereldmacht in chips wil worden, moet het eerst uitleggen waarom Europa nauwelijks machines afneemt bij zijn eigen kroonjuweel.


Bron: Updays
Bron: Updays

Van zwakte naar drukmiddel

ASML wil samen met Airbus, Nokia, Ericsson, SAP en Siemens optrekken om ideeën en verzoeken voor te leggen aan Europese beleidsmakers. De officiële boodschap is duidelijk. Europa heeft een sterkere techsector nodig.


Maar onder die boodschap ligt een hardere werkelijkheid. Europa praat al jaren over technologische soevereiniteit, strategische autonomie en minder afhankelijkheid van de Verenigde Staten en Azië. De Europese Chips Act moet Europa minder kwetsbaar maken in de wereldwijde chipketen en de Europese positie in halfgeleiders versterken.


Het doel is ambitieus. De Europese Unie wil het aandeel van in de EU gemaakte chips verdubbelen naar 20 procent in 2030. Op papier klinkt dat indrukwekkend. In de praktijk vertelt ASML’s orderboek een ander verhaal.


Als slechts 1 procent van ASML’s machines naar Europese klanten gaat, dan is Europa vandaag niet de chipmacht die het wil worden. Het continent is vooral de thuisbasis van een cruciale leverancier aan andere chipmachten. Precies daarom is dat ene cijfer zo krachtig. ASML hoeft niet hardop te zeggen dat Brussel te traag is. De markt zegt het al.


EU Chips Act: Europa wil chipmacht worden, maar ASML’s orderboek vertelt een ander verhaal

Bron: Gsmarena
Bron: Gsmarena

Europa wil chipmacht worden, maar de orders gaan ergens anders heen

Wie naar Europese beleidsplannen kijkt, ziet ambitie. Wie naar ASML’s klanten kijkt, ziet realiteit. De grootste vraag naar geavanceerde chipmachines komt vooral uit Azië en de Verenigde Staten. Daar zitten de grootste chipproducenten, daar worden de megafabrieken gebouwd en daar ontstaat de meeste vraag naar de lithografiemachines van ASML.


Dat is ongemakkelijk voor Europa. Het continent heeft misschien de belangrijkste speler in de chipketen, maar niet de dominante chipklanten. ASML verkoopt de machines waarmee de toekomst wordt gebouwd, maar Europa staat nauwelijks in de rij.


Daarmee wordt het orderboek van ASML een soort realitycheck voor Brussel. Beleidsmakers kunnen praten over strategische autonomie, maar uiteindelijk bepalen investeringen, fabrieken en orders waar de echte chipmacht ligt. Op dit moment ligt die macht vooral buiten Europa.


Dat maakt de lobby van ASML veel interessanter dan een normaal verzoek om betere regels of meer steun. Het bedrijf kan zijn eigen cijfers gebruiken als bewijs. Niet om te laten zien dat ASML zwak is, maar om te laten zien dat Europa achterloopt.


ASML’s echte klanten zitten niet in Europa: Azië en de VS domineren de chipinvesteringen:

Bron: VEB
Bron: VEB

De lobbyclub is meer dan een beleefd overleg

Dat ASML nu samen optrekt met Airbus, Nokia, Ericsson, SAP en Siemens is geen toeval. Dit zijn geen kleine bedrijven die op zoek zijn naar een subsidiepotje. Het zijn Europese zwaargewichten die samen een bredere boodschap afgeven.


ASML staat voor chips. Airbus staat voor luchtvaart en defensietechnologie. Nokia en Ericsson staan voor telecominfrastructuur. SAP staat voor bedrijfssoftware. Siemens staat voor industriële technologie. Samen vormen deze bedrijven een groot deel van wat Europa nog wel heeft: sterke industriële techkampioenen.


Juist daarom is hun gezamenlijke lobby veelzeggend. Als zelfs deze bedrijven Brussel harder willen beïnvloeden, is dat geen teken van comfort. Het is een teken van ongeduld. Zij zien dat de wereldwijde technologiestrijd steeds harder wordt, terwijl Europa vaak traag beweegt, versnipperd werkt en moeite heeft om schaal te creëren.


In de Verenigde Staten en Azië wordt industriepolitiek steeds agressiever ingezet. Er gaan miljarden naar chipfabrieken, technologieclusters en strategische sectoren. Europa wil meedoen, maar loopt het risico om vooral plannen te maken terwijl anderen capaciteit bouwen.

ASML’s zwakte is politiek goud waard

Het cijfer van 1 procent is pijnlijk voor Europa, maar strategisch waardevol voor ASML. Het brengt de Europese chipambitie terug tot één simpele vraag. Hoe kan Europa een chipmacht worden als bijna niemand in Europa de machines koopt waarmee geavanceerde chips worden gemaakt?


Dat is geen abstract debat over innovatiebeleid. Het is een harde commerciële werkelijkheid. Voor ASML is dit een ideaal drukmiddel richting Brussel. Het bedrijf kan zeggen dat het de technologie levert, maar dat Europa geen ecosysteem heeft dat groot genoeg is om die technologie zelf op schaal te gebruiken.


Daarmee verandert ASML zijn eigen regionale zwakte in politieke hefboomwerking. De boodschap is niet alleen dat Brussel ASML moet helpen. De boodschap is vooral dat Brussel Europa moet helpen, omdat ASML’s orderboek bewijst dat Europa achterloopt.


Dat maakt het verhaal sterker. ASML vraagt niet om aandacht omdat het bedrijf zwak staat. ASML wijst op een zwakte in Europa zelf. Het bedrijf hoeft geen grote dreigementen te uiten. Het hoeft alleen het verschil te tonen tussen wat Europa wil zijn en wat Europa vandaag werkelijk koopt.


Waarom dit belangrijk is voor beleggers

Voor beleggers is deze lobby veel meer dan politiek theater. ASML is al jaren een van de belangrijkste aandelen van Europa. Het bedrijf profiteert van structurele trends zoals kunstmatige intelligentie, datacenters, high performance computing en de wereldwijde vraag naar geavanceerde chips.


In 2025 boekte ASML een omzet van 32,7 miljard euro en een nettowinst van 9,6 miljard euro. Die cijfers laten zien hoe winstgevend en belangrijk het bedrijf nog altijd is binnen de wereldwijde chipketen.


Maar ASML is ook steeds meer een geopolitiek aandeel geworden. Exportrestricties, China-beleid, Amerikaanse druk, Europese subsidies, energiebeleid en het vestigingsklimaat kunnen allemaal invloed hebben op het groeiverhaal. Beleggers kunnen ASML daarom niet meer alleen analyseren als een technologisch bedrijf met sterke marges en een dominante marktpositie.


De vraag wordt breder. Hoe afhankelijk blijft ASML van Aziatische en Amerikaanse klanten? Kan Europa op termijn een grotere afzetmarkt worden? Gaat Brussel sneller handelen door de druk van ASML en andere techreuzen? En hoeveel politieke risico’s worden onderdeel van de waardering van het aandeel?


Deze lobby laat zien dat ASML zelf ook begrijpt dat invloed belangrijker wordt. Het bedrijf bouwt niet alleen machines. Het bouwt ook politieke slagkracht.


De echte strijd draait om het ecosysteem

Europa’s probleem is niet dat het geen talent of technologie heeft. Het probleem is dat technologie alleen niet genoeg is om een chipmacht te worden.


Een sterke chipsector heeft fabrieken nodig, maar ook klanten, kapitaal, energie, snelle vergunningen, toeleveranciers, universiteiten, voldoende talent en politieke snelheid. Vooral schaal is belangrijk. Zonder schaal blijft Europa afhankelijk van beslissingen die elders worden genomen.


ASML kan de beste machines ter wereld bouwen, maar als de grootste chipclusters in Azië en de Verenigde Staten zitten, blijft Europa kwetsbaar. Dan is Europa wel de thuisbasis van een cruciale leverancier, maar niet het centrum van de chipproductie zelf.


Daarom is de lobbyclub zo belangrijk. ASML en de andere Europese techreuzen vragen waarschijnlijk niet alleen om geld. Ze vragen om een industriepolitiek die groot genoeg is om te concurreren met de Verenigde Staten en Azië. Europa moet stoppen met doen alsof ambitie hetzelfde is als capaciteit.


ASML klaagt niet, ASML onderhandelt

De slimme kant van ASML’s boodschap is dat het bedrijf Brussel niet frontaal hoeft aan te vallen. Het hoeft alleen het contrast zichtbaar te maken. Europa wil een chipmacht worden. Europa heeft ASML. Maar Europa koopt bijna geen ASML-machines.


Die werkelijkheid legt de kloof bloot tussen politieke ambitie en economische realiteit. Brussel kan plannen schrijven, fondsen optuigen en persberichten verspreiden. Uiteindelijk laat ASML’s orderboek zien waar de echte chipmacht vandaag zit.


Daarmee wordt de waarschuwing over die 1 procent geen zwaktebod, maar een strategisch drukmiddel. ASML gebruikt Europa’s achterstand als bewijsstuk. Het bedrijf zegt eigenlijk dat beleidsmakers niet alleen naar woorden moeten kijken, maar vooral naar orders.


Voor aandeelhouders is dat een belangrijk signaal. ASML blijft een uniek bedrijf met een ijzersterke marktpositie, maar het groeiverhaal wordt steeds meer bepaald door politiek, geopolitiek en industriebeleid.


ASML hoeft Brussel niet te overtuigen met beloftes. Het hoeft alleen maar naar de orderboeken te wijzen. Daar ligt de pijnlijke waarheid. Europa droomt van chipmacht, maar ASML verkoopt vooral aan de landen en regio’s die die macht al aan het bouwen zijn.


Advertorial

De discussie rond ASML laat zien hoe sterk technologie, industriebeleid en geopolitiek met elkaar verweven zijn. Voor beleggers en spaarders onderstreept dat ook een bredere realiteit: in onzekere markten kan het tijdelijk parkeren van vermogen tegen een duidelijke rente een bewuste keuze zijn.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page